Skip to main content
main-content

Over dit boek

OmschrijvingDe ontwikkelingen in de medische wetenschap en de verpleegkunde gaan erg snel. Het is als verpleegkundige of praktijkondersteuner dan ook onmogelijk om volledig op de hoogte blijven van alle ins en outs op jouw vakgebied. Maar het is wel noodzakelijk om bij te blijven binnen je eigen deelspecialisatie.<><>De makers van het bekende Verpleegkundig Vademecum hebben daarom nu een reeks zakboeken ontwikkeld met een medisch én verpleegkundig deel: Zakboeken Ziektebeelden. Handzame boekjes met praktische informatie over de belangrijkste ziektebeelden in jouw werkveld. De zakboeken hebben een overzichtelijke medicatietabel en zijn goed leesbaar. Alle informatie is bovendien snel en gemakkelijk te vinden, omdat alle ziektebeelden volgens hetzelfde stramien zijn beschreven: ziektedefinitie, oorzaak, verschijnselen, diagnostiek, behandeling, complicaties en prognose.<><><>Voor wie?<>Dit handzame boekje is onmisbaar voor iedere verpleegkundige professional of student en een aanrader voor andere medische professionals die geïnteresseerd zijn in infectieziekten.<>

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Blaascarcinoom

Kwaadaardig gezwel uitgaande van de blaas, met kans op metastasering naar de para-iliacale en para-aortale lymfeklieren, de lever, de longen en de botten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een oppervlakkig groeiende tumor, een carcinoma in situ en een infiltratief groeiende tumor.

V.J. de Ru, A. Smits

2. Colon-/rectumcarcinoom

Colon-/rectumcarcinoom is een kwaadaardig gezwel uitgaande van de dikke darm of endeldarm. Hierbij bestaat kans op metastasering via directe doorgroei in de buikholte, hematogene metastasering (onder andere lever), metastasering naar regionale lymfeklieren, perineurale groei en intraluminale metastasering.

V.J. de Ru, I. Draaijer-Janssen

3. Endometriumcarcinoom

Bij endometriumcarcinoom (baarmoederkanker) is er sprake van een kwaadaardige woekering (kanker, carcinoom) van het slijmvlies van de baarmoeder (endometrium) in de wand van de baarmoeder (myometrium). Het is een langzaam groeiend gezwel dat steeds verder doorgroeit en kan uitzaaien (metastaseren) via de lymfebanen. De gemiddelde leeftijd waarop baarmoederkanker voorkomt is 65 (55 tot 80) jaar, dus op gevorderde leeftijd, en zeer zelden bij vrouwen jonger dan 40 jaar.Bij endometriumcarcinoom (baarmoederkanker) is er sprake van een kwaadaardige woekering (kanker, carcinoom) van het slijmvlies van de baarmoeder (endometrium) in de wand van de baarmoeder (myometrium). Het is een langzaam groeiend gezwel dat steeds verder doorgroeit en kan uitzaaien (metastaseren) via de lymfebanen. De gemiddelde leeftijd waarop baarmoederkanker voorkomt is 65 (55 tot 80) jaar, dus op gevorderde leeftijd, en zeer zelden bij vrouwen jonger dan 40 jaar.

J. de Graaff, J. Touwslager, M. Vroenhoven, R.F.P.M. Kruitwagen

4. Hodgkin- en non-Hodgkin-lymfomen

Het Hodgkin-lymfoom (of de ziekte van Hodgkin) en de non-Hodgkin-lymfomen zijn een heterogene groep maligne aandoeningen die ontstaan in het lymfoïde apparaat. Er worden 30-40 verschillende soorten non-Hodgkin lymfomen onderscheiden. De leeftijdsverdeling bij de ziekte van Hodgkin is bimodaal (met een piek tussen de 15 en 34 jaar en na het zestigste jaar); het non-Hodgkinlymfoom kan op iedere leeftijd voorkomen.

B. Reichgelt, M. van Vliet

6. Kwaadaardige huidtumoren

Kwaadaardige huidtumoren zijn gezwellen die uitgaan van de lagen van de huid. De meest voorkomende huidtumoren zijn:

basaalcelcarcinoom (basalioom, carcinoma basocellulare): een woekering van cellen van het basale type met infiltratieve groei en cellulaire tekenen van maligniteit;

plaveiselcelcarcinoom (carcinoma spinocellulare, carcinoma planocellulare, spinalioom): een woekering van keratinocyten met infiltratieve groei en cellulaire tekenen van maligniteit; de ziekte van Bowen is de oppervlakkige, nietinfiltratieve variant hiervan;

melanoom: een woekering van melanocyten (pigmentcellen/ naevuscellen).

Overige kwaadaardige huidtumoren zijn:

cutane lymfomen (maligne B- en T-cel-lymfomen van de huid, onder andere Mycosisfungoides);

tumoren die uitgaan van de adnexen talgklier, zweetklier en haarfollikel (zeldzaam);

ziekte van Paget (Paget's disease of the nipple): een carcinoom dat uitgaat van de apocriene kliergangen, meestal van de mamma, en zich manifesteert in de huid; er bestaat ook een extra-mammaire variant van de ziekte van Paget;

Kaposi-sarcoom: een multifocale vaattumor in de huid;

huidmetastasen van inwendige carcinomen (deze gaan niet uit van de huid).

De drie meest voorkomende huidtumoren worden in dit katern uitgewerkt.

B. Reichgelt, J. Huizinga

7. Leukemie

Leukemie is een kwaadaardige aandoening van cellen van het bloed en/of het immuunsysteem. Niet alleen nemen de cellen sterk in aantal toe, ze verliezen ook hun normale functie, waardoor ze zich kunnen nestelen op plaatsen waar ze normaal niet voorkomen. Omdat deze cellen zich van nature via bloedbaan en lymfe verspreiden, wordt bij elke patiënt verondersteld dat de abnormale cellen bij diagnose al uitgezaaid zijn over het lichaam.

H. van den Berg, J.W. Hoekstra

8. Lever- galwegen en galblaascarcinoom

Tumoren van lever- galwegen en galblaas zijn kwaadaardige nieuwvormingen die:

primair ontstaan in de lever uit een van de daar aanwezige celtypes: hepatocyten (hepatocellulair carcinoom, hepatoblastoom), sinuswandcellen (angiosarcoom, hemangio-endothelioom);

secundair ontstaan in de lever door versleping via bloeden lymfebaan van kwaadaardige cellen van elders die innestelen en ingroeien (uitzaaiingen, ofwel metastasen);

primair ontstaan in de galwegen (galgangcarcinoom ofwel cholangiocarcinoom);

primair ontstaan in de galblaas (galblaascarcinoom).

B. Reichgelt, E. Storm

9. Longcarcinoom

Longcarcinomen zijn kwaadaardige tumoren die kunnen ontstaan uit verschillende celtypen van longparenchym en bronchi. Evenals andere kwaadaardige tumoren groeien ze door weefsels heen zonder zich te houden aan anatomische grenzen; longcarcinomen kunnen uitzaaien naar andere delen van het lichaam.

H. van den Berg, K. Tibbe

10. Maagcarcinoom

Bij maagcarcinoom (maagkanker) is sprake van een kwaadaardig gezwel uitgaande van de maag. Hierbij bestaat kans op doorgroei in het omgevende weefsel en op metastasering naar de lymfklieren (regionaal en links supraclaviculair) en via de bloedvaten naar de lever, de longen, de botten, de huid, de ovaria (Krukenberg-tumor) en naar het peritoneum.

V.J. de Ru, A.M. de Bruijn

11. Mammacarcinoom

Mammacarcinoom (borstkanker) is een kwaadaardig gezwel in een van de borsten. Een borst bestaat uit verschillende soorten weefsel. Dit is onder andere vetweefsel en klierweefsel. Borstkanker ontstaat in het klierweefsel. Het klierweefsel bestaat uit een grote hoeveelheid kleine kliertjes, de melkkliertjes (lobulus). Vanuit deze kliertjes lopen kanaaltjes naar de tepel. Dit zijn de melkgangetjes (ductus). Bij borstkanker ontstaan de meeste gezwellen in een melkgang (ductaal carcinoom). Een klein gedeelte ontstaat in een klier (lobulair carcinoom). Lobulaire en ductale carcinomen zijn de meest voorkomende vormen van borstkanker.

S.J.T. Claassen

12. Ovariumcarcinoom

Een ovariumcarcinoom is een kwaadaardige nieuwvorming uitgaande van epitheel-, stroma- of kiemcellen van één of beide ovaria.

B. Reichgelt, M. Castelijns

13. Pancreascarcinoom

Pancreascarcinoom of alvleesklierkanker is een kwaadaardig gezwel van de alvleesklier uitgaande van de cellen waarmee de alvleesklierbuis is bekleed (adenocarcinoom). Ongeveer 95% van alle kwaadaardige tumoren van de alvleesklier zijn adenocarcinomen. Hiervan is 60-70% in de kop (caput) van het pancreas gelokaliseerd, 10-20% in het lichaam (corpus) en 5% in de staart (cauda).

De alvleesklier of het pancreas is een langwerpig orgaan in de buik met een lengte van ongeveer 12 cm en een dikte van 1-3 cm. De alvleesklier ligt achterin de bovenbuik, vlak voor de wervelkolom. De kop van de alvleesklier ligt in de bocht van de twaalfvingerige darm, terwijl de staart, achter de maag langs, schuin omhoog naar links gaat.

De alvleesklier maakt spijsverteringssappen (enzymen) en hormonen, waaronder insuline. Door de alvleesklier heen loopt de alvleesklierbuis (ductus pancreaticus). Deze mondt uit in de twaalfvingerige darm bij de sphincter Oddii. Vlak voordat de alvleesklierbuis in de twaalfvingerige darm uitmondt, verenigt deze zich met de galgang (ductus choledochus) en samen vormen ze de papil van Vater.

D. van Zeben, M. Castelijns

14. Prostaatcarcinoom

Prostaatkanker is een kwaadaardige woekering uitgaande van de kliercellen in het prostaatweefsel, in de meeste gevallen (95%) een adenocarcinoom. Er is kans op metastasering naar de regionale lymfeklieren, de lever, de longen en de botten.

V.J. de Ru, A. Smits

15. Tumoren van het centrale zenuwstelsel

Tumoren van het centrale zenuwstelsel worden verdeeld in primaire tumoren van de hersenen en het ruggenmerg en metastasen in de hersenen en het ruggenmerg van tumoren elders in het lichaam (secundaire tumoren). Deze laatste groep betreft zowel solide tumoren als hematologische maligniteiten.

H.C.W. Hoff, S. Bossmann, H. Swinkels

16. Beentumoren

Onder beentumoren worden alle gezwellen verstaan van een of meerdere botten. Zeer vele soorten beentumoren worden onderscheiden. Ze worden veelal in groepen ingedeeld naar het type weefsel waaruit ze zijn ontstaan. De bekendste groepen zijn osteogene tumoren (afkomstig van cellen die kalkhoudend botweefsel kunnen maken), fibrogene tumoren (bindweefsel), chondrale tumoren (kraakbeen) en primitieve neuro-ectodermale tumoren (parasympathische zenuwvezels). Ook kunnen andere aandoeningen aanleiding geven tot beentumoren; bekend zijn kwaadaardige lymfomen, vaattumoren, vet- en spiertumoren en infecties.

H. van den Berg, M.R. van Lienden

17. Cervixcarcinoom

Een cervixcarcinoom is een kwaadaardige nieuwvorming die uitgaat van de cervix (= baarmoederhals).

B. Reichgelt, M. Vroenhoven

19. Vulvacarcinoom

Vulvacarcinoom of schaamlipkanker is een kwaadaardige woekering van de huid in de genitale en anale streek (clitoris, grote en kleine labia, vulva en perineum). Het is een zeldzame ziekte die vooral voorkomt bij vrouwen ouder dan 60 jaar.

J. de Graaff, T. van Krieken

Nawerk

Meer informatie