Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

In de openbare geestelijke gezondheidszorg (oggz) worden mensen geholpen die hulp nodig hebben maar er niet om vragen, of er niet om vragen bij het juiste adres. De doelgroep heeft vaak meerdere problemen tegelijk, zoals psychiatrische problemen, verstandelijke beperkingen, verslavingen, schulden, problemen met opvoeden of met wonen. De belangrijkste reden dat de oggz bestaat is echter niet het probleem of de beperking van de doelgroep, maar het onvermogen van instanties om integrale, assertieve en grensoverschrijdende hulp te bieden. Drempels, productieplafonds, wachtlijsten en indicaties, bemoeilijken de toegang tot de hulpverlening. Daarom wordt in dit boek relatief veel aandacht besteed aan deze organisationele context.In dit boek wordt de praktijk van alledag beschreven door vanuit verschillende instellingen te laten zien hoe professionals met de oggz te maken kunnen krijgen. Dit boek wil professionals uit de ggz, verslavingszorg, GGD'en, welzijnswerk, maatschappelijke opvang, schuldhulpverlening, jeugdhulpverlening, politie, reclassering, thuiszorg, corporaties, maar ook wethouders, beleidsmedewerkers en ambtenaren volksgezondheid, een antwoord geven op de vraag 'wat iedere professional moet weten over de oggz'. Een antwoord op die vraag is echter ook van belang voor het beroepsvoorbereidend onderwijs.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Vrijwel alle publicaties over de oggz beginnen met de definities van de voormalige Nationale Raad voor de Volksgezondheid (NRV). Wij doen dat ook, omdat deze definitie goed laat zien waar de oggz voor staat.
G. Schout

2. De praktijk van alledag vanuit verschillende instellingen

In dit hoofdstuk wordt vanuit verschillende instellingen bekeken hoe cliënten met de oggz in aanraking komen en wat dat van hen vraagt. Het gaat daarbij om de manier waarop verschillende instellingen met oggz kunnen omgaan, waarbij er op z’n minst twee voorwaarden aan de professional gesteld mogen worden. Deze moet bereid zijn om de eigen blikvernauwing op te heffen en hij/zij moet bereid zijn te investeren in het contact vanuit de beleving van de burger om vanuit aansluiting toe te werken naar insluiting. Blikvernauwing treedt op doordat iemand vanuit een beperkt perspectief kijkt. Een bekend voorbeeld hiervan is het filmpje waarin basketballers elkaar de bal toespelen en aan de kijker wordt gevraagd om bij te houden hoe vaak ze elkaar de bal toespelen. Wanneer het filmpje stopt, weet iedere kijker hoe vaak naar elkaar is over gespeeld. Vervolgens wordt gevraagd of men ook de gorilla heeft gezien. Meer dan 60% blijkt die niet gezien te hebben. Als men het filmpje nogmaals bekijkt, vraagt iedereen zich af hoe het toch komt dat ze die gorilla niet gezien hebben. Professionals in en om de oggz zullen moeite moeten doen om vanuit het perspectief van de cliënt te begrijpen waarom de situatie vastloopt en de problemen zich opstapelen. Als instellingsregels en professionele protocollen niet voldoen, moet worden gekozen voor een onorthodoxe aanpak.
Gerard Lohuis

3. Veldregie in de oggz

Het is me een gedoe in de oggz. Zo langzamerhand lijkt het erop dat de oggz wordt gebruikt voor alle situaties waarbij zich meer dan één probleem tegelijk aandient. Maar niet het aantal problemen is indicatief - complex is normaal. De vraag is wat we nodig hebben om die complexiteit te hanteren. Daar waar de oggz enkele jaren geleden een vangnet was voor mensen die dreigden tussen de wal en het schip te belanden, wordt er steeds vaker een beroep op gedaan om mensen te helpen die niet voldoen aan de werkwijze van instellingen. Zij zouden niet ‘loketvaardig’ zijn, zonder dat we ons nog al te veel afvragen of de loketten wel ‘klantvaardig’ zijn. Zo gebeurt het tegenwoordig dat bij de oggz cliënten uit de reguliere instellingen worden gemeld.
Ronald Schilperoort

4. Competenties van professionals

In de voorgaande hoofdstukken is gezegd dat hulpverleners in de oggz met één been in de moederorganisatie staan en met het andere been in het oggz-netwerk actief zijn. Oggz-professionals moeten dus mensen zijn die vanuit verschillende registers kunnen opereren: het brede generalistische werken dat in de oggz gevraagd wordt en het meer specifieke dat in de moederinstelling naar voren komt. De hulpverleners moeten zich kunnen afstemmen op al die verschillende problemen en doelgroepen in de oggz en zich kunnen handhaven in deze wisselende omstandigheden. Ze acteren immers in de frontoffice (de oggz) en de backoffice (de moederinstelling). Het werk vindt bovendien niet plaats op eigen terrein, op het vertrouwde kantoor, maar bij mensen thuis, op het werkproject, in het park, in de maatschappelijke opvang of op het politiebureau. Cognitieve flexibiliteit is met andere woorden geboden. Cognitieve flexibiliteit is ook geboden omdat het veel vraagt van juist de persoonlijke kwaliteiten om je af te stemmen op mensen die niet alleen heel verschillend zijn, maar die soms ook wantrouwig zijn ten opzichte van de instanties,. Tot slot is deze vorm van flexibiliteit geboden omdat in de oggz nauwelijks protocollen of zorgprogramma’s voorhanden zijn die richting geven aan het handelen. Kennis van de verslaving, psychiatrische symptomatologie, verstandelijke beperkingen of van sociale regelgeving moet worden toegepast in veelvormige situaties. Deze persoonlijke kwaliteiten worden afgeremd of aangemoedigd in bepaalde contexten. Deze contexten noemen we in dit hoofdstuk praktijken. Van den Brink heeft het in dit verband over best persons, personen die kunnen gedijen in best practices.
G. Schout

5. De oggz als stoplap voor falende systemen

In de vakpers is er relatief veel belangstelling voor de mate van sociale kwetsbaarheid en de opstapeling van problemen die de doelgroep van de oggz kenmerkt. Veel minder aandacht is er voor de vraag hoe het komt dat de voorzieningen deze mensen niet bereiken. Hoe is het gesteld met de signalering, de opmerkzaamheid, de toegankelijkheid, de vasthoudendheid, de responsiviteit, de flexibiliteit en de coördinatie van zorg die nodig is om mensen met beperkingen te ondersteunen? En hoe zit het met de gebiedsgerichte betrokkenheid van dienst- en hulpverleners? Kennen zij elkaar, vertrouwen zij elkaar? Lukt het hen om een sluitende keten te vormen, zodat ze samen integrale hulpverlening kunnen bieden? De oggz lijkt zo’n mooi gebaar van medemenselijkheid. Een vangnet voor mensen die tussen wal en schip dreigen te geraken, daar is toch niks mis mee? Dit lijkt inderdaad zo. Toch kan er ook anders naar de oggz gekeken worden. In dit laatste en afsluitende hoofdstuk gaan we in op de oggz ‘als doekje voor het bloeden’, als ‘stoplap voor falende systemen’, de oggz als een voorziening waar kritisch naar gekeken kan worden.
G. Schout

Nawerk

Meer informatie