Skip to main content
main-content
Top

Inhoudsopgave

Voorwerk

1 Informatie over het werkcahier

Het verzorgen van een tracheacanule*
Yvonne Morsink

2 Inleiding

In dit cahier ga je je verdiepen in de zorg voor zorgvragers die worden opgenomen voor een operatieve ingreep: zorg die je voorafgaand aan de operatie of ingreep verleent, de preoperatieve zorg, en zorg die je aansluitend aan de operatie of ingreep verleent, de postoperatieve zorg.
Yvonne Morsink

3 Beginvereisten

Voor het goed kunnen begrijpen en het correct kunnen uitvoeren van de vaardigheden die in dit cahier centraal staan, is het van belang dat je enig inzicht hebt in:
  • de anatomie en fysiologie van de luchtwegen
  • de anatomie en fysiologie van de circulatie, in het bijzonder de relatie temperatuur-regulatie en de pathologie van embolie en trombose
  • kennis en inzicht in de verpleegkundige diagnose Acute pijn en Chronische pijn.
Yvonne Morsink

4 Pre- en postoperatieve zorg voor de chirurgische zorgvrager

In dit hoofdstuk wordt een aantal verpleegkundige vaardigheden behandeld die van belang zijn in de zorg voor een zorgvrager die een operatieve ingreep of een onderzoek moet ondergaan. De zorgvrager wordt voor deze ingreep of dit onderzoek onder narcose gebracht of krijgt epiduraal anesthesie toegediend, waarbij de vitale functies beïnvloed kunnen worden.
Yvonne Morsink

5 Zorg voor een zorgvrager met een operatiewond

In dit hoofdstuk ga je je verdiepen in de zorg voor een zorgvrager met een operatiewond. Deze operatiewond is een snijwond. Wonden kunnen we indelen op basis van kleur, in rode, gele en zwarte wonden. De zorg die men geeft aan een zorgvrager met een wond wordt onder andere bepaald door de soort wond die hij heeft. In het cahier Wondverzorging en de Thematische cd-rom Wondverzorging komt de verzorging van deze verschillende soorten wonden aan de orde.
Yvonne Morsink

6 Zorg voor een zorgvrager met acute pijn

Pijn is zo oud als de mensheid. Een belangrijke bijdrage aan nieuwe ontwikkelingen op het gebied van pijn is door Melzack en Wall in 1965 geleverd. Met de door hen ontwikkelde zogenoemde Gate-control theory maakten ze aannemelijk dat pijn niet op zichzelf staat als zintuiglijke waarneming, maar dat pijn gezien wordt als het resultaat van een zintuiglijke waarneming. Steeds meer (niet-medische) disciplines gaan zich bemoeien met pijnklachten. Deze toename in kennis, het ontdekken dat pijn een complex verschijnsel is en uit meerdere dimensies en begrippen blijkt te bestaan, zoals pijngedrag, pijnbeleving, pijncognities enzovoort, heeft gezorgd voor veranderingen op diagnostisch en therapeutisch gebied.
Yvonne Morsink

7 Zelfevaluatietoets en trainingsbijeenkomst

De zelfevaluatietoets kun je beschouwen als controle op je theoretische voorbereiding van de nieuwe vaardigheden. Als je gewend bent jezelf regelmatig tijdens het studeren te toetsen (om na te gaan of je het nog begrijpt), dan komen de vragen in paragraaf 7.1 je hopelijk bekend voor.
Yvonne Morsink

8 Practicum

Het practicum gebruik je voor het ‘in de vingers’ krijgen van de vaardigheid. Door goed te oefenen is het mogelijk om op school de meeste vaardigheden zo goed te beheersen dat het voor de zorgvrager en voor jezelf verantwoord is deze (onder begeleiding) toe te passen.
Yvonne Morsink

9 Oefenen tijdens de stage

In plaats van in een veilige en rustige omgeving op school, ga je de geleerde vaardigheden nu in de, vaak drukke, praktijk verder oefenen. De drukte van alledag kan maken dat je probeert snel het werktempo op te pakken van de anderen om je heen. En ook dat je dan, bijna automatisch, probeert het gedrag van de andere verpleegkundigen na te doen. Je vergeet als het ware dat je op school al druk bezig bent geweest met het leren van de verpleegkundige vaardigheden.
Yvonne Morsink

Nawerk

Meer informatie