Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Doel van deze uitgave is het opfrissen en actualiseren van de kennis van preventieassistenten die al (enkele jaren) praktijkervaring hebben. De nieuwste professionele inzichten worden besproken op basis van recent ontwikkelde Richtlijnen en Adviezen voor de mondzorg.

Dit boek beschrijft relevante wet- en regelgeving voor deze zorgprofessional. Daarnaast worden materialen, instrumenten en methoden voor mondonderzoek en behandeling onder de loep genomen.

Verder worden de (praktische) routinematige werkzaamheden tegen het licht gehouden met het doel om ingeslopen onvolkomenheden op het gebied van ergonomie, instrumentatietechniek, infectiepreventie en efficiency op te sporen en mogelijk te verbeteren.

Ook de logistieke ondersteuning van werkzaamheden, wijze van dossiervoering en tenslotte adequate hygiëne volgens de Richtlijn Infectiepreventie in mondzorgpraktijken worden uitgewerkt. De tekst wordt in ruime mate met verhelderend beeldmateriaal ondersteund.

Deze uitgave is een must have voor iedere preventieassistent die professionaliteit hoog in het vaandel heeft staan.

Dorothee Voeten is vanuit haar werkzaamheden als waarnemend tandarts en als docent intensief betrokken bij het werk van preventieassistenten. Ze is overtuigd van de belangrijke rol die deze beroepsgroep binnen de mondzorg vervult en ondersteunt met dit boekje de professionalisering van het beroep preventieassistent.


Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Wet- en regelgeving voor preventieassistenten

Inleiding
Een tandartsassistent voert assisterende werkzaamheden uit binnen de kaders van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). Daarnaast kunnen ook zelfstandige behandelingen uitgevoerd worden onder de voorwaarden die genoemd staan in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Aanvullend onderwijs op post-MBO-niveau kan gevolgd worden om de functie van preventieassistent te vervullen. Dit opleidingstraject biedt verdiepingsstof aan die aansluit op het lespakket van de MBO-opleiding tandartsassistent en traint specifieke instrumentatievaardigheden. Een goed geschoolde en tevens ervaren preventieassistent kan na een korte anamnese-update en zelf uitgevoerd klinisch mondonderzoek in principe geheel zelfstandig een preventief behandelplan opstellen en uitvoeren. Vanwege het deels risicovolle karakter van de behandelingen geldt aanvullende wet- en regelgeving om de patiëntveiligheid en de kwaliteit te kunnen waarborgen. Preventieassistenten dragen bij aan het ‘kwaliteitsdenken’ door de instelling van een kwaliteitsregister voor preventieassistenten. In dit hoofdstuk wordt de relevante wet- en regelgeving voor de preventieassistent behandeld.
D.M. Voet

2. Rol van de preventieassistent in de mondzorg

Inleiding
In het beroepscompetentieprofiel tandartsassistent uit 2013 worden alle werkvelden benoemd en de kwaliteiten en competenties waarover een vakvolwassen tandartsassistent dient te beschikken. Kernpunten zijn: vakinhoudelijk handelen, communiceren, samenwerken, gezondheidsbevorderend handelen, organiseren, leren en ontwikkelen en professioneel handelen. Naast de primaire taak van het ondersteunen van de behandelaar is er ruimte voor zelfstandig handelen als (preventie)assistent. Preventieassistenten nemen in toenemende mate preventieve verrichtingen voor hun rekening. De nieuwste behandelinzichten onder de noemer ‘less cure, more care’ laten zien dat er in de toekomst een groeiende behoefte aan preventie zal zijn. Vanwege de noodzakelijke kostenbeheersing zet ook de overheid onder het motto ‘van ziekte en zorg naar gezond gedrag’ in op preventie. Op basis van deze ontwikkelingen heeft de preventieassistent een belangrijke en nu al onmisbare plaats in de mondzorg ingenomen. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven bij de zelfstandige gezondheidsbevorderende werkzaamheden van deze zorgprofessional.
D.M. Voet

3. Infectiepreventie

Inleiding
Patiëntveiligheid is een essentieel aspect van goede zorg en infectiepreventie is een belangrijk onderdeel daarvan. De preventieassistent draagt tijdens het zelfstandig behandelen persoonlijke verantwoordelijkheid voor het leveren van goede, dus veilige zorg. De Richtlijn Infectiepreventie in mondzorgpraktijken noemt in de doelgroep ook (preventie)assistenten en deze worden daarom geacht met de inhoud bekend te zijn. Samengevat gaat het om persoonlijke bescherming, goede handhygiëne en adequate reconditionering van instrumenten. Het feit dat preventieassistenten in loondienst werken en dus afhankelijk zijn van het instrumentarium en de (reconditionerings)apparatuur die door de werkgever beschikbaar gesteld worden, is bij gebleken onvolkomenheden in de infectiepreventie geen reden om ‘toch maar wel’ te behandelen. Een preventieassistent kan zich niet verschuilen achter het tekortschieten van werkgevers. Bij elke behandeling is persoonlijke verantwoording verschuldigd aan de patiënt en/of de IGZ-inspecteur. Dit hoofdstuk behandelt essentials van de infectiepreventie op basis van logisch inzicht en vanuit een praktische invalshoek.
D.M. Voet

4. Ergonomie

Inleiding
Binnen de ergonomie worden de begrippen ‘belasting’ en ‘belastbaarheid’ gehanteerd om risico-situaties op te sporen en te vermijden. Zowel wat betreft fysieke als psychische factoren kan sprake zijn van evenwicht of verstoring van de balans tussen deze begrippen. In de mondzorg zijn veel behandelaars bekend met klachten van spieren en gewrichten. Skeletal Muscle Disease (SMD) komt voor bij 70 % van de deelnemers aan een tandheelkundige opleiding. Dit is een serieuze bedreiging voor de toekomstige beroepsuitoefening. Het tijdig signaleren van klachten is daarom van wezenlijk belang. Een simpel gevoel van stijfheid kan al een eerste symptoom zijn van wat later ernstige klachten kunnen worden. De beschikbare kennis binnen het vakgebied van de tandheelkundige ergonomie is zeker voor de preventieassistent van grote waarde. Dit hoofdstuk beschrijft de principes van de tandheelkundige ergonomie als praktische ondersteuning bij – of als check van – de inrichting van de behandelomgeving en de (ingesleten?) werkhouding. Details van de diverse instrumentatietechnieken worden in H. 8 beschreven.
D.M. Voet

5. Het (mond)onderzoek

Inleiding
Patiënten die door de preventieassistent behandeld worden zijn in principe al gescreend door de tandarts of mondhygiënist. Bij deze patiënten is een DPSI van maximaal 2 vastgesteld en er is geen zware medische anamnese, zodat de behandelingen binnen het competentiegebied van de preventieassistent vallen. Als eerste stap van de zelfstandige behandeling zal de preventieassistent tijdens een uitgebreide intake informatie verzamelen uit anamnese en mondonderzoek. Op basis hiervan wordt vervolgens een preventief behandelplan opgesteld. Het al vóór aanvang van een eerste behandeling klaarleggen van instructiemateriaal is dus principieel onjuist! Het zal immers pas uit het totaal van de onderzoeksgegevens blijken wat de patiënt nodig heeft aan instructie in relatie met wat haalbaar(!) zal zijn. In dit hoofdstuk worden de verschillende onderzoeksgebieden en onderzoeksmethoden beschreven die tijdens de intake aan de orde zijn. Ook wordt een relatie gelegd tussen bepaalde onderzoeksresultaten en de betekenis daarvan voor het behandelplan.
D.M. Voet

6. Diagnose, prognose en behandelplan

Inleiding
De uitkomsten van de anamnese en het mondonderzoek worden geïnterpreteerd en de vermoedelijke oorzaak van de geconstateerde pathologie wordt in kaart gebracht. Er kunnen allerlei oorzaken zijn: gedragscomponenten, een tekort aan kennis of vaardigheden, geringe motivatie of onderliggende ziektegeschiedenissen. Door de uitkomsten en oorzaken samen te brengen wordt het cariësrisico bepaald en de diagnose gesteld. Bijvoorbeeld: actieve cariës door een slecht voedingspatroon of door onvoldoende mondhygiëne.
Het vooruitzicht voor verbetering (de prognose) van de mondgezondheid wordt ingeschat aan de hand van de veronderstelde mogelijkheden tot het motiveren van de patiënt en/of zijn omgeving. Dit hangt af van fysieke, mentale en sociale omstandigheden, waarbij ook taalvaardigheid wordt meegenomen. Bij kinderen worden ook de kennis, vaardigheid en motivatie van hun ouders meegenomen. Op basis van al deze facetten wordt een individueel preventief behandelplan opgesteld. Dit bevat een vast aantal behandelstappen en is gericht op verbetering van de zelfzorg, eventueel aangevuld met overige hulpmiddelen, zoals kunstspeeksel of extra fluoridemaatregelen.
D.M. Voet

7. Voorlichting en (poets)instructie

Inleiding
Na de inventarisatiefase en het opstellen van het behandelplan start de feitelijke behandeling met voorlichting, gevolgd door instructie. De ondersteuning hierbij in de vorm van informatie op internet is voor bijna elke preventieassistent en patiënt toegankelijk. Dat maakt het praktisch overbodig om in deze uitgave al te inhoudelijk op de voorlichting en instructies in te gaan. Er wordt in dit hoofdstuk daarom alleen een aantal essentiële zaken benoemd en voor aanvullende inhoudelijke informatie wordt verwezen naar internetbronnen. De tekst van dit hoofdstuk is op basis van de aangebrachte ordening te beschouwen als een praktisch overzicht. De meest gangbare hulpmiddelen en toepassingen voor de preventieassistent op het gebied van voorlichting en instructie worden opgesomd en op enkele essentiële punten verder uitgewerkt.
D.M. Voet

8. Instrumentatie bij gebitsreiniging

Inleiding
Dit hoofdstuk concentreert zich op het verwijderen van tandsteen binnen de kaders van het competentiegebied van de preventieassistent. Het betreft een risicovolle handeling die in de Wet BIG gelijk is gesteld aan een voorbehouden handeling. Vanwege het risicovolle karakter is goede handvaardigheid essentieel om op veilige wijze tandsteen te kunnen verwijderen. Voor het opfrissen van de kennis omtrent de techniek van het instrumenteren wordt eerst het instrumentarium besproken. Ook het slijpen van scalers wordt behandeld. Daarnaast worden instrumentatietechnieken gedetailleerd uitgewerkt: vingerposities, afsteuning en instrumentatiebewegingen komen aan bod. Op basis van deze beschrijving kan de preventieassistent de eigen instrumentatietechniek onder de loep nemen en waar mogelijk ook verbeteren. Ergonomische tips kunnen houvast bieden om tot stabielere afsteuning en dus(!) betere controle bij het instrumenteren te komen. De fysieke belasting wordt daardoor mogelijk verminderd. Ten slotte worden enkele systematische werkmethoden aangereikt als hulpmiddel om (meer) rust en structuur in de gebitsreiniging te bewerkstelligen.
D.M. Voet

9. Polijsten van gebitselementen en fluorideapplicatie

Inleiding
Na het verwijderen van tandsteen is het tandoppervlak altijd nog enigszins ruw. Iedere gebitsreiniging dient daarom te worden afgesloten met het polijsten van de gebitselementen voor het ‘opleveren’ van een glad tandoppervlak. Dat is nodig om zo min mogelijk aanhechtingskansen voor nieuwe tandplaque en/of aanslag te bieden. Ook bij een plaquekleurtest, als daarna de patiënt is uitgenodigd om de mond (opnieuw) te poetsen, is polijsten geïndiceerd om de laatste resten tandplaque nog te verwijderen. Zo kan de patiënt met een ‘schone lei’ starten bij het verbeteren van de zelfzorg. De frisse smaak van polijstpasta geeft de patiënt een prettige sensatie en zal een positief gevoel over de behandeling achterlaten. In monden van patiënten met een hoog cariësrisico zal na het polijsten vaak nog een fluorideapplicatie volgen. Dit hoofdstuk gaat in op de indicaties voor en werkwijze bij polijsten en het appliceren van fluoride.
D.M. Voet

10. Sealen

Inleiding
Preventie van fissuurcariës kan onder andere door sealen worden bereikt. In de fase van white spot cariës zal eerst met instructie, reiniging en fluoridering worden volstaan (primaire preventie). De volgende stap kan het aanbrengen van een sealant zijn (secundaire preventie). Een preventieassistent kan de sealant aanbrengen, maar de besluitvorming om te gaan sealen is voorbehouden aan de tandarts. De interpretatie van de klinische verschijningsvorm en de beoordeling van het actuele cariësrisico van een fissuur liggen op het ervaringsgebied van de tandarts. Sealen is weliswaar geen voorbehouden handeling, maar is beslist niet eenvoudig te noemen. Het vergt zeer goede praktische en communicatieve vaardigheden van de preventieassistent, zeker omdat er meestal geen stoelassistentie beschikbaar is. Dit hoofdstuk behandelt de meest gebruikte materialen en methoden voor deze behandeling. Daarnaast komen enkele belangrijke factoren aan bod die de kwaliteit van een sealant bepalen. Naast theoretische kennis is praktische scholing voor deze zelfstandige handeling zeer belangrijk!
D.M. Voet

11. Gebitsafdrukken

Inleiding
De preventieassistent kan in principe zelfstandig alginaatafdrukken maken als zij aantoonbaar voldoende scholing heeft gevolgd. Het betreft geen voorbehouden handeling, dus de mogelijkheid voor tussenkomst van de opdrachtgever hoeft niet gewaarborgd te zijn. Wel moet een schriftelijk werkprotocol gevolgd worden om goede kwaliteit van de handelingen zeker te stellen. Daarin staan niet alleen de materialen en werkmethode beschreven, maar in principe ook de criteria waaraan een goede afdruk moet voldoen. De preventieassistent kan dan zelf beoordelen of de afdruk voldoet aan de gestelde eisen. Dit hoofdstuk beschrijft de materialen en een basisprotocol voor het maken van een gebitsafdruk, met aanvullend een aantal praktische tips.
D.M. Voet

12. Bijlagen

Inleiding
In dit hoofdstuk zijn tabellen en figuren met teksten en afbeeldingen opgenomen die op de aangegeven locatie in de lopende tekst van dit boek de leesbaarheid zouden verstoren.
D.M. Voet

Nawerk

Meer informatie