Het voelen van de pols is, na de inspectie, één van de minst invasieve onderzoekstechnieken in de geneeskunde. De diagnose kan worden gesteld, terwijl de arts van de patiënt alleen een uitgestoken hand en pols te zien krijgt. De techniek is oeroud. Chinese collegae van voor onze jaartelling onderscheidden tientallen ‘polsen’. Ze beschreven onder meer de variaties van de pols met de ademhaling en de polsvariaties veroorzaakt door ritmestoornissen, zoals atriumfibrilleren en bigeminie. Ze kenden de pulsus alternans en maakten onderscheid tussen een alternans met ongelijke intervallen (beschouwd als relatief onschuldig) en met gelijke intervallen (met slechte prognose).