Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Radiotherapie bij de oncologische patiënt maakt deel uit van de serie Leerboeken voor radiologisch laboranten. De uitgave van deze boeken is lot stand gekomen in nauwe samenwerking de Raad Beroepsopleiding Radiologisch Laboranten (BRL), de Vereniging van Opleidings instituten voor Radiologisch Laboranten (VORL), de hbo-opleidingen Medische Beeldvorming en Radiotherapeutische Technieken (MBRT) en Elsevier gezondheidszorg In deze druk komt, na een algemeen hoofdstuk over de stralingsbehandeling, de bestraling van tumoren in specifieke gebieden aan de orde. In de eerste hoofdstukken wordt de radiotherapeutische behandeling van mammatumoren, gynaecologische tumoren, tumoren van de tractus urogenitalis, tractus digestivus en tractus respiratorius behandeld. Vervolgens komt de radiotherapie bij de tumoren in het hoofd-halsgebied, het centrale zenuw-stelsel, het lymfatisch systeem, de huid, het bot en de weke delen aan de orde. Tevens wordt er aandacht besteed aan radiotherapie bij kinderen, palliatieve radiotherapie en de combinatie van andere behandelingen met radiotherapie. Wetenschappelijk onderzoek en de (psychosociale) zorg voor de kankerpatiënt worden beschreven in de laatste hoofdstukken.Radiotherapie bij de oncologische patiënt is behalve voor radiotherapeutisch laboranten in opleiding en MBRT-studenten ook bij uitstek geschikt voor hen die werkzaam zijn binnen de radiotherapie, zoals radiotherapeutisch laboranten, (assistent)radiotherapeuten en klinisch fysici in opleiding en klinisch fysici. Maar ook huisartsen en medisch specialisten werkzaam in de oncologie kunnen door bestudering van dit boek hun kennis van de radiotherapie verdiepen.Met dit boek wordt enerzijds een overzicht gegeven van de mogelijke bestralingsindicaties en -technieken en anderzijds een beeld geschetst van de totale zorg bij de oncologische patiënt op een afdeling radiotherapie.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. De bestralingsbehandeling

Samenvatting
In de westerse landen staat kanker als doodsoorzaak op de tweede plaats. In 2003 werd bij 73.188 mensen in Nederland kanker ontdekt, van hen zijn 37.496 man en 35.692 vrouw. Gemiddeld ziet een huisarts 8 à 10 nieuwe aan kanker lijdende patiënten per jaar. Circa 50% van deze patiënten geneest door het toepassen van verschillende soorten therapie.
E. Lamers, A.A. Froma, J.A.M. Hegeman, V.J. de Ru

2. Radiotherapie bij het niet-invasieve en het invasieve mammacarcinoom

Samenvatting
Borstkanker is in de westerse landen de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. De ziekte komt het meeste voor op een leeftijd van boven de 50 jaar. In Nederland wordt per jaar bij ruim 13.000 vrouwen deze diagnose gesteld. Een in Nederland wonende vrouw heeft een risico van ongeveer 10% om ooit in haar leven borstkanker te krijgen.
H. Struikmans, G. van Tienhoven

3. Radiotherapie bij gynaecologische tumoren

Samenvatting
Gynaecologische tumoren zijn gezwellen die uitgaan van de uitwendige en inwendige geslachtsorganen van de vrouw. Deze tumoren kunnen uitgaan van de vulva, vagina, cervix en corpus uteri, tubae en ovaria.
I.M. Jürgenliemk-Schulz

4. Radiotherapie bij tumoren van de tractus urogenitalis

Samenvatting
Tumoren van het urogenitaalstelsel vormen een belangrijke groep binnen de radiotherapie. Bij jonge mannen staan de maligne testistumoren op de voorgrond, terwijl op oudere leeftijd het prostaatcarcinoom de meest voorkomende maligniteit is.
M.C.C.M. Hulshof

5. Radiotherapie bij tumoren van de tractus digestivus

Samenvatting
Tumoren van het maag-darmkanaal komen zowel bij mannen als bij vrouwen frequent voor en er is een duidelijke toename in incidentie over de afgelopen 10 jaar. Bij mannen komen deze tumoren vaker voor dan prostaat- of longkanker.
C.A.M. Marijnen

6. Radiotherapie bij tumoren van de tractus respiratorius

Samenvatting
Tot de groep tumoren van de tractus respiratorius behoren tumoren van de long, de luchtwegen, de pleura en het mediastinum. Primaire tumoren van de long en luchtwegen komen verreweg het meest voor. Bij de behandeling van longtumoren speelt radiotherapie een belangrijke rol. Meestal is echter de bestraling palliatief van opzet. Soms, wanneer de tumor klein is, perifeer gelegen en een beperkte uitbreiding heeft, kan worden gestreefd naar genezing. Wanneer dit laatste het geval is, zijn de resultaten met die van de chirurgie te vergelijken (vijfjaarsoverleving is 10-30%). Bij uitgebreidere processen lukt het met hoge dosis (> 60 Gy) voor maximaal 50% van de patiënten terugkeer van de primaire tumor in het bestraalde gebied in de korte tijd dat zij nog te leven hebben te voorkomen.
A.L.J. Uitterhoeve

7. Radiotherapie bij tumoren in het hoofd-halsgebied

Samenvatting
Hoofd-halstumoren zijn relatief zeldzaam en worden daarom bij voorkeur in gespecialiseerde hoofd-halscentra door een gespecialiseerd hoofd-halsteam behandeld. In dit team zijn niet alleen de primaire behandelaars, zoals kno-arts, kaakchirurg, radiotherapeut, internist en patholoog-anatoom aanwezig, maar ook de ondersteunende specialismen, zoals plastisch chirurg, tandarts, mondhygiënist, logopedist, diëtist, sociaalmaatschappelijk werker en verpleegkundige.
C.H.J. Terhaard

8. Radiotherapie bij tumoren van het centraal zenuwstelsel

Samenvatting
De incidentie van maligne primaire hersentumoren in Nederland in 2003 bedroeg 5,9 per 100.000 mannen en 4,6 per 100.000 vrouwen en is stabiel over de laatste 10 jaar. Deze incidentie is het hoogst bij patiënten in een leeftijd tussen 65 en 69 jaar. Bij kinderen komen hersentumoren, na leukemie, het meest voor. De incidentie bij jongens bedroeg 2,9 per 100.000 en bij meisjes 2,3 per 100.000.
M.C.C.M. Hulshof

9. Radiotherapie van maligne lymfomen

Samenvatting
Kwaadaardige tumoren die uitgaan van lymfatisch weefsel, worden maligne lymfomen genoemd. Nieuwe inzichten in de ontstaanswijze van deze maligne lymfomen hebben geleid tot een betere indeling (classificatie) van deze tumoren. Oude classificatiesystemen (zoals Kiel, Rappaport en Working Formulation) zijn sinds 2001 vervangen door de WHO-classificatie (WHO = World Health Organization). Deze classificatie doet meer recht aan de verschillende typen lymfatische maligniteiten en grofweg wordt er onderscheid gemaakt in twee grote categorieën: Non-Hodgkinlymfomen en de ziekte van Hodgkin. Dit hoofdstuk beperkt zich tot de maligne lymfomen bij volwassenen.
R.W.M. van derMaazen

10. Radiotherapie bij huidtumoren

Samenvatting
Basocellulaire en planocellulaire carcinomen van de huid komen zeer frequent voor. Meestal presenteren ze zich in een vroeg stadium en zijn om die reden zeer goed te genezen, zowel met chirurgie als met radiotherapie.
R.L.M. Haas

11. Radiotherapie bij tumoren van bot en weke delen

Samenvatting
Primaire maligne beentumoren zijn zeldzaam. In Nederland komen per jaar ongeveer 150 gevallen van maligne beentumoren voor. Het is van het grootste belang dat de behandeling van deze, vaak op jonge leeftijd voorkomende, tumoren plaatsvindt in een centrum waar een team van ervaren specialisten beschikbaar is.
R.B. Keus

12. Radiotherapie bij tumoren bij kinderen

Samenvatting
Bij kinderen komt kanker in een gering aantal gevallen voor (500 kinderen per jaar in Nederland tussen de 0 en 18 jaar). De genezingskans is nu ruim 70%. Ondanks de vooruitgang die in de laatste jaren in de behandeling is geboekt, is kanker de tweede doodsoorzaak na ongevallen bij kinderen. De meest voorkomende maligniteiten zijn leukemieën en tumoren van het centrale zenuwstelsel.
W.V. Dolsma

13. Palliatieve radiotherapie

Samenvatting
Het doel van een palliatieve behandeling is het verbeteren van de kwaliteit van het leven van de ongeneeslijke kankerpatiënt. Dit kan inhouden dat het leven daardoor wordt verlengd, het is echter nooit de bedoeling om een ondraaglijk lijden te verlengen. Bij ongeveer 50% van alle kankerpatiënten wordt in de loop van hun ziekte een palliatieve bestraling gegeven.
W.V. Dolsma

14. Combinatiebehandelingen met radiotherapie

Samenvatting
Het combineren van radiotherapie met andere behandelingen heeft tot doel een zo groot mogelijke kans op lokale tumorcontrole te bereiken met dezelfde of minder bijwerkingen als met radiotherapie alleen. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de verschillende aangrijpingspunten en werkingsmechanismen van de diverse therapieën op tumorcellen en normale weefsels. Als de behandelingen voldoende van elkaar verschillen in toxiciteit en effectiviteit, kan het zinvol zijn deze te combineren.
P.J.N. Meijnders

15. Klinisch-wetenschappelijk onderzoek in de radiotherapie

Samenvatting
Vooruitgang in de behandeling van kanker kan alleen plaatsvinden door systematisch onderzoek naar de oorzaken van kanker, naar de mechanismen die een rol spelen bij het ontstaan van kanker, naar het vóórkomen en voorkómen van kanker en naar de mogelijkheden tot behandeling van kanker.
R.W.M. van derMaazen

16. Psychosociale zorg voor patiënten met kanker op de afdeling radiotherapie

Samenvatting
De diagnose kanker heeft voor iedereen die het betreft, grote gevolgen. Het is een confrontatie met een vaak intensieve en langdurige behandeling, waarvan radiotherapie een onderdeel kan zijn. Iedere patiënt krijgt tijdens de radiotherapeutische behandeling in meerdere of mindere mate te maken met beperkingen op lichamelijk, psychisch en sociaal gebied. Dit heeft voor, tijdens en na de behandeling een grote impact op het functioneren in het dagelijkse leven.
C. Aalders, E. Kaats

17. Overige zorg op de afdeling radiotherapie waaronder zorg voor de medewerker zelf

Samenvatting
Naast een goede medische behandeling en psychosociale zorg zijn er nog meer aandachtsgebieden op een afdeling radiotherapie.
Veel patiënten hebben vragen over vermoeidheid, voeding, verwerking van de ziekte en hulp bij tijdelijke of blijvende bijwerkingen van de bestraling.
Medewerkers op een afdeling radiotherapie worden geconfronteerd met zware problematiek, hetgeen onder meer gevoelens van angst, onzekerheid en machteloosheid bij henzelf kan oproepen.
J.A.M. Hegeman, V.J. de Ru

Nawerk

Meer informatie