Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Iedereen bloost wel eens en bijna niemand vindt het prettig om te blozen. Sommige mensen vinden blozen zo vervelend dat ze er een angst voor ontwikkelen. Bloosangst kan iemands leven erg belemmeren. Mensen met bloosangst vermijden veel situaties uit angst om te blozen of doorstaan deze situaties met intense angst. Blozen en bloosangst zijn veelvoorkomende verschijnselen, toch weten maar weinig mensen wat beide precies inhouden. Omgaan met bloosangst behandelt wat blozen is en hoe het kan dat iemand bloosangst ontwikkelt, wat bloosangst in stand houdt, wat bloosangst betekent voor de omgeving van iemand met bloosangst en wat je tegen bloosangst zou kunnen doen. Omgaan met bloosangst verschijnt in de reeks Van A tot ggZ. De boeken uit deze reeks zijn zowel voor de professional als voor de client uiterst bruikbaar om meer inzicht te krijgen in diverse stoornissen. Meer informatie over deze serie is te vinden op www.a-ggz.nl.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Wat is er met me aan de hand?

Abstract
Blozen is een normale menselijke reactie. Iedereen kan zich wel een pijnlijke gebeurtenis herinneren waarbij zijn wangen verkleurden. Dat verkleuren lijkt zelfs een functie te hebben: andere mensen nemen het waar en daarmee is blozen een belangrijk onderdeel van de non-verbale communicatie. Toch vinden de meeste mensen blozen erg vervelend. Sommige mensen vinden blozen zelfs zo vervelend dat ze er een extreme angst voor ontwikkelen. Dit noemt men bloosangst of erytrofobie (letterlijk: angst voor rood).
Corine Dijk, Arnold van Emmerik, Peter de Jong

2. Hoe heeft het zover kunnen komen?

Abstract
In dit hoofdstuk beschrijven we hoe bloosangst ontstaat en in stand wordt gehouden. Laten we eerst kijken naar hoe dit bij Erik is gegaan.
Corine Dijk, Arnold van Emmerik, Peter de Jong

3. Wat staat me te wachten?

Abstract
Naar het natuurlijke verloop van bloosangst, dus hoe de angst zich ontwikkelt zonder dat iemand er iets aan doet, is nog niet veel onderzoek gedaan. Voor informatie daarover kunnen we het beste te rade gaan bij het onderzoek naar sociale fobie. Omdat bloosangst erg lijkt op sociale fobie, is er geen reden om aan te nemen dat het natuurlijke verloop van bloosangst heel anders zal zijn. Het verhaal van het natuurlijke verloop lijkt misschien erg negatief, maar het is goed om te beseffen dat een echte fobie, waarop alle diagnostische criteria in hoofdstuk 1 van toepassing zijn, een ernstig probleem kan zijn. Wanneer iemand blozen alleen maar erg vervelend vindt en niet voldoet aan alle diagnostische criteria voor een sociale fobie, kan het natuurlijke verloop gunstiger zijn. Toch maakt de bloosangstcirkel (zie figuur 2.1) duidelijk dat angst vaak een vicieuze cirkel is waarin verschillende processen elkaar versterken en in stand houden. Dus ook bij iemand die blozen alleen maar vervelend vindt, kunnen de klachten in de loop van de tijd erger worden en uitgroeien tot een fobie voor het blozen. Er is ook goed nieuws: een bloosfobie blijkt meestal goed te behandelen.
Corine Dijk, Arnold van Emmerik, Peter de Jong

4. Wat betekent bloosangst voor mijn omgeving?

Abstract
Je omgeving heeft verschillende niveaus: het land waarin je woont met zijn waarden en normen, de mensen die je tegenkomt en je meest directe omgeving – vrienden en familie. Elk van deze omgevingen kan bloosangst beïnvloeden. Omgekeerd kan bloosangst ook van invloed zijn op je omgeving, vooral op je meest nabije omgeving. Daarom laten we in dit hoofdstuk behalve Kim en Erik ook een aantal bekenden van hen aan het woord.
Corine Dijk, Arnold van Emmerik, Peter de Jong

5. Wat is er te doen tegen bloosangst?

Abstract
Zoals beschreven in hoofdstuk 3, leek bloosangst in eerste instantie moeilijk te behandelen. Ondertussen is evenwel een aantal behandelingen ontwikkeld om deze angst aan te pakken. De meest gebruikte (en effectiefste) behandelingen zullen hieronder uitgebreider aan de orde komen. Dit hoofdstuk is bedoeld als ‘een kijkje in de keuken’, om te laten zien welke soorten behandeling mogelijk zijn. Het hoofdstuk is niet bedoeld als zelfhulpgids. Veel van de onderstaande therapieën zijn moeilijk alleen uit te voeren, en de hulp en ondersteuning van een psycholoog, psychiater of andere professional is vaak noodzakelijk.
Corine Dijk, Arnold van Emmerik, Peter de Jong

6. Adressen en literatuur

Abstract
Voor de behandeling van bloosangst kan men terecht bij instellingen waar therapie wordt gegeven, zoals PsyQ, bij de geestelijke gezondheidszorg of bij een psycholoog die buiten een instelling werkt. Vraag de huisarts naar de mogelijkheden of kijk op de website van de vereniging voor gedrags- en cognitieve therapie voor een therapeut in de buurt: www.​vgct.​nl.
Corine Dijk, Arnold van Emmerik, Peter de Jong

Nawerk

Meer informatie