Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het contextuele gedachtegoed is ontwikkeld door de Amerikaans-Hongaarse psychiater en gezinstherapeut Ivan Boszormenyi-Nagy (1920-2007). De afgelopen decennia is de belangstelling voor zijn zienswijze toegenomen. In de contextuele benadering binnen de hulpverlening wordt een mens niet gezien als een los individu, maar als een persoon die deel uitmaakt van een groot netwerk van betekenisvolle (familiale) relaties die meerdere generaties behelzen.Op vele terreinen van zorg en hulpverlening is er oog gekomen voor de grote rol die familierelaties spelen in het leven van cliënten. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan ambulante en residentiële (jeugd)hulpverlening, psychotherapie, pleegzorg, ouderenzorg, onderwijs en leerlingbegeleiding en pastoraat. In feite is het contextuele denken bruikbaar voor nagenoeg alle social work werkvelden. Contextuele hulpverlening is een toegankelijk, inleidend boek. Het is bedoeld als een eerste kennismaking met de contextuele benadering. De verschillende begrippen worden uitgelegd en toegelicht aan de hand van voorbeelden uit diverse toepassingsgebieden van het welzijnswerk en de hulpverlening. Het contextuele denken kleurt in belangrijke mate de manier waarop je naar mensen en hun omstandigheden of problematiek kijkt. Kennismaken met het contextuele denken begint dan ook met leren zien hoe diepgaand iemands problematiek verbonden is met zijn familiegeschiedenis. Tegelijkertijd biedt dit boek praktische handvatten hoe je als hulpverlener deze inzichten kunt vertalen in concreet handelen. Voorbeelden uit de praktijk van diverse werkvelden illustreren dit.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Chapter I. Het begrip context

Abstract
De contextuele hulpverlening dankt haar naam aan het begrip context dat in die naam verweven is. Dit begrip is namelijk kenmerkend voor de contextuele benadering en maakt meteen duidelijk waarin deze zich onderscheidt van andere benaderingen binnen de hulpverlening. Een goed verstaan van het begrip context is dan ook van groot belang. In dit hoofdstuk zal het begrip context worden uitgelegd.
Charles I. Glicksberg

2. Relationele ethiek

Abstract
In het vorige hoofdstuk relationele ethiek werden vier belangrijke aspecten van het familie-erfgoed genoemd: erfelijke aanleg, sociale omgevingsfactoren, gebruiken en gewoonten, en normen en waarden. Deze zijn stuk voor stuk belangrijk binnen de hulpverlening en je kunt er als hulpverlener praktisch mee uit de voeten. Maar hoe helpend ze ook zijn, toch geven deze principes niet de kern van het contextuele denken weer. Fundamenteel in de benadering van Nagy is dat hij ervan uitgaat dat de basis van menselijke relaties wordt gevormd doordat mensen aan elkaar geven en van elkaar ontvangen. Dit geven en ontvangen leer je binnen de context waarin je opgroeit, evenals de balans die zich tussen deze beide ontwikkelt. Geven en ontvangen is een wederzijds gebeuren: in gezonde relaties zijn de betrokkenen vrij om aan elkaar te geven, voor elkaar te zorgen én om van elkaar te ontvangen. Geven en ontvangen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als je aan iemand iets kunt geven is dat waardevol. Blijkbaar heb je iets om te geven. Dat te ervaren doet een mens groeien in zelfvertrouwen. En je mag ook iets geven. Je relatie met die ander is blijkbaar dusdanig dat hij iets van je wil ontvangen. Hij staat er voor open. Je kunt alleen aan een ander geven als hij het ook ontvangt. Je kunt alleen ontvangen als er iemand bereid en in staat is iets te geven.
Charles I. Glicksberg

3. Erkenning

Abstract
Een hulpverlener die werkt vanuit de contextuele benadering zal in het contact met een cliënt zowel aandacht hebben voor het onrecht dat iemand is overkomen of aangedaan, als voor datgene wat die cliënt heeft gegeven. Deze aandacht vertaalt zich concreet in een handelswijze die het geven van erkenning wordt genoemd.
Charles I. Glicksberg

4. Intergenerationele verbondenheid

Abstract
De contextuele benadering beziet de problematiek waar iemand mee worstelt niet alleen als de hulpvraag van een individuele cliënt. Ze probeert deze te plaatsen en te begrijpen in het licht van diens context.
Charles I. Glicksberg

5. Meerzijdig gerichte partijdigheid

Abstract
Een goede hulpverlener beheerst zijn vak: hij beschikt over parate kennis en beheerst verschillende vaardigheden en technieken. Maar dat is niet alles. Belangrijker dan kennis, methoden en technieken is de houding van de hulpverlener ten opzichte van mensen – en ten opzichte van zijn cliënt in het bijzonder. Deze houding wordt ook wel de grondhouding van de hulpverlener genoemd.
Charles I. Glicksberg

6. Het begrip loyaliteit

Abstract
In het dagelijks leven heeft de uitdrukking ‘loyaal zijn aan’ alles te maken met trouw. Wanneer iemand loyaal is aan zijn werkgever kan dat bijvoorbeeld betekenen dat hij niet op zoek gaat naar een andere werkplek, maar bij zijn eigen baas blijft. Maar ook wanneer iemand voor zijn baas opkomt wanneer er negatief over hem gesproken wordt, kan dat een uiting van loyaliteit zijn. Ook in vriendschappen kan loyaliteit een rol spelen. Iemand kan zo loyaal zijn aan zijn vrienden dat hij daarvoor andere vriendschappen of activiteiten laat schieten.
Charles I. Glicksberg

7. Passend en niet-passend geven

Abstract
Alle kinderen geven aan hun ouders. Dat is een van de fundamentele uitgangspunten van de contextuele benadering. In hoofdstuk 1 en 3 kwam dit aan de orde rond de onderwerpen relationele ethiek en loyaliteit.
Charles I. Glicksberg

Nawerk

Meer informatie