Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het Handboek Stem-Spraak-Taalpathologie verscheen tussen 1997 en 2007 gefaseerd in losse afleveringen. Daarin werd alle kennis op het gebied van de stem-, spraak- en taalpathologie vanuit verschillende disciplines samengebracht. Het Handboek is bestemd voor iedereen die klinisch-praktisch of meer theoretisch is geïnteresseerd, of vanuit een ander vakgebied hiermee in aanraking komt. Voor logopedisten, artsen, linguïsten, spraak- en taalpathologen, audiologen, pedagogen en psychologen in Nederland en België is het Handboek een onmisbare vraagbaak.

Deel 19 is geheel gewijd aan verworven taalstoornissen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Verworven taalstoornissen: inleiding

september 2007
Taal is een cognitieve functie en wordt door verreweg de meeste mensen probleemloos verworven. Bij het meerendeel van mensen zijn de belangrijkste taalfuncties in de linker hersenhelft gerepresenteerd. Als men een hersenbeschadiging krijgt, bijvoorbeeld door een herseninfarct, een hersenbloeding, een tumor of een trauma, dan kunnen er, met name als dit letsel zich in de linker hersenhelft bevindt, taalstoornissen optreden. Men spreekt dan van ‘afasie’. Maar taalstoornissen kunnen ook optreden als gevolg van degeneratieve ziekten (dementie, ziekte van Parkinson). Over dergelijke stoornissen en de gevolgen ervan handelt hoofdstuk B9.
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Afasie: symptomatologie en wetenschappelijke inzichten

september 1997
Afasie is een verzamelnaam voor taalstoornissen die het gevolg zijn van een beschadiging (laesie) van de hersenen. De meest opvallende symptomen van afasie doen zich voor bij het spreken. Veel voorkomende problemen zijn bijvoorbeeld het niet kunnen vinden van het juiste woord, het optreden van ‘versprekingen’ en moeilijkheden met het maken van zinnen. Daarnaast hebben afasiepatiënten vrijwel altijd moeite met het begrijpen van gesproken taal, maar deze problemen zijn in de regel minder opvallend en kunnen soms alleen met behulp van speciale tests worden aangetoond. Afasiepatiënten hebben tenslotte ook altijd moeite met lezen en schrijven en deze problemen vertonen vaak grote overeenkomst met die van respectievelijk het begrijpen en produceren van gesproken taal.
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Multidisciplinaire aspecten van afasiediagnostiek

augustus 2001
Het diagnosticeren van afasie heeft verschillende doelen: ten eerste het vaststellen van een afasie, ten tweede het afgrenzen van de afasie van andere stoornissen die de communicatie beïnvloeden, ten derde het nader typeren van de afasie met het oog op de revalidatie van de afasiepatiënt, en ten slotte het meten van voor– of achteruitgang. De wijze van diagnosticeren wordt uiteraard bepaald door het doel waarmee de diagnostiek wordt verricht.
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Linguïstisch georiënteerde therapie

december 2002
Verschillende effectstudies tonen aan dat bij afasie het herstel met intensieve therapie gunstiger verloopt in vergelijking met alleen spontaan herstel (Wertz e.a., 1986; Poeck e.a., 1989). In de artikelen van Robey (1994) en Holland e.a. (1996) wordt een overzicht gegeven van groeps- en casestudies. Daarnaast wordt een kwalitatieve analyse van het bewijsmateriaal gepresenteerd. Dat tegenwoordig kan worden aangetoond dat afasietherapie een gunstig effect heeft op het herstelverloop, is onder andere te danken aan de wijze waarop de therapiestudies worden opgezet. In tegenstelling tot de groepsstudies uit het verleden wordt er nu meer rekening gehouden met de onderliggende stoornis van de individuele patiënten (Bastiaanse, 2000). Het spreekwoord ‘oefening baart kunst’ gaat bij taaltherapie niet altijd op. Therapie die alleen gericht is op het oefenen van een gestoorde vaardigheid, bijvoorbeeld het benoemen, heeft een zwakke basis (Rothi, 1992). Belangrijk is te bepalen wat met de afasietherapie beoogd wordt. In de literatuur wordt daarin een tweedeling gemaakt.
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

De pragmatische aspecten van afasietherapie

december 2002
Een afasiepatiënt heeft problemen met de communicatie en niet alleen hijzelf maar ook zijn gesprekspartners hebben daar last van. In de geschiedenis van de afasietherapie zijn veel verschillende opvattingen te vinden over de manier waarop deze problemen behandeld kunnen worden.
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Non-verbale therapie

december 2003
Bij patiënten met een ernstige afasie is het een kunst de logopedische behandeling aan te laten sluiten op de hulpvraag. Mensen met afasie willen namelijk maar één ding: weer kunnen praten en de kans dat ze weer ‘gewoon’ leren praten, is vrijwel uitgesloten.
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Afasietherapie en computers

december 2002
Rond 1980 deed de computer zijn intrede in de praktijk van de afasierevalidatie. Uit die tijd dateren de eerste computerprogramma's voor afasiepatiënten. De toepassingsmogelijkheden ten behoeve van de diagnostiek, de therapie, de administratie en de statistische verwerking wekten grote verwachtingen, hoewel veel deskundigen ook waarschuwende geluiden lieten horen.
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Groepstherapie

april 2005
Groepstherapie voor afasiepatiënten wordt in Nederland al even lang toegepast als individuele therapie, maar beide soorten therapie verschillen van elkaar in doelstelling. Kearns (1994) geeft een overzicht van groepstherapie dat nog grotendeels geldig is. Groepstherapie kan worden ingedeeld in directe taaltraining (stoornisgericht, hooggestructureerd) (Holland, 1970), indirecte taaltraining (conversatie of rollenspel, ongestructureerd) (Davis, 1983), sociolinguïstische training (functionele communicatie, bijv. pace) (Davis & Wilcox, 1981) en transfer en onderhoud.
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Psychosociale begeleiding bij afasiepatiënt en partner

december 2002
Afasie leidt in verreweg de meeste gevallen tot forse en blijvende communicatiestoornissen. Dit betekent niet alleen een probleem voor de afasiepatiënt zelf, maar eveneens voor de mensen uit zijn naaste omgeving, in het bijzonder voor de partner en de kinderen.
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Nazorg: ervaringen vanuit een praktijkgerichte behandeling

november 2000
Onder nazorg wordt in het algemeen het voorbereiden van de patiënt en omgeving op de situatie na beëindiging van de therapie verstaan.
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Medicamenteuze behandeling van afasie

mei 2003
Vasculaire aandoeningen van het centrale zenuwstelsel veroorzaken vaak niet alleen zware fysieke maar ook ernstige cognitieve handicaps.
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Taalstoornissen en de rechter hemisfeer

november 2000
Patiënten met een rechtszijdig corticaal hersenletsel kunnen stoornissen in de taal hebben, waaraan in de literatuur wordt gerefereerd met diverse termen, zoals rechterhemisfeersyndroom (Brownell e.a., 1995), verbaalcommunicatiesyndroom (Joanette & Goulet, 1994), dyshyponoia (Paradis, 1998), of pragmatische afasie (Joanette & Ansaldo, 1999).
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Taalstoornissen bij dementie

maart 2002
Door een toegenomen levensverwachting en de geboortegolf na de Tweede Wereldoorlog worden steeds meermensen steeds ouder. Deze ‘dubbele vergrijzing’ heeft tot gevolg dat ook het aantal patiënten met dementie steeds groter wordt. Volgens een ruwe schatting zijn er in Nederland momenteel zo’n 180.000 mensen met dementie, en over vijftig jaar zal het aantal dementerenden waarschijnlijk tot ruim 400.000 zijn toegenomen (Internationale Stichting Alzheimer-Onderzoek, z.j.).
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Verworven kinderafasie

november 2005
Verworven kinderafasie (vka) is een niet-aangeboren taalstoornis veroorzaakt door hersenletsel opgelopen op het ogenblik dat het taalvermogen zich – gedeeltelijk – ontwikkeld heeft. De aanwezige taalbeheersing wordt bijgevolg aangetast; er is sprake van verlies of verstoring van reeds bestaande taalfuncties. Deze pathologische conditie stemt overeen met de algemene acceptatie van de term afasie bij volwassenen.
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Communicatiestoornissen na een hersentrauma

juli 2006
Een hersenletsel kan hoofdzakelijk tot drie typen communicatiestoornissen leiden: afasie, dysartrie en apraxie. Deze drie typen communicatiestoornissen kunnen voorkomen ongeacht de aard van het letsel. Een afasie kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van een cerebrovasculair accident (cva), maar kan ook optreden ten gevolge van een tumor, een degeneratieve aandoening, een infectie, intoxicatie of ten gevolge van een trauma. Toch worden naargelang de aard van de hersenaandoening ook meer specifieke beelden gezien. Eén groep patiënten die aldus als een aparte populatie kan worden beschouwd, zijn de hersentraumapatiënten.
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

De diagnostiek en behandeling van woordvindingsproblemen

september 2003
Woordvindingsproblemen komen voor bij elk type afasie. De hier besproken patiënte ondervindt hier in het dagelijks leven bijzonder veel moeilijkheden van. Er is sprake van een matige afasie, die niet nader geclassificeerd kan worden. Opvallend is dat de patiënte tijdens een gesprek vaak de eerste letter(s) van het woord met haar vinger op tafel schrijft, maar dit helpt haar niet het bedoelde woord te vinden. Besloten wordt haar uitgebreid met de palpa (Bastiaanse, Bosje & Visch-Brink, 1995) te onderzoeken. Deze test is bij uitstek geschikt om de aard en ernst van problemen op woordniveau te inventariseren.
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

De diagnostiek en behandeling van problemen in de werkwoordproductie

september 2003
Een belangrijk kenmerk van afasie is het voorkomen van woordvindingsmoeilijkheden, die de mogelijkheden tot communicatie ernstig kunnen belemmeren. Om deze problemen zo adequaat mogelijk te kunnen behandelen is inzicht nodig in de stoornis die ten grondslag ligt aan de woordvindingsmoeilijkheden. Hieronder volgt een beschrijving van een Wernicke-patiënt wiens taalgebruik gekarakteriseerd wordt door woordvindingsproblemen en het gebruik van semantische en fonematische parafasieën. Taken uit de Werkwoord- en Zinnentest (wezt; Bastiaanse, Maas & Rispens, 2000) en een analyse van de spontane taal zijn gebruikt om de aard van de problemen te inventariseren, en aansluitend daarop een behandelingsplan op te stellen.
H.F.M Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, P.H.O. Dejonckere, K. Jansonius-Schultheiss, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers
Meer informatie