Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

In de beroepspraktijk komen professionals geregeld voor vraagstukken te staan waar niet één-twee-drie een antwoord op te geven is. Aan hen daarom de taak die praktijkvraagstukken op een bepaalde manier te lijf te gaan. Soms alleen, maar veel vaker samen met collega’s van verschillende niveaus en uiteenlopende disciplines. En soms zelfs afkomstig uit andere bedrijven of instellingen.Om studenten hierop voor te bereiden worden ze getraind in het uitvoeren van projecten. Aan de hand van theoretische modellen bedenken studenten oplossingen voor complexe beroepsvraagstukken. In het begin wordt de beroepspraktijk vooral nagebootst, maar naar mate de studie vordert, werken studenten vaker aan projectopdrachten uit de reële beroepspraktijk. Studenten leren hiermee zelf het werk te zien, zichzelf opdrachten te geven, planmatig te werken en zelf op onderzoek uit te gaan. Dit alles stelt hoge eisen aan de docenten die de projecten ontwikkelen. Hoe zorg je ervoor dat die passen in het curriculum? Hoe werk je samen met reële opdrachtgevers uit de praktijk? Hoe kun je hun praktijkvragen verrijken zodat er een zinvol onderwijsproject ontstaat? Of andersom: hoe bewerk je een ingewikkeld beroepsprobleem tot een project waar ook eerstejaars mee aan de slag kunnen? En welke rol is weggelegd voor (docent)begeleiders, inhoudelijke experts, et cetera? Op dit soort vragen geeft dit praktijkboek antwoord.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. PROJECTONDERWIJS ALS CONCEPT

Abstract
De hoeveelheid eten en drinken die een gemiddeld gezin wekelijks inslaat, is behoorlijk. Het gewicht is al gauw 35 kilogram en het volume minstens 100 liter. Ondanks boodschappenwagentjes en opvouwbare kratjes riskeert menigeen een hernia bij het naar binnen sjouwen van de boodschappen.
Met deze achtergrondinformatie wordt een projectopdracht voor studenten van de opleiding Industrieel Product Ontwerpen ingeleid. Projectonderwijs is daar een belangrijk onderdeel van het curriculum, zoals dit op de meeste hbo-opleidingen het geval is. In dit voorbeeld gaat het om een geconstrueerd project, waarbij de studenten de opdracht krijgen om in groepen na te denken over een ergonomisch verantwoord hulpmiddel bij huishoudelijke taferelen zoals hierboven beschreven. De projectopdracht luidt om eventueel met behulp van octrooien te komen tot een prototype van een product waarmee boodschappen op een ergonomische manier kunnen worden getransporteerd.
De keuze voor projectonderwijs wordt ingegeven door twee belangrijke motieven. In de eerste plaats kunnen studenten zich dankzij de projecten al in een vroeg stadium van hun studie oriënteren op de beroepspraktijk. Projecten geven studenten een reëel beeld van de complexe vraagstukken waarmee ze later geconfronteerd worden. Ook leren studenten dankzij de projecten zelfstandig en professioneel te werken.
Het tweede voordeel van onderwijsprojecten is dat ze studenten een krachtige leeromgeving bieden met een grote leerdynamiek. Dit komt onder meer doordat de studenten worden geconfronteerd met een levensecht probleem. Vooral voor reële externe opdrachtgevers werken is daarbij essentieel. Studenten zijn immers pas echt trots op een gemaakt product wanneer dit betekenis heeft voor anderen.
Maria van Holten, Rietje van Vliet

2. VAN PRAKTIJKVRAAG NAAR ONDERWIJSPROJECT

Abstract
Gemeentewerken Rotterdam had enkele bruggen in onderhoud genomen, die daardoor tijdelijk niet berijdbaar waren. Voor auto's geen probleem, maar in sommige gevallen betekende dat voor voetgangers een extra looptijd van twintig minuten. Daarom bracht het Havenbedrijf een tijdelijk voetveer in de vaart. De vraag aan de opleiding Bouwkunde was of studenten daarvoor een steiger konden ontwerpen.
De opleiding vond deze praktijkvraag te weinig ambitieus voor haar studenten; ook voor eerstejaars was de vraag weinig uitdagend. In overleg met de opdrachtgever hebben de projectontwikkelaars de praktijkvraag dusdanig bewerkt dat eerstejaarsstudenten er wel mee aan de slag konden. Nu luidt de opgave: ‘Ontwerp een demontabel ponthuisje als wachtruimte voor voetgangers, waarin een voorziening is opgenomen voor het personeel van de veerpont. De wachtruimte mag open zijn, maar moet goede beschutting bieden. De lunchruimte bevindt zich op de eerste verdieping en is verwarmd en comfortabel. ’
De eisen die aan het ponthuisje zijn gesteld, zijn vastgelegd in specificaties. Op grond van de projectbeschrijving en door te zoeken naar relevante voorbeelden ontwikkelen de studenten een programma van eisen en een plan van aanpak voor de verdere uitwerking. Dit wordt voorgelegd aan de opdrachtgever (in dit geval een docent), die beoordeelt of de gevraagde kwaliteit behaald gaat worden. Daarna werken de studenten het project verder uit en presenteren ze uiteindelijk het resultaat aan de opdrachtgever.
Maria van Holten, Rietje van Vliet

3. HET VOORONDERZOEK

Abstract
Studenten van de opleiding Logistiek en Economie werken aan het project Voorraadbeleidsplan Hemma. De projecttitel geeft al aan wat het eindproduct moet zijn: een beleidsplan voor het voorraadbeheer van warenhuisketen Hemma. Het is een geconstrueerd project met de volgende casus als uitgangspunt.
Hemma bv is een warenhuisketen met 200 filialen in de Benelux. Het assortiment bestaat uit 20 000 artikelen. De logistieke taken zijn verdeeld over de afdelingen Inkoop en Verkoop. Gekochte goederen vallen qua transport, ontvangst en opslag onder Inkoop; uitlevering en transport naar de filialen vallen onder Verkoop. Deze situatie levert problemen op voor de budgettaire verantwoordelijkheid, waardoor er geen inzicht meer is in de voorraadkosten.
Vandaar dat de directie besloten heeft de logistiek in een aparte divisie onder te brengen. Er moet nu een beleidsplan komen voor de volgende tien voorraadgroepen: verf en verfwaren, schrijfwaren en kantoorartikelen, vrijetijdskleding, kinderkleding, gezondheidsproducten, bodycare, fietsmaterialen, gebak en brood, tuinartikelen, wijn plus.
De studenten krijgen de opdracht om als externe adviseurs een voorraadbeleidsplan op te stellen waarmee het probleem kan worden opgelost. Ze gaan onmiddellijk aan de slag, zoeken in hun studieboeken op hoe je zo'n voorraadbeleidsplan opstelt en beginnen de gegevens uit het meegeleverde projectdossier te verwerken in hun toekomstige eindproduct. Maar, hoe ijverig ze ook zijn, het is niet goed wanneer de studenten meteen aan het eindproduct beginnen. Ook in andere projecten – het ponthuisje, een educatief spel of een gatenatlas – hadden de studenten de neiging om hun eerste idee gelijk om te zetten in een eindproduct.
Vanuit een professionele kijk is dit te kort door de bocht. Weliswaar kunnen de eerste ingevingen van ervaren professionals zeer bruikbare ideeën opleveren, maar bij studenten is dat nog lang niet het geval. Wanneer hun eerste idee het goede antwoord is op de praktijkvraag van de opdrachtgever, dan is dat eerder toeval dan een beredeneerde keuze. De keuze voor hun oplossing kan dan niet goed worden onderbouwd.
Dat professionals doorgaans beginnen met een vooronderzoek, is niet iets waar studenten uit zichzelf opkomen. Daarom vragen we van hen expliciet eerst een vooronderzoek te doen; ook dat moet aan bepaalde eisen voldoen. Hiermee sturen we niet alleen de kennisontwikkeling aan, maar dwingen we de studenten ook verschillende oplossingsvarianten te onderzoeken. Het vooronderzoek is de eerste mijlpaal in een onderwijsproject.
Maria van Holten, Rietje van Vliet

4. HET PLAN VAN AANPAK

Abstract
Het project Fysieke distributie is bestemd voor tweedejaarsstudenten van onder meer de opleidingen Technische Bedrijfskunde en Logistiek en Economie. Omdat dit het zesde onderwijsproject is waaraan de studenten werken, zijn ze al goed bekend met de projectmatige aanpak. Tijdens het project fungeren zij als consultancybureau voor Cable Connect, een bedrijf dat zich toelegt op het maken van kabelbomen. De kabels met klemmen (tags) samenvoegen gebeurt met de hand en is daardoor een kostbare aangelegenheid.
In dit gefingeerde bedrijf wordt overwogen enkele bedrijfsonderdelen naar het buitenland te verplaatsen (offshoring). In Azië en Oost-Europa zijn de lonen nog relatief laag, het klimaat is aantrekkelijk en er is voldoende competent personeel te vinden. De studenten krijgen de opdracht een adviesrapport te schrijven over het offshoren van de productieafdeling van Cable Connect. Ze krijgen daartoe een schat aan bedrijfsgegevens over onder meer het humanresourcemanagement, de productiegegevens, bedrijfsresultaten, klantgegevens, financiën en logistiek.
Na een korte periode van intensief vooronderzoek komen de studenten met een plan van aanpak, dat ze de opdrachtgever voorleggen. Cable Connect kan zich op basis van het plan van aanpak een beeld vormen van de deelvragen die de studenten gaan uitwerken, de producten die ze zullen leveren, de afbakening van het project, de projectorganisatie met taken en verantwoordelijkheden, en de literatuur (inclusief bedrijfsrapporten) waarop zij hun bevindingen zullen baseren.
Dit plan van aanpak is in feite niets meer dan een gedetailleerde afspraak tussen studenten en opdrachtgever (of diens vertegenwoordiger: de projectbegeleider). Het is een offerte, die goedgekeurd moet worden voordat ze aan de realisatie van het eindproduct kunnen beginnen.
Maria van Holten, Rietje van Vliet

5. DE BEGELEIDINGSSTRUCTUUR

Abstract
In het eerste jaar van de opleiding Technische Bedrijfskunde krijgen de studenten de opdracht de bedrijfsprocessen van de dealerorganisatie Vierwielenzorg te analyseren. Het is een geconstrueerde opdracht waaraan de projectontwikkelaars veel informatie hebben toegevoegd over de context van de fictieve opdrachtgever. In de handleiding is bijvoorbeeld een plattegrond van het magazijn opgenomen en de studenten kunnen er de uitkomsten in nalezen van een pareto-analyse van voorraadverschillen.
Het project duurt acht weken. Op woensdag zijn de formele contactmomenten met de docent gepland, waarvoor een aanwezigheidsplicht geldt. De opleiding noemt dit beoordelingsmomenten. Op vrijdag staan er informele groepsbijeenkomsten ingeroosterd, die studenten zelf kunnen invullen met projectactiviteiten.
In week 1 is de kick-off bijeenkomst. In week 2 krijgen studenten feedback op de samenwerkingsovereenkomst. In week 3 is de feedback gericht op het plan van aanpak dat ze inmiddels hebben opgesteld. In week 6 krijgen ze feedback op het concepteindverslag en in week 8 is de eindpresentatie.
Het succes van een project als de Vierwielenzorg staat of valt met een goed ontwikkelde projectopdracht, een goede handleiding en goede begeleiding. Een duidelijke en informatieve projecthandleiding neemt de projectbegeleiding veel werk uit handen (zie hoofdstuk 8), maar maakt de projectbegeleiding beslist niet overbodig. In het voorbeeld wordt zichtbaar hoe strak die begeleiding voor de eerstejaarsstudenten nog is.
Maria van Holten, Rietje van Vliet

6. KWALITEITSBORGING

Abstract
Bij de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening is studenten gevraagd een adviesrapport te schrijven over een nieuw in te richten helpdesk voor vreemdelingen. De opdrachtgever gaat ervan uit dat de belangen van vreemdelingen centraal staan en dat er diverse groepen vreemdelingen zijn met elk hun eigen problematiek. Een tweede uitgangspunt waarmee de studenten rekening moeten houden, heeft betrekking op de grens tussen legaliteit en illegaliteit: die twee begrippen liggen volgens de helpdesk zo dicht bij elkaar, dat verandering van woon- of werksituatie de rechtspositie kan beïnvloeden. Verder staat de helpdesk op het standpunt dat juridische, politieke en humanitaire gronden een grote rol spelen bij het verkrijgen van een bepaalde status.
De studentenhandleiding bevat ook informatie over de functies van de nieuwe helpdesk voor vreemdelingen:
  • vragen beantwoorden van vreemdelingen op sociaal en juridisch terrein;
  • voorlichting geven aan diverse groepen vreemdelingen over hun politieke, humanitaire, sociale en juridische positie in Nederland;
  • voorlichting geven aan diverse hulpverleningsinstellingen over de rechtspositie van vreemdelingen;
  • voorlichting richten op de rechtspositionele gevolgen van bijvoorbeeld werkloosheid of de overkomst van gezinsleden;
  • vreemdelingen ondersteunen bij verschillende juridische procedures, onder andere door goede voorlichting over de verschillende procedures te geven.
Het is belangrijk dat de studenten vanaf het eerste studiejaar leren om van verschillende partijen feedback te vragen op hun producten. Ook moeten ze leren in de voortgang van een project momenten in te lassen waarop een go/no go-beslissing wordt genomen. De drie mijlpalen van onderwijsprojecten – vooronderzoek, plan van aanpak en eindproduct – spelen bij de kwaliteitsborging een belangrijke rol. In de literatuur over onderwijsprojecten spreekt men in dit verband wel over reviews en validaties. Het zijn manieren om de kwaliteit van de projecten te borgen. Validatie moet leiden tot tevredenheid bij de opdrachtgever. Review gebeurt op basis van kwaliteitscriteria van experts en zorgt voor objectieve toetsing van het kwaliteitsniveau en de competentieontwikkeling.
Maria van Holten, Rietje van Vliet

7. BEOORDELING

Abstract
Het project Vekoma Rides Manufacturer wordt aangeboden aan studenten van drie engineeringopleidingen: Industrieel Product Ontwerpen, Werktuigbouwkunde en Elektrotechniek. ipo-engineers richten zich op nieuwe ideeën voor een duurzame attractie voor een amusementspark, het samenbrengen van de verschillende technische aspecten, presentatie en projectmanagement. De werktuigbouwkundige engineers werken aan het krachtenspel en de constructiemogelijkheden van de attractie. De elektrotechnische engineers richten zich op de besturing van het geheel, plc-programmeren (programmable logic controllers voor industriële automatisering), schematuur van de schakelingen, terugwinnen en opslag van energie.
De projectteams maken deel uit van Ideas, office for Innovative Design Egineering and Applied Science. Dit bureau doet mee aan een pitch waarmee het de ontwikkelopdracht van de producent Vekoma wil binnenslepen. De bedoeling is dat de teams een attractie ontwerpen die innovatief is met betrekking tot:
  • bewegingen in drie dimensies door middel van elektrische motoren;
  • de mogelijkheid om energie terug te winnen;
  • één helder thema dat in de hele attractie is doorgevoerd;
  • een hoge bezettingsgraad;
  • een lange levensduur.
Maria van Holten, Rietje van Vliet

8. DE PROJECTHANDLEIDING

Abstract
Aan het einde van het eerste studiejaar krijgen de studenten Bouwkunde de opdracht een bouwontwerp voor studentenstudio's te analyseren op uitvoeringsaspecten (zie voorbeeld hoofdstuk 5). Ze krijgen een beknopte studentenhandleiding waarin de opdracht en specificaties zijn beschreven. Ook kunnen ze er praktische zaken in vinden, zoals planning en bereikbaarheid van de begeleidende docent. Verder worden ze in de handleiding verwezen naar de opleidingssite, waar uitgebreide informatie staat over de algemene eisen waaraan het eindverslag moet voldoen. Daar staat ook informatie over de beoordeling van projecten.
Voor de projectbegeleiders is een aparte handleiding geschreven. Die schetst een beeld van wat de studenten moeten doen, willen ze het project goed kunnen afronden. De handleiding beschrijft bijvoorbeeld welke onderdelen van het Bouwbesluit de studenten in hun uitwerking moeten meenemen en hoever ze bouwtekeningen moeten uitwerken om een goede raming van de kosten te kunnen maken. Ook staat in de handleiding beschreven op welke manier studenten extra punten kunnen verdienen, bijvoorbeeld wanneer ze ook denken aan een fietsenberging of een gezamenlijke buitenruimte bij de studio's.
De combinatie van deze projecthandleidingen neemt de projectbegeleiders heel veel werk uit handen. Ze zijn het tastbare bewijs dat de projectontwikkeling is afgerond. In bovenstaand voorbeeld is de studentenhandleiding bovendien uitgebreid met projectinformatie op de website. Dat laatste is natuurlijk een goede aanvulling, mits er vanuit de papieren handleiding duidelijk naar wordt verwezen.
Maria van Holten, Rietje van Vliet

Nawerk

Meer informatie