Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit leerboek helpt studenten, verpleegkundigen en paramedici bij het verwerven van kennis over en inzicht in de kernvakken anatomie en fysiologie. Het beschrijft de bouw en normale werking van het lichaam. Verder komen de verschillende diagnostische technieken aan de orde. Ten slotte worden van veelvoorkomende ziekten in het kort de oorzaken en gevolgen – de pathologie – en de behandeling beschreven. In deze negentiende druk van Anatomie en fysiologie van de mens zijn veel zwart-witafbeeldingen vervangen door tekeningen en foto’s in kleur, die bovendien op groter formaat zijn afgedrukt. Ook is de stof geactualiseerd. De duidelijke, toegankelijke tekst is verrijkt met veel afbeeldingen, tabellen en schema’s. Bij dit boek hoort een website die het mogelijk maakt om altijd en overal te studeren of informatie op te zoeken.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Hoe is het menselijk lichaam gebouwd en hoe werkt het? De anatomie en de fysiologie zijn de takken van de wetenschap die zich met deze vragen bezighouden. In dit leerboek wordt een overzicht gegeven van de bouw en de werking van het lichaam, en het zal duidelijk worden dat de bouw en de werking onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
L.-L. Kirchmann, Gijs Geskes, Ronald de Groot, Marc van Heyningen

2. Cellen en weefsels

In dit hoofdstuk worden de bouw, deling en stofwisseling van cellen beschreven, en vervolgens de verschillende soorten weefsel waaruit het lichaam is opgebouwd. Cellen zijn de kleinste levende en functionele eenheden binnen het menselijk lichaam. Binnen een meercellig organisme, zoals het menselijk lichaam, is elke cel gespecialiseerd in een bepaalde functie, en de cellen verschillen functioneel van elkaar doordat ze gedifferentieerd zijn. Het menselijk lichaam bestaat uit verschillende soorten weefsel, en elk weefsel bestaat weer uit een groot aantal cellen. Een weefsel is opgebouwd uit cellen van één soort die gelijksoortig gedifferentieerd zijn en dus dezelfde of een zeer vergelijkbare functie hebben.
L.-L. Kirchmann, Gijs Geskes, Ronald de Groot, Marc van Heyningen

3. Skelet

Het skelet, dat ook wel het geraamte of het beenderstelsel wordt genoemd, is het geheel aan botten – meer dan tweehonderd verschillende – waaruit het menselijk lichaam is opgebouwd. Ook het gedeelte van het kraakbeen dat de verbinding vormt tussen verschillende beenderen wordt tot het skelet gerekend. Dit betreft bijvoorbeeld het kraakbeen tussen het borstbeen en de ribben en het kraakbeen dat tussen de ruggenwervels ligt. Het skelet geeft vormvastheid aan het lichaam, zodat het niet in elkaar zakt; het beschermt belangrijke organen (zoals hersenen, ogen, hart en de longen); het vormt gewrichten en biedt aanhechtingsplaatsen voor de spieren en het verzorgt het aanmaken van rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes.
L.-L. Kirchmann, Gijs Geskes, Ronald de Groot, Marc van Heyningen

4. Spierstelsel

De term ‘spierstelsel’ wordt gebruikt om het geheel aan spieren (musculi, enkelvoud musculus) in het lichaam aan te duiden. Elke spier bestaat uit spiercellen, die de eigenschap hebben dat ze zich kunnen samentrekken en daardoor hun lengte kunnen variëren. Dankzij dit contractievermogen van spieren kunnen delen van het skelet ten opzichte van elkaar worden bewogen, kunnen de afmetingen van allerlei inwendige organen, en ook van de bloedvaten, worden aangepast en kan het hart het bloed door het lichaam rondpompen.
L.-L. Kirchmann, Gijs Geskes, Ronald de Groot, Marc van Heyningen

5. Spijsvertering

Met de term ‘spijsvertering’ wordt het geheel van processen bedoeld die leiden tot de afbraak (vertering) van het voedsel tot stoffen die kunnen worden opgenomen en gebruikt door het lichaam. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de mechanische spijsvertering en de chemische spijsvertering. Onder de eerstgenoemde vorm valt het proces van de fysieke afbraak van grote brokken voedsel tot kleinere brokken, waar de spijsverteringsenzymen op kunnen inwerken. De tweede vorm is het afbreken van voedsel tot kleine moleculen die door het lichaam kunnen worden opgenomen en gebruikt. De spijsvertering vindt plaats in het spijsverteringsstelsel of maag-darmkanaal, dat in dit hoofdstuk wordt beschreven.
L.-L. Kirchmann, Gijs Geskes, Ronald de Groot, Marc van Heyningen

6. Ademhaling

Met de term ‘ademhaling’ wordt bedoeld het transport van zuurstof uit de atmosfeer naar de cellen en vervolgens het transport van kooldioxide (koolzuur) vanuit de cellen terug naar de atmosfeer. Dit proces kan worden onderverdeeld in verschillende onderdelen: de longventilatie, dat wil zeggen de luchtstroom van de atmosfeer naar de alveoli (longblaasjes) en terug; de diffusie van zuurstof en kooldioxide tussen de alveoli en het bloed; de perfusie, het transport van zuurstof en kooldioxide in het bloed van de alveoli naar de cellen en terug; en de regulatie of aansturing van de ademhaling. Deze fysiologische processen komen in dit hoofdstuk aan de orde, voorafgegaan door een beschrijving van de anatomie van de luchtwegen en de longen. Het ademhalingsstelsel wordt vaak onderverdeeld in de bovenste en de onderste luchtwegen. De bovenste luchtwegen bestaan uit de neusholte, de farynx (keelholte), de larynx (strottenhoofd) en de trachea (luchtpijp). De onderste luchtwegen bestaan uit de bronchiën, de bronchioli en de alveoli (longblaasjes).
L.-L. Kirchmann, Gijs Geskes, Ronald de Groot, Marc van Heyningen

7. Nieren en urinewegen

Een mens moet eten en drinken om over voldoende materiaal te kunnen beschikken voor het laten groeien en in stand houden van alle weefsels in het lichaam. Hierdoor komen wisselende hoeveelheden water en stoffen als natrium en kalium het lichaam binnen. Bovendien komen afvalproducten van de stofwisseling in het bloed terecht. Het is de taak van de nieren om onder alle omstandigheden de samenstelling van het bloed, en dus van de extracellulaire vloeistof, constant te houden. Om dit te kunnen bewerkstelligen produceren de nieren urine, waarvan de samenstelling en het volume grote schommelingen kunnen vertonen. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de nieren zijn opgebouwd en hoe ze de productie van urine en de samenstelling daarvan reguleren.
L.-L. Kirchmann, Gijs Geskes, Ronald de Groot, Marc van Heyningen

8. Endocrien systeem

Het endocriene systeem wordt gevormd door de endocriene klieren. Dit zijn klieren die hun afscheidingsproducten (hormonen) rechtstreeks aan het bloed afgeven. Hormonen spelen een essentiële rol bij het regelen van voortplantingsprocessen, de integratie van groei en ontwikkeling, het handhaven van de homeostase en de verdediging van het lichaam tegen schadelijke invloeden van buitenaf. De werking van de endocriene klieren staat grotendeels onder controle van het hypofyse-hypothalamussysteem, dat stoffen produceert die direct of indirect invloed hebben op deze klieren. In dit hoofdstuk wordt de werking van het regelsysteem en van de verschillende hormoonproducerende klieren beschreven.
L.-L. Kirchmann, Gijs Geskes, Ronald de Groot, Marc van Heyningen

9. Bloed en bloedsomloop

Bloed is een vloeistof die wordt voortgestuwd door het hart en dat door alle delen van het lichaam circuleert. De functies van het bloed kunnen grotendeels worden samengebracht onder de noemer transport; dat wil zeggen: het vervoeren van stoffen, gassen en warmte. Verder heeft het bloed een beschermende functie, enerzijds omdat het via het proces van stolling beschadigingen van bloedvaten kan afdichten, en anderzijds omdat in het bloed cellen en afweerstoffen aanwezig zijn die bescherming bieden tegen in het lichaam binnengedrongen schadelijke micro-organismen. In dit hoofdstuk worden deze functies uitgebreid beschreven. Verder komen de bouw en werking van de bloedvaten en het hart aan de orde.
L.-L. Kirchmann, Gijs Geskes, Ronald de Groot, Marc van Heyningen

10. Zenuwstelsel

Het zenuwstelsel kan worden omschreven als het orgaan dat prikkels uit het lichaam zelf en uit de buitenwereld opvangt en verwerkt, en dat signalen uitzendt die het lichaam laten functioneren en bewegen. Het zenuwstelsel functioneert voor een groot deel via reflexen; dat wil zeggen: activiteiten die plaatsvinden als reactie op prikkels zonder dat er bewustwording aan te pas komt. Het zenuwstelsel heeft ook hogere functies, zoals coördinatie, willekeurige activiteit, geheugen en psychische processen.
L.-L. Kirchmann, Gijs Geskes, Ronald de Groot, Marc van Heyningen

11. Zintuigen

De meest uiteenlopende prikkels bereiken het lichaam. Deze prikkels worden allemaal geregistreerd door orgaantjes die bestaan uit speciale cellen of zenuwuiteinden: de zintuigen. Deze prikkels kunnen van buitenaf komen (dit zijn de zogenoemde externe prikkels zoals druk, geur, smaak, licht, geluid) of uit het lichaam zelf (de interne prikkels zoals veranderingen in de spierspanning, stijging van het koolzuur- of zuurstofgehalte van het bloed, bewegingen van lichaamsdelen enzovoort). De functie van alle zintuigen is om het lichaam zo nauwkeurig mogelijk af te stemmen op de omgeving en de verschillende onderdelen in het lichaam af te stemmen op elkaar. Een algemeen geaccepteerde definitie van een zintuig is: ‘Een zintuig is een systeem van sensorische cellen die reageren op een specifieke vorm van fysische energie, dat verbonden is met een bepaald gebied in de hersenen waar deze signalen worden verwerkt en in de meeste gevallen tot bewustwording worden gebracht.’
L.-L. Kirchmann, Gijs Geskes, Ronald de Groot, Marc van Heyningen

12. Huid

De huid vormt het omhulsel van het gehele lichaam en heeft een essentiële beschermende functie. Door de aanwezigheid van een groot aantal zintuigcellen heeft de huid ook een belangrijke sensorische functie. Voor de regulering van de warmteafgifte is de huid het belangrijkste uitvoerende orgaan. In dit hoofdstuk worden de huid en de daarmee samenhangende structuren zoals de haren en de nagels beschreven.
L.-L. Kirchmann, Gijs Geskes, Ronald de Groot, Marc van Heyningen

13. Geslachtsorganen en voortplanting

Zowel vrouwen als mannen hebben uitwendige en inwendige geslachtsorganen, die gezamenlijk zorgen voor het produceren van nageslacht. Eerst komt de anatomie van deze organen aan de orde, en vervolgens het proces van de voortplanting, inclusief het verloop van de zwangerschap en de bevalling. De geslachtsorganen van de vrouw en de man hebben als belangrijkste functie te zorgen voor de voortplanting van het menselijk ras. Het doel is uiteindelijk om te zorgen voor de samensmelting van de eicel en de zaadcel tot een zygote, waaruit vervolgens een nieuwe mens groeit. Hiervoor zijn de mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen nauwkeurig op elkaar afgestemd.
L.-L. Kirchmann, Gijs Geskes, Ronald de Groot, Marc van Heyningen

Erratum bij: Anatomie en fysiologie van de mens

De legenda bij figuur 3.28 op p. 66 was niet correct opgenomen en is vervangen.
L.-L. Kirchmann, Gijs Geskes, Ronald de Groot, Marc van Heyningen

Nawerk

Meer informatie

Extra’s