Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek is een inleiding tot het specialisme neurochirurgie. Het is geschreven als studieboek voor operatieassistenten in opleiding, maar is ook van waarde voor verpleegkundigen, co-assistenten en beginnend assistenten.

Neurochirurgie toont in vier delen de diversiteit van het specialisme. Het eerste deel behandelt algemene principes en richtlijnen van de neurochirurgie. Daarbij komen ook zaken aan de orde als apparatuur, liggingen en specifieke gebruiksmaterialen. Het tweede deel bespreekt de aandoeningen en operaties van schedel en hersenen, het derde deel van de wervelkolom en het ruggenmerg. Deel vier handelt over het perifere zenuwstelsel. Aan het begin van vrijwel elk hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de anatomie. De chirurgische delen geven verder veel verhelderende achtergrondinformatie, en gedetailleerde afbeeldingen verduidelijken de theorie nog eens extra.

In deze derde editie zijn twee hoofdstukken toegevoegd over breinchirurgie waarbij patiënten plaatselijk verdoofd worden. Dit zijn de zogenaamde wakkere craniotomie en de deep brain surgery (DBS). Ook gaat de auteur dieper in op navigatie, en op de anatomie en fysiologie van de wervelkolom.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Algemene principes en richtlijnen

Voorwerk

1. Positionering van de patiënt

Ondanks dat neurochirurgie een van de kleinste snijdende specialismen is, zijn de ingrepen vaak heel specifiek. Dit heeft als gevolg dat ook het positioneren heel divers, maar ook heel specifiek kan zijn. Dit hoofdstuk besteedt vooral aandacht aan de liggingen bij operaties aan het hoofd en de wervelkolom.
Nicol Vaessen

Chapter 2. Opstellingen van het operatieteam

In grote lijnen wordt aan de hand van de afbeeldingen getoond hoe een operatieopstelling bij een bepaalde ingreep zou kunnen zijn. Uiteraard kan hierover per ziekenhuis anders worden gedacht.
Nicol Vaessen

3. Apparatuur

Neurochirurgie heeft voor bepaalde operaties specifieke apparatuur nodig om een optimaal resultaat te kunnen bereiken. Bepaalde apparatuur die in dit hoofdstuk ter spake komt, kan ook bij andere specialismen worden gebruikt. Omdat ze echter onmisbaar zijn voor dit specialisme, worden ze hier toch besproken en waar nodig worden aandachtspunten voor de neurochirurgie toegelicht.
Nicol Vaessen

4. Specifieke benodigdheden

In dit hoofdstuk worden enkele hulpmiddelen besproken die in de neurochirurgie worden gebruikt. Sommige van deze hulpmiddelen zijn oorspronkelijk voor de neurochirurgie ontwikkeld maar worden tegenwoordig ook gebruikt bij andere specialismen.
Nicol Vaessen

Schedel en hersenen

Voorwerk

5. Anatomie van schedel en hersenen

Heel beknopt wordt de anatomie van schedel en hersenen beschreven. Uiteraard is de werkelijke situatie heel wat ingewikkelder. Daarbij komt ook nog dat men zich de anatomie binnen het hoofd driedimensionaal moet kunnen voorstellen.
Nicol Vaessen

6. Stereotaxie en neuronavigatie

In de eerste uitgave van dit boek zijn de neuronavigatie en de stereotaxie in aparte hoofdstukken aan de orde gekomen. In deze uitgave is ervoor gekozen om beide onderwerpen in hetzelfde hoofdstuk te bespreken. Stereotaxie wordt nog steeds toegepast. Een aantal ingrepen die voorheen stereotactisch gebeurden, kunnen nu ook met behulp van neuronavigatie worden verricht. Voorbeelden zijn het nemen van biopten en punctie van een cyste of een abces, maar ook het plaatsen van een ventrikeldrain kan met behulp van navigatie worden gedaan. Neuronavigatie kan worden gezien als een doorontwikkeling van stereotaxie. Dat wil echter niet zeggen dat stereotaxie verouderd is. Voor een ingreep als DBS (deep brain stimulation) is stereotaxie onontbeerlijk.
Nicol Vaessen

7. Craniotomie

Dit hoofdstuk beschrijft in grote lijnen de procedure bij een craniotomie. De fasen van de ingreep worden beknopt weergegeven. Daarna worden de diverse osteotomieën besproken.
Nicol Vaessen

8. Liquorcirculatie

Dit hoofdstuk beschrijft de liquor cerebrospinalis , kortweg liquor genoemd. Dit is een heldere vloeistof die zich in de ventrikels en de subarachnoïdale ruimtes van de hersenen en het ruggenmerg bevindt. De functies van liquor zijn bescherming van hersenen en ruggenmerg, behoud van temperatuur en transport van voedingsstoffen.
Nicol Vaessen

9. Craniaal neurotrauma

Van een schedeltrauma is al sprake als iemand bijvoorbeeld het hoofd heeft gestoten. Bij sommige mensen kan dit al tot een bloeding leiden. Het zal duidelijk zijn dat naarmate het ontstaan van het trauma met een grotere kracht gepaard gaat, het risico op een letsel groter zal zijn en dat de aard van het letsel waarschijnlijk ernstiger zal zijn. Niet alle patiënten met een (ernstig) schedeltrauma worden geopereerd. Afhankelijk van de ernst worden deze patiënten voor kortere of langere tijd neurologisch geobserveerd. Een operatie zal worden verricht om een (levens)bedreigende situatie te voorkomen, zoals het ontlasten van een hematoom of het eleveren van botstukken. Ook kan een drukmeetsysteem worden ingebracht voor een betere neurologische observatie.
Nicol Vaessen

10. Neoplasma’s

Een tumor ontstaat door een verandering in de genetische structuur. Soms is deze verandering al bij de geboorte aanwezig. Externe factoren kunnen ook van invloed zijn op het ontstaan van een tumor. In de inleiding van dit hoofdstuk wordt getracht een algemeen beeld te geven van tumoren. Daarna worden de meest voorkomende tumoren van het centrale zenuwstelsel kort toegelicht.
Nicol Vaessen

11. Brughoektumor

Met de brughoek (pons = brug) wordt de ruimte bedoeld binnen de grenzen van het rotsbeen (mastoïd), de hersenstam (truncus cerebri) en de kleine hersenen (cerebellum). Alle tumoren binnen dit gebied worden brughoektumoren genoemd. Eenzijdig gehoorverlies is de hoofdklacht, met daarnaast oorsuizen met draaisensatie en hoofdpijn. De tumor kan ook op de hersenstam gaan drukken.
Nicol Vaessen

12. Endoscopische voorsteschedelbasischirurgie

De hypofyse is een klier die hormonen produceert. De klier bestaat uit twee kwabben, de voorkwab of adenohypofyse en de achterkwab of neurohypofyse. De adenohypofyse ontstaat uit een uitstulping van het primitieve mondholtedak en is een endocriene klier. De neurohypofyse is een deel van de hersenen, een uitstulping van de tussenhersenen. Via het infundibulum en de hypofysesteel staan ze met elkaar in contact. De adenohypofyse geeft, onder invloed van stimulerende eiwitten uit de hypothalamus, via een ingewikkeld feedbacksysteem hormonen af die andere endocriene klieren stimuleren.
Nicol Vaessen

13. Radiotherapie

Veel patiënten met een maligniteit, in de neurochirurgie meestal intracraniaal, worden pre- of postoperatief bestraald. Het doel van dit hoofdstuk is op zeer basale wijze informatie te geven over radiotherapie. Ook is er verband tussen een bepaalde manier van bestralen en stereotaxie.
Nicol Vaessen

14. Intracraniaal abces en empyeem

Intracraniële infecties kunnen uitmonden in ophopingen van pus. Afhankelijk van de locatie van de pusophoping is er sprake van:
  • een intraparenchymateus abces of hersenabces (in het hersenweefsel);
  • een subduraal empyeem (in de ruimte tussen dura mater en arachnoidea mater);
  • een epiduraal abces (in de ruimte tussen dura en schedel).
Nicol Vaessen

15. Cerebrale vasculaire afwijkingen

In dit hoofdstuk wordt een algemeen beeld gegeven van de meest voorkomende vasculaire intracraniële vaatafwijkingen. Eerst wordt de anatomie kort beschreven. Het hoofdstuk gaat dan verder met oorzaken, vormen en behandeling van het aneurysma. Dan volgt bij wijze van voorbeeld een operatieverslag van een cerebraal aneurysma. Vervolgens wordt de embolisatie ofwel de endovasculaire behandeling van een cerebraal aneurysma nader toegelicht. Tot slot volgt een uiteenzetting over cerebrale malformaties.
Nicol Vaessen

Wervelkolom en ruggenmerg

Voorwerk

16. Inleidende bespreking wervelkolom

In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de anatomie van de wervelkolom evenals aan basale biomechanica. Het doel hiervan is om meer inzicht te geven in het functioneren van de wervelkolom en de pathologie van de wervelkolom beter te begrijpen.
Nicol Vaessen

17. Trauma van de wervelkolom

Fracturen of dislocaties ontstaan meestal als gevolg van extreme krachten. Bepaalde aandoeningen, zoals osteoporose, Bechterew of tumoren, kunnen het botweefsel echter al zodanig hebben verzwakt, dat ook geringe krachten al kunnen leiden tot fracturen. Behalve letsel aan de benige structuren kan er uiteraard ook letsel ontstaan aan ligamenten en aan de tussenwervelschijven (ruptuur). Daarnaast zijn letsels aan zenuwen of het ruggenmerg zeer wel mogelijk.
Nicol Vaessen

18. HNP-operaties

In dit hoofdstuk worden de cervicale anterieure discectomie, de cervicale posterieure discectomie, de lumbosacrale microdiscectomie en de minimaal invasieve lumbale microscopische discectomie beschreven.
Nicol Vaessen

19. Operaties spondylogene kanaalstenose

Een vernauwing van het wervelkanaal op cervicaal niveau kan klachten geven van krachtsverlies en gevoelsvermindering in armen en benen. Met een laminectomie, meestal beiderzijds, kan de druk op het myelum worden opgeheven. In dit hoofdstuk worden de procedures van de cervicale en de lumbale laminectomie beschreven.
Nicol Vaessen

20. Spondylodese

Twee veelvoorkomende spondylodesen worden beschreven. Dit zijn de anterieure cervicale spondylodese, in dit geval met corpectomie, en de posterieure lumbale spondylodese waarbij ook cages of botgrafts tussen de wervellichamen worden geplaatst. Voor de duidelijkheid wordt de operatieprocedure vanaf het aanbrengen van de fixatiematerialen redelijk abstract omschreven.
Nicol Vaessen

21. Inleidende bespreking ruggenmerg

Na een korte beschrijving van de anatomie van het ruggenmerg, volgt een inleidende bespreking van aandoeningen van het ruggenmerg. Vervolgens worden een intradurale tumorresectie en het sluiten van een myelokèle bij een patiënt met spina bifida beschreven.
Nicol Vaessen

Het perifere zenuwstelsel

Voorwerk

22. Inleidende bespreking zenuwletsels

In dit hoofdstuk worden zenuwletsels besproken van de bovenste extremiteiten. Zenuwletsels komen het vaakst in dit gebied voor. Voor de meeste bezigheden zijn we grotendeels afhankelijk van de bovenste extremiteiten. Bij de uitvoering van de meeste werkzaamheden gebruiken we onze armen en handen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld schrijven, eten of sport beoefenen. Ook iemand die zichzelf fysiek beschermt, doet dat vooral met de armen en handen. Extra aandacht wordt besteed aan het plexusbrachialisletsel. Daarnaast komen zenuwbeklemmingen het meest voor in de bovenste extremiteit.
Nicol Vaessen

23. Perifere zenuwletsels

Perifere zenuwletsels kunnen worden ingedeeld in open en gesloten letsels en daarnaast nog in gecompliceerde en ongecompliceerde letsels. De aard van het letsel zal medebepalend zijn voor de coaptatietechniek die kan worden toegepast. Uitgestelde exploratie hoeft niet te betekenen dat geen compleet herstel mogelijk is. Om atrofie van het eindorgaan te voorkomen, wordt exploratie echter zo spoedig mogelijk verricht.
Nicol Vaessen

24. Plexus brachialis

De plexus brachialis is een ingewikkelde structuur van zenuwen. Een letsel van de plexus brachialis kan leiden tot een ernstige handicap van de betreffende extremiteit. Daarom zal worden getracht een dergelijk letsel te herstellen of een deel van de armfunctie te behouden.
Nicol Vaessen

25. Zenuwbeklemming

Zenuwbeklemming in de extremiteiten komt voornamelijk voor in de bovenste extremiteiten. De beklemming van de nervus ulnaris in de elleboog, de sulcus nervi ulnaris, en de nervus medianus in het polsgewricht, de carpale tunnel, komen daarbij het meest voor.
Nicol Vaessen

Nawerk

Meer informatie

Extra’s