Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Een gezond parodontium is het fundament voor succesvolle restauratieve tandheelkunde. Zo ontstond bij de auteur, Jan van Hoeve - zelf tandarts - de belangstelling voor parodontologie. Om het resultaat van zijn handelen op langere termijn te kunnen beoordelen, heeft hij vanaf het begin van zijn praktijk in 1970 zo veel mogelijk patiënten klinisch, röntgenologisch en fotografisch gedocumenteerd.De casuïstiek en de evaluaties die zodoende ontstonden zijn door Van Hoeve beschreven in meer dan vijftig bijdragen, die in het tijdschrift Tandartspraktijk zijn gepubliceerd. In dit boek is een ruime selectie van deze bijdragen bijeengebracht.Deze uitgave is bedoeld voor tandartsen en mondhygiënisten en bestaat uit vier onderdelen: Deel 1 -Algemene onderwerpenDeel 2 -Artikelen over behandelingsplanning en behandelingDeel 3 -CasuïstiekDeel 4 -Bijdragen over regeneratie en de relatie tussen parodontologie enRestauratieve tandheelkunde: Door zijn visie en bevindingen te delen met andere tandartsen hoopt de auteur bij te dragen aan het optimaal behandelen van patiënten en tevens het langetermijneffect van behandeling te vergroten.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Algemeen. Onderzoek. Diagnose.

1 Aandacht voor het parodontium

Samenvatting
De hedendaagse patiënt verwacht van de tandheelkundige professie dat hij levenslang een fraai en goed functionerend gebit behoudt. En dan het liefst met zo weinig mogelijk tandheelkundige behandeling (afb. 1.1).
J.P. van Hoeve

2 Hoe zijn tegenvallende resultaten van parodontale behandelingen te vermijden?

Samenvatting
Men heeft soms het idee dat bij de behandeling van parodontale problemen vaker mislukkingen voorkomen dan bij andere tandheelkundige therapieën. Aan de hand van de grondregels voor parodontale behandeling worden in dit overzicht mogelijke teleurstellingen en tegenslagen toegelicht. Op basis van gegevens uit de literatuur en met klinische voorbeelden worden aanbevelingen gedaan om mislukkingen en tegenslagen zoveel mogelijk te voorkomen.
J.P. van Hoeve

3 Het gevaar van parodontitis

Samenvatting
Vaak wordt er gewezen op de gevaren die parodontitis zou opleveren voor de algemene gezondheid. Het begon in ons land in de negentiger jaren met een televisie-item waarin een patiënt werd getoond die een ernstig abces in de hersenen had en waarbij in dat abces een bacteriesoort aangetroffen werd die ook in de diepe parodontale pockets van de patiënt aanwezig bleek te zijn. In de uitzending werd gesuggereerd dat de parodontale ontsteking de oorzaak van het abces in de hersenen was.
J.P. van Hoeve

4 Het belang van vroege diagnostiek

Samenvatting
In de praktijk voor parodontologie zien we af en toe relatief jonge patiënten met een dermate ernstige parodontale afbraak dat we ons afvragen waarom de patiënt niet eerder ingestuurd is. Het klinische beeld en de verdere symptomen zouden bij de halfjaarlijkse controle ons inziens al lang opgevallen kunnen zijn. En bij vroegtijdige diagnose zouden de gevolgen en de therapie minder ingrijpend zijn.
J.P. van Hoeve

5 Pigmentatie van het tandvlees

Samenvatting
Pigmentaties van het tandvlees zijn niet ongewoon. De meest voorkomende zijn fysiologisch, door verhoogde hoeveelheden melanine in de basale laag van de mucosa.
J.P. van Hoeve

6 Tips bij het herkennen van endo-paroproblemen

Samenvatting
Als een patiënt ingestuurd wordt met een enkele pocket of een enkel furcatieprobleem, al dan niet met klachten aan het betrokken element, blijkt heel vaak een endodontisch probleem. Het constateren van een diepe pocket betekent niet altijd dat er een zuiver parodontaal probleem aanwezig is.
J.P. van Hoeve

7 Lokale recessie van de gingiva bij onderincisieven

Samenvatting
Het beeld van gelokaliseerde gingivarecessies buccaal bij een of twee onderincisieven is in de praktijk niet onbekend. In de meeste gevallen is er dan sprake van marginale gingivitis doordat er onvoldoende mogelijkheid is om de plaque te verwijderen vanwege de geringe diepte van de omslagplooi ter plaatse of door tractie van het frenulum. Dat de marginale ontsteking tot weefselafbraak en recessie leidt, heeft mede als oorzaak het geheel of gedeeltelijk ontbreken van bot buccaal op de wortel, waardoor de gingiva weinig ondersteund wordt en extra kwetsbaar is (afb. 7.1).
J.P. van Hoeve

8 Beschadiging van de gingiva door de tandenborstel

Samenvatting
Een veel voorkomende oorzaak van buccale gingivarecessies, al dan niet gepaard gaand met verlies van tandweefsel, is het traumatiseren met de tandenborstel. Het vóórkomen en de ernst van de recessie worden mede bepaald door de plaats van het element en de stand in de kaak, de dikte van de bedekkende gingiva en die van het onderliggende bot.
J.P. van Hoeve

9 De geschiedenis van recessies en een vrij gingivatransplantaat

Samenvatting
Bij een 38-jarige patiënte worden in 1976 bij onder- en bovenfront diverse recessies geconstateerd; buccaal bij de 31 en de 41 ontbreekt de aangehechte gingiva en is er tractie door het frenulum; er zijn geen ontstekingsverschijnselen, het parodontium is gezond (afb. 9.1).
J.P. van Hoeve

Behandelingsplanning. Behandeling.

10 Het dilemma ‘behouden of extraheren’

Samenvatting
Bij patiënten met voortgeschreden parodontale afbraak en actieve ontsteking is het altijd lastig de prognose van de aangedane elementen te bepalen. Vooral in een verwijspraktijk, omdat de voorgeschiedenis meestal onduidelijk is en alle diagnostische gegevens die je verzamelt het beeld van het moment geven. Wel is altijd duidelijk dat er in het verleden onvoldoende subgingivaal gereinigd is. Er moet dus in ieder geval met een goede subgingivale reiniging begonnen worden.
J.P. van Hoeve

11 Tandsteen verwijderen

Samenvatting
In de dagelijkse praktijk behoort het bestrijden van tandplaque op de eerste plaats te staan en niet het behandelen van de schade die deze plaque aanricht. Immers, bij een goede plaquebestrijding ontstaat er geen gingivitis en komen er minder carieuze aantastingen. In elke praktijk zou de zorg aan alle patiënten bij de regelmatige controles dienen te bestaan uit het controleren van de mondhygiëne, het zonodig geven van instructies en het uitvoeren van gebitsreiniging en de benodigde cariëspreventie. Het blijkt dat tandartsen niet erg veel affiniteit hebben met de preventie van parodontale afwijkingen, en vooral niet met het regelmatig instrueren, begeleiden van de mondhygiëne en het uitvoeren van gebitsreiniging.
J.P. van Hoeve

12 Niet-chirurgische parodontale behandeling

Samenvatting
Het doel van parodontale behandeling is kort gezegd het genezen van gingivitis, het reduceren van de pocketdieptes, het behandelen van furcatieproblemen en het behouden van esthetiek en functie van de dentitie.
J.P. van Hoeve

13 Een gemutileerd gebit met parodontale afbraak

Samenvatting
In 1988 wordt een patiënte verwezen omdat de parodontale afbraak door de behandelend tandarts niet meer te beheersen is.
J.P. van Hoeve

14 Een doeltreffende sanering

Samenvatting
Een 45-jarige gezonde vrouw met een gemutileerde dentitie en ernstige parodontale afbraak wordt door haar tandarts ingestuurd voor parodontale behandeling. Er is geen behandelingsplan opgesteld en de patiënte heeft geen klachten.
J.P. van Hoeve

15 Parodontale nazorg móet

Samenvatting
Parodontale nazorg is een essentieel onderdeel van elke parodontale behandeling. Onvoldoende bestrijding van de plaque en het ontbreken van de benodigde nazorg zijn in de meeste gevallen de voornaamste oorzaak van tegenvallende resultaten en mislukking van parodontale behandeling. In de parodontale literatuur zijn talloze artikelen verschenen waarin het belang van nazorg of secondaire preventie (Engels: maintenance care, supportive treatment) aangetoond wordt. Regelmatige professionele gebitsreiniging en begeleiding zijn nodig om parodontale gezondheid in stand te houden.
J.P. van Hoeve

16 Necrotiserende ulceratieve gingivitis/parodontitis

Samenvatting
Necrotiserende ulceratieve gingivitis (NUG) en necrotiserende ulceratieve parodontitis (NUP) lijken goed herkenbare aandoeningen. De symptomen en klachten zijn duidelijk en karakteristiek. Toch blijkt in de praktijk dat de diagnose wel eens gemist wordt. Regelmatig worden patiënten met NUG/NUP ingestuurd die door tandarts en huisarts, als gevolg van het ontbreken van de juiste diagnose, al maandenlang zonder succes behandeld zijn.
J.P. van Hoeve

17 Lokale juveniele parodontitis

Samenvatting
Het diagnosticeren van lokale juveniele parodontitis lijkt eenvoudig als de vondst van een aantal pockets dieper dan 4 mm bij een jeugdige patiënt lokale juveniele parodontitis betekent.
J.P. van Hoeve

18 Hoe ver kun je gaan met een parodontale behandeling?

Samenvatting
Vaak is het moeilijk om tegen een patiënt te zeggen dat zijn tanden en kiezen niet meer te redden zijn. Dit geldt in het bijzonder als de patiënt geen idee heeft van de problematiek, of kort tevoren uitgebreid tandheelkundig behandeld is. In bepaalde gevallen zoeken we dan de grenzen van de mogelijkheden wel eens, zoals in de volgende gevallen.
J.P. van Hoeve

Casuïstiek

19 Initiële behandeling van een complex probleem

Samenvatting
Een 45-jarige vrouw meldt zich met klachten over pijnlijke tanden die steeds verder uit elkaar gaan staan.
J.P. van Hoeve

20 Spontane standscorrectie

Samenvatting
Een 29-jarige vrouw komt in 1997 in de praktijk met klachten over bloedend tandvlees en standsverandering van haar voortanden. Het tandheelkundige begrip is niet erg groot.
J.P. van Hoeve

21 Een verkeerde inschatting? A.a-positief!

Samenvatting
Op grond van kennis en ervaring stellen we na anamnese en onderzoek een diagnose en maken een behandelingsplan. Nuanceverschillen in zowel diagnose, prognose als behandelingsplan kunnen het verloop en het resultaat van de behandeling beïnvloeden. Persoonlijke inschattingen en de praktische beschikbaarheid van wetenschappelijke kennis spelen hierbij een rol. De volgende casussen illustreren dit.
J.P. van Hoeve

22 Een plaqueprobleem

Samenvatting
Een 50-jarige patiënte wordt op advies van de haar behandelende mondhygiënist door haar tandarts verwezen voor parodontale behandeling. Het lukt de betreffende mondhygiënist niet de parodontale situatie beheersbaar en klinisch gezond te krijgen. De patiënte heeft geen klachten, wel denkt ze dat er 'een bacterie in het tandvlees zit' omdat haar tandvlees soms bloedt.
J.P. van Hoeve

23 25 jaar paropatiënt met ups en downs

Samenvatting
In 1981 stuurt de behandelende orthodontist een 35-jarige patiënte in. Ze is naar hem verwezen vanwege de diastemen in het bovenfront. De orthodontist vraagt parodontale ondersteuning en begeleiding tijdens zijn behandeling.
J.P. van Hoeve

24 Een moeilijke patiënt. Een hopeloos geval?

Samenvatting
Begin 1966 komt een 17-jarige patiënte in de praktijk bij mijn voorganger, prof. D.F. Veldkamp. Er is bij de patiënte sprake van, zeker voor haar leeftijd, ernstige parodontale problemen: gegeneraliseerde, actieve chronische gingivitis en lokaal gevorderde parodontitis. De gingiva is hypertrofisch en oedemateus gezwollen en bij de 15, 16, 25, 26, 35 en 36 zijn pockets met deels angulaire botdefecten te sonderen - de röntgenfoto’s tonen de defecten.
J.P. van Hoeve

Botregeneratie. Relatie parodontologie - restauratieve tandheelkunde

25 Herstel van angulaire botdefecten na conventionele therapie

Samenvatting
Bij voortgeschreden parodontitis worden we in de meeste gevallen geconfronteerd met angulaire botdefecten. In de parodontologie zoeken we al jaren naar methodes om herstel van botafbraak en nieuwe parodontale aanhechting te bewerkstelligen. Tot nu toe zijn er geen middelen of behandelwijzen beschikbaar waarvan de resultaten voorspelbaar goed zijn; het blijft altijd afwachten.
J.P. van Hoeve

26 Geleide weefselregeneratie in de praktijk

Samenvatting
Regelmatig zien we in de praktijk voor parodontologie een of meerdere strategische elementen waarbij uitgebreide botafbraak heeft plaatsgevonden. We zouden dan in een aantal gevallen graag herstel van parodontaal steunweefsel willen realiseren, bijvoorbeeld bij een frontelement vanwege de esthetiek of bij een belangrijke brugpijler.
J.P. van Hoeve

27 Molaren met doorgankelijke furcaties

Samenvatting
Helaas zijn er nog geen regeneratietechnieken waarmee bij molaren met ver toegankelijke of doorgankelijke furcaties interradiculaire botingroei verkregen kan worden. Alle ‘vultechnieken’ met diverse soorten korrels en botproducten, het aanbrengen van gels of membranen et cetera die in de afgelopen 30 jaar gepropageerd zijn, blijken in de praktijk niet effectief.
J.P. van Hoeve

28 Kronen en het parodontium

Samenvatting
Veel patiënten gaan ervanuit dat een tand of kies die voorzien is van een kroon het verdere leven zonder problemen functioneel en esthetisch mee kan. In de praktijk valt dit, zeker als het frontelementen betreft, de patiënt wel eens tegen. Een kies echter ziet de patiënt niet en het verlies daarvan wordt vaak niet als ‘erg’ ervaren.
J.P. van Hoeve

29 De partiële frameprothese en het parodontium

Samenvatting
Onder tandartsen wordt over het algemeen de partiële frameprothese weinig besproken. Het is een tandheelkundige voorziening met kennelijk weinig glamour, evenals de parodontale behandelingen. Toch worden er veel geplaatst.
J.P. van Hoeve

30 Eenvoudige esthetische correcties van lange en scheve tanden

Samenvatting
Patiënten met ernstige parodontale afbraak rond de elementen in het bovenfront hebben vaak klachten over de esthetiek, zeker als er sprake is van uitgroei en standsverandering.
J.P. van Hoeve

31 Een on(be)handelbaar onderfront

Samenvatting
In 1972 kwam een toen 42-jarige dame voor het eerst in de praktijk. Tandheelkundig gezien was er sprake van een redelijk goed onderhouden gebit, met een mortaalamputatie in de 17, een geretineerde 18 en 28, gegeneraliseerd lichte gingivitis, in de regio 33–43 matig ernstige parodontitis met recessies, en last but not least een dekbeet met een uitgegroeid onderfront. De patiënte had functioneel noch esthetisch klachten (afb. 31.1-31.2). Voor documentatie werden dia’s en modellen vervaardigd.
J.P. van Hoeve

32 Dubieuze molaren gebruiken als brugpijler

Samenvatting
Bij een 57-jarige patiënte hebben we in 1980 na parodontale sanering in de bovenkaak de tweede molaren kunnen behouden. De eerste molaren waren niet te redden. Helaas hebben beide elementen ernstige furcatieproblemen: de furcaties van de 17 zijn ver toegankelijk (afb. 32.1) en die van de 27 zijn doorgankelijk (afb. 32.2). De 36 en 46 zijn evenmin te behouden en de 37 en 47 hebben gedeeltelijk toegankelijke furcaties.
J.P. van Hoeve
Meer informatie