Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Leidraad cardiologie biedt leidraden in het denken rondom cardiologische ziektebeelden. Bij het maken van deze vierde editie van Leidraad cardiologie zijn de auteurs nagegaan op welke punten wijzigingen noodzakelijk waren naar aanleiding van nieuwe inzichten en welke onderwerpen nog ontbraken. Dit heeft onder andere geleid tot aanpassingen op het gebied van hartkleplijden (diagnostiek en indicaties voor chirurgische of percutane interventie) en tot het volledigherzien van de tekst inzake endocarditisprofylaxe.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Leidraad algemene diagnostiek/therapie bij cardiale ziektebeelden

Zusammenfassung
Bijzondere vorm van cardiomyopathie met vervanging van normaal rechterventrikelmyocard door vet en fibrotisch weefsel.
Hans A. Bosker, Paul R. M. van Dijkman

2. Leidraad cardiale diagnostiek

Zusammenfassung
Via intra-arteriële katheters, waarmee selectief de rechter- en linkerkransslagader kan worden gesondeerd, vindt contrasttoediening in de kransslag - aders plaats, waarmee met behulp van röntgendiagnostiek een afbeelding van de kransslagaders kan worden gemaakt.
Hans A. Bosker, Paul R. M. van Dijkman

3. Leidraad specifieke therapeutische ingrepen

Zusammenfassung
Het plaatsen van één of meer arteriële (linker en/of rechter a. mammaria; a. gastroepiploica; a. radialis) en/of veneuze (v. saphena magna) grafts op één of meer coronaire arteriën distaal van de stenosering. Dit geschiedt via sternotomie en met gebruikmaking van de hart-longmachine en cardioprotectieve maatregelen (koeling, cardioplegie). In een aantal gevallen is het ook mogelijk deze ingreep uit te voeren zonder gebruikmaking van de hartlongmachine (zgn. off-pump chirurgie). Ook bestaat er de mogelijkheid van minimal invasieve bypasschirurgie (midcab) via links-laterale thoracotomie.
Hans A. Bosker, Paul R. M. van Dijkman

4. Leidraad intraveneuze toediening medicatie

Ohne Zusammenfassung
Hans A. Bosker, Paul R. M. van Dijkman

5. Overige

Zusammenfassung
Orale antistollingstherapie kan geschieden door middel van toediening van fenprocoumon of acenocoumarol. Het voordeel van fenprocoumon is een stabielere instelling, het nadeel een tragere coupering; het wordt vooral aangewend wanneer langdurig (bijv. levenslang) antistolling gewenst/vereist is. Het voordeel van acenocoumarol is een snellere coupering van de werking indien nodig, het nadeel een veel minder stabiele instelling op langere termijn. Het wordt dan ook vooral gebruikt voor antistolling gedurende een bepaalde periode. De aanvangsdosering van fenprocoumon is 3 tabletten van 3 mg de eerste dag, 2 tabletten de tweede dag, 1 tablet de derde dag en daarna op geleide van de INR-bepaling. De aanvangsdosering van acenocoumarol is 6 tabletten van 1 mg de eerste dag, 4 tabletten de tweede dag, 2 tabletten de derde dag en daarna op geleide van de INR-bepaling.
Hans A. Bosker, Paul R. M. van Dijkman

Nawerk

Meer informatie