Het Geneeskundig Jaarboek 2021 is hét recept voor iedereen die medicijnen voorschrijft, verkoopt of toedient. In het jaarboek vindt u de beschrijving van alle werkzame geregistreerde geneesmiddelen in Nederland, dat zijn er meer dan 2.000.
Radiofarmacon dat zich met hoge affiniteit bindt aan het presynaptische dopaminetransporteiwit en in veel mindere mate aan het serotoninetransporteiwit.
Optimalisering van de medicamenteuze therapie is aangewezen in verband met het aantal vermijdbare, met de medicamenteuze therapie samenhangende fouten en de gevolgen daarvan [1].
Het Nederlands College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) bepaalt of een geneesmiddel niet-receptplichtig (NR) of 'uitsluitend recept' (UR) is en in welke van de bovengenoemde groepen het wordt ingedeeld.
Hoewel geneesmiddelen en vaccins jarenlang worden onderzocht voordat ze op de markt komen en gebruikt worden, komen in de praktijk toch soms nieuwe bijwerkingen aan het licht. Het is van belang bijwerkingen te melden bij het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb.
Kinderen zijn geen kleine volwassenen, ook niet als het gaat om behandeling met geneesmiddelen. De onderlinge verhoudingen van de lichaamsdelen, de samenstelling van het lichaam en vooral ook in de manier waarop de verschillende organen werken zijn bij kinderen anders dan bij volwassenen.
Het uitgangspunt is dat in de periode dat een vrouw borstvoeding geeft gebruik van geneesmiddelen zoveel als mogelijk is moet worden vermeden of beperkt. Het kan zinvol zijn om voor de partus al te overwegen of een bepaald geneesmiddelbeleid na de partus ongewijzigd kan worden voortgezet.
De biotransformatie van veel (vooral lipofiele) geneesmiddelen is afhankelijk van een goede leverfunctie. In de lever is een groot aantal enzymen aanwezig dat stoffen omzet in meer hydrofiele verbindingen die vaak minder werkzaam zijn en gemakkelijker in de urine (of in de gal) worden uitgescheiden.
Veel geneesmiddelen en/of hun metabolieten zijn voor hun uitscheiding uit het lichaam afhankelijk van een goede werking van de nieren. Indien sprake is van een verminderde nierfunctie kan cumulatie ontstaan van geneesmiddelen en metabolieten die voornamelijk renaal worden geklaard, dat wil zeggen door de nieren uitgescheiden.
Geneesmiddelen kunnen elkaars werking op farmacodynamische en farmacokinetische wijze beïnvloeden: in het eerste geval is er bijv. sprake van competitie voor dezelfde receptor (naloxon en morfine), effecten op hetzelfde orgaan (alcohol en benzodiazepinen) of orgaansysteem (epinefrine en histamine) of effecten op verwante enzymsystemen (trimethoprim en sulfamethoxazol) of ionenkanalen (QTc-verlenging door verschillende geneesmiddelen); in het tweede geval betreft het remming of versterking van de absorptie, distributie, metabolisme en/of eliminatie van het ene geneesmiddel door het andere geneesmiddel (bijv. methotrexaat en cotrimoxazol, trimethoprim of prostaglandinesyntheseremmers).
Veel geneesmiddeleninteracties ontstaan door remming of inductie van een of meer iso-enzymen van cytochroom P450 (CYP), zie ook hoofdstuk Geneesmiddeleninteracties via cytochroom P450 (CYP). Dit enzymsysteem is een belangrijk onderdeel van het fase-I metabolisme, maar is niet de enige bron van farmacokinetische interacties tussen geneesmiddelen. Deze kunnen bijvoorbeeld ook ontstaan doordat bepaalde geneesmiddelen de werking van het een transporteiwit remmen of induceren en daardoor de presystemische (gastrointestinale) of actieve tubulaire (renale) secretie van een substraat beïnvloeden.
De werking van geneesmiddelen wordt beïnvloed door een groot aantal factoren zoals geslacht, leeftijd, voedingsgewoonten, roken, alcoholgebruik, andere geneesmiddelen en milieufactoren. Ook erfelijk bepaalde factoren kunnen een rol spelen.