Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Internationalisering vergt inspanning. Het vergt tijd, geld, creativiteit en doorzettingsvermogen om internationale contacten op te bouwen en te bestendigen. De manieren waarop opleidingen internationalisering vorm geven zijn zeer verschillend. In dat proces doen zich tal van vragen voor: Wat willen we precies met internationalisering? Hoe organiseren we internationale contacten?– Hoe komen we aan gemotiveerde mensen en voldoende geld? – Hoe komen we aan gemotiveerde mensen en voldoende geld?– Hoe overwinnen we weerstanden en tegenslagen?Dit boek toont de mogelijkheden en varianten van internationalisering, gaat in op knelpunten en geeft tips om ze op te lossen. Het is een praktisch boek om internationalisering concreet vorm te geven.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. INLEIDING

Deze inleiding laat zien waarom internationalisering in het hoger onderwijs noodzaak is. En waarom dit boekje is geschreven, voor wie het is bedoeld en hoe het is opgebouwd.
Klaas Schermer

2. VORMEN VAN INTERNATIONALISERING

Hogeronderwijsland kent allerlei varianten van internationalisering. De volgende paragrafen geven hier een overzicht van. Elke variant streeft eigen doelen en subdoelen na, legt een ander accent en heeft zijn eigen voor- en nadelen. Een opleiding kan diverse vormen van internationalisering na en naast elkaar nastreven.
Klaas Schermer

3. BELEID EN UITVOERING

Internationalisering slaagt alleen als het management het expliciet als prioriteit stelt, er zelf warm voor loopt en personeel en studenten ondersteunt in het opzetten en uitvoeren van de plannen.
Internationalisering is een kwestie van lange adem: een curriculum kan alleen op lange termijn worden omgegooid, het werven van buitenlandse docenten, stage- en studieplaatsen vergt tijd. Het is daarom nuttig onderscheid te maken in beleidsdoelen voor de lange en voor de korte termijn. Het is een beleidskeuze of iedereen aan internationalisering moet meedoen, of dat dit een kwestie is van persoonlijke keuze, zowel voor studenten als docenten. Om internationalisering planmatig te ontwikkelen, is de instelling van een projectgroep nuttig. Deze aspecten worden in dit hoofdstuk bekeken.
Klaas Schermer

4. SAMENWERKING ZOEKEN MET HET INTERNATIONALE WERKVELD

Het werkveld bepaalt in belangrijke mate welke competenties voor de toekomstige medewerkers belangrijk zijn. Met het binnenlandse werkveld wordt daarover contact gehouden via stages en werkveldcommissies. Voor een breder beeld is contact met het internationale werkveld noodzakelijk. Hoe kom je echter in contact met buitenlandse bedrijven, instellingen en verenigingen van beroepsbeoefenaren? Dit hoofdstuk laat daarvoor een aantal mogelijkheden zien.
Klaas Schermer

5. SAMENWERKING ZOEKEN MET BUITENLANDSE PARTNERSCHOLEN

Concrete vormen van internationale samenwerking, zoals een gezamenlijk project of een internationale klas, vergen veel voorbereiding. Het eerste project of de eerste internationale klas telt waarschijnlijk nog slechts een klein aantal partners en studenten. Dat lijkt een mager resultaat van al het werk dat nodig was om zover te komen. De eerste schreden op het pad van internationale samenwerking zijn echter onmisbaar op de weg naar succes. Deze eerste ervaringen bieden belangrijke leerpunten: wat gaat goed, wat moet beter? Voor de partners is het ook een belangrijk signaal: naar die opleiding kan ik met goed vertrouwen studenten en docenten sturen. Zij zijn uw beste ambassadeurs: na het eerste jaar zal het aantal studenten en partners snel toenemen; u hoeft steeds minder op zoek te gaan naar partners. Voorbij een bepaald punt gaat uw internationale activiteit werken als een magneet: de partners en studenten melden zich spontaan aan. U hebt dan de kritische massa bereikt. Totdat dat punt bereikt is, moet u zich hard inspannen om partners te krijgen, daarna gaat dat min of meer vanzelf. Waar dat punt ligt, hangt van een aantal factoren af, zoals het aantal verwante opleidingen in de wereld, de vorm van samenwerking die u kiest, de waardering van de eerste deelnemers voor deze vorm van internationalisering.
Veel opleidingen zijn graag onderdeel van een breed en wijd vertakt netwerk, zodat zij veel studenten en docenten kunnen bedienen als zij hun vleugels internationaal willen uitslaan. Horen zij van een partner dat die uw partner is en dat zijn ervaringen met uw activiteiten gunstig zijn, dan zullen zij zich bij u melden met het verzoek in uw netwerk te worden opgenomen. Dat werkt in twee richtingen: zij kijken naar partners van partners en u kunt dat ook doen. Sommige instituten grossieren in partners; zij hebben tientallen samenwerkingscontracten en schermen met lange lijsten van partners waarmee ze feitelijk niets concreets doen. Let er dus wel op of uw partner bereid en in staat is tot daadwerkelijke samenwerking.
Maar eerst moet u aan een aantal partners zien te komen. Hoe doet u dat? Er zijn verschillende wegen:
  • Aanhaken bij buitenlandse partners van andere opleidingen van uw hogeschool.
  • Speuren op internet naar verwante opleidingen in het buitenland en deelnemen aan internationale conferenties.
  • Toevallige contacten.
In alle gevallen is het belangrijk criteria te hanteren om te kunnen beoordelen of een potentiële partner geschikt is voor structurele samenwerking.
Klaas Schermer

6. VORMGEVEN AAN SAMENWERKING

Welke vormen van samenwerking mogelijk zijn hangt af van veel factoren:
  • de beleidsmatige uitgangspunten van beide partijen;
  • de ervaringen met elkaar, zoals opgedaan via bezoeken en pilots;
  • de motivatie en inzet van studenten en docenten.
Dit hoofdstuk zal deze factoren nader bespreken.
Klaas Schermer

7. DE INZET VAN MIDDELEN

Internationalisering vergt een extra inspanning. Medewerkers krijgen nieuwe taken en dienen daar de nodige competenties voor te hebben. Soms is bijscholing nodig, niet alleen om een vreemde taal beter te beheersen, maar ook om geen storende fouten te maken in de omgang met mensen uit andere culturen. En voor alle extra taken is extra geld nodig: er moeten dus inkomsten zijn om alle kosten te dekken. Wat gaat het kosten? Hoe kom je aan geld? Hoe houd je goed zicht op de fi nanciën? Dit hoofdstuk beschrijft de inzet van middelen – van mensen en geld.
Klaas Schermer

8. OMGAAN MET CULTUURVERSCHILLEN

Contact met mensen uit andere culturen is verrijkend, maar kan ook lastig zijn, omdat opvattingen en gebruiken verschillen. Hoe gaan mensen om met afspraken, met tegenvallers en calamiteiten? Hoe gaat men om met macht, gezag en vriendschap? Welke manier van leren staat centraal? Dit hoofdstuk behandelt een aantal van deze vragen en verrassingen.
Klaas Schermer

9. PRAKTISCHE PROBLEMEN

Door de grote verschillen in de onderwijssystemen en -tradities per land, loopt de Nederlandse opleiding tegen tal van praktische problemen aan die bij internationale samenwerking om een oplossing vragen. Dit hoofdstuk geeft informatie voor het oplossen van een aantal van dit soort problemen.
Klaas Schermer

Nawerk

Meer informatie