Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Deze editie van het Leerboek intensive-care-verpleegkunde is aangepast aan nieuwe inzichten en protocollen en beschrijft het volledige actuele terrein van de intensive-care-verpleegkunde.
Dit tweedelige leerboek wordt gebruikt in de opleiding tot intensive-care-verpleegkundige in Nederland en België en in een aantal opleidingen met een overeenkomstig karakter. Daarnaast is het een actueel naslagwerk voor de intensive-care-verpleegkundige in de praktijk.
Deel 1 begint met een introductie tot de intensive care en de ervaringen en psychosociale behoeften van de patiënten op de afdeling intensive care. Aansluitend volgen uitgebreide hoofdstukken over het hart en het bloedvatenstelsel. In het hoofdstuk Bloed zijn de onderdelen milieu intérieur en infectie en weerstand opgenomen. Het hoofdstuk Shock bevat naast de medische en verpleegkundige aspecten van shock ook het onderwerp multi-orgaanfalen. Het hoofdstuk Cardiopulmonaire resuscitatie beschrijft de laatste protocollen zoals die door de Nederlandse Reanimatieraad en de European Resuscitation Council zijn vastgesteld.
Deel 2 vervolgt met hoofdstukken over de huid- en wondverzorging op de afdeling intensive care, de respiratie, het centrale zenuwstelsel, het renale systeem, het gastro-intestinale systeem en endocriene ziekten. Dit deel wordt afgesloten met capita selecta waarin zijn opgenomen de regulatie van de lichaamstemperatuur, pijnbestrijding, traumatologie en farmacotherapie.
Geert van den Brink is als directeur verbonden aan de Radboud Zorgacademie te Nijmegen en daarnaast coördinator van de masteropleiding Physician Assistant van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Frans Lindsen werkte tot 1 maart 2013 als senior opleidingsadviseur bij het Landsteiner Instituut van het Medisch Centrum Haaglanden te Den Haag.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1 Introductie tot de intensive care

Samenvatting
Het is een mooi begin van een verpleegkundeboek over intensive care (IC) om het ontstaan van intensive care te verbinden met de ideeën en de visie van Florence Nightingale (1820-1910), die vond dat ernstig gewonden verpleegd moeten worden in de nabijheid van de zusterpost en die het belang onderstreepte van ruimtes die aansluiten bij de operatiekamer om de patiënt te laten herstellen.
D. Döpp, G.C.T.M. Stoop

2 Het hart

Samenvatting
De werking van het hart berust op een ritmische contractie van de hartspier. De contractie is het gevolg van prikkeling van de hartspiercellen. De elektrische activiteit die tijdens de hartcyclus ontstaat, kan aan de oppervlakte van het lichaam geregistreerd worden en wordt het elektrocardiogram genoemd.
Geert van den Brink, F.W.M. Lindsen

3 Het bloedvatenstelsel

Samenvatting
Aandoeningen van het bloedvatenstelsel zijn veelvoorkomende verschijnselen in onze maatschappij, en de gevolgen kunnen ingrijpend zijn.
M. Lange, J. Wille

4 Het bloed

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan een aantal onderwerpen die verband houden met het bloed, met infectie, met weerstand en met het milieu intérieur. Veel IC-patiënten hebben een verstoring van bloedwaarden, een infectie, een verminderde weerstand, of een verstoring van het milieu intérieur. Naast praktische aspecten, zoals het afnemen van bloed, worden in dit hoofdstuk ook de oorzaken en gevolgen van de betreffende verstoringen beschreven.
Geert van den Brink, F.W.M. Lindsen

5 Shock

Samenvatting
Er zijn veel definities van het algemene begrip shock. Een definitie die bruikbaar lijkt, luidt als volgt:
J.A.P. van der Sloot, W.K. Lagrand, J.J. Koolen

6 Cardiopulmonale reanimatie

Samenvatting
De zuurstoftoevoer naar de cellen is de meest kritische van onze levensfuncties. Dit is te wijten aan de geringe oplosbaarheid van zuurstof in water (0,0031 ml per 100 ml water en per mmHg partiële zuurstofdruk; 0,0233 ml per 100 ml water en per kPa partiële zuurstofdruk) en de lage partiële zuurstofdruk (<5 mmHg, < 0,7 kPa) waarbij onze cellen functioneren.
W. de Vries, B. Winnen, H.H. Delooz

7 Defibrilleren

Samenvatting
‘Het hart fibrilleert! Kijk, het is ventrikelfibrilleren!’ Deze kreten geven meestal een verhoogde activiteit te zien van het personeel op een IC-afdeling. Normaal is de verpleegkundige de eerste die ingrijpt in dergelijke situaties en daarom moet hij goed op de hoogte zijn van de oorzaak en de behandeling van het ventrikelfibrilleren. In dit hoofdstuk wordt zowel de techniek van het defibrilleren als de verpleegkundige verantwoordelijkheid bij het defibrilleren beschreven.
F.W.M. Lindsen, M. Somers

8 De intra-aortale ballonpomp

Samenvatting
De intra-aortale ballonpomp (IABP) is een mechanisch apparaat dat, met behulp van een ballonkatheter in de aorta, enerzijds een verhoogde perfusie van de coronairarteriën teweegbrengt en anderzijds de belasting van het linkerventrikel verlaagt (figuur 8.1). Deze therapie wordt met name toegepast bij de cardiologische en de cardiochirurgische patiënt en is altijd tijdelijk van aard.
G. van den Brink

9 De pacemaker en de implanteerbar cardioverter-defibrillator

Samenvatting
Hartstimulatie met behulp van een pacemaker (impulsgenerator of kunstmatige gangmaker) wordt sinds 1958 (de eerste implantatie van een inwendige pacemaker door Senning en Elmqvist) met succes toegepast als therapie bij hartritme- en/of geleidingsstoornissen. Bij bradycardie (trage hartslag) of asystolie zorgt de pacemaker voor behoud van de bloeddruk door het hart te stimuleren door middel van het afgeven van een elektrische impuls.
F.W.M. Lindsen, R. de Melker, J.C. Balt, P. Houdijk
Meer informatie