Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Een eestroornis ontwricht je leven. Je fysieke gezondheid lijdt eronder, je sociale activiteiten worden erdoor beïnvoled en je werk of studie kan in het gedrang komen. Toch zoeken mensen met een eetprobleem zelden professionele hulp. Dat is jammer, want het is goed mogelijk om van een eetstoornis af te komen.In Leven met een eetstoornis laten Anita Jansen en Hermien Elgersma zien wat je kunt doen om van je eetprobleem af te komen. Met het inzicht dat ze hebben opgedaan tijdens hun jarenlange ervaring als therapeut en onderzoeker beschrijven ze de realiteit van anorexia nervosa, boulimia nervosa en andere eetsoornissen, zoals de eetbuistoornis. Ze noemen de risicofactoren voor het ontwikkelen van een eetstoornis en beschrijven mogelijke therapieën.Erkenning van je eerstoornis is vaak de lastigste stap. De auteurs helpen je daarom eerst op weg het besluit te nemen voorgoed vaarwel tegen je problemen te zeggen en vervolgens te kiezen voor de therapie die het beste bij jou past.Een eetprobleem raakt niet alleen de patiënt zelf. Partners van patiënten weten vaak niet hoe zij met de situatie moeten omgaan. Mensen met een eetstoornis kunnen zelfs een heel gezin ontwrichten. De auteurs geven daarom ook tips hoe je een patiënt kunt ondersteunen terwijl je voorkomt dat je er zelf partner of betrokkene aan onderdoor gaat.Leven met een eetstoornis verschijnt in de reeks Van A tot ggZ.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Wat is er met me aan de hand?

Abstract
Hoe zie ik er uit? Hoeveel weeg ik? Wat en hoeveel zal ik eten? Dit soort vragen spookt voortdurend door het hoofd van iemand met een eetstoornis. Het zijn meestal meisjes en jonge vrouwen die last van eet-stoornissen hebben. Onafgebroken piekeren ze over hun gewicht, over hun uiterlijk, en hoe ze het vandaag voor elkaar gaan krijgen om vrij-wel niets te eten. Ze zijn intens ontevreden over hun eigen lichaams-vormen en hebben veel behoefte aan controle over dat lichaam. Iemand met een eetstoornis voelt zich altijd dik, walgt van haar eigen lijf, en streeft steeds naar een lager lichaamsgewicht.
Anita Jansen, Hermien Elgersma

2. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Abstract
Hoe komt iemand aan een eetstoornis? Om eerlijk te zijn: we weten dat niet zo goed. Er bestaan wel ideeën over, maar of die kloppen is nog de vraag. Het is niet duidelijk waarom sommige mensen wel een eetstoor-nis ontwikkelen en andere mensen niet. Wel zijn er aanwijzingen dat bepaalde factoren de kans op een eetstoornis vergroten. In dit hoofd-stuk zullen we stilstaan bij die factoren, de zogenaamde risicofactoren. Ook bespreken we de belangrijkste ideeën over hoe een eetstoornis ontstaat en waarom de stoornis blijft voortbestaan.
Anita Jansen, Hermien Elgersma

3. Wat staat me te wachten?

Abstract
Van alle mensen met een eetstoornis, zoeken er maar weinig professionele hulp. Geschat wordt dat in Nederland 370 van de 100.000 meisjes en jonge vrouwen anorexia nervosa hebben, dat is bijna een halve pro-cent. Dus in een groep van bijna 250 meisjes en jonge vrouwen bevindt zich ongeveer 1 anorexia-nervosapatiënt.
Anita Jansen, Hermien Elgersma

4. Wat betekent een en ander voor mijn omgeving?

Abstract
Een eetstoornis is in de eerste plaats heel vervelend voorjezelf. Het kan je denken, doen en voelen zodanig beïnvloeden dat je het nauwehjks meer op kunt brengen om met andere dingen bezig te zijn. Je hebt het idee dat een eetstoornis je veel oplevert, bijvoorbeeld het gevoel dat je perfecte controle overje lichaam en gewicht hebt. Dat is inderdaad iets dat je heel goed lukt. Maar je zult merken dat een eetstoornis ook veel nadelen met zich meebrengt; je zelfvertrouwen neemt bijvoorbeeld af, je hebt nog maar weinig vrienden, mensen begrijpen je niet, je leven wordt beheerst door je gewicht en eten, en je hebt geen tijd en energie meer voor andere belangrijke dingen. Maar niet alleenjij, ookje omge-ving kan flink lijden onder jouw eetstoornis.
Anita Jansen, Hermien Elgersma

5. Behandeling

Abstract
Aan het einde van de vorige eeuw stimuleerde de overheid een tiental instellingen, verspreid over het hele land, om zich te specialiseren in de behandeling van eetstoornissen. Dit betekende een buitengewone groei in de mogelijkheden om behandeld te worden. Via het web is het eenvoudig om na te gaan of er in een bepaalde buurt zo’n instelling is (zie www.eetstoornis.info). Naast genoemde instellingen worden eetstoornissen ook behandeld in andere GGZ-instellingen, zoals een instelling voor ambulante geestelijke gezondheidszorg of een vrijgeves-tigde praktijk voor psychotherapie. Ook zijn er zelfhulpgroepen en cliëntenorganisaties (zie bijvoorbeeld www.sabn.nl). Desondanks is de schatting dat slechts 1 op de 3 patiënten met anorexia nervosa uitein-delijk in de geestelijke gezondheidszorg terechtkomt, en niet meer dan 1 op de 16 patiënten met boulimia nervosa.
Anita Jansen, Hermien Elgersma

6. Wat kan ik er zelf aan doen?

Abstract
In het vorige hoofdstuk zagen we dat cognitieve gedragstherapie de behandeling is waar de meeste patiënten prohjt van hebben. Cognitieve gedragstherapie is de beste behandeling voor de meeste patiënten met eetstoornissen, en wordt daarom ook wel de voorkeursbehandeling voor eetstoornissen genoemd. De behandeling probeert niet alleen je gedrag te veranderen, maar ook de manier waarop je denkt en voelt. Een deel van de oefeningen die je doet is gericht op je gedrag, een ander deel op je gedachten en gevoelens. In dit hoofdstuk staan een heleboel oefeningen uit de cognitieve gedragstherapie beschreven. Die kun je thuis doen, alleen of samen, of als ondersteuning bij een cognitieve gedragstherapie.
Anita Jansen, Hermien Elgersma

Nawerk

Meer informatie