Skip to main content
main-content

09-10-2017 | Fysiotherapie | Nieuws

Ganganalyse en looptraining: nieuwe, praktische inzichten op activiteitenniveau

Adri van Beelen | Beeld: Deckers en Beckers

Jos Deckers en Dominiek Beckers zijn beiden fysiotherapeut met een meer dan 40 jaar lange ervaring in de revalidatie bij Adelante Revalidatiecentrum Hoensbroek. Samen geven ze cursussen ganganalyse en looptraining en schreven een standaardwerk over dit onderwerp. In hun ogen is ganganalyse en looptraining ‘teamwork’, waarbij alle disciplines met respect voor elkaars deskundigheid hun steentje bijdragen.


“Veel mensen krijgen na een ongeval, bij ziekte of ouderdom problemen bij het gaan of lopen. Een klein letsel leidt al snel tot een afwijking of een gestoord looppatroon. Elke fysiotherapeut wordt hier dagelijks mee geconfronteerd.” Aan het woord is Jos Deckers, fysiotherapeut (kinesitherapeut) in Genk. Hij is gespecialiseerd in orthopedie, ganganalyse, orthesiologie en prothesiologie. De behandeling van trauma- en amputatiepatiënten kent voor hem geen geheimen. Samen met Dominiek Beckers uit Maasmechelen geeft hij al jaren cursussen ganganalyse en looptraining. Hij heeft jarenlange ervaring met neurologische patiënten en is coauteur van verschillende boeken. Naast ganganalyse doceert hij ook cursussen neurorevalidatie. “In onze samenwerking vullen we elkaar onderling goed aan”, zegt hij.

Wat weet een gemiddelde fysiotherapeut van ganganalyse?

Beckers: “Hij weet er het nodige van, maar die kennis is wel tamelijk fragmentarisch te noemen. Dat is op zich ook niet vreemd, want niet alle paramedici krijgen tijden de opleiding een gestructureerde opbouw met betrekking tot ganganalyse en gangrevalidatie. De scholing is soms te weinig aangepast aan de actuele mogelijkheden en praktijkervaringen in onderzoek, trainingsaspecten en hulpmiddelen binnen de looptraining.”

Wat wordt er precies met gang bedoeld en hoe belangrijk is dat?

Beckers: “Ons gaan en staan is functioneel uiterst belangrijk voor de levenskwaliteit van elke mens. Daarnaast is ons gangpatroon ook nog eens deel van onze lichaamstaal als expressie naar onze medemens. Patiënten zijn dan ook meestal uiterst gemotiveerd om weer zo goed mogelijk te leren gaan of lopen. Qua taalgebruik worden ‘gaan en lopen’ wat verschillend gebruikt. In Nederland zeggen we ‘lopen’. In Vlaanderen betekent lopen eerder ‘rennen’ en ‘rennen’ is in Nederland ‘hardlopen’. Vlaanderen gebruikt sneller het woord ‘stappen’. Uiteindelijk snapt iedereen wel wat er met ‘ganganalyse’ bedoeld wordt. We kijken naar de normaalgang, waarbij de efficiency van de gang een belangrijke rol speelt. Iedereen wandelt namelijk op een manier waarbij er zo weinig mogelijk energie gespendeerd wordt. Afwijkingen hierop zeggen iets over een minder efficiënte manier van voortbewegen.”

Waarom hebben jullie het boek ‘Ganganalyse en looptraining’ geschreven?

Beckers: “Met het boek willen we de lacunes in kennis en ervaring aanvullen. Dit is trouwens het enige boek in het Nederlands taalgebied dat hierover gaat. Het is de enige uitgave die de normaalgang beschrijft, systematiek bij ganganalyse aanbiedt, en gestructureerde behandeldoelen aanlevert.”

Wat maakt dit boek bijzonder?

Deckers: “Je vindt er de nodige informatie in over diagnostisering en behandeling van problemen met lopen. Loopafwijkingen zijn in feite strategieën van de patiënt om zich zo efficiënt mogelijk voort te bewegen, ondanks zijn beperkingen. De therapeut biedt vervolgens behandelstrategieën aan die gebaseerd zijn op zijn probleemanalyse, zijn kennis, ervaring en metingen. Er staat ook veel casuïstiek in het boek en op de website.”

Hoe doet dit boek dat precies?

Beckers: “Op een gestructureerde manier. We bespreken eerst het normale loopbeeld en gaan vervolgens dieper in op de specifieke loopafwijkingen. Fysiotherapeuten en paramedici worden dagelijks geconfronteerd met problemen op dit gebied.”

Deckers: “In het boek komen zowel orthopedische als perifere en centrale neurologische aandoeningen aan bod. Daarnaast behandelt het loopafwijkingen die zijn veroorzaakt door aandoeningen aan heup, knie en voet. Maar we behandelen ook orthopedische hulpmiddelen, zoals orthesen.”

Kunnen jullie een voorbeeld noemen?

Deckers: “Neem het cerebro vasculair accident (CVA). Die aandoening veroorzaakt een hemiplegie, een pathologie met ernstige loopstoornissen, waarmee de fysiotherapeut geconfronteerd wordt. Het looppatroon wordt gekenmerkt door een halfzijdige parese, veranderde tonus, pathologische bewegingssynergieën en beperkte selectiviteit. Automatische reacties, zoals de opricht- en evenwichtsreacties, de steun- en opvangreacties en de automatische aanpassing van de spiertonus op houdingsveranderingen zijn aangedaan. De patiënt heeft een gestoorde tonusregulatie en door de spastische bewegingssynergie is er een beperking van selectiviteit in de gangcyclus. Tijdens de revalidatie en de looptraining moet je als therapeut rekening houden met neuropsychologische functiestoornissen. In het boek gaan we niet in op alle symptomen van een hemiplegiepatiënt, maar bekijken we bijvoorbeeld wel de belangrijkste aandachtspunten.”

Op wie richt het boek zich?

Beckers: “We richten ons vooral op eerste- en tweedelijnsfysiotherapeuten, fysiotherapeuten in opleiding en geriatriefysiotherapeuten. Maar het boek is ook relevant voor revalidatieartsen, oefentherapeuten, ergotherapeuten en orthopedisch instrumentmakers. Het doel is om het leerproces te versnellen en ervaringen te delen, bijvoorbeeld door middel van cursussen.”

Deckers: “Je kunt het boek ook niet los zien van de website. Daarop kun je met een unieke code, die in het boek staat, een eigen account maken. Zo heb je toegang tot de online versie van het boek met afbeeldingen, samenvattingen, toetsen, PowerPointpresentaties en 200 video’s. En daar vind je ook meer informatie over de cursussen.”

Het boek is een herziening van het oude uit 1996. Wat is het verschil?

Dominiek Beckers: “De eerste versie is een beetje achterhaald. Er zijn inmiddels allerlei nieuwe inzichten. Zo keken we vroeger meer op stoornisniveau. Dus werd er veel meer omschreven wat de stoornis was. Nu is meer aandacht voor het activiteitenniveau. Wat betekent de aandoening voor de ADL, het bewegen, de mobiliteit. Die kijk op de zaak is veel praktischer.”

Deckers: “Daarnaast is er ook aandacht voor de persoonlijke factoren, waarbij de psychische gesteldheid ook in ogenschouw wordt genomen. Neerslachtigheid, ongerustheid, dat soort gevoelens spelen ook een rol in het hele traject. ”

Wat was voor jullie de reden om ooit kinesitherapeut te worden?

Dominiek Beckers: “Ik wou altijd iets doen voor mensen. Hen helpen met problemen op het gebied van beweging. Dat had ik al heel jong. Ik hield ook erg van sport en wilde die liefhebberij combineren met het helpen van mensen.”

Jos Deckers: “Voor mij is dat niet anders. We hebben samen geluk gehad dat we zoveel ervaring en kennis hebben kunnen opdoen in het revalidatiecentrum. Daarmee hebben we onze deskundigheid kunnen uitbouwen naar wat zij nu is.”

Ga voor meer informatie en om het boek aan te schaffen naar Ganganalyse en looptraining voor de paramedicus.

Ganganalyse en looptraining voor de paramedicus, tweede, volledig herziene druk, Jos Deckers, Dominiek Beckers, ISBN 9789036813471. Website behorende bij het boek met extra informatie, zoals boek met afbeeldingen, samenvattingen, toetsen, PowerPointpresentaties en 200 video’s >> extras.bsl.nl/ganganalyse


Onze productaanbevelingen

BSL Fysiotherapeut Totaal

Zoekt u casuïstiek over nekklachten of wilt u meer weten over lage rugpijn? Met dit online abonnement kunt u uw vakkennis optimaal bijhouden en uitbreiden. U krijgt toegang tot een groot aantal fysiotherapieboeken en geaccrediteerde online nascholing, zoals e-learnings en web-tv's.