Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

Gepubliceerd in: GZ - Psychologie 1/2018

01-02-2018 | Opinie

Onderzoek naar de therapeutische relatie: golden oldie of toekomstmuziek?

Auteurs: Jojanneke Bruins, Jorien van der Velde, Miriam Tolsma, Philippe Delespaul, Stynke Castelein

Gepubliceerd in: GZ - Psychologie | Uitgave 1/2018

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
insite
ZOEKEN

Samenvatting

In verschillende richtlijnen en zorgstandaarden wordt benadrukt dat het voor het effect van de behandeling van patiënten met een ernstige psychische aandoening (EPA) belangrijk is om te investeren in een goede therapeutische relatie. Toch is er nog maar weinig onderzoek gedaan naar hoe je een goede therapeutische relatie met EPA-patiënten opbouwt en in standhoudt.
Opmerkingen
Deze rubriek biedt ruimte voor discussie. Wilt u reageren, of een eigen opinie insturen? Mail dan naar r.pilkes@bsl.nl
In een volgend nummer plaatsen we een repliek op de bovenstaande Opinie, geschreven door Greet Vanaerschot, hoogleraar Psychotherapie aan de Universiteit van Antwerpen.
EPA-patiënten kunnen door hun klachten een lagere kwaliteit van leven ervaren, hun baan verliezen en/of sociaal en emotioneel geïsoleerd raken.1-3 In dit licht is het belangrijk om hen goede psychosociale zorg te bieden. Hoewel het aantal kwalitatief hoogwaardige studies hiernaar beperkt is, wordt in een meta-analyse van 24 studies bijvoorbeeld gesuggereerd dat psychosociale interventies een positief effect hebben op het sociaal functioneren van EPA-patiënten. 4 Echter, de positieve effecten van psychosociale interventies kunnen niet enkel verklaard worden door therapie-specifieke factoren; de therapeutische relatie tussen hulpverlener en cliënt blijkt een belangrijke aspecifieke verklarende factor te zijn. 5

Therapeutische relatie

De therapeutische relatie kan omschreven worden als de emotionele band en samenwerking tussen hulpverlener en cliënt. In een goede therapeutische relatie bepalen zij samen welke therapiedoelen in de behandeling worden nagestreefd en welke stappen er gezet zullen worden om deze doelen te bereiken.6,7 Echter, door de slechte ervaringen van EPA-patiënten in het verleden, hun wantrouwen of hun persoonlijkheidsproblematiek is de therapeutische relatie tussen behandelaars en EPA-patiënten vaak minder sterk.8,9

Wetenschappelijke evidentie

De afgelopen decennia is in verschillende wetenschappelijke studies aangetoond dat een goede therapeutische relatie vaak samengaat met een vermindering van klinische symptomen bij EPA-patiënten.7,10-13 De meeste studies waarin een verband is aangetoond tussen de kwaliteit van de therapeutische relatie en de behandeluitkomsten zijn cross-sectioneel. Uit een aantal longitudinale studies met meerdere meetmomenten blijkt dat EPA-patiënten die een goede therapeutische relatie hebben met hun behandelaar minder last hebben van (ernstige) klinische symptomen en dat zij meer therapiesessies bezoeken. 14 Bij hen lijkt de therapeutische relatie meer invloed te hebben op de klinische uitkomsten dan de behandelvorm (i.e. cognitieve gedragstherapie, interpersoonlijke psychotherapie of farmacotherapie). 15 Dat de therapeutische relatie van groot belang is voor EPA-patiënten wordt dus ondersteund door wetenschappelijk onderzoek.

Betekenisvolle contacten

Het belang van de therapeutische relatie wordt in de psychiatrie al sinds de tijd van Freud onderstreept en dat belang wordt nog altijd onderkend.7,16,17 In de Nederlandse ggz lag de focus de afgelopen decennia op behandelingen waarvan de werkzaamheid is bewezen (evidence based interventies). Dit heeft een grote kwaliteitsverbetering van de zorg opgeleverd, maar we moeten ons realiseren dat de behandelingen worden gegeven door mensen en dat therapeutische interventies hiermee een interpersoonlijke interactie zijn. EPA- patiënten doorlopen veelal langdurige behandel- en begeleidingstrajecten en zij wijzen de behandelaar vaak aan als de belangrijkste persoon in hun leven.18 De meerderheid van hen heeft in het verleden een of meerdere trauma’s meegemaakt.19 Voor deze patiëntengroep is het daarom essentieel om te investeren in betekenisvolle contacten; en zo bezien verdient een goede, zorgvuldig opgebouwde therapeutische relatie veel aandacht. Dat kan traumatische contactervaringen uit het verleden corrigeren en een goede therapeutische relatie kan ertoe bijdragen dat betrokkenen zich weer durven te engageren in een sociale omgeving. Ook initiatieven als de ‘Nieuwe GGZ!’, het landelijke rapport ‘Over de Brug’, de beweging ‘Hart voor de GGZ’, het werk van Andries Baart (de presentiebenadering) en de multidisciplinaire richtlijn schizofrenie onderstrepen dat het investeren in een goede therapeutische relatie essentieel is voor een succesvolle behandeling, begeleiding en ondersteuning van EPA-patiënten. 20-24

Kennishiaten

Investeren in de therapeutische relatie is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want hoe bouw je een goede therapeutische relatie op met EPA-patiënten, en hoe zorg je dat deze relatie in het langdurige behandeltraject ook goed blijft, dat het vertrouwen van de patiënt wordt hersteld en dat diens weerbaarheid groeit? Concrete, praktische handvatten voor hulpverleners ontbreken in de bovengenoemde richtlijnen en initiatieven. In eerder onderzoek is wel gekeken naar factoren die bijdragen aan de therapeutische relatie met EPA-patiënten. Deze studies toonden aan dat de kwaliteit van de therapeutische relatie geassocieerd wordt met o.a.: behandeltrouw, de ernst van de klinische symptomen, het inzicht in de eigen stoornis en klachten, het psychosociale functioneren van de EPA-patiënt en met de (voor)oordelen, persoonlijkheid en toegankelijkheid van zowel de hulpverlener als de EPA-patiënt.25-29 Het blijft echter onduidelijk of goede therapeutische relaties het gevolg zijn van deze factoren, óf dat deze factoren door een goede therapeutische relatie worden veroorzaakt; stimuleert een open en toegankelijke houding de opbouw van een goede therapeutische relatie, of is een patiënt waarmee een goede therapeutische relatie is aangelegd eerder geneigd om zich toegankelijk op te stellen? Voor het beantwoorden van dergelijke vragen moet meer kennis worden opgedaan van strategieën die gericht zijn op het opbouwen van een goede therapeutische relatie en de optimalisatie van de zorg aan EPA-patiënten.

Golden oldie of toekomstmuziek?

Een uitstapje naar de muziek: de Britse muziekband Queen heeft met het nummer Bohemian Rhapsody al eens aangetoond dat het integreren van verschillende muziekstijlen (opera, pop) nieuwe, vooruitstrevende muziek kan opleveren. Zo zou je ook kunnen stellen dat een goede therapeutische relatie verschillende psychologische mechanismen integreert.
Er is dan ook veel vraag naar kennis over de mechanismen die bijdragen aan het opbouwen en vasthouden van een goede therapeutische relatie en aan moderne, eigentijdse zorg in de klinische praktijk. Met name de paradoxale aard van de therapeutische relatie vraagt om meer kennis: voor EPA-patiënten zou de therapeutische relatie het wantrouwen in andere relaties moeten wegnemen, maar tegelijkertijd mag de therapeutische relatie die andere relaties niet vervangen. Kortom, een therapeutische relatie heeft een limiet of grens, want als deze relatie te hecht wordt, dan zal dit bij de patiënt telkens weer leiden tot vernieuwde traumatisering. Onderzoek naar de factoren die bijdragen aan de opbouw en instandhouding van een goede therapeutische relatie met EPA-patiënten is daarom niet alleen gewenst, maar noodzakelijk voor het verkrijgen van de handvatten waarmee hulpverleners een goede therapeutische relatie met EPA-patiënten kunnen realiseren.
share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
Literatuur
1.
go back to reference Harnois G., Gabriel P., Mental health and work: Impact, issues and good practices. Harnois G., Gabriel P., Mental health and work: Impact, issues and good practices.
2.
go back to reference De Silva M.J., e.a. (2013) Effect of psychosocial interventions on social functioning in depression and schizophrenia: Meta-analysis. The British Journal of Psychiatry. De Silva M.J., e.a. (2013) Effect of psychosocial interventions on social functioning in depression and schizophrenia: Meta-analysis. The British Journal of Psychiatry.
3.
go back to reference Wampold, B.E. (2001) The great psychotherapy debate: Models, methods, and findings. Hillsdale, NJ: Lawrence Erlbaum Wampold, B.E. (2001) The great psychotherapy debate: Models, methods, and findings. Hillsdale, NJ: Lawrence Erlbaum
4.
go back to reference Martin D.J., e.a. (2000) Relation of the therapeutic alliance with outcome and other variables: A meta-analytic review. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 68(3):438-450. Martin D.J., e.a. (2000) Relation of the therapeutic alliance with outcome and other variables: A meta-analytic review. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 68(3):438-450.
5.
go back to reference Lingiardi V., e.a. (2015) Does the severity of psychopathological symptoms mediate the relationship between patient personality and therapist response? Psychotherapy (Chic)., 52(2):228-237. Lingiardi V., e.a. (2015) Does the severity of psychopathological symptoms mediate the relationship between patient personality and therapist response? Psychotherapy (Chic)., 52(2):228-237.
6.
go back to reference Goldsmith L.P., e.a. (2015) Psychological treatments for early psychosis can be beneficial or harmful, depending on the therapeutic alliance: An instrumental variable analysis. Psychological Medicine, 45(11):2365-2373. Goldsmith L.P., e.a. (2015) Psychological treatments for early psychosis can be beneficial or harmful, depending on the therapeutic alliance: An instrumental variable analysis. Psychological Medicine, 45(11):2365-2373.
7.
go back to reference Krupnick J.L., e.a. (1996) The role of the therapeutic alliance in psychotherapy and pharmacotherapy outcome: Findings in the national institute of mental health treatment of depression collaborative research program. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 64(3):532-539. Krupnick J.L., e.a. (1996) The role of the therapeutic alliance in psychotherapy and pharmacotherapy outcome: Findings in the national institute of mental health treatment of depression collaborative research program. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 64(3):532-539.
8.
go back to reference Freud S. (1912) The dynamics of transference In: The standard edition of the complete psychosocial works of Sigmund Freud. 12th ed. London: Hogarth Press, 97-108. Freud S. (1912) The dynamics of transference In: The standard edition of the complete psychosocial works of Sigmund Freud. 12th ed. London: Hogarth Press, 97-108.
9.
go back to reference Stiles W.B., e.a. (2015) Duration of psychological therapy: Relation to recovery and improvement rated in UK routine practice. The British Journal of Psychiatry, 207(2):115-122. Stiles W.B., e.a. (2015) Duration of psychological therapy: Relation to recovery and improvement rated in UK routine practice. The British Journal of Psychiatry, 207(2):115-122.
10.
go back to reference De Bont P.A.J.M., e.a. (2015) Predictive validity of the trauma screening questionnaire in detecting post-traumatic stress disorder in patients with psychotic disorders. The British Journal of Psychiatry, 206(5):408-416. De Bont P.A.J.M., e.a. (2015) Predictive validity of the trauma screening questionnaire in detecting post-traumatic stress disorder in patients with psychotic disorders. The British Journal of Psychiatry, 206(5):408-416.
11.
go back to reference Delespaul P., e.a. (2016) GOEDE GGZ! Nieuwe concepten, aangepaste taal en betere organisatie. Leusden: Diagnosis Uitgevers: 81-82. Delespaul P., e.a. (2016) GOEDE GGZ! Nieuwe concepten, aangepaste taal en betere organisatie. Leusden: Diagnosis Uitgevers: 81-82.
12.
go back to reference Projectgroep Plan van Aanpak EPA (2014). “Over de brug.” plan van aanpak voor de behandeling, begeleiding en ondersteuning bij ernstige psychische aandoeningen. Projectgroep Plan van Aanpak EPA (2014). “Over de brug.” plan van aanpak voor de behandeling, begeleiding en ondersteuning bij ernstige psychische aandoeningen.
13.
go back to reference Van Staveren-Boer R. (2016), HART voor de GGZ. Utrecht: Uitgeverij De Tijdstroom. Van Staveren-Boer R. (2016), HART voor de GGZ. Utrecht: Uitgeverij De Tijdstroom.
14.
go back to reference Van Alphen C., e.a. (2012) Multidisciplinaire richtlijn schizofrenie. Utrecht: De Tijdstroom. Van Alphen C., e.a. (2012) Multidisciplinaire richtlijn schizofrenie. Utrecht: De Tijdstroom.
15.
go back to reference Lecomte T., e.a. (2008) Schizophrenia Research, 102(1-3):295-302. Lecomte T., e.a. (2008) Schizophrenia Research, 102(1-3):295-302.
16.
go back to reference Barrowclough C., e.a. (2010) Predicting therapeutic alliance in clients with psychosis and substance misuse. The Journal of Nervous and Mental Disease; 198(5). Barrowclough C., e.a. (2010) Predicting therapeutic alliance in clients with psychosis and substance misuse. The Journal of Nervous and Mental Disease; 198(5).
Metagegevens
Titel
Onderzoek naar de therapeutische relatie: golden oldie of toekomstmuziek?
Auteurs
Jojanneke Bruins
Jorien van der Velde
Miriam Tolsma
Philippe Delespaul
Stynke Castelein
Publicatiedatum
01-02-2018
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Gepubliceerd in
GZ - Psychologie / Uitgave 1/2018
Print ISSN: 1879-5080
Elektronisch ISSN: 1879-5099
DOI
https://doi.org/10.1007/s41480-018-0013-z