Skip to main content
main-content
Top

Inhoudsopgave

Voorwerk

1 Informatie over het werkcahier

Het uitvoeren van een venapunctie*
Yvonne Morsink

2 Inleiding

In dit cahier komen het uitvoeren van een venapunctie voor bloedafname, het inbrengen van een perifeer infuus, het toedienen van medicatie continu intraveneus, het toedienen van een bolusmedicatie intraveneus en het toedienen van continue spinale pijnbestrijding aan de orde. Dit zijn voorbehouden handelingen die in de Wet BIG zijn opgenomen. Daarnaast komen de zogenoemde risicovolle handelingen aan de orde als het verzorgen van een centraal-veneuze katheter en het aansluiten van een infuus op een centraal-veneuze katheter met een implanteerbaar poortsysteem. In dit cahier zul je je tevens gaan verdiepen in het voorkomen van complicaties en het waarom van de genoemde handelingen.
Yvonne Morsink

3 Beginvereisten

Voordat je begint met het leren van de vaardigheden is het belangrijk te bekijken of je over voldoende voorkennis beschikt. Voldoende voorkennis is nodig om te begrijpen waarom een bepaalde uitvoering de voorkeur verdient boven een andere. In dit werkcahier wordt ervan uitgegaan dat je de kennis beheerst ten aanzien van:
  • het toedienen van medicijnen (intramusculair en subcutaan)
  • het oplossen, verdunnen en bereiden van medicatie
  • infectiepreventie en hygiëne.
Yvonne Morsink

4 Het uitvoeren van een venapunctie en het inbrengen van een perifeer infuus

Bij een venapunctie wordt door een naald bloed uit een bloedvat (vene) opgezogen. Dit bloed wordt in opdracht van de arts onderzocht op bepaalde waarden. Om allerlei redenen wordt bloed onderzocht. Neem bijvoorbeeld deze situatie: tijdens de voetbaltraining verdraaide Evert zijn knie. Op de eerste hulp van het nabijgelegen ziekenhuis bleek op de röntgenfoto dat de kruisbanden van zijn knie gescheurd waren. In overleg met Evert en zijn ouders besloot de chirurg de knie te opereren. Voorafgaand aan de operatie werd er door de verpleegkundige bloed geprikt om te bekijken of het Hb-gehalte en de lever- en nierfuncties van Evert in orde waren. Ook werd er bloed afgenomen voor een bloedgroepbepaling voor het geval een bloedtransfusie na de operatie noodzakelijk zou zijn. Evert vertrok geen spier tijdens het prikken. “Je bent een stoere vent of niet, maar een beetje pijn deed het wel”, moest zelfs hij toegeven.
Yvonne Morsink

5 Het verzorgen van een centraalveneuze katheter en het aanprikken van een centraal-veneuze katheter met implanteerbaar poortsysteem

Sommige medicatie die via een perifeer infuus wordt toegediend, geeft irritatie van de vaatwand. Door deze irritatie kan flebitis optreden. Het infuus functioneert dan niet meer. Daarbij komt dat flebitis pijnlijk is. Bij een ernstige flebitis is de zorgvrager in veel gevallen niet in staat om een aantal dagen zijn arm te gebruiken. Een zorgvrager: “Toen ik op de afdeling hartbewaking lag kreeg ik een infuus in mijn arm om via de bloedbaan medicijnen toe te kunnen dienen. Na een paar dagen kreeg ik erg veel last van mijn arm. De plaats waar het infuus zat werd rood en heel pijnlijk. Een verpleegkundige vertelde mij dat dit te maken had met het medicijn dat mij via het infuus werd toegediend. In overleg met de arts is toen het infuus verwijderd en mocht ik de medicijnen via tabletten innemen. Gelukkig maar, want ik zag het niet zitten om in mijn rechterarm ook een infuus te krijgen. Hierdoor zou ik nog beperkter worden in mijn dagelijkse bewegingen.”
Yvonne Morsink

6 Het toedienen van medicatie – intraveneus (bolus en continu) en spinaal

Steeds meer medicijnen worden intraveneus toegediend. Het intraveneus toedienen van medicijnen kan om uiteenlopende redenen gebeuren, bijvoorbeeld als een zorgvrager medicijnen niet oraal kan innemen vanwege een verstoorde darmfunctie. Het intraveneus toedienen van medicijnen heeft een aantal voordelen. Het is in de meeste gevallen pijnloos en er ontstaat een gelijkmatige bloedspiegel. Een gelijkmatige bloedspiegel is voor bepaalde medicijnen van belang. Wellicht kun je een voorbeeld geven?
Yvonne Morsink

7 Zelfevaluatietoets en trainingsbijeenkomst

De zelfevaluatietoets kun je beschouwen als controle op je theoretische voorbereiding van de nieuwe vaardigheden. Als je gewend bent jezelf regelmatig tijdens het studeren te toetsen (om na te gaan of je het nog begrijpt), dan komen de vragen in paragraaf 7.1 je hopelijk bekend voor.
Yvonne Morsink

8 Practicum

Het practicum gebruik je voor het ‘in de vingers’ krijgen van de vaardigheid. Door goed te oefenen is het mogelijk om op school de meeste vaardigheden zo goed te beheersen dat het voor de zorgvrager en voor jezelf verantwoord is deze (onder begeleiding) toe te passen.
Yvonne Morsink

9 Oefenen tijdens de stage

In plaats van in een veilige en rustige omgeving op school, ga je de geleerde vaardigheden nu in de, vaak drukke, praktijk verder oefenen. De drukte van alledag kan maken dat je probeert snel het werktempo op te pakken van de anderen om je heen. En ook dat je dan, bijna automatisch, probeert het gedrag van de andere verpleegkundigen na te doen. Je vergeet als het ware dat je op school al druk bezig bent geweest met het leren van de verpleegkundige vaardigheden.
Yvonne Morsink

Nawerk

Meer informatie