Skip to main content
main-content

Over dit boek

Om klinisch te kunnen redeneren bij patiënten met een chirurgische aandoening moet de verpleegkundige kennis en inzicht hebben in de verschijnselen, complicaties en behandeling van de meest voorkomende chirurgische aandoeningen. Dit boek bereidt de student hierop voor, door stapsgewijs en systematisch de ziektebeelden te bespreken.

De verschijnselen en complicaties na chirurgie worden verklaard vanuit de fysiologie, zodat de verpleegkundige nog beter kan observeren en daardoor beter kan signaleren, interpreteren en beredeneren welke verpleegkundige interventies noodzakelijk zijn.

Het boek Chirurgie is ook online te raadplegen. Op de website is gehele inhoud van het boek te vinden, aangevuld met oefenvragen en casuïstiek per hoofdstuk. Het klinisch redeneren kan zo middels casuïstiek geoefend worden.

Chirurgie is geschreven als basisboek voor hbo-studenten, maar is als naslagwerk ook zeer handig voor verpleegkundigen die in hun dagelijks werk te maken hebben met chirurgische patiënten.

Chirurgie vormt een onderdeel van de reeks basiswerken voor hbo-verpleegkundigen. Het boek sluit aan bij de basiswerken medische fysiologie en anatomie, pathologie en interne geneeskunde. In deze boeken wordt een gedegen basis gelegd voor een goed begrip en kennis van fysiologie/anatomie, interne geneeskunde en chirurgie om op verantwoorde wijze verpleegkundige zorg te verlenen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Wonden

Het eerste hoofdstuk van het boek begint met een indeling van wonden naar verloop, oorzaak en diepte. Hierna worden de classificatiesystemen vermeld zoals kleurclassificatie, de Wagner-, PEDIS- en Texas- classificatie bij de diabetische voet, de gradering bij decubitus en het classificatiesysteem bij skin tears. Vervolgens worden de meest voorkomende open (traumatische) wonden besproken, waarna wondbehandeling uitgebreid aan de orde komt. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een paragraaf over een aantal specifieke wonden.

IJ.D Jüngen

2. Shock

In dit hoofdstuk worden de verschillende vormen van shock (hypovolemische, cardiogene, distributieve en obstructieve shock) met hun specifieke verschijnselen beschreven. Daarnaast komen de diagnostiek, algemene en specifieke behandelingen aan bod.

IJ.D Jüngen

3. Operatie

In dit hoofdstuk wordt de perioperatieve zorg beschreven. Eerst wordt ingegaan op de fysiologische effecten van een operatie op de stofwisseling en de risicofactoren voor het ontstaan van postoperatieve complicaties, zoals ondervoeding, chronische ziekten, roken, alcoholgebruik, etc. Vervolgens wordt uitgebreid ingegaan op de preoperatieve fase, die als doel heeft de conditie van de patiënt in kaart te brengen en te optimaliseren. Er wordt aandacht besteed aan de ASA-classificatie, en preoperatieve onderzoeken ter voorbereiding op de operatie. Ook wordt de operatiefase beschreven met de

time-out

procedure. Tot slot komen de postoperatieve complicaties aan de orde.

IJ.D Jüngen

4. Anesthesie

In dit hoofdstuk wordt de anesthesie besproken met in de eerste paragraaf de premedicatie. Vervolgens passeren de verschillende anesthesietechnieken de revu. Ten aanzien van de algehele anesthesie (narcose) wordt ingegaan op de inhalatie- en intraveneuze anesthetica met hun voor- en nadelen. Ook komen de verschillende soorten locoregionale anesthesietechnieken aan bod. Van de epidurale anesthesie worden de indicatie, contra-indicaties en complicaties behandeld. Daarna volgt een beschrijving van spinale, plexus en geleidingsanesthesie. Het hoofdstuk sluit af met de onderwerpen oppervlakte- en infiltratieanesthesie.

IJ.D Jüngen

5. Traumaopvang

Dit hoofdstuk gaat over de opvang van slachtoffers met een ernstig trauma volgens de systematiek van de

advanced trauma life support

(ATLS). Er wordt gewerkt volgens het ABCDE-principe, waarbij geldt:

treat first what kills first

. Hierbij worden eerst de meest levensbedreigende aandoeningen behandeld, vervolgens de niet-direct levensbedreigende aandoeningen en daarna pas de niet-levensbedreigende aandoeningen.

IJ.D Jüngen

6. Abdominale chirurgie: tractus digestivus en milt

In dit hoofdstuk worden de aandoeningen van de tractus digestivus en de milt beschreven. Naast oorzaken, verschijnselen, onderzoek en de complicaties wordt vooral de chirurgische behandeling besproken. De aangeboren afwijkingen komen niet aan de orde, omdat deze in

Kindergeneeskunde

uit de reeks ‘Basiswerk’ aan bod komen.

IJ.D Jüngen

7. Orthopedie

In de eerste paragraaf van dit hoofdstuk wordt de algemene fractuurleer behandeld met een indeling van fracturen naar aard van het trauma, vorm, ontstaan en dislocatie. Ook worden de verschijnselen, het onderzoek, de fractuurgenezing, behandeling en complicaties besproken. Vervolgens komen specifieke aandoeningen van het bewegingsapparaat aan de orde, met de verschillende fracturen (ontstaan, verschijnselen, behandeling en complicaties), maar ook aandoeningen van gewrichten, kraakbeen, spieren, pezen, banden, zenuw- en vaatletsels.

De laatste twee paragrafen gaan over specifieke ontstekingen (osteomyelitis, septische artritis) en tumoren van het skelet.

IJ.D Jüngen

8. Vaatchirurgie

In dit hoofdstuk komen de meest voorkomende en relevante onderwerpen aan bod die te maken hebben met de bloedvaten. Er is een indeling gemaakt naar anatomie (arteriën en venen), waarbij de arteriële aandoeningen nog verder onderverdeeld zijn naar aandoeningen van de aorta, de arteria carotis, intestinale vaten en de perifere vaten. Aan bod komen de oorzaken, verschijnselen, complicaties en behandeling van de verschillende aneurysmata, acute en chronische doorbloedingsstoornissen en vasculitiden. Bij de aandoeningen van de venen komen de varices, chronische veneuze insufficiëntie en diepveneuze trombose in al hun facetten aan bod.

IJ.D Jüngen

9. Aandoeningen aan de nieren en urinewegen

In dit hoofdstuk worden de aandoeningen van de nieren en urinewegen besproken, tezamen met de aandoeningen aan de mannelijke genitalia. Het hoofdstuk start met de aangeboren afwijken: aplasie en hypoplasie van de nieren, de verschillende soorten cystenieren, de medullaire sponsnier, hoefijzernier en de aangeboren aandoeningen aan de penis (epi- en hypospadie). Vervolgens wordt in gegaan op de hydronefrose en zo passeren de talloze afwijkingen de revu. Ook wordt uitgebreid stilgestaan bij de diverse vormen van incontinentie. Het laatste deel van het hoofdstuk gaat over de niertransplantatie.

IJ.D Jüngen

10. Thoraxchirurgie

Dit hoofdstuk bestaat uit de bespreking van de hart-, long- en mediastinumchirurgie. Ook worden de operaties aan de thoraxwand besproken. Bij de chirurgie aan het hart komen respectievelijk de bypass-, de klepoperaties en de (mini)

maze

-procedure aan bod. Dit onderdeel wordt afgesloten met een paragraaf over harttransplantaties. Bij de longchirurgie wordt uitgebreid stilgestaan bij de oorzaken, verschijnselen en chirurgische behandeling van het niet-kleincellig longcarcinoom. Bij de aandoeningen van het mediastinum ligt het accent op de tumoren en mediastinitis. In de laatste paragraaf worden enkele levensbedreigende thoraxtraumata besproken, zoals rupturen van de luchtwegen, luchtembolie, spannings- en hematothorax en het acuut thoracaal compressiesyndroom, met hartcontusie en harttamponnade.

IJ.D Jüngen

11. Aandoeningen aan de mamma

In dit hoofdstuk komen de aandoeningen aan de mammae ter sprake, te weten mammacarcinoom, met de incidentie, risicofactoren voor ontstaan, verloop van de tumorgroei, verschijnselen, metastasering, stagering, onderzoek, behandeling en prognose. Er wordt uitgebreid stilgestaan bij de chirurgische en medicamenteuze behandeling, zowel curatief, (neo)adjuvant als palliatief. Ook komen de oorzaken van gynaecomastie en het mammacarcinoom bij de man aan bod. Vervolgens worden enkele goedaardige aandoeningen besproken zoals masthopathie en het fibroadenoom. Ten slotte wordt enige aandacht gegeven aan tepeluitvloed.

IJ.D Jüngen

12. Hoofd/hals en endocriene chirurgie

Het hoofdstuk begint met een aantal aangeboren afwijkingen, te weten de laterale halscyste en -fistel en de mediane halscyste en -fistel. Deze worden gevolgd door aandoeningen van de speekselklieren (stenen en tumoren). De paragraaf daarna behandelt de schildklieraandoeningen met de verschillende oorzaken, verschijnselen en behandeling van hyper- en hypothyreoïdie, struma en schildkliercarcinomen. De paragraaf eindigt met de schildklieroperaties. De laatste paragraaf behandelt de bijschildklier. Hier wordt stilgestaan bij de hyperparathyreoïdie met oorzaken, verschijnselen en behandeling.

IJ.D Jüngen

Nawerk

Meer informatie

Extra’s