Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

Gepubliceerd in: GZ - Psychologie 4/2018

01-08-2018 | Psychodiagnostiek Tijdelijk gratis!

Klinische neuropsychologie: een must voor de gz-psycholoog?

Auteurs: Annelien Duits, Jeanette Dijkstra

Gepubliceerd in: GZ - Psychologie | Uitgave 4/2018

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
insite
ZOEKEN

Samenvatting

De klinische neuropsychologie is een relatief jong vakgebied dat in de tweede helft van de vorige eeuw tot ontwikkeling kwam. Sinds 2008 wordt de klinisch neuropsycholoog officieel erkend als tweede specialisme binnen de gezondheidszorgpsychologie, naast de klinisch psycholoog. Maar wat doet een klinisch neuropsycholoog precies en wat moet de gz-psycholoog weten van de neuropsychologie?
Opmerkingen
Annelien Duits promoveerde in 1998 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en werkt sinds 1999 als geregistreerd klinisch neuropsycholoog op de afdeling Psychiatrie en Psychologie van het Maastricht UMC+. Daarnaast is ze als onderzoeker verbonden aan de School for Mental Health & Neurosciences (MHeNS) van de Universiteit Maastricht (UM).
Ze doet o.a. onderzoek naar gedrag en cognitie van patiënten met bewegingsstoornissen en patiënten met een neurostimulator. Verder is ze betrokken bij het onderwijs binnen de UM en postdoctoraal onderwijs in het kader van de beroepsopleidingen voor BIG-psychologen en is ze bestuurslid van de sectie Neuropsychologie van het NIP.
Jeanette Dijkstra promoveerde in 1997 op het effect van anesthesie op het cognitief functioneren. Zij is geregistreerd klinisch neuropsycholoog en gezondheidszorgpsycholoog, in opleiding tot klinisch psycholoog en werkt in het Maastricht UMC+. Binnen haar vakgebied is ze actief als docent en bestuurslid. Zo is zij p-opleider binnen het MUMC+, hoofddocent klinische neuropsychologie bij RINO Zuid en copromotor bij promoties. Daarnaast is zij vicevoorzitter van het College van de FGzPt, voorzitter van de Accreditatiecommissie van de FGzPt, lid van het DB en penningmeester van het Landelijk p-opleiders overleg (LPO), bestuurslid van Stichting WKK (wetenschapsbevordering klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog) en bestuurslid van de sectie Neuropsychologie van het NIP.
De klinische neuropsychologie is een specialisme van het basisberoep gz-psycholoog (zie figuur 1) dat zich richt op de gevolgen van hersenaandoeningen bij mensen in alle leeftijdscategorieën. Deze aandoeningen variëren van acute aandoeningen, zoals een hersentrauma of een beroerte, tot ontwikkelingsstoornissen, zoals autisme en ADHD, psychiatrische stoornissen, zoals schizofrenie, en neurodegeneratieve aandoeningen, zoals de ziekte van Alzheimer en Parkinson. De gevolgen van deze hersenaandoeningen lopen uiteen. Behalve de eventuele lichamelijke symptomen treden soms cognitieve stoornissen en emotionele en gedragsproblemen op.
De klinisch neuropsycholoog verricht specialistische diagnostiek, behandelt patiënten en maakt daarbij een vertaalslag naar iemands dagelijks functioneren. Hierbij wordt de mantelzorger van de patiënt betrokken en/of diens systeem. Een belangrijke taak voor de klinisch neuropsycholoog is te bepalen in hoeverre de klachten en stoornissen toegeschreven kunnen worden aan organisch-cerebrale pathologie dan wel of deze volledig of gedeeltelijk worden bepaald door andere factoren zoals pijn, angst, vermoeidheid, persoonlijkheidsproblematiek, somberheid of onderpresteren. Op basis hiervan wordt een definitieve conclusie getrokken en wordt de indicatie voor behandeling of verder beleid bepaald. Mogelijke interventies binnen de neuropsychologische behandeling zijn psycho-educatie, cognitieve training en psychotherapie, waarbij de therapie is aangepast aan de specifieke kenmerken van patiënten met hersenaandoeningen.
Een groot deel van de klinisch neuropsychologen doet ook wetenschappelijk onderzoek en net als klinisch psychologen vervullen zij vaak leidinggevende functies en zijn ze betrokken bij zorginnovaties (uit: Beroepsprofiel klinisch neuropsycholoog, 2015).

Klinische neuropsychologie voor gz-psychologen

Veel gz-psychologen werken net als de klinisch neuropsychologen in (academische) ziekenhuizen, revalidatie-instellingen, ggz-instellingen en verpleeghuizen. Vaak krijgen zij ook verwijzingen voor patiënten met een hersenaandoening met de specifieke vraag naar diagnostiek en/of de behandeling van cognitieve stoornissen. Binnen het beroepsprofiel van de klinisch neuropsycholoog stellen we dat de gz-psycholoog het gebruik van gestandaardiseerde neuropsychologische instrumenten beheerst en kennis heeft van veelvoorkomende hersenaandoeningen, zoals trauma, beroerte en dementie. De inzet van de klinisch neuropsycholoog is nodig bij situaties waarin de gebruikelijke diagnostiek geen eenduidig beeld oplevert, bij complexe comorbiditeit of zeldzame ziektebeelden, en wanneer standaarddiagnostische instrumenten ontoereikend zijn. Gz-psychologen kunnen gebruikmaken van de richtlijnen voor neuropsychologische diagnostiek die ontwikkeld zijn in samenwerking met de sectie Neuropsychologie van het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP). Deze richtlijnen bieden handvatten voor het diagnostisch handelen bij het beantwoorden van klinisch neuropsychologische vraagstellingen. Behalve een algemene richtlijn voor neuropsychologische diagnostiek zijn er ook specifieke richtlijnen beschikbaar voor patiënten met een beroerte, traumatisch hersenletsel en voor neuropsychologische expertise. Richtlijnen voor dementie en de ziekte van Parkinson zijn in ontwikkeling, deze zullen begin 2019 beschikbaar zijn. De monodisciplinaire richtlijnen beschrijven beknopt de aspecten die aan de orde moeten komen in de anamnese en heteroanamnese, de relevante observaties en de domeinen die bij het (test)onderzoek onderzocht moeten worden. Verder worden hierin suggesties gedaan voor tests en de interpretatie hiervan en voor wanneer en naar wie kan of moet worden doorverwezen. De richtlijnen zijn opgesteld voor psychologen die ten minste gekwalificeerd zijn als gz-psycholoog en deze beperken zich tot neuropsychologische diagnostiek in strikte zin. De psycholoog dient echter ook steeds de bredere context van zijn of haar patiënt in de diagnostiek te betrekken, zoals eventuele comorbiditeit, de gevolgen die de stoornis of aandoening heeft voor het dagelijks leven van de patiënt en de indicatiestelling voor eventuele behandeling.
‘De psycholoog dient steeds de bredere context van de patiënt in de diagnostiek te betrekken’
Voor wat betreft de neuropsychologische behandeling heeft de klinisch neuropsycholoog de regie en eindverantwoordelijkheid als het gaat om het opstellen van een neuropsychologisch behandelplan dat wordt afgestemd op de specifieke kenmerken (beperkingen, mogelijkheden en doelen) van een individuele patiënt. Delen van een dergelijk behandelplan kunnen door andere disciplines worden uitgevoerd, zoals door ergotherapeuten, cognitief trainers, logopedisten en gz-psychologen.

Klinische neuropsychologie in de gz-opleiding

Wanneer we kijken naar het competentieprofiel van de gz-psycholoog, zoals de Kamer gz-psycholoog dat heeft beschreven in het opleidingsplan gz-psycholoog (2012), dan heeft de gz-psycholoog na zijn opleiding kennis van neuropsychologie, doet onderzoek naar cognitieve functies, kan tests scoren en interpreteren en kan de resultaten hiervan combineren en integreren in de verslaglegging. Dus als het goed is, kan de gz-psycholoog na zijn opleiding zelfstandig een neuropsychologisch onderzoek uitvoeren. De vraag is of dit inderdaad het geval is en of het niveau voldoende is om door te stromen naar de specialistische opleiding tot klinisch neuropsycholoog. Bestudering van de verschillende curricula van de opleiding tot gz-psycholoog laten grote verschillen zien tussen de zes landelijke opleidingsinstellingen. Daar waar de ene instelling zestig uur cursorisch onderwijs geeft, biedt de andere dertig uur en bij weer een andere is dit onderdeel niet of nauwelijks herkenbaar omdat het in een groter algemeen diagnostiekblok is ondergebracht. De inhoudelijke invulling verschilt ook aanzienlijk. Zo ligt het accent bij de ene instelling op ziektebeelden en bij de andere op cognitieve functies en meetinstrumenten. De vraag is dan ook of de invulling van het onderdeel neuropsychologie binnen de gz-opleiding bij de verschillende opleidingsinstellingen wel van voldoende niveau is om te voldoen aan de vereisten van het landelijke competentieprofiel. Hierbij komt nog dat een groot deel van de praktijkopleidingsinstellingen niet goed is toegerust om een neuropsychologisch onderzoek uit te voeren, waardoor de vertaalslag naar de praktijk onvoldoende gewaarborgd is en deze competentie in de meeste gevallen niet verder komt dan de theoretische kennis die tijdens het cursorisch onderwijs wordt opgedaan. Vraagt dit nu om een aanpassing van het competentieprofiel of om een aanpassing van de verschillende curricula? Feitelijk komt het erop neer dat wanneer je vóór de opleiding tot gz-psycholoog al ervaring hebt in de neuropsychologie, je weinig nieuws zult leren en wanneer je geen ervaring hebt je deze competentie ook niet zult ontwikkelen binnen de gz-opleiding. Dit is onwenselijk omdat deze generalistische basisopleiding je in ieder geval voldoende zou moeten bieden om door te stromen naar de specialistische vervolgopleiding tot klinisch neuropsycholoog. Met de huidige invulling van het curriculum schatten wij in dat de kans klein is dat iemand na het volgen van de gz-opleiding deze keuze kan en/of zal maken. Het aantal opleidingsplekken tot klinisch neuropsycholoog is door het capaciteitsorgaan vorig jaar vastgesteld op 27 gesubsidieerde opleidingsplekken per jaar. Het aantal studenten dat momenteel jaarlijks wordt opgeleid blijft nog behoorlijk achter en dat zou deels met het bovenstaande kunnen samenhangen.
‘Het is hoe dan ook noodzakelijk dat de gz-psycholoog op zijn minst kennis heeft van de neuropsychologie’

Conclusie

Het aantal gz-psychologen dat in aanraking komt met patiënten waarbij mogelijk sprake is van cognitieve problemen, al dan niet op basis van organisch-cerebraal lijden, is groot. Het aantal klinisch neuropsychologen is echter klein. Het is dus hoe dan ook noodzakelijk dat de gz-psycholoog op zijn minst kennis heeft van de neuropsychologie, hier oog voor heeft in het patiëntencontact, hier onderzoek naar kan doen, hierover kan rapporteren en weet wanneer hij of zij moet doorverwijzen naar een klinisch neuropsycholoog. Dit zijn precies de competenties die in het opleidingsplan gz-psycholoog beschreven staan, maar binnen de huidige opleiding tot gz-psycholoog is deze competentie op dit moment onvoldoende gewaarborgd.
Informatie
Richtlijnen voor neuropsychologische diagnostiek: www.​psynip.​nl
share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
Literatuur
go back to reference Beroepsprofiel De Klinisch Neuropsycholoog (2015). Uitgave van de Nederlandse Vereniging voor Gezondheidszorgpsychologie (NVGzP) en het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). Utrecht. Beroepsprofiel De Klinisch Neuropsycholoog (2015). Uitgave van de Nederlandse Vereniging voor Gezondheidszorgpsychologie (NVGzP) en het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). Utrecht.
go back to reference Opleidingsplan gz-psycholoog (2012). Uitgave van de Kamer GZ-psycholoog. Opleidingsplan gz-psycholoog (2012). Uitgave van de Kamer GZ-psycholoog.
Metagegevens
Titel
Klinische neuropsychologie: een must voor de gz-psycholoog?
Auteurs
Annelien Duits
Jeanette Dijkstra
Publicatiedatum
01-08-2018
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Gepubliceerd in
GZ - Psychologie / Uitgave 4/2018
Print ISSN: 1879-5080
Elektronisch ISSN: 1879-5099
DOI
https://doi.org/10.1007/s41480-018-0148-y