Skip to main content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2006 | OriginalPaper | Hoofdstuk

Is een cervix-smear klasse II reden tot ongerustheid?

Auteur : Dr. M.E. Boon

Gepubliceerd in: Vademecum permanente nascholing huisartsen

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

Er is alleen aanleiding ongerust te zijn over een uitstrijkje met een Pap-II als er een grote kans is dat er in de follow-up ernstige afwijkingen worden geconstateerd.
Literatuur
go back to reference Grauw M de, Berg JWM van den, Dormans-Visscher A, et al. Wat laat de follow-up van een Pap-II zien? Histotechniek/Cyto-Visie 1996; 4: 21-25. Grauw M de, Berg JWM van den, Dormans-Visscher A, et al. Wat laat de follow-up van een Pap-II zien? Histotechniek/Cyto-Visie 1996; 4: 21-25.
go back to reference National Cancer Institute Workshop. The Bethesda system for reporting cervical/vaginal cytologic diagnoses. Acta Cytol 1989; 33: 567-74. National Cancer Institute Workshop. The Bethesda system for reporting cervical/vaginal cytologic diagnoses. Acta Cytol 1989; 33: 567-74.
go back to reference Sidawy MK, Tabbara SO. Reactive change and atypical squamous cells of undetermined significance in Papanicolaou smears: A cytohistologic correlation. Diagn Cytopathol 1993; 9: 423-27. Sidawy MK, Tabbara SO. Reactive change and atypical squamous cells of undetermined significance in Papanicolaou smears: A cytohistologic correlation. Diagn Cytopathol 1993; 9: 423-27.
go back to reference Kok MR. Een zinvolle afbakening van Pap-II met behulp van PAPNET-beelden. NVVP Pathologendagen, Ede, 24-25 april 1997. Kok MR. Een zinvolle afbakening van Pap-II met behulp van PAPNET-beelden. NVVP Pathologendagen, Ede, 24-25 april 1997.
Metagegevens
Titel
Is een cervix-smear klasse II reden tot ongerustheid?
Auteur
Dr. M.E. Boon
Copyright
2006
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-8808-0_700