Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het is eind augustus, buiten schijnt de zon en binnen zitten een stuk of tien jonge mensen bij elkaar. De een quasi ontspannen, de ander wat duidelijker zenuwachtig, allemaal in afwachting van de eerste onderwi- groep die op het punt staat te beginnen. Ze zijn langs verschillende wegen hier terechtgekomen. De meesten komen rechtstreeks van de middelbare school, het merendeel hiervan komt van de havo, sommigen komen van het vwo en weer anderen zijn ingestroomd via het mbo. Verschillende wegen, verschillende gezichten, verschillende verwachtingen, maar één ding hebben ze gemeen: ze staan allemaal aan het begin van een nieuwe opleiding, waarvan ze nog niet precies weten, wat die hen zal brengen. Dat gaat veranderen op het moment dat de eerste bijeenkomst begint. Als het goed is komt deze situatie je min of meer bekend voor: de e- ste bijeenkomst van de onderwijsgroep in je eerste jaar van het hoger beroepsonderwijs. Dat roept bij velen wat tegenstrijdige gevoelens op, zo’n kleine groep is niet alleen maar ‘studentvriendelijk’. Er zit ook een andere kant aan: je kunt je niet verstoppen. Of je wilt of niet, je moet wel mee doen. Het blijft niet bij deze impliciete boodschap. Je krijgt heel uitdrukkelijk te verstaan wat men hier van jou verwacht, namelijk actief participeren, initiatieven ontplooien, zelf verantwoordelijk zijn voor je leerproces. Dit alles omdat de opleiding van je keuze op enig moment ‘studentgecentreerd’ is geworden en de overstap heeft gemaakt naar ‘p- bleemgestuurd onderwijs’.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Probleemgestuurd onderwijs

Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft het hoger beroepsonderwijs grote veranderingen doorgemaakt. Voor die tijd waren veel opleidingen ondergebracht in kleine afzonderlijke scholen of academies. Vanaf die tijd zijn veel van die opleidingen samengevoegd en hebben zich ontwikkeld tot hogescholen. In eerste instantie vaak op lokaal niveau en daarna op regionaal niveau. Deze ontwikkeling ging steeds verder tot de huidige situatie, waarin we te maken hebben met grote onderwijsorganisaties met vele duizenden studenten.
R. A. M. Heijne

2. De methodiek van de onderwijsgroep: de 7-sprong

Het binnenschoolse deel van het onderwijs is verdeeld in blokken of modules. Elke module heeft specifieke doelen die je dient te behalen. Meestal blijkt aan het eind van het blok wanneer je een of meer toetsen aflegt, of je die doelen behaald hebt. Je laat dan zien of je het vereiste niveau hebt gehaald. De activiteiten die je verricht tijdens een blok dienen als voorbereiding op de toetsen. Een belangrijk deel van die voorbereiding op de toetsen is het werken aan een serie taken of opdrachten in de onderwijsgroep.
R. A. M. Heijne

3. De praktijk van de 7-sprong

Ik wil nu uiteenzetten hoe de methode van de 7-sprong wordt toegepast in de onderwijsgroep.
R. A. M. Heijne

4. Soorten taken

In de onderwijsgroep werk je aan verschillende soorten taken. Ik wil nu ingaan op de vraag waarom er verschillende soorten taken zijn en welke consequenties die verschillen hebben voor de gang van zaken in de onderwijsgroep.
R. A. M. Heijne

5. De 7-sprong voor ‘gevorderden’

De bedoeling van een hbo-opleiding is dat je je aan het eind van de rit kunt presenteren als een (beginnend) professional, als iemand die op professionele wijze problemen die onder zijn competentie vallen, kan aanpakken. De 7-sprong is een instrument om die ontwikkeling van leek naar professional mogelijk te maken. Dat brengt met zich mee dat de 7-sprong in de loop van de opleiding aan veranderingen onderhevig is. In het vorige hoofdstuk hebben we al enkele variaties gezien die samenhangen met de verschillende soorten taken.
R. A. M. Heijne

6. Overige contactactiviteiten

Vaak beperkt een inleiding over probleemgestuurd onderwijs zich tot het werk in de onderwijsgroep, omdat dat werk een belangrijke plaats inneemt. Het gevaar bestaat dan dat men het werk in de onderwijsgroep ziet als het enige, echte studentgecentreerde of probleemgestuurde werken. Men ziet dan de andere activiteiten als bijkomstig en in ieder geval niet als studentgecentreerd of probleemgestuurd. Soms ziet men die andere activiteiten zelfs als iets wat afbreuk doet aan het zuivere probleem-gestuurde karakter. Zo kan het gebeuren dat je verbaasde reacties krijgt als je zegt dat colleges een onderdeel vormen van een probleemgestuurd of studentgecentreerd curriculum. Het gevaar bestaat, dat studenten ervan uitgaan dat ze bij deze andere activiteiten geen actieve houding hoeven aan te nemen. Het duidelijkst kun je dat zien bij de colleges.
R. A. M. Heijne

7. Binnenschools leren: zelfstandig studeren

In een probleemgestuurd curriculum is het aantal contacturen beperkt. Gemiddeld heeft een student ongeveer tien uur per week contactonderwijs, waar direct een docent bij betrokken is. Zoals we in de vorige hoofdstukken hebben gezien, valt onder contactonderwijs:
R. A. M. Heijne

8. Schriftelijke opdrachten

Vanaf het begin van de opleiding krijg je te maken met schriftelijke opdrachten. Zeker in het begin zijn deze opdrachten van beperkte omvang en leveren ogenschijnlijk niet al te veel problemen op. Toch is het goed om ook bij beperkte opdrachten een bepaalde, bewust gekozen, methodiek te volgen.
R. A. M. Heijne

9. Buitenschools leren

Het curriculum bestaat uit twee hoofdbestanddelen: het binnenschoolse en het buitenschoolse traject. Het buitenschoolse traject bereidt je heel direct voor op het beroep, zodat je aan het eind van het traject in staat bent om je als beginnend professional te presenteren. Men wil zien dat je je terecht presenteert als professional; vandaar dat meestal aan het eind van het traject een periode is ingebouwd, waarin je kunt bewijzen dat je je terecht als professional presenteert. De beste plaats waar je dat kunt bewijzen is daar waar het beroep wordt uitgeoefend; dat is een andere plaats dan de school waar je op het beroep wordt voorbereid.
R. A. M. Heijne

10. Toetsing

Veel hbo-instellingen hebben lange tijd geworsteld met de vraag, hoe studenten het best getoetst konden worden. Men had allerlei nieuwe werkvormen ingevoerd waarbij studenten zelfstandig aan de slag konden en allerlei vaardigheden konden ontwikkelen. Het toetssysteem bleef echter lange tijd grotendeels buiten die nieuwe ontwikkeling en vaak wat eenzijdig gericht op het toetsen van een onderdeel: het toetsen van kennisverwerving. Het ging dan weer om de vraag of je kon weergeven wat in de boeken stond en minder of je zelf iets creatiefs met die kennis kon doen.
R. A. M. Heijne

Nawerk

Meer informatie