Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2010 | OriginalPaper | Hoofdstuk

5. Wat kan ik zelf doen?

Auteurs: Suzanne de Klerk, Arnold van Emmerik, Anne van Giezen

Gepubliceerd in: Omgaan met zelfbeschadiging en suïcidaal gedrag

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

Voor het geval je professionele hulp nog een brug te ver vindt of je nog niet weet of therapie wat voor je is, zetten we in dit hoofdstuk een aantal oefeningen en elementen op een rij die tijdens een behandeling aan bod kunnen komen. De onderdelen die in dit hoofdstuk worden beschreven zijn elementen uit een cognitief-gedragstherapeutisch protocol gericht op zelfbeschadiging en suïcidaal gedrag (Slee, Garnefski, & Spinhoven, 2008). De behandeling bevat een aantal elementen uit verschillende therapieën waarvan uit onderzoek is gebleken dat ze effectief zijn in het verminderen of voorkomen van zelfbeschadiging en suïcidaal gedrag. Het geeft je alvast een indruk van hoe een therapie er ongeveer uit kan zien. Wanneer je al in therapie bent, kan het ook nuttig voor je zijn, of het kan informatief zijn voor een partner, familielid of vriend(in). Belangrijk om te vermelden is dat deze informatie weliswaar zeer behulpzaam kan zijn, maar niet is bedoeld als vervanging van professionele hulp. De oefeningen zullen meer effect hebben wanneer ze worden aangeleerd in het kader van een therapie. Zoals eerder besproken is de therapeutische relatie en het aan de slag gaan met je problemen in een veilige therapeutische omgeving een van de belangrijkste elementen van een therapie. We beginnen dit hoofdstuk met wat informatie over zelfhulp via boeken, internet en mogelijke alternatieven voor zelfbeschadiging of suïcidaal gedrag.
Literatuur
go back to reference Slee, N., Garnefski, N., & Spinhoven, P. (2008). Protocollaire cognitieve gedragstherapie voor jongeren met zelfbeschadigend gedrag. In: C. Braet, & S. Bögels (eds.), Protocollaire behandelingen voor kinderen met psychische klachten (pp. 527-550). Amsterdam: Boom SUN. Slee, N., Garnefski, N., & Spinhoven, P. (2008). Protocollaire cognitieve gedragstherapie voor jongeren met zelfbeschadigend gedrag. In: C. Braet, & S. Bögels (eds.), Protocollaire behandelingen voor kinderen met psychische klachten (pp. 527-550). Amsterdam: Boom SUN.
go back to reference Slee, N. (2008). Cognitive-behavioural therapy for deliberate self-harm; dissertation, Leiden University. Slee, N. (2008). Cognitive-behavioural therapy for deliberate self-harm; dissertation, Leiden University.
go back to reference Segal, Z.V., Williams, J.M.G., & Teasdale, J.D. (2004). Aandachtgerichte cognitieve therapie bij depressie: Een nieuwe methode om terugval te voorkomen. Amsterdam: Nieuwezijds. Segal, Z.V., Williams, J.M.G., & Teasdale, J.D. (2004). Aandachtgerichte cognitieve therapie bij depressie: Een nieuwe methode om terugval te voorkomen. Amsterdam: Nieuwezijds.
Metagegevens
Titel
Wat kan ik zelf doen?
Auteurs
Suzanne de Klerk
Arnold van Emmerik
Anne van Giezen
Copyright
2010
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-8335-1_5