Skip to main content
main-content
Top

Inhoudsopgave

Voorwerk

1 Schizofrenie: over de samenhang tussen individueel lijden en maatschappelijke zorg

De afgelopen decennia betoogden auteurs als Bentall, (1) Vlaminck (2) en Van Os (3) dat het begrip schizofrenie niet bruikbaar is. Daaraan zit een wetenschappelijke en een praktische kant. Zo stelt Vlaminck (2) dat we de term ‘schizofrenie’ eigenlijk zouden moeten vervangen door een definitie waarin de onderliggende syndromen worden benoemd: psychose, psychomotore armoede, neurocognitieve stoornissen, stemmingsstoornissen en dergelijke. De kritiek richt zich verder op het gebrek aan praktische bruikbaarheid van de diagnose dan wel classificatie van schizofrenie voor behandeling of zorg. Het niet-opnemen van de sociale context en het geen aandacht besteden aan de inhoud van de stemmen die patiënten horen, maken het onmogelijk de ervaring en de behoefte van de stemmenhoorder te begrijpen, aldus Escher. (4)
L. Henkelman, P. Henkelman-Schreuder

2 Schizofrenie: epidemiologie, diagnostiek en prognose

Schizofrenie komt over de hele wereld voor, ook in Suriname, waar deze casus speelt.
E.C. Zeyl

3 Schizofrenie: ontwikkelingen vanuit biologisch-psychiatrisch perspectief

Schizofrenie is een ernstige psychiatrische aandoening met een life-time prevalentie van ongeveer 0,8%. Ondanks vele jaren van onderzoek is de oorzaak van schizofrenie nog steeds onduidelijk. Wel weet men nu dat schizofrenie een hersenziekte is en niet veroorzaakt wordt door bijvoorbeeld een dominante moeder, zoals in de jaren zeventig werd gedacht. De huidige theorie over de oorzaak van schizofrenie gaat uit van een interactie tussen genetische en omgevingsfactoren, waardoor er een verhoogde kwetsbaarheid ontstaat voor het krijgen van schizofrenie.
F.E. Scheepers, W. Cahn

4 Medicamenteuze behandeling van psychotische stoornissen

In de behandeling van mensen met schizofrenie spelen medicijnen een belangrijke rol. Maar naast medicamenteuze interventies zijn andere therapeutische interventies onontbeerlijk, zoals hulp bij het vinden van huisvesting, bezigheden en/of werk, voorlichting aan patiënt en familie en psychotherapeutische hulp. Deze therapeutische interventies komen in andere hoofdstukken aan de orde.
L. de Haan, R. Bruggeman

5 Medicatietrouw

Bij mensen met schizofrenie vormt medicatie een belangrijke pijler in de behandeling. De behandeling met antipsychotica is onder meer gericht op het bestrijden van de symptomen en de preventie van een psychotische terugval. Ondanks de bewezen effectiviteit van de medicatie blijkt 16 tot 50 procent van de patiënten binnen een jaar en 54 tot 81 procent binnen twee jaar een terugval te krijgen. (1,2) Een dergelijke gebeurtenis heeft grote nadelige gevolgen voor het welzijn van de patiënt en voor de mensen in zijn omgeving. Ook leidt het tot extra kosten in de zorg door inzet van meer mensen en middelen.
J. Dobber, H. Boter, B. van Meijel

6 Crisisinterventie bij psychose

In dit hoofdstuk bespreken we crisisinterventie bij patiënten die aan een psychose1 lijden. We onderscheiden allereerst een aantal aandachtspunten met betrekking tot realiteitsbeleving.
F.J. van Oenen, Y. Nijssen, A. Achilles, C. Bernardt

7 Psycho-educatie

Het is momenteel (gelukkig) eerder regel dan uitzondering dat mensen te horen krijgen aan welke ziekte ze lijden en welke behandelmogelijkheden er zijn. Zo ook bij mensen met schizofrenie. Dit is in de geestelijke gezondheidszorg niet altijd zo geweest. Aanvankelijk concentreerde de voorlichting zich vooral op de familieleden. Sinds het eind van de jaren tachtig bestaan er in de zorg voor mensen met schizofrenie zogeheten steunende gezinsbegeleidingsgroepen. Deze groepen waren bedoeld om familieleden van patiënten te informeren over de ziekte van hun familielid en hun advies te geven hoe ze het beste met hun zieke familielid konden omgaan. Dit zou de stabiliteit van het zieke gezinslid ten goede komen en leiden tot een afname van het aantal psychosen. Deze pragmatische benadering kon totstandkomen omdat de strijdbijl tussen de verschillende ideologische stromingen werd begraven. Het ontstaan van schizofrenie lag niet aan de moeder, niet aan de maatschappij en een psychose was zeker geen reis door het onbewuste op weg naar een beter leven.
H. van Peperstraten

8 Preventie van psychotische terugval door vroegsignalering en vroege interventie

Schizofrenie heeft een zeer variabel beloop. Sommige patiënten maken slechts één of een beperkt aantal episodes door en herstellen hiervan relatief goed. Bij een ander deel van de patiënten verloopt de ziekte veel minder voorspoedig. Hun kwetsbaarheid is bijzonder groot, waardoor zij keer op keer worden geconfronteerd met een nieuwe psychotische episode, veelal met onvolledig herstel. Zij hebben vaak aanhoudend psychotische symptomen.
B. van Meijel

9 Cognitieve gedragstherapie bij persisterende symptomen

Cognitieve gedragstherapie is een gesprekstherapeutische behandeling gericht op het veranderen van disfunctionele gedachten. Dit zijn gedachten en opvattingen over de werkelijkheid die leiden tot sterk negatieve emoties, zoals angst, woede en verdriet, die aanzetten tot bepaald gedrag zoals vermijden, vechten of terugtrekken en huilen.
M. van der Gaag

10 De patiënt met schizofrenie in forensische zorg

De casus van Johan laat zien dat er een directe relatie bestond tussen zijn psychose en het gepleegde delict. In dit hoofdstuk bespreken we wat vanuit onderzoek bekend is over de relatie tussen psychosen en gewelddadig gedrag. Deze relatie is een belangrijke indicatie voor forensische zorg. Vaak heeft de patiënt een indrukwekkend en dikwijls belastend traject achter de rug, voordat hij in zorgt komt (zie paragraaf 10.3).
F.A.J. Fluttert

11 Schizofrenie en suïcidaliteit

‘The most serious of all schizophrenic symptoms is the suicidal drive’, schreef Eugen Bleuler in 1950. Met recht mag gezegd worden dat suïcidaliteit een zeer belangrijk aandachtsgebied is in de zorg voor mensen met schizofrenie. (1) Onder de patiënten met schizofrenie jonger dan 35 jaar is suïcide de belangrijkste doodsoorzaak.(2)
B. van Meijel, M.W. Mauritz

12 Begeleiding van familieleden

Het is nog niet zo lang geleden dat de familieleden niet standaard bij de behandeling werden betrokken. De therapie had als doel een individu met een stoornis genezing te bieden en in de arts-patiëntrelatie waren voldoende voorwaarden hiervoor aanwezig, zo dacht men. Enerzijds was er de arts met zijn medische kennis en kunde en anderzijds de patiënt met zijn aandoening en wens om beter te worden. De familie had men niet nodig om genezing te kunnen bewerkstelligen. Dat is nu anders.
T. Kuipers

13 Lotgenoten

Mensen met schizofrenie geven dikwijls bij behandelaars aan dat zij behoefte hebben aan contact met lotgenoten. Belangrijke redenen zijn de eenzaamheid en het beperkte sociale leven van deze mensen. De behoefte om ervaringen te delen met anderen is heel duidelijk aanwezig. Patiëntenvereniging Anoiksis komt voor een deel aan deze behoefte tegemoet, maar toch lijkt een groot deel van de betrokkenen lotgenotencontact te ontberen. Het ontplooien van initiatieven om hieraan concreet iets te doen, is voor velen een te grote belasting. Het structureel organiseren en leiden van groepsbesprekingen door ervaringsdeskundigen zelf komt niet of moeilijk van de grond. Het ligt daarom voor de hand dat de discipline die zorg verleent aan de genoemde doelgroep, deze taak op zich neemt voor hen die deze contacten zelf niet kunnen organiseren.
S. Castelein, P.J. Mulder, R. Bruggeman

14 Anoiksis en de tien geboden

In 1996, het gedenkwaardige jaar van de schizofrenie, heeft het toenmalig bestuur van Anoiksis de tien geboden voor de patiënt gelanceerd. Het bestuur bestond op dat moment uit vijf mensen, te weten Wim van Adrichem, Arnold Brabander, Albert Bootsman, Elske van Oenen en ondergetekende.
M. Vermeulen

15 Alcohol en drugs

In dit hoofdstuk staat middelengebruik voor het regelmatig gebruiken van softdrugs, harddrugs en alcohol. In de volksmond wordt dit sociaal gebruik of gelegenheidsgebruik genoemd, waarmee het onderscheiden wordt van een verslaving of afhankelijkheid.
T. Posthuma

16 Herstellen van ernstige psychische aandoeningen: leren leven met wat niet overgaat

Lange tijd is de dominante opvatting geweest dat ernstige psychische aandoeningen, zoals schizofrenie, gekenmerkt worden door achteruitgang en chroniciteit. Die overtuiging is inmiddels door de wetenschap achterhaald. Bekend zijn de longitudinale studies van onder anderen Bleuler, (2) Harding e.a. (3) en Ciompi (4). Daarin werden mensen met ernstige psychische klachten twintig tot dertig jaar gevolgd, ongeacht of ze zich nu in een kliniek of daarbuiten bevonden, onder behandeling waren of zonder psychiatrische hulp. Een dergelijke blikverbreding leverde het inzicht op dat mensen met ernstige psychische aandoeningen sterk uiteenlopende levens- en ziektegeschiedenissen hebben. Ongeveer een kwart van de onderzochte personen herstelt volledig, terwijl ongeveer 40 procent gedeeltelijk van de stoornis herstelt, waarbij sommigen nog veel en anderen nauwelijks last hebben van primaire stoornissen. (5,6)
W.A. Boevink

17 Woonbegeleiding

André, de patiënt1 uit de casus, woont in een beschermende woonvorm. De meest gangbare term voor de hulpverlening in de sector ‘beschermd en begeleid wonen’ is woonbegeleiding. ‘Woonbegeleiding’ suggereert dat de hulp vooral gericht is op het wonen. In dit hoofdstuk willen we duidelijk maken dat – zeker bij mensen met schizofrenie – de begeleiding bij het wonen, in de eigen thuissituatie, de basis vormt van een breed en veelomvattend begeleidingsaanbod. Dit richt zich op de ondersteuning van het dagelijks en maatschappelijk functioneren van mensen met psychische handicaps.
D. Ketelaars, H. van de Beek

Nawerk

Meer informatie