Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit is alweer de tiende druk van Helder rapporteren, met afstand al jaren de meest veelzijdige en complete handleiding voor een ieder die een scriptie of rapport moet schrijven. Rijk geïllustreerd en vol praktische tips. Voor onderwijs en praktijk.Wat kun je van deze sterk geactualiseerde herdruk van Helder rapporteren verwachten? Antwoord op de volgende vragen: • Hoe zorg ik voor een duidelijke en haalbare onderzoeks- en schrijfopdracht?• Waar en hoe vind ik in de bibliotheek/mediatheek en op internet relevante en betrouwbare informatie over mijn onderwerp?• Op welke wijze verwerk ik de door mij gebruikte literatuur?• Welke mogelijkheden zijn er om mijn tekst in te delen? Waarin verschilt een scriptie daarin van een rapport uit de praktijk?• Wat zet ik in mijn voorwoord, samenvatting, inleiding en conclusie?• Waarop moet ik letten als ik een begrijpelijke, aantrekkelijke en correcte tekst wil schrijven?• Met welke middelen geef ik mijn tekst een functionele en aantrekkelijke vormgeving?• Wanneer kies ik voor een tabel, een grafiek of een schematische voorstelling? Hoe zet ik die vervolgens op?In deze druk wordt extra aandacht besteed aan onderwerpen die scriptieschrijvers in de praktijk de meeste problemen opleveren. Het formuleren van de probleemstelling en de invulling van samenvatting, inleiding, methode, resultaten, discussie, conclusies en aanbevelingen. Daarnaast is er meer aandacht voor het opsporen, beoordelen en verwerken van literatuurgegevens.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding

1. Inleiding

Ieder onderzoeksverslag is – het woord zegt het al – het product van twee activiteiten: onderzoeken en schrijven. Met de eerste activiteit hebben bijna alle onderzoekers meer op dan met de tweede.
Peter Nederhoed

Voorbereiding

Voorwerk

2. Verkenning van onderzoeks- en rapporteringsterrein

Veel onderzoeksteksten zijn al tot mislukken gedoemd voor er ook maar één woord op papier staat. Dat komt doordat de schrijvers ervan in een eerder stadium, bij de start van hun onderzoek, onvoldoende hebben nagedacht over de uitgangspunten ervan: wat ze, waarom, voor wie, op welke wijze willen of moeten onderzoeken (zie fig. 2.1).
Peter Nederhoed

3. Opsporen van informatie

In dit hoofdstuk komen twee specifieke vormen van bureauonderzoek en eigen onderzoek aan de orde: literatuuronderzoek (par. 3.1) en vragenonderzoek (par. 3.2). Ze spelen, in tegenstelling tot andere vormen van onderzoek (bijvoorbeeld experimenten of observaties), bij vrijwel ieder onderzoek een grote rol.
Peter Nederhoed

4. Het opstellen van een rapportschema

Bureauonderzoek en eigen onderzoek hebben het materiaal geleverd waarmee je antwoord moet kunnen geven op de centrale onderzoeksvraag. Dat antwoord dient op een logische wijze te worden georganiseerd én op een taalkundig verzorgde manier onder woorden te worden gebracht.
Peter Nederhoed

Illustraties

Voorwerk

5. Algemene aanwijzingen voor het gebruik van illustraties

Wanneer gebruik je een illustratie? Dat is zinvol als daardoor:
  • de lezer gegevens en relaties tussen deze gegevens beter kan begrijpen, sneller kan verwerken en gemakkelijker kan onthouden;
  • de verbale beschrijving van gegevens en van de relaties tussen deze gegevens kan worden ingekort;
  • belangrijke gegevens en relaties kunnen worden geaccentueerd.
Peter Nederhoed

6. Tabellen

Tabellen maken het mogelijk een grote hoeveelheid (doorgaans kwantitatieve) onderzoeksgegevens ordelijk, gedetailleerd en compact weer te geven.
Peter Nederhoed

7. Grafieken

Tabellen worden, zoals we in hoofdstuk 6 hebben gezien, vooral ingezet voor de exacte en gedetailleerde presentatie van kwantitatieve gegevens. Daarvoor zijn grafieken niet of minder geschikt.
Peter Nederhoed

8. Schema’s

Schema’s brengen in tegenstelling tot de hiervoor behandelde grafieken geen kwantitatieve, maar kwalitatieve informatie in beeld. Ze laten zien uit welke onderdelen, stappen of stadia een organisatie, proces, procedure, mechanisme, organisme of theorie bestaat en hoe deze onderdelen enzovoort daarin aan elkaar zijn gerelateerd.
Peter Nederhoed

De onderdelen van het rapport

Voorwerk

9. Voorafgaande onderdelen

Vijf onderdelen gaan doorgaans aan de kern van het rapport vooraf: het omslag, de titelpagina, het voorwoord, de inhoudsopgave en de samenvatting. Dit laatste onderdeel staat ook wel vóór de inhoudsopgave.
Peter Nederhoed

10. Hoofdonderdelen

De hoofdonderdelen van het rapport voeren de lezer vanuit de vraagstelling via de uitwerking daarvan naar het antwoord op of de afronding van die vraagstelling.
Peter Nederhoed

11. Slotonderdelen

Een rapport wordt vrijwel altijd afgesloten met een literatuuropgave en bijlagen, soms ook met een register of index. Deze onderdelen krijgen geen indelingsteken, omdat ze niet behoren tot de kern van het rapport.
Peter Nederhoed

Formulering van de tekst

Voorwerk

12. Twaalf schrijftips

Ruwweg kunnen we de schrijvers van onderzoeksverslagen in twee typen indelen: schrijvers die eerst plannen en dan formuleren – de planners – en schrijvers die eerst formuleren en later (re)organiseren – de doeners.
Peter Nederhoed

13. De alinea

Alinea’s nemen in het rapport een sleutelpositie in: ze zijn eindpunt van de indeling en vertrekpunt van de formulering van de tekst. Alinea’s maken het mogelijk de onderdelen die in het rapportschema staan, op te splitsen in gedachte-eenheden die voor lezers gemakkelijk zijn te overzien en die voor schrijvers betrekkelijk eenvoudig zijn te verwoorden.
Peter Nederhoed

14. Zinsbouw

De lezer zal een boodschap gemakkelijker kunnen verwerken wanneer je deze onderbrengt in zinnen met een overzichtelijke en aantrekkelijke structuur. Dit hoofdstuk geeft daarvoor aanwijzingen.
Peter Nederhoed

15. Woordgebruik

Een tekst is begrijpelijker en aantrekkelijker wanneer je in je woordkeus rekening houdt met de volgende aanwijzingen over levendig, exact, bondig en eenvoudig woordgebruik. Die woordkeus is veel bepalender voor de stijl van een tekst dan de lengte en de structuur van de zinnen.
Peter Nederhoed

Afwerking van het rapport

Voorwerk

16. Spelling en interpunctie

Er bestaan zowel voor de spelling als voor de leestekens regels. Maar deze hebben niet dezelfde status. Bij de spelling gaat het om een stelsel van afspraken die beschrijven hoe de gesproken taal op papier moet worden weergegeven.
Peter Nederhoed

17. Vormgeving van de tekst

Of een boodschap wel of niet aankomt, is niet alleen een kwestie van inhoud, opbouw en taalgebruik. Van niet te onderschatten belang is ook de wijze waarop de boodschap in beeld wordt gebracht, vorm wordt gegeven.
Peter Nederhoed

Nawerk

Meer informatie