Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Mensen met een sociale angststoornis zijn bang dat anderen hen negatief evalueren en kunnen zich gespannen voelen in sociale situaties die bijna iedereen moeilijk vindt. Ze denken sneller en vaker dan anderen dat ze dom, raar, zwak, minder, vervelend, irritant, saai, oninteressant of arrogant gevonden worden. Deze denkpatronen zorgen ervoor dat de sociale angst in stand blijft en niet vanzelf weer over gaat.‘Minder angstig in sociale situaties’ is een werkboek voor iedereen die kampt met een sociale angststoornis. Dit werkboek wordt gebruikt naast een kortdurende cognitieve therapeutische behandeling bij sociale angst en bevat informatie, formulieren en uitleg die de cliënt tijdens de behandeling nodig heeft. Het richt zich specifiek op het veranderen van de denkpatronen.‘Minder angstig in sociale situaties’ is onderdeel van de reeks Protocollen voor de GGZ. Elk deel geeft een sessiegewijze omschrijving van de behandeling van een specifieke psychische aandoening weer en bevat een dvd met beelden van therapiesessies. De theorie is beknopt en berust op wetenschappelijke evidentie.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Het voorbereiden van de therapie

Voorwerk

De diagnose socialeangststoornis

U bent in behandeling gekomen omdat u een sociale-angststoornis heeft (ook wel sociale fobie genoemd). Mensen met een sociale-angststoornis voelen zich zenuwachtig of gespannen in situaties met andere mensen. Sociale angst is een heel normaal gevoel. Meer dan 90% van de mensen voelt zich wel eens ongemakkelijk of zenuwachtig als er anderen bij zijn. Gewone sociale angst wordt pas een socialeangststoornis als deze angst het normale leven gaat beheersen. Iemand kan bijvoorbeeld zo zenuwachtig of gespannen zijn dat gewone, dagelijkse dingen lastig worden, zoals zaken met instanties regelen, maar ook een opleiding volgen of werken en het aangaan of onderhouden van vriendschappen en relaties.
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

Het belang van het maken van thuiswerk

De klachten waarvoor u komt zijn niet van de ene op de andere dag te veranderen. In deze therapie zullen we werken aan het veranderen van deze, vaak lang bestaande, denkpatronen. Deze patronen zijn vaak een gewoonte geworden.We kunnen alleen maar verwachten dat deze gewoontes veranderd kunnen worden als we ons inspannen en tijd stoppen om nieuwe vaardigheden onder de knie te krijgen.
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

Het maken van uw ‘eigen situaties’

Vandaag begint u samen met uw therapeut met het maken van uw eigen situaties, waarin in de therapie voornamelijk gewerkt gaat worden. Samen met uw therapeut gaat u een lijst opstellen van sociale situaties die voor u moeilijk zijn. Vervolgens gaat u samen kijken welke interpretaties u in die situaties heeft.
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

Het idee achter de therapie (‘Rationale’)

U bent behandeling gaan zoeken omdat u last heeft van spanning of angstgevoelens in bepaalde sociale situaties. U voelt zich gespannen en onzeker in situaties waarbij andere mensen betrokken zijn. Centraal in uw probleem staat waarschijnlijk dat u bang bent om negatief beoordeeld te worden door anderen, vanwege uw gedrag, uw gespannenheid of uw voorkomen. Hoe komt het nu dat u zich onzeker en angstig voelt in dergelijke situaties?
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

Het maken van dagboeksituaties

Zoals gezegd zijn naast de eigen situaties de dagboeksituaties een belangrijk onderdeel van deze therapie. Het doel van de therapie is om uw denkpatroon te gaan veranderen. Om dat te kunnen bewerkstelligen is het belangrijk dat u zich eerst bewust wordt van uw eigen denkpatroon. Spontane interpretaties komen namelijk zo snel dat men zich daar vaak niet bewust van is. Maar om ze te kunnen veranderen is het nodig om u bewust te worden van deze spontane interpretaties. Daarom is het noodzakelijk om elke keer dat u in een sociale situatie bent waarin u zich gespannen of angstig voelt, op te schrijven wat uw spontane interpretatie was. Het eenvoudigste is om dat zo snel mogelijk na zo 'n situatie te doen; anders bent u namelijk al snel vergeten wat uw sponante interpretatie precies was. U kunt ook e´e´n of twee momenten op de dag plannen waarop u even gaat zitten om te bedenken of u zich in de uren daarvoor zenuwachtig of gespannen heeft gevoeld.Wat uw bevindingen zijn schrijft u dan op in uw ‘dagboeksituaties’. Maak per week minstens vijf dagboeken.
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

Het stappenplan

Voorwerk

1. Wat is uw spontane interpretatie?

Bij mensen met sociale angst is het vaak zo dat zij het idee hebben dat een ander iets negatiefs over hen denkt, bijvoorbeeld doordat de ander kan zien dat ze gespannen zijn of dat ze zich gedragen op een manier die de ander gek of raar vindt. Daarom is het bij het vinden van uw spontane interpretatie belangrijk om stil te staan bij wat u denkt dat de ander over u denkt of van u vindt vanwege uw gedrag of mogelijk zichtbare angstsymptomen (bijv. blozen, zweten, trillen, stotteren). Voorbeelden van dit soort interpretaties zijn: de ander vindt mij dom, raar, zwak, minder, saai, oninteressant of arrogant.
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

2. Welk effect heeft uw interpretatie op uw gevoel en gedrag?

Nu u meer zicht heeft op welke spontane interpretatie u in een situatie heeft, gaat u in deze stap kijken welk effect uw interpretatie heeft op uw gevoel en gedrag.
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

3. Maak een interpretatiebrainstorm

U bent geneigd om in sociale situaties die u moeilijk vindt, spontaan te denken dat anderen u negatief beoordelen. Hierdoor gaat u zich angstig en gespannen voelen en zich ongemakkelijk gedragen. Deze manier van interpreteren is een gewoonte geworden. Het doel van deze therapie is dat u zich van deze manier van interpreteren bewust wordt en leert om deze situaties op een andere, minder negatieve manier te interpreteren.
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

4. Verzamel andere interpretaties bij anderen

U heeft nu zelf geprobeerd om andere interpretaties te verzinnen, bijvoorbeeld door u in te leven in andere mensen. Het is echter ook heel leerzaam om eens te kijken hoe andere mensen deze situaties nu werkelijk interpreteren. Leg de verschillende situaties daarom voor aan andere mensen. Laat hen hun eigen interpretaties bij de situaties opschrijven. Probeer hiervoor zo veel mogelijk verschillende mensen te vragen. Kopieer daarvoor de vragenlijst (tabel 15) die verderop in dit hoofdstuk staat afgedrukt.
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

5. Evalueer de kans dat uw spontane interpretatie waar is

Bij de evaluatie van de kans dat uw spontane interpretatie waar is, gaat u kijken of uw inschatting van de kans dat uw spontane interpretatie werkelijk waar is, misschien overdreven is. Neem een van uw eigen situaties (pas het straks ook toe op uw dagboeksituaties), waarvan u een interpretatie-brainstorm heeft gemaakt. Maak het taartdiagram op de volgende manier:
1.
Neem alle interpretaties die u zelf bedacht en verzameld heeft. Voeg aan de lijst met interpretaties ook de volgende interpretatie toe: ‘niet-bedachte interpretaties’. Deze interpretatie staat voor alle interpretaties die u niet bedacht heeft. Al deze interpretaties samen moeten 100% zijn. De taart staat in z 'n geheel dus voor 100%.
 
2.
Stelt u zich voor dat u de situatie heel vaak meemaakt en we zouden in totaal honderd vragenlijsten uitdelen aan de mensen die iets over u kunnen denken in die situatie. Op deze vragenlijst vullen de mensen in hoe ze u evalueren. Ze kunnen kiezen uit de interpretaties die u heeft bedacht. Geef elke interpretatie een taartpuntje zo groot als het aantal mensen dat die interpretatie kiest. Zet als laatste ook uw eigen spontane interpretatie in de taart. U mag zoveel gummen en herordenen als u wilt.
 
3.
Als u daarmee klaar bent, vult u de vragen in over hoe u nu de kans inschat van uw spontane interpretatie.
 
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

6. Evalueer de ernst van uw spontane interpretatie

Bij de evaluatie van ernst gaat u kijken of uw inschatting van hoe erg het zou zijn als uw spontane interpretatie werkelijk waar zou zijn, misschien overdreven is. Neem een van uw eigen situaties (pas het straks ook toe op uw dagboeksituaties). Maak de ernstschaal op de volgende manier:
1.
Scoor hoe erg u het zou vinden als uw spontane interpretatie in die situatie werkelijk waar zou zijn.
 
2.
Maak een brainstorm over welke eigenschappen mensen in de wereld allemaal kunnen hebben: wat kunnen mensen allemaal van elkaar vinden in de wereld?
a.
Bedenk bijvoorbeeld de eigenschappen van de ergste personen die u zich in de wereld kunt voorstellen, zoals Adolf Hitler of Marc Dutroux.
 
b.
Bedenk ook eigenschappen van minder erge mensen, zoals mensen van tv die u niet zo mag of van wie u weet dat anderen zich aan hen storen.
 
c.
Bedenk ook de eigenschappen van mensen uit uw eigen omgeving: mensen die u zelf niet zo aardig vindt, of een collega aan wie anderen zich ergeren.
 
d.
Zet al deze eigenschappen op een rij.
 
 
3.
Zet alle eigenschappen die u verzameld heeft, op een schaal van 0 (helemaal niet erg) tot 100 (het allerergste wat iemand van een ander kan vinden). Belangrijk daarbij is dat u bedenkt hoe de wereld in het algemeen tegen deze eigenschappen aankijkt. U zet ze dus niet in de volgorde van hoe naar het voor u voelt, maar hoe de wereld, de huidige maatschappij, tegen dit soort eigenschappen aankijkt. Als u weinig eigenschappen heeft die onder de 50 scoren, probeer deze selectie dan aan te vullen: wat zijn mildere negatieve oordelen die men over anderen kan hebben?
 
4.
Zet als laatste de eigenschap uit uw spontane interpretatie in de schaal. Bekijk hoe de wereld tegen deze eigenschap aankijkt. Om de eigenschap op de juiste plek neer te zetten kunt u gebruikmaken van de andere eigenschappen die er staan: wordt dom door anderen als erger of minder erg dan ordinair gevonden of wordt dom erger of minder erg dan gemeen gevonden?
 
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

7. Bedenk: Wat kan ik doen als …?

Bij de techniek van ‘Wat kan ik doen als …?’ gaat u brainstormen over wat u, maar ook andere mensen, zouden kunnen doen als uw naarste interpretatie ook werkelijk waar zou zijn. Neem een van uw eigen situaties (pas het straks ook toe op uw dagboeksituaties). Bedenk wat u zou kunnen doen als de interpretatie werkelijk klopt. Verzin van alles. Om u te helpen kunt u bijvoorbeeld bedenken wat figuren zoals de premier, de president van Amerika, Mohammed Ali, Moeder Teresa of Nelson Mandela zouden doen als zij erachter kwamen dat iemand iets negatiefs over hen zou denken. Bedenk ook wat goede vrienden, familie of collega 's dan zouden doen.
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

8. Maak een nieuwe genuanceerde interpretatie

Bedenk met behulp van wat u tot nu toe geleerd heeft, een nieuwe genuanceerde interpretatie. De genuanceerde interpretatie is een soort samenvatting van wat u tot nu toe ontdekt heeft over uw spontane interpretatie. Dus wat was uw conclusie over de interpretatie-brainstorm, het taartdiagram, de ernstschaal en ‘Wat kan ik doen als …?’.
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

Afronding

U heeft de afgelopen sessies gewerkt aan het veranderen van uw denkpatroon in de sociale situaties die u moeilijk vindt. Voordat u verder gaat met het volgende hoofdstuk is het goed te evalueren op welke vlakken u al vooruitgang merkt en waar u de komende sessies vooral aan wilt werken.
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

Experimenten

Voorwerk

Het maken van een experiment

Het prettigste is om de eerste experimenten samen met uw therapeut te maken. Het is namelijk geen al te eenvoudige techniek. Al naargelang u het beter onder de knie krijgt, zult u merken dat het meer en meer vanzelf gaat – misschien gaat u zelfs spontaan experimenten uitvoeren.
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

1. Observatie

Bij observatie-experimenten gaat u uw spontane interpretatie onderzoeken door te observeren hoe andere mensen zich gedragen in sociale situaties die u moeilijk vindt. U kunt op deze manier bijvoorbeeld onderzoeken in hoeverre mensen, wanneer ze langs een terras of bushalte lopen of de bus instappen, naar elkaar kijken. U kunt ook aan vrienden of familieleden vragen of zij in een sociale situatie iets (een bepaalde handeling) willen doen, waarvan u denkt dat anderen dat negatief zullen vinden. U kunt dan van een afstandje observeren of anderen inderdaad zo negatief reageren als u vreest. Een voorbeeld hiervan is om iemand te vragen bij de kassa wat te treuzelen en te observeren hoe de mensen in de rij erop reageren. In het kader vindt u een aantal voorbeelden en in tabel 16 ziet u een uitgewerkt experimentenformulier over een observatie.
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

2. Gedragsexperiment

Bij gedragsexperimenten gaat u een situatie creëren die u moeilijk vindt, en kijken of mensen inderdaad negatief op u reageren, zoals u verwacht in uw spontane interpretaties. Bij de observatie-experimenten heeft u geobserveerd hoe anderen met elkaar omgaan. Nu kunt u gaan kijken hoe anderen op u reageren in sociale situaties. U kunt bijvoorbeeld observeren hoeveel mensen werkelijk naar u kijken en hoeveel van hen u op een negatieve manier bekijken als u over straat loopt, een bus instapt of langs een terras loopt.
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

3. Enquête

In een enquête kunt u onderzoeken wat mensen in uw omgeving vinden van iets waar u zich in uw spontane interpretaties zorgen over maakt. U maakt dan een enquête over dit onderwerp en legt deze voor aan andere mensen. Op deze manier kunt u bijvoorbeeld onderzoeken wat mensen vinden van blozen, of anderen inderdaad veel slimmer zijn dan u, of hoe zij reageren op mensen die iets onhandigs doen in sociale situaties. Voordat u de enquête afneemt is het belangrijk dat u voorspelt wat de uitkomst ervan zal zijn. Om daar enig zicht op te hebben, vult u zelf de enquête in zoals u verwacht dat de anderen deze zullen invullen. Nadat u alle enquêtes heeft teruggekregen vergelijkt u de uitkomsten hiervan met wat u van tevoren voorspeld had. Komen uw voorspellingen overeen met wat de mensen in de enquêtes hebben ingevuld?
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

4. Rollenspel

In een rollenspel kunt u uw spontane interpretaties onderzoeken door een moeilijk sociale situatie met iemand, bijvoorbeeld uw therapeut of een goede vriend, na te spelen. U evalueert vervolgens of wat u in uw spontane interpretaties vreest, ook werkelijk gebeurt. Komt u inderdaad zo raar, dom, onhandig of saai over als u vreest? Merkt de ander inderdaad dat u angstig bent?
Marisol J. Voncken, Susan M. Bögels

Nawerk

Meer informatie