Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Aan afwijkingen en aandoeningen op het gebied van mondziektes, kaak- en aangezichtschirurgie wordt in het onderwijs aan medische studenten en huisartsen in opleiding veelal beperkt aandacht besteed. Zakboek mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie voorziet in die leemte en bespreekt de meest voorkomende problemen waarmee de medicus kan worden geconfronteerd. Daarbij moet gedacht worden aan aandoeningen van mond en lip, het gebit en het kaakbot, de speekselklieren, de hals, de huid van het aangezicht, het kaakgewricht en de sinus maxillaris. Verder komen traumatologie van het gebit en aangezichtsskelet, oncologie, implantologie, groei- en ontwikkelingsstoornissen en slaapgerelateerde stoornissen aan de orde.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Aandoeningen van mond en lippen

Abstract
Afwijkingen van mond en lippen kunnen variëren van benigne tot maligne aandoeningen. De meeste afwijkingen beperken zich tot de mondholte. Er zijn echter ook afwijkingen die gepaard gaan met of worden gevolgd door huidafwijkingen. Ten slotte zijn er mondafwijkingen die voorkomen bij of het gevolg zijn van een algemeen lijden of van het gebruik van medicijnen.
J. G. A. M. de Visscher, I. van der Waal

2. Afwijkingen van het gebit

Abstract
De gebitsbogen kunnen worden verdeeld in vier kwadranten: rechtsboven, linksboven, linksonder en rechtsonder. In het tijdelijke (melk)gebit bevat elk kwadrant vijf gebitselementen: een centrale en een laterale snijtand (incisieven), een hoektand (cuspidaat) en twee kiezen (molaren).
J. G. A. M. de Visscher, I. van der Waal

3. Afwijkingen van het kaakbot

Abstract
In het bot van onder- en bovenkaak kunnen zowel plaatselijke als gegeneraliseerde aandoeningen voorkomen. Verder kunnen zich in het kaakbot cysten en tumoren voordoen en ook de reeds besproken dentogene ontstekingen.
J. G. A. M. de Visscher, I. van der Waal

4. Afwijkingen van de grote speekselklieren

Abstract
In de grote speekselklieren kunnen diverse afwijkingen ontstaan, zoals speekselstenen, ontstekingen, cysten en tumoren. Afwijkingen in de speekselklieren kunnen ook berusten op systemische afwijkingen, zoals sarcoïdose of – bekender – het syndroom van Sjögren. In dit hoofdstuk worden alleen aandoeningen van de glandula parotidea en de glandula submandibularis besproken. Aan afwijkingen van de glandula sublingualis en van de intraoraal gelegen accessorische speekselklieren is aandacht besteed in hoofdstuk 1.
J. G. A. M. de Visscher, I. van der Waal

5. Afwijkingen van de hals

Abstract
De hals is opgebouwd uit diverse structuren en organen, zoals de wervelkolom, spieren, grote bloedvaten, zenuwen, speekselklieren (glandula submandibularis en onderpool van de glandula parotidea), schildklier en lymfeklieren. Zwellingen in de hals komen veelvuldig voor en de differentiaaldiagnose van een halszwelling is uitgebreid. In de hals bevinden zich het belangrijkste deel van het lymfedrainagesysteem van de huid van het hoofd-halsgebied, het bovenste deel van de voedings- en ademweg en de speekselklieren. Veel zwellingen gaan uit van de lymfeklieren en worden veroorzaakt door ontstekingsprocessen of uitzaaiingen van maligne tumoren in het hoofd-halsgebied. Daarnaast kan er sprake zijn van aangeboren afwijkingen en aandoeningen van de speekselklieren en de schildklier.
J. G. A. M. de Visscher, I. van der Waal

6. Afwijkingen van het kaakgewricht

Abstract
De bewegingen van de onderkaak ten opzichte van de schedel vinden plaats in het linker en rechter kaakgewricht, dat ook wel het temporomandibulaire gewricht wordt genoemd. Het kaakgewricht bestaat uit een kaakkop (caput mandibulae), gewrichtskom (fossa articularis), gewrichtsknobbel (tuberculum articulare) en een gewrichtsschijf (discus articularis) die de gewrichtsruimte verdeelt in een onderste en bovenste gewrichtscompartiment (afb. 6.1). De articulerende oppervlakken zijn met kraakbeen bedekt. De gewrichtsruimte is omgeven door ligamenten en een kapsel dat aan de binnenzijde is bekleed met een synoviale membraan, die de gewrichtsvloeistof produceert. In het kaakkopje bevindt zich bij kinderen tot ongeveer 16 jaar vlak onder het gewrichtskraakbeen het groeicentrum van de onderkaak.
J. G. A. M. de Visscher, I. van der Waal

7. Afwijkingen van de sinus maxillaris

Abstract
Er worden vier neusbijholten onderscheiden: de sinus maxillaris (antrum), de sinus frontalis, de sinus ethmoidalis en de sinus sphenoidalis.
J. G. A. M. de Visscher, I. van der Waal

8. Traumatologie

Abstract
Bij een trauma van het aangezicht kunnen letsels ontstaan van de weke delen, de tanden en het aangezichtsskelet. Na een ongeval waarbij alleen een letsel van de tanden en eventueel van de processus alveolaris is ontstaan, een zogenoemd dentoalveolair trauma, hoeft een patiënt niet altijd naar de kaakchirurg te worden verwezen. Veel van deze letsels kunnen ook door de tandarts worden behandeld. Alleen wanneer er tevens uitgebreide gelaats- en/of intraorale verwondingen zijn of wanneer het vermoeden bestaat van een fractuur van het aangezichtsskelet of van bijvoorbeeld neurologisch lijden, is directe verwijzing naar de kaakchirurg of een spoedeisende hulppost van een ziekenhuis geïndiceerd. Dit geldt ook wanneer er verdenking bestaat op aspiratie van een gebitsprothese, een geheel gebitselement of een deel daarvan. Daarbij dient de patiënt horizontaal te worden vervoerd om verdere verplaatsing van het geaspireerde corpus alienum zo veel mogelijk te voorkomen.
J. G. A. M. de Visscher, I. van der Waal

9. Oncologie

Abstract
Tot de maligne tumoren van het hoofd-halsgebied worden primair gerekend de plaveiselcelcarcinomen die uitgaan van de slijmvliezen van de bovenste voedings- en ademweg, alsmede tumoren die uitgaan van de grote en kleine speekselklieren, de weke delen en het bot. Daarnaast kunnen in het hoofd-halsgebied maligne lymfomen voorkomen en, relatief zeldzaam, metastasen van elders in het lichaam gelegen primaire tumoren. Hersen-, oog- en schildkliertumoren vallen niet onder de maligne tumoren van het hoofd-halsgebied, voorzover ze geen multidisciplinaire behandeling vergen. Overeenkomsten op het gebied van etiologie, diagnostiek en behandeling hebben ertoe geleid dat deze tumoren, ondanks de diversiteit, onder één noemer zijn gebracht.
J. G. A. M. de Visscher, I. van der Waal

10. Huidaandoeningen van het aangezicht

Abstract
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van een aantal huidaandoeningen die zich vooral in het aangezicht presenteren. De huidaandoeningen zijn ingedeeld in infectieuze aandoeningen, inflammatoire aandoeningen, auto-immuunziekten, benigne nieuwvormingen, premaligne afwijkingen en maligne afwijkingen. Bij elke aandoening wordt aandacht besteed aan de etiologie, symptomen, klinische aspecten en de behandelmogelijkheden.
J. G. A. M. de Visscher, I. van der Waal

11. Implantologie

Abstract
Implantaten zijn schroef- of cilindervormige kunstwortels die worden gebruikt als basis voor een kroon ter vervanging van een tand of kies die verloren is gegaan, voor verbetering van het houvast van een gebitsprothese en voor fixatie van een oor-, oog- of neusprothese.
J. G. A. M. de Visscher, I. van der Waal

12. Groei- en ontwikkelingsstoornissen

Abstract
Stoornissen in groei en ontwikkeling van de weke delen van het aangezicht en de schedelbeenderen komen bij talrijke aandoeningen voor. Er wordt onderscheid gemaakt tussen aangeboren afwijkingen en afwijkingen die manifest worden gedurende de ontwikkeling. Een aangeboren afwijking is per definitie bij de geboorte aanwezig, maar is niet noodzakelijkerwijze erfelijk (genetisch) bepaald. Naast intrinsieke factoren, zoals variatie in expressie en penetrantie van genen, dragen omgevingsfactoren in belangrijke mate bij tot de uiteindelijke ontwikkeling van genetisch bepaalde eigenschappen. Veel erfelijke afwijkingen zijn bij de geboorte aanwezig maar openbaren zich pas later.
J. G. A. M. de Visscher, I. van der Waal

13. Obstructieveslaapapneusyndroom en snurken

Abstract
Het obstructieveslaapapneusyndroom (OSAS) en snurken worden gerekend tot de slaapafhankelijke ademhalingsstoornissen. Snurken is een geluid dat wordt veroorzaakt door het vibreren van het palatum molle, de tongbasis en andere weke delen in de bovenste luchtweg. Snurken kan hinderlijk voor de omgeving zijn, maar heeft geen gevolgen voor de gezondheid van de patiënt. Het OSAS wordt gekenmerkt door intensief snurken en obstructies van de bovenste luchtweg tijdens de slaap. De luchtwegobstructies veroorzaken een reductie (hypopneu) of complete onderbreking (apneu) van de ademhaling en een daling van de zuurstofsaturatie in het bloed. Door een toename van de sympathische activiteit en verhoging van de pre- en afterload van het hart veroorzaken deze luchtwegobstructies bovendien een toegenomen cardiale belasting. Het hervatten van de ademhaling gaat doorgaans gepaard met kortstondige ontwaakreacties (arousals), die cumulatief resulteren in een gefragmenteerde slaap en een afname van de rapid-eye-movement (REM) en de diepe non-REM-slaap. Deze kwalitatief inefficiënte slaap heeft tot gevolg dat OSAS-patiënten overdag vaak last hebben van overmatige slaperigheid. Het cognitief functioneren en de kwaliteit van leven kunnen hierdoor verminderen en er bestaat een verhoogd risico op ongevallen. Bovendien leidt de toegenomen cardiale belasting bij OSAS-patiënten op langere termijn tot pulmonale en systemische hypertensie en een verhoogde kans op cerebro- en cardiovasculaire complicaties. De prevalentie en risicofactoren voor het ontstaan van snurken en van het OSAS zijn vermeld in tabel 13.1.
J. G. A. M. de Visscher, I. van der Waal

Nawerk

Meer informatie