Skip to main content
main-content
Top

2010 | Boek

Voetdiagnostiek

Theorie en praktijk

Auteur: Carine van den Berg

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN
insite
ZOEKEN

Over dit boek

Wilt u stap voor stap de individuele kenmerken van de voet leren kennen? Wilt u uw eigen manier van diagnosticeren en masseren ontdekken? Staat u ervoor open om uit uw vaste denkpatroon te stappen en nieuwe ideeën op te doen?

Dan is het praktijkgerichte boek Voetdiagnostiek theorie zeer interessant voor u. Het vergroot uw therapeutisch inzicht in voetreflexzonemassage en leert u om de massage nog beter te onderbouwen. In herziene druk van Voetdiagnostiek theorie zijn alle nieuwe ontwikkelingen uit de diagnostiek opgenomen.

In het eerste deel van het boek komen de filosofie en theorie uitgebreid aan bod. Het tweede deel behandelt de verschillende organen en orgaansystemen. Elke beschrijving van een orgaan is overzichtelijk opgebouwd uit: anatomie, fysiologie, symboliek, plaatsbepaling, diagnostiek van het reflexgebied en massage. Door deze schematische opbouw is het boek uitstekend als naslagwerk te gebruiken. In deel drie zijn veel fotos van voeten opgenomen, die u kunt gebruiken als voorbeeld.

Dit boek is geschreven voor (aankomend) pedicures en voetverzorgers. Ook voor andere mensen die geïnteresseerd zijn in de professionalisering van voetreflexzonemassage en voetdiagnostiek is dit boek een aanrader.

Naast Voetdiagnostiek theorie zijn er nog twee delen, namelijk Voetdiagnostiek familieverbanden en Voetdiagnostiek werkboek.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Filosofie en theorie

Voorwerk
1. Het masseren
Samenvatting
In dit hoofdstuk, verdeeld in negen paragrafen, komen allerlei wetenswaardigheden over masseren aan de orde. In paragraaf 1.1 ‘Filosofie van het masseren’ worden uitgangspunten en doel verbonden. Welke overwegingen u maakt voor u aan een behandeling begint, vindt u in paragraaf 1.2 ‘Indicaties en contra-indicaties’. paragraaf 1.3 helpt u een juiste benadering te kiezen van mensen met vage of duidelijk aanwijsbare klachten.
Carine van den Berg
2. De theorie achter de voetreflexologie
Samenvatting
Om de werking van de voetreflexzonemassage te verklaren, kunt u twee invalshoeken gebruiken:
Carine van den Berg

Algemene diagnostiek

Voorwerk
1. Voetdiagnostiek
Samenvatting
Bij bestudering van de voeten maakt u allereerst onderscheid tussen de linker- en de rechtervoet. Hieronder volgt een inleiding die de omschrijvingen zoals die verder in dit boek gebruikt worden, zal verduidelijken.
Carine van den Berg
2. Teendiagnostiek
Samenvatting
De tenen zijn de reflexgebieden van de organen van het hoofd. Ze omvatten dan ook zeer veel uiteenlopende functies. Vanwege de complexiteit behandelen we ze apart in dit hoofdstuk. Meer gedetailleerde informatie kunt u in de desbetreffende hoofdstukken vinden.
Carine van den Berg
3. De hypofyse en epifyse
Samenvatting
De hypofyse is een ongeveer één gram wegend hersenaanhangsel dat de vorm heeft van een boon. Het is verbonden met de hersenbasis en ligt op de bodem van de schedel.
Carine van den Berg
4. Slijmvliezen van neus, keel, bijholten en voorhoofdsholte
Samenvatting
De buitenkant van de neus kent u als deel van het gezicht. Het inwendige deel staat in verbinding met de keelholte en wordt door het verhemelte gescheiden van de mondholte.
Carine van den Berg
5. De ogen
Samenvatting
De ogen liggen net boven het midden van het gezicht aan de linker- en rechterzijde. De ogen zijn twee oogbollen die door hun specifieke anatomische bouw op hun plaats gehouden worden. De ogen staan in verbinding met spieren, vezels, bloedvaten en zenuwen. De oogbol zelf is te verdelen in een voor- en achterkamer. Beide delen hebben hun eigen functies.
Carine van den Berg
6. De oren
Samenvatting
In het oor huizen het evenwichtsorgaan en het gehoorzintuig. Het oor bestaat uit drie verschillende delen, te weten:
Carine van den Berg
7. De kaak en het gebit
Samenvatting
Rond de mond ligt het kaakgewricht, bestaande uit een bovenkaak en een onderkaak. De gewrichtsvlakken van het kaakgewricht veranderen door de jaren heen van vorm, omdat zij zich aanpassen aan de bouw van het gebit. Het gebit ligt in twee bogen op de boven- en onderkaak. Op iedere boog liggen zestien gebitsdelen: vier snijtanden, twee hoektanden, vier valse kiezen en zes echte kiezen.
Carine van den Berg
8. De schildklier en de bijschildklieren
Samenvatting
De schildklier kan achttien tot zestig gram wegen en heeft twee kwabjes die aan beide zijden van de luchtpijp liggen en door een kraakbeenbrug met elkaar verbonden zijn. Op iedere kwab vindt men twee lensvormige lichaampjes, de bijschildklieren. De bijschildklieren wegen dertig tot vijftig milligram en zijn ongeveer acht millimeter lang.
Carine van den Berg
9. De luchtwegen
Samenvatting
De luchtwegen bestaan uit verschillende onderdelen. Binnenkomende adem komt achtereenvolgens in neus-, mond- en keelholte, strottenhoofd, luchtpijp, bronchiën, bronchioli en alveoli. Over de laatste vier gaan we het hier hebben.
Carine van den Berg
10. Het hart
Samenvatting
Het hart is te verdelen in een rechter- en linkerkant. Zowel de rechter- als de linkerkant bestaat uit twee delen, namelijk een boezem en een kamer. De rechterboezem en de rechterkamer zijn betrokken bij wat men noemt de kleine bloedsomloop. De linkerboezem en de linkerkamer zijn betrokken bij de grote bloedsomloop.
Carine van den Berg
11. De maag
Samenvatting
De maag is onderdeel van het spijsverteringskanaal. Ingenomen voedsel blijft enige tijd (twee tot vijf uur) liggen in deze zakvormige verwijding, die zich bevindt tussen slokdarm en dunne darm. De overgang van slokdarm naar maag wordt ook wel ‘cardia’ genoemd. Voedsel komt de maag binnen door de maagopening, terwijl de uitgang wordt gevormd door een kringspier oftewel ‘pylorus’. De maag is verder opgebouwd uit verschillende weefsels, te weten een slijmvlieslaag, drie verschillende spierlagen en zenuwweefsel.
Carine van den Berg
12. De dunne darm
Samenvatting
In het spijsverteringskanaal komt de dunne darm na de maag. Afhankelijk van de mate van samentrekking heeft hij een lengte van drie tot vier meter. Dit lijkt minder door zowel uitwendige als inwendige plooiing. De uitwendige plooiing maakt dat de dunne darm (zeer gekronkeld en compact) in de buikholte past. Ook de inwendige plooiing zorgt voor een oppervlaktevergroting van dit absorptiekanaal.
Carine van den Berg
13. De dikke darm
Samenvatting
De dunne darm gaat rechtsonder in de buikholte over in de dikke darm. De dikke darm begint met een klep. Deze klep noemen we ‘de klep van Bauhin’. Deze klep wil nog wel eens de oorzaak zijn van blindedarmachtige pijnen in de buikholte. Achter deze klep ligt een ballonvormig darmgedeelte (de blindedarm) met een uitstulping eraan (het wormvormig aanhangsel).
Carine van den Berg
14. De lever
Samenvatting
De lever is een orgaan van ongeveer 1500 gram. Naast maag en darmen is de lever het grootste orgaan in de buikholte. De lever ligt rechtsboven in de buikholte vlak tegen het middenrif. De lever ontvangt bloed via de poortader (van de maag en darmen) en via de leverslagader. Via de leverader geeft deze bloed af. Behalve bloed geeft de lever galvloeistof af aan de galkanaaltjes. Deze galkanaaltjes verzamelen zich in galbuisjes en deze laatste transporteren de galvloeistof naar de galblaas.
Carine van den Berg
15. De galblaas
Samenvatting
De galblaas is een peervormige zak van acht tot twaalf centimeter lang en zo’n vijf centimeter breed. Hij kan acht tot twaalf milliliter vloeistof bevatten. De galblaas ligt in een holte van de lever en is hiermee door bindweefsel verbonden. De wand van de galblaas is tamelijk dun.
Carine van den Berg
16. De alvleesklier
Samenvatting
De alvleesklier, ook wel pancreas en buikspeekselklier genoemd, ligt centraal in de bovenbuik. Deze is veertien tot achttien centimeter lang en weegt ongeveer zeventig gram. De alvleesklier is een wigvormig orgaan. Men onderscheidt de kop (rechts), het lichaam en de staart (links). De alvleesklier ligt ingebouwd tussen de wervelkolom en aorta aan de achterzijde, en de maag en dunne darm aan de voorzijde.
Carine van den Berg
17. De nieren, urinewegen en blaas
Samenvatting
De nieren zijn boonvormige organen die hoog in de buikholte achter het buikvlies aan weerszijden van de wervelkolom liggen. Een nier van een volwassen man weegt ongeveer 250 gram, heeft een lengte van tien à twaalf centimeter, een breedte van vijf à zeven centimeter en een dikte van circa zes centimeter. Feitelijk is een nier uit vier lagen opgebouwd:
Carine van den Berg
18. De milt en het lymfesysteem
Samenvatting
De milt is een orgaan dat bij het lymfesysteem betrokken is. Hij is ongeveer elf centimeter lang, zeven centimeter breed en vier centimeter dik. Hij weegt 160 tot 200 gram en heeft de vorm van een koffieboon. De milt ligt aan de linkerkant van de buikholte ter hoogte van de negende tot en met de elfde rib. Net als alle andere buikorganen wordt ook de milt omgeven door het buikvlies. De milt is geen vastliggend orgaan, maar verschuift bij de ademhaling en bij verandering van houding, bijvoorbeeld als u op uw zij gaat liggen.
Carine van den Berg
19. De hormoonklieren
Samenvatting
Hormoonklieren worden ook wel endocriene klieren genoemd. Ze vervullen verschillende functies. We onderscheiden hier:
Carine van den Berg
20. De botten en gewrichten
Samenvatting
Het lichaam ontleent zijn stevigheid aan het skelet. Het skelet is een samenstelsel van botten. Er zijn vier soorten botten te onderscheiden:
Carine van den Berg

Oefendeel

Voorwerk
1. De opbouw van de voet
Samenvatting
Ideale voetbreedte met een goede verdeling van de polen.
Carine van den Berg
2. De teenopbouw en aanhechting
Samenvatting
Grote bovenste kootjes van de grote teen. Op de rechtervoet groter dan op de linkervoet. Lichte eeltafzetting aan de onderrand aanwezig.
Carine van den Berg
3. Kenmerken, diagnose en conclusie
Samenvatting
Driedeling: bovenpool normale breedte, normale lengte, roodheid en eeltafzetting. Middenpool normale breedte, lang, darmgedeelte te bleek op de linkervoet. Onderpool te smal, te kort, rood met eeltafzetting.
Carine van den Berg

Oefendeel

Voorwerk
3. Kenmerken, diagnose en conclusie
Abstract
Driedeling: bovenpool normale breedte, normale lengte, roodheid en eeltafzetting. Middenpool normale breedte, lang, darmgedeelte te bleek op de linkervoet. Onderpool te smal, te kort, rood met eeltafzetting.
Carine van den Berg
Nawerk
Meer informatie
Titel
Voetdiagnostiek
Auteur
Carine van den Berg
Copyright
2010
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Elektronisch ISBN
978-90-313-7661-2
Print ISBN
978-90-313-7660-5
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-7661-2