Skip to main content
main-content
Top

18-02-2021 | Podotherapie | Nieuws

Wat moet de lengtetoegift zijn in een schoen om diabetische ulcera te voorkomen?

Een goed passende schoen is essentieel bij het voorkomen van diabetische voetulcera. Het vaststellen van de juiste lengtetoegift in de schoen speelt daarbij een belangrijke rol. Uit Brits literatuuronderzoek blijkt de gehanteerde minimum en maximum lengtetoegift te variëren. En wist u dat de adviezen voor de lengtetoegift anders zijn voor diabetespatiënten dan voor reumapatiënten?

Eerder onderzoek heeft aangetoond dat slecht passend schoeisel 13% van de ulcera op de dorsale zijde van de digiti 40% van de ulcera op de hallux en 10% van de ulcera op de plantaire zijde van de digiti ontstaan.

Lengtetoegift

Een belangrijk schoenaspect is het verschil tussen de voetlengte (gemeten van de calcaneus tot de apex van de langste digitus) en de ‘interne’ voetlengte (afstand tussen het contrefort en de teen box). Dit wordt de lengtetoegift genoemd. Deze lengtetoegift kan de positie van de tenen beïnvloeden. Maar hoe wordt de lengtetoegift gemeten en hoe groot moet deze zijn om een ulcus te voorkomen?

Meten is weten

Om de afstand tussen de calcaneus en de langste digitus te meten kan gebruik gemaakt worden van een Brannock of een ander vergelijkbaar instrument. Het meten van de afstand tussen het contrefort en de apex van de langste digitus is echter complexer. In sommige onderzoeken wordt door middel van de Brannock de buitenkant van de schoen gemeten. Echter kan aan de binnenkant van de schoen, bijvoorbeeld bij de teenbox, materiaal zitten wat alsnog zorgt voor te weinig ruimte. Het is daarom belangrijk om de lengte van de schoen aan de binnenkant te meten. Hiervoor zou een Plus12med (L-vormig instrument dat aan de binnenkant van de schoen geplaatst kan worden), SATRA STD 225 M of een CEGI gebruikt kunnen worden.

Vuistregel

Volgens de meest recente Guidelines on the Prevention and Management of Diabetic Foot Disease van de IWGDF moet de lengtetoegift bij diabetespatiënten met neuropathie of perifeer arterieel vaatlijden 1 tot 2 cm zijn. De verwachting is dat een lengtetoegift kleiner dan 1 cm zorgt voor een significant verhoogd risico op ulcera als gevolg van druk. Een te grote lengtetoegift daarentegen kan zorgen voor ulcera als gevolg van frictie.
 

Uitzonderingen

Anders dan bij diabetes mellitus varieert het minimum bij reumatoïde artritis van 0,6 tot 1,3 cm. Dit is belangrijk om in overweging te nemen als diabetes voorkomt in combinatie met reumatoïde artritis. Verder neemt de voetlengte toe na loading response/mid stance (gem.: 0,58 cm; SD: 1,9) en neemt weer af na terminal stance (gem.: 0,54 cm, SD: 2,4). Daarnaast zorgt sneller lopen voor een significante afname van de lengte (gem.: 0,50 cm) in vergelijking met 0,58 cm.

Conclusie

Zorg dus voor een lengtetoegift van 1-2 cm en houd daarbij rekening met de aanwezigheid van comorbiditeit en de toename van de lengte van de voet tijdens verschillende fasen van het lopen.

Wilt u het volledige artikel lezen?

Jones, P., Bus, S. A., Davies, M. J., Khunti, K., & Webb, D. (2020). Toe gaps and their assessment in footwear for people with diabetes: a narrative review. Journal of Foot and Ankle Research, 13(1), 70.
https://doi.org/10.1186/s13047-020-00439-3

Beeldrechten