Skip to main content
main-content
Top

Inhoudsopgave

Voorwerk

Hoofdstuk 1 De chronisch zieke zorgvrager

Verpleegkundigen zullen tijdens hun opleiding of in hun beroepscarrière zeker chronisch lichamelijk zieke mensen tegenkomen. Het is daarom van belang om goed op de hoogte te zijn van de kenmerken van de verschillende ziektebeelden zelf en de daaruit voortvloeiende verpleegproblemen. Maar het is ook belangrijk om meer te weten over de maatschappelijke omgeving van de chronisch zieke.
M. Adriaansen

Hoofdstuk 2 Specifieke aspecten van de zorgvraag

De chronisch zieke bestaat niet. De gevolgen van een langdurige ziekte voor een persoon worden door verschillende factoren bepaald, die ieder hun eigen invloed op het verloop en de beleving van een chronische ziekte hebben en daarmee ook op de problemen van de zorgvrager en de rol die de verpleegkundige in de zorgverlening heeft.
M. Adriaansen

Hoofdstuk 3 De zorgvrager met diabetes mellitus

In Nederland zijn naar schatting 250.000 tot 300.000 diabeten, van wie tien tot vijftien procent insulineafhankelijk is (type i). In het jaar 2005 wordt een toename met vijftig procent verwacht (Ruwaard & Kramers, 1997). Dit aantal zou in werkelijkheid wel eens aanzienlijk hoger kunnen zijn, omdat veel ouderen suikerziekte hebben zonder dat zij dat zelf weten. Het wordt vaak pas ontdekt wanneer er ernstige afwijkingen zijn opgetreden en iemand met klachten naar zijn huisarts gaat.
M. Adriaansen

Hoofdstuk 4 De zorgvrager met gewrichtsklachten

Reuma is de verzamelnaam voor een aantal gewrichtsaandoeningen waarvan de oorzaak vooralsnog onbekend is. Mogelijk speelt een afwijkende reactie van het auto-immuunsysteem een rol. Deze gewrichtsaandoeningen zijn in twee categorieën in te delen, namelijk artritis en artrose.
M. Adriaansen

Hoofdstuk 5 De zorgvrager met aids

Per jaar wordt bij ruim vierhonderd mensen de diagnose aids gesteld, waarvan het merendeel (75%) homoseksuele mannen betreft. Het totaal aantal aids-geregistreerden bedraagt ruim drieduizend mensen, hetgeen te vergelijken is met bijvoorbeeld het voorkomen van slokdarmkanker. Het aantal mensen dat aan deze ziekte lijdt is dus eigenlijk niet spectaculair, maar de maatschappelijke gevolgen zijn aanzienlijk.
M. Adriaansen

Hoofdstuk 6 De zorgvrager met neurologische aandoeningen

Neurologische problemen zijn vaak de oorzaak van een chronische ziekte. Voorbeelden van dergelijke aandoeningen zijn de ziekte van Parkinson en multiple sclerose. In dit hoofdstuk besteden we ook aandacht aan de gevolgen van een beroerte (cva), hoewel dit eigenlijk een ziekte van het vaatstelsel is. De gevolgen zijn echter vooral van neurologische aard.
M. Adriaansen

Hoofdstuk 7 De zorgvrager met CARA

cara (de afkorting van chronische aspecifieke respiratoire aandoeningen) is een veel voorkomende chronische ziekte, waaronder verschillende typen aandoeningen vallen namelijk astma, chronische bronchitis en emfyseem. Ten minste tien procent van de bevolking heeft dermate ernstige klachten dat regelmatig een arts geraadpleegd moet worden en twee procent van de bevolking is door cara ernstig gehandicapt. De helft van de mensen die cara hebben, heeft astma. Het meest voorkomende probleem daarbij is benauwdheid en kortademigheid, hetgeen van grote invloed is op het dagelijks functioneren.
M. Adriaansen

Hoofdstuk 8 De oncologische zorgvrager

Sterfte aan kanker is de tweede doodsoorzaak in Nederland. Ter vergelijking: 39 procent van de totale sterfte komt door ziekten van het hart/vaatstelsel, 28 procent wordt veroorzaakt door kanker en 8 procent door ziekten van de ademhalingswegen.
M. Adriaansen

Hoofdstuk 9 De revaliderende zorgvrager

Dit hoofdstuk is gewijd aan de revaliderende zorgvrager. Letterlijk betekent revalidatie: weer opnieuw valide worden; weer ‘normaal’, naar vermogen, functioneren. Het gaat hier om mensen die na een beroerte of ongeluk een niveau van functioneren proberen te verkrijgen dat zo dicht mogelijk hun ‘normale’ niveau van vroeger benadert. Dit is niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld wanneer het een onherstelbare beschadiging van het lichaam betreft, bij een amputatie of een dwarslaesie. Toch kan in veel gevallen, vaak met veel inspanningen, een deel van het functieverlies hersteld of gecompenseerd worden door het gebruik van hulpmiddelen. Behalve lichamelijke aspecten zijn psychosociale aspecten van het revalidatieproces van belang, omdat de revalidant moet leren om in de nieuwe situatie ook sociaal en maatschappelijk goed te functioneren.
M. Adriaansen

Nawerk

Meer informatie