Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek geeft doktersassistenten en praktijkondersteuners (in opleiding) gedegen kennis over geneesmiddelen en vertaalt die kennis naar de praktijk. Zo kun je dankzij de informatie in dit boek het spoedeisende karakter van een hulpvraag beter bepalen als een patiënt ook medicijnen gebruikt. Bovendien ben je in staat om patiënten voor te lichten en te adviseren over de werking en toepassing van geneesmiddelen.

In deze vijfde druk van Geneesmiddelenkennis voor doktersassistenten zijn de verschillende geneesmiddelengroepen en onderliggende medicatie geactualiseerd. Ook zijn er paragrafen toegevoegd over onder meer farmacogenetica en chronotherapie. Het boek geeft eerst een algemene inleiding over geneesmiddelen en bespreekt dan de meest gebruikte medicijnen aan de hand van orgaanstelsels.

Geneesmiddelenkennis voor doktersassistenten is bij uitstek geschikt voor doktersassistenten, praktijkondersteuners en degenen die daarvoor worden opgeleid.

Jan van Amerongen werkt als arts-docent bij het Alfa-college te Hoogeveen. Daarnaast is hij betrokken bij de nascholing van doktersassistenten in Noord-Nederland.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Wat is een geneesmiddel?

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over wat geneesmiddelen zijn, hoe de naamgeving tot stand komt en welke regels er zijn voor het voorschrijven. Ook wordt daarbij aandacht besteed aan het preferentiebeleid.
J. van Amerongen

2. Toepassing van een geneesmiddel

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over de algemene kenmerken van geneesmiddelen die in de praktijk van belang zijn bij het gebruik. We staan stil bij de diverse toedieningsvormen en toedieningswegen van geneesmiddelen en bekijken wat er in het lichaam allemaal met een geneesmiddel gebeurt. Om in naslagwerken gevonden informatie over geneesmiddelen goed te kunnen begrijpen, is deze basiskennis nodig. Ook therapietrouw, misbruik van geneesmiddelen en de werking van geneesmiddelen zonder werkzame stoffen komen in dit hoofdstuk aan bod. Ten slotte wordt er aandacht gegeven aan nieuwe ontwikkelingen als farmacogenetica en chronotherapie.
J. van Amerongen

3. Pijn

Samenvatting
Er zijn zeer veel verschillende soorten pijn. Pijn kan niet alleen acuut of chronisch zijn, maar ook brandend, stekend, krampend enzovoort. In dit hoofdstuk worden de meest gebruikte pijnstillers behandeld en wordt aangegeven wat de belangrijkste bijwerkingen, contra-indicaties en interacties van de gangbare middelen zijn.
J. van Amerongen

4. Psychische aandoeningen

Samenvatting
Slaap-en kalmeringsmiddelen behoren tot de meest gebruikte geneesmiddelen van deze tijd. Ongeveer een op de tien voorschriften heeft betrekking op een geneesmiddel uit deze groep. In dit hoofdstuk worden de slaap-en kalmeringsmiddelen gezamenlijk behandeld, omdat het in de praktijk meestal gaat om een en dezelfde groep geneesmiddelen, namelijk de benzodiazepinen.
J. van Amerongen

5. Mond, keel, neus en oren

Samenvatting
In dit hoofdstuk houden wij ons bezig met de behandeling van aandoeningen van mond, keel, neus en oren. Deze aandoeningen zul je in de huisartspraktijk regelmatig tegenkomen. Veel van deze aandoeningen lenen zich voor adviezen en het gebruik van zelfzorgmiddelen.
J. van Amerongen

6. Bloed

Samenvatting
Bloed brengt voedingsstoffen en zuurstof bij de cellen. Om ervoor te zorgen dat er voldoende rode bloedcellen zijn die het zuurstof allemaal goed kunnen binden, heb je bepaalde vitaminen en ijzer nodig. Tekorten kunnen leiden tot bloedarmoede. Ook de stollingsfunctie van bloed is van levensbelang. Het broze evenwicht in de stolling kan door verschillende oorzaken verstoord raken, met trombose als gevolg. Om dit te voorkomen, is soms een antistollingsbehandeling nodig.
J. van Amerongen

7. Bloedsomloop

Samenvatting
Hart- en vaatziekten zijn een belangrijke doodsoorzaak in Nederland. In de huisartsenpraktijk wordt geprobeerd deze ziekten te voorkomen of te vertragen. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van cardiovasculair risicomanagement (CVRM). Van mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten worden daarbij de risicofactoren in kaart gebracht. Waar nodig worden deze mensen vervolgens behandeld met leefstijladviezen en medicijnen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste geneesmiddelengroepen daarvoor behandeld.
J. van Amerongen

8. Maag-darmkanaal

Samenvatting
Het maag-darmkanaal geeft bij veel mensen regelmatig aanleiding tot klachten. Vaak betreft het onschuldige, maar wel vervelende kwalen. Soms gaat het om chronische, invaliderende aandoeningen. In dit hoofdstuk worden de geneesmiddelen bij maagklachten, (chronische) diarree, obstipatie en het prikkelbaredarmsyndroom behandeld.
J. van Amerongen

9. Luchtwegen

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over aandoeningen van de luchtwegen die regelmatig in de huisartspraktijk gezien worden. Paragraaf 9.1 gaat in op het hoesten, de verschillende soorten hoest en de verschillende stoffen die bij hoestklachten gebruikt kunnen worden. Paragraaf 9.2 gaat over allergieën. In paragraaf 9.3 ligt de nadruk op de chronische luchtwegaandoeningen, zoals astma en COPD.
J. van Amerongen

10. Hormonen

Samenvatting
Van de geslachtshormonen worden vooral de vrouwelijke hormonen en daarvan afgeleide stoffen als geneesmiddel gebruikt. In verreweg de meeste gevallen gaat het daarbij om of een bevruchting te voorkomen of de innesteling van een bevruchte eicel tegen te gaan. Behalve voor het voorkómen van zwangerschap worden de hormonen ook wel voorgeschreven bij overgangsklachten.
J. van Amerongen

11. Stofwisseling

Samenvatting
De alvleesklier en de schildklier zijn de belangrijke organen in ons lichaam als het gaat om het regelen van de processen van omzetten en verwerken van voedingsstoffen en het vrijmaken van energie (stofwisseling of metabolisme). Aandoeningen van deze organen zoals suikerziekte of hyperthyreoïdie geven dan ook altijd een verstoring van de normale stofwisseling. Vooral suikerziekte komt steeds vaker voor. Volgens schattingen hebben bijna een miljoen mensen in Nederland diabetes mellitus. Ongeveer 250.000 mensen weten dat nog niet. Diabetes mellitus kan namelijk lang bestaan zonder dat er ernstige klachten zijn.
J. van Amerongen

12. Huid

Samenvatting
Er zijn vele honderden verschillende huidaandoeningen en meer dan een miljoen Nederlanders lijden aan een chronische huidaandoening. In dit hoofdstuk worden alleen die huidaandoeningen behandeld waarmee de assistent in de (huisarts)praktijk het meest in aanraking komt. Voor het gros van de huidmiddelen geldt dat ze in verschillende bases kunnen worden gebruikt. Dit hoofdstuk begint dan ook met een algemene inleiding over de basis van huidmiddelen. Huidaandoeningen hebben overigens niet alleen lichamelijke klachten tot gevolg. Vrijwel altijd hebben ziekten van de huid ook sociale, psychische en relationele gevolgen.
J. van Amerongen

13. Infectieziekten

Samenvatting
Veel patiënten hebben een magisch geloof in antibiotica. Omdat er daarom veel vraag naar is én omdat deze middelen veel gebruikt worden, is het belangrijk dat een doktersassistent deze middelen goed kent. Een deel van de infectieziekten (schimmels, wormen en luizen) leent zich goed voor advisering en gebruik van zelfzorgmiddelen.
J. van Amerongen

14. Urinewegen

Samenvatting
In de huisartspraktijk komen op het gebied van de urologie, urine-incontinentie en blaasontsteking verreweg het meest voor. Urine-incontinentie is een taboeonderwerp. Dat blijkt al als je nagaat dat er meer dan 600.000 Nederlanders (ongeveer 1 op de 25) last van hebben en er nauwelijks over gesproken wordt. Uit onderzoek is gebleken dat slechts een minderheid van de oudere vrouwen met urine-incontinentie hiervoor hulp zoekt. Voor ons betekent dit, dat we extra alert moeten zijn op het bestaan van urine-incontinentie bij deze groep. Dat kan bijvoorbeeld met een extra vraag op het invulformulier voor urineweginfecties. Dit hoofdstuk gaat over urine-incontinentie en de wat minder vaak voorkomende aandoeningen van de urinewegen en mannelijke geslachtsorganen, zoals goedaardige prostaatvergroting en erectieproblemen. De behandeling van urineweginfecties wordt echter in H. 13 besproken.
J. van Amerongen

15. Oog

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste geneesmiddelen behandeld die gebruikt worden bij irritatie en oogontsteking, bij ooginfecties en glaucoom. Tevens wordt aandacht geschonken aan de eisen waaraan middelen moeten voldoen die in of rond het oog worden toegepast.
J. van Amerongen

16. Psychiatrische aandoeningen

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste psychiatrische aandoeningen behandeld. Bij elke groep wordt aandacht geschonken aan de geneesmiddelengroepen die daarbij toegepast kunnen worden.
J. van Amerongen

17. Aandoeningen van het zenuwstelsel

Samenvatting
Aandoeningen waarvan de oorzaak in het zenuwstelsel ligt, worden neurologische aandoeningen genoemd. Een neurologische aandoening wordt onderscheiden van een psychiatrisch ziektebeeld. Bij de neurologische aandoeningen staan de lichamelijke uitingen voorop, bij de psychiatrische ziektebeelden de gedragsstoornissen. Dit hoofdstuk gaat in op de behandeling van epilepsie en koortsconvulsies, migraine, de ziekte van Parkinson en duizeligheid (vertigo).
J. van Amerongen

18. Kwaadaardige aandoeningen

Samenvatting
Het gemeenschappelijke kenmerk van kwaadaardige aandoeningen is een ongeremde en onbeheersbare celdeling. Daarnaast bestaan veel verschillen tussen de diverse vormen van kanker. Bij de behandeling zijn er naast de vele verschillen ook gemeenschappelijke elementen te noemen. Over deze gemeenschappelijke kenmerken in de behandeling van kwaadaardige aandoeningen gaat het in dit hoofdstuk.
J. van Amerongen

19. Spelvormen

Samenvatting
Werken met geneesmiddelen is voor een doktersassistent een belangrijke competentie. Niet alleen omdat er iedere werkdag herhaalrecepten worden aangeboden, maar ook omdat medicijnen een grote plaats innemen bij behandelingen in de reguliere geneeskunde. In de huisartspraktijk wordt daarnaast ook steeds meer gebruikgemaakt van episodegericht registreren. Daarbij worden de recepten gekoppeld aan episoden en soms ook aan problemen. Bij het inbrengen van door een specialist voorgeschreven medicijnen, is dit koppelen vaak een taak van de doktersassistent. Om die reden is het niet alleen handig, maar zelfs noodzakelijk dat de geneesmiddelen herkend en gekend worden. Het leren herkennen van geneesmiddelen is een moeilijke klus die veel doorzettingsvermogen en tijd vraagt. Er is gelukkig een aantal methoden om het leren voor jezelf aangenamer en effectiever te maken. De ervaring leert dat een spelletje een heel wat effectievere manier van leren is dan het lezen van een boek. Daarom hierna drie spellen. Veel succes!
J. van Amerongen

20. ICPC-codes

Samenvatting
Bij het inbrengen van voorgeschreven medicijnen, moet er ook een koppeling aan een ICPC-code gemaakt worden. In dit hoofdstuk worden, als hulp daarbij, per stofnaam de meest gebruikelijke ICPC-codes aangegeven.
J. van Amerongen

Nawerk

Meer informatie

Extras