Skip to main content
main-content

Over dit boek

Alle essentiële informatie voor het uitvoeren van de afzonderlijke taken van de assistent wordt op overzichtelijke, eenduidige wijze en stapsgewijs gepresenteerd.

Zelfstandige (be)handelingen deel 3 uit de praktijkreeks behandelt de volgende onderwerpen:

  • veilige en praktische toepassing van (digitale)röntgenopnametechnieken;
  • omgaan met pijnklachten van intake tot behandeling, inclusief administratieve verwerking;
  • inleidend hoofdstuk over preventie en behandeling van medische noodsituaties.

De Standby praktijkreeks is geheel op de praktijk gericht. Met behulp van fotoseries worden de klinische handelingen duidelijk weergegeven. Casuïstiek maakt een belangrijk deel van de tekst uit om tekst en beeld te laten "leven".

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. (Digitale) röntgenfoto’s

Op tienjarige leeftijd zijn bij Rieneke nog steeds haar blijvende laterale bovenincisieven niet doorgebroken. Met het wisselen van de andere incisieven was ze weliswaar aan de late kant, maar de tandarts vindt dat ze nu té laat is met wisselen.

Om een mogelijke oorzaak te vinden, stelt de tandarts voor twee röntgenfoto’s van het bovenfront te laten maken door de tandartsassistente. Rieneke en haar vader vinden dat prima. Ze mogen in de wachtkamer even wachten tot de assistente tijd heeft om in het aparte röntgenkamertje de foto’s te maken.

Na enkele minuten wachten wordt Rieneke opgehaald. De assistente laat haar eerst even de sensor voor de digitale foto vasthouden voordat die in haar mond wordt geplaatst. Dan mag ze de röntgenbuis vast ‘oefenen’ tegen haar gezicht. De assistente wijst ook de plek aan waar zij straks op het knopje gaat drukken.

Zonder probleem staan er in korte tijd twee mooie foto’s van Rieneke’s bovenfront op het beeldscherm bij de tandarts. Direct blijkt de oorzaak van het probleem gevonden: aan beide zijden is de laterale incisief niet aangelegd; de elementen zijn agenetisch zoals dat heet.

Rieneke was benieuwd naar de oplossing voor haar ‘eeuwigdurende fietsenrek’. Ze moet naar een orthodontist om te overleggen of het overschot aan ruimte met behulp van een beugel weggewerkt kan worden. Als dat niet kan is er een andere oplossing nodig: misschien etsbruggen of eerst een ‘plaatje’ en later - als ze helemaal is uitgegroeid - implantaten. Er wordt een afspraak voor Rieneke gemaakt bij de orthodontist. De röntgenfoto’s worden samen met de verwijsbrief alvast per e-mail naar de gekozen orthodontiepraktijk verzonden.

D. M. Voet

2. Pijnklachten

Een patiënt belt vanaf zijn vakantieadres in Spanje naar de praktijk voor advies over zijn zoon. De jongen is zojuist op zijn tanden gevallen in het zwembad. Er is een stuk van zijn rechterboventand af, de tand ernaast staat los en hij heeft een aardig dikke lip. Over vijf dagen komen ze weer thuis. Moet zijn zoon in Spanje naar een tandarts of kan het wachten totdat de familie weer thuis is?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden, moet de assistente meer informatie hebben. Daarmee kan dan een voorlopige diagnose gesteld worden. Afhankelijk daarvan wordt duidelijk op welke termijn de jongen naar een tandarts moet gaan.

De assistente informeert naar de leeftijd van de jongen, of er ergens bloedingen zijn, hoeveel pijn er is en of het afgebroken stuk teruggevonden is. De jongen is twaalf jaar, er is geen verwonding van de lip te zien, de gebroken tand doet alleen pijn als er koude lucht langs komt maar voelt wel scherp aan. De ‘losse’ tand staat nog op zijn eigen plaats en er is geen bloeding zichtbaar.

Uit de verkregen informatie wordt duidelijk dat het gaat om een kleine fractuur van de 11 en een minimale luxatie van de 12. Het scherfje dat eraf is hebben ze niet gevonden, maar er zijn geen zichtbare verwondingen. Daarom bestaat er geen reden voor bezorgdheid.

Het advies luidt dat de lip gekoeld kan worden met een washandje met ijsblokjes. De komende week zacht voedsel gebruiken en niets afbijten. Eventueel kan een plaatselijke tandarts het scherpe randje afslijpen indien dat erg veel last veroorzaakt, maar als de jongen daarmee kan wachten totdat ze weer thuis zijn is dat geen probleem.

De assistente maakt in ieder geval vast een afspraak voor de eerste dag waarop het gezin weer in Nederland is. Er is dan voldoende tijd gereserveerd om een nieuw stukje aan de gebroken tand te maken en te controleren of de zenuwen van de getroffen tanden nog leven.

D. M. Voet

3. Medisch noodsituatie in de tandheelkundige praktijk

Mevrouw Vos is drie maanden geleden op controle geweest. Er zijn opnieuw foto’s gemaakt, de medische vragenlijst is weer nagelopen en er is een beetje tandsteen verwijderd. Verder was alles in orde. Nu heeft ze kiespijn en zit ze erg nerveus bij de tandarts.

Tijdens het mond- en röntgenonderzoek blijkt er een peri-apicaal abces aan de 15 te bestaan. Er wordt een voorstel gedaan om het element te behouden met behulp van een endo. De patiënt is echter te bang voor zo’n langdurige behandeling en extractie is uiteindelijk de gekozen therapie. Gaandeweg wordt de patiënt onrustiger. Nog voordat er anesthesie is gegeven, klaagt ze dat ze zich zo beroerd voelt en dat ze zo’n drukkend gevoel op haar borst heeft!

De tandarts legt de anesthesie weer terug op de tray om te peilen wat er precies aan de hand is. Bij navraag vertelt de patiënte dat ze daar tegenwoordig steeds vaker last van heeft, en dat ze minder goed reageert als ze dan haar ‘tabletje onder de tong’ inneemt. Binnenkort wil ze daarvoor naar de huisarts.

Uit haar verhaal blijkt dat ze op dit moment lijdt aan een instabiele angina pectoris. Dit betekent dat de hartfunctie dermate verslechterd is, dat er nu in deze stressvolle omstandigheden een extra grote kans bestaat op een hartinfarct.

Indien naar aanleiding van de bekende angina pectoris de gezondheidstoestand van de patiënte was doorgesproken, was deze informatie vrijwel zeker al bekend geweest voor aanvang van de behandeling.

De tandarts had dan meteen geweten dat er geen enkele tandheelkundige ingreep uitgevoerd mocht worden. De medische situatie van de patiënt is daarvoor te ernstig.

De schriftelijke anamnese moet dus ook gebruikt worden als hulpmiddel om bij bestaande ziekten de huidige stand van zaken te checken. Dit kan onder andere met de vraag of er in de afgelopen tijd nog iets aan de gezondheid veranderd is, of door ‘hoe gaat het er nu mee?’ te vragen. (Ook bij patiënten bij wie reeds een eerdere volledige anamnese is afgenomen, moet altijd naar de huidige stand van zaken gevraagd worden.)

Gelukkig werd in dit geval op tijd de behandeling gestaakt. Het is evenwel niet prettig je voor te stellen wat er had kunnen gebeuren, als de patiënte na de verdoving in de wachtkamer had moeten wachten ‘tot het goed was ingewerkt’ en daar onwel was geworden.

D. M. Voet

Nawerk

Meer informatie