Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek biedt behandelaren een handleiding om schematherapie, een succesvolle en bewezen effectieve methode voor de behandeling van persoonlijkheidsproblematiek, toe te passen in kortdurende therapievarianten. Het behandelt twee kortdurende protocollen die u los van elkaar of - voor een langere therapie - achtereenvolgend kunt aanbieden. De protocollen zijn geschikt voor individuele schematherapie en voor schemagroepstherapie, waarbij interpersoonlijk leren in zowel het therapeutisch contact plaatsvindt als in het contact met andere groepsleden. Het werken in en met groepen wordt door behandelaren en cliënten als een krachtige experiëntiële en vaak emotioneel corrigerende gebeurtenis ervaren.

Iedereen heeft gevoelige snaren. Deze gevoelige snaren, zogeheten ‘schema’s’, bepalen hoe mensen in het dagelijks leven functioneren. Triggering van deze schema’s kan iemand in bepaalde gemoedstoestanden (modi) brengen. Sommige mensen ondervinden in hun dagelijks leven zo’n last van hun schema’s en modi dat er sprake is van een persoonlijkheidsstoornis.

Deze herziene druk (voorheen Kortdurende schemagroepstherapie) richt zich nu ook op het werkboek Experiëntiële technieken. Er worden voorbeelden gegeven van groepsdynamische processen en interactief leren.

Kortdurende schematherapie bestaat uit een handleiding voor de therapeut, een werkboek CGT-technieken en een werkboek Experiëntiële technieken. De werkboeken kunnen los van elkaar worden gebruikt of achtereenvolgend. Beide werkboeken richten zich op het verminderen van de invloed van schema’s en modi op het dagelijks leven van cliënten.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Samenvatting
Deze handleiding behandelt twee kortdurende schematherapie protocollen (SCGT en SEPT) die los van elkaar of – voor een langere therapie – achtereenvolgend kunnen worden aangeboden. De protocollen zijn geschikt voor individuele schematherapie en voor schemagroepstherapie. Voor beide protocollen is ook een werkboek voor patiënten gemaakt. In dit hoofdstuk wordt kort toelichting gegeven op het ontstaan van deze twee kortdurende schematherapie protocollen.
Michiel van Vreeswijk, Jenny Broersen

2. Theoretische beschouwing

Samenvatting
De belangrijkste elementen van schematherapie worden beschreven. Er is aandacht voor de basisbehoeften en de uitwerking daarvan in emotionele kernbehoeften. De overeenkomsten en verschillen tussen schematherapie en verschillende andere therapievormen worden uitgewerkt. Accentverschillen tussen de protocollen SCGT en SEPT worden beschreven.
Michiel van Vreeswijk, Jenny Broersen

3. Individuele schematherapie

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt de onwikkeling van individuele schematherapie beschreven, waarbij verschillende wetenschappelijke studies worden genoemd. Aan bod komen de verschillen tussen SCGT-/SEPT-protocol en individuele schematherapie in de genoemde gerandomiseerde studies als ook de verschillen tussen een individueel format en een groepsformat.
Michiel van Vreeswijk, Jenny Broersen

4. Kortdurende schematherapie in groepen

Samenvatting
Kortdurende schematherapie in de groep (SCGT-g en SEPT-g) vertonen overeenkomsten met de klassieke gedragstherapeutische groepstherapie en de interpersoonlijke groepstherapie. Beide zijn tijdgelimiteerde groepstherapieën. In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij deze vorm van groepstherapie, waarbij de therapiefasen, groepsdynamica, cotherapie en refamilying/limited reparenting worden toegelicht.
Michiel van Vreeswijk, Jenny Broersen

5. Onderzoeksbevindingen

Samenvatting
Het aantal wetenschappelijke publicaties over schematherapie groeit. Naast de rapportage over succesvolle resultaten in met name studies die individuele schematherapie op effectiviteit of effect onderzochten, wordt in dit hoofdstuk aandacht besteed aan onderzoek naar schemagroepstherapie.
Michiel van Vreeswijk, Jenny Broersen

6. Behandelrationale

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt de rationale van de twee kortdurende protocollen (SCGT en SEPT) toegelicht. Er is aandacht voor het aantal sessies, het werken met de drie hoogst scorende schema’s en modi, de beperking van deelinterventies en video-opname van de therapiesessies.
Michiel van Vreeswijk, Jenny Broersen

7. (Contra-)indicaties

Samenvatting
In de dagelijkse praktijk is het vaak een vraag wanneer het protocol SCGT of SEPT is geïndiceerd. Daar is geen wetenschappelijk antwoord op. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de (contra-)indicaties.
Michiel van Vreeswijk, Jenny Broersen

8. Behandelprotocol SCGT

Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft het protocol SCGT van sessie tot sessie. Voorafgaand wordt aandacht besteed aan diagnostiek, effectmetingen en het adviesgesprek.
Michiel van Vreeswijk, Jenny Broersen

9. Behandelprotocol SEPT

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt het protocol SEPT beschreven. Per therapiefase worden de experiëntiële technieken toegelicht. Voor diagnostiek, effectmetingen en adviesgesprek wordt verwezen naar H. 8 van dit boek. Een vergelijkbare werkwijze kan voor dit protocol worden toegepast.
Michiel van Vreeswijk, Jenny Broersen

10. Valkuilen en tips

Samenvatting
Er zijn diverse valkuilen waar de therapeut bij het geven van een SCGT(-g) en SEPT(-g) voor moet oppassen. Diverse algemene en speciefiek valkuilen in het kortdurend werken binnen de individuele schematherapie en de schemagroepstherapie worden besproken.
Michiel van Vreeswijk, Jenny Broersen

11. Slotbeschouwing

Samenvatting
Zowel het SCGT- als het SEPT-protocol richt zich op een brede groep van patiënten die last hebben van schema’s en modi. Patiënten met persoonlijkheidsproblematiek en patiënten met een persoonlijkheidsstoornis kunnen met beide protocollen behandeld worden. In dit hoofdstuk wordt in het kort een kritische reflectie gegeven over het werken met deze protocollen en de indicatiestelling voor schematherapie.
Michiel van Vreeswijk, Jenny Broersen

Nawerk

Meer informatie