Skip to main content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2006 | OriginalPaper | Hoofdstuk

Wat zijn de sport-fysiologische implicaties van het gebruik van creatinefosfaat?

Auteur : Th.C. de Winter

Gepubliceerd in: Vademecum permanente nascholing huisartsen

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

Creatinegebruik staat de laatste tijd sterk in de belangstelling. Vele sporters gebruiken het al of willen het gaan gebruiken en vragen naar dosering, risico's en consequenties naar aanleiding van de dopinglijsten.
Literatuur
go back to reference Creatine and Androstendione - two "dietary supplements". The Medical Letter 1998; 40: 1039. Creatine and Androstendione - two "dietary supplements". The Medical Letter 1998; 40: 1039.
go back to reference Hollands PYH, Heuts N, Kuipers H, Mosterd WL. Ergogenic and metabolic effects of creatine supplementation, a review. Geneeskunde en Sport 1998; 31: 44-53. Hollands PYH, Heuts N, Kuipers H, Mosterd WL. Ergogenic and metabolic effects of creatine supplementation, a review. Geneeskunde en Sport 1998; 31: 44-53.
go back to reference Eichner ER. Ergogenic aids, what athletes are using and why. The physician and sportsmedicine 1997; 25: 70-83. Eichner ER. Ergogenic aids, what athletes are using and why. The physician and sportsmedicine 1997; 25: 70-83.
go back to reference Het witte goud, een handleiding voor creatine suppletie ter verbetering van sportprestaties. Onderzoeksbureau AdPhys in opdracht van NOC*NSF. Extern rapport 6 juni 1996. Het witte goud, een handleiding voor creatine suppletie ter verbetering van sportprestaties. Onderzoeksbureau AdPhys in opdracht van NOC*NSF. Extern rapport 6 juni 1996.
Metagegevens
Titel
Wat zijn de sport-fysiologische implicaties van het gebruik van creatinefosfaat?
Auteur
Th.C. de Winter
Copyright
2006
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-8808-0_289