Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek helpt verpleegkundigen, studenten verpleegkunde en verpleegkundig specialisten het zelfmanagement van mensen met chronische aandoeningen te ondersteunen. Dat behoort tot de kerntaak van elke verpleegkundige. Het boek geeft daarvoor de kennis, traint de vaardigheden en bespreekt de gewenste attitude, zoals een open houding, goede gespreksvoering en samenwerking met de patiënt en andere (mantel)zorgverleners.

Verpleegkundige ondersteuning bij zelfmanagement en eigen regie beschrijft bij vier ziektebeelden wat de uitdagingen voor patiënten zijn om de ziekte in hun leven in te passen. Er worden praktische interventies en tools gepresenteerd die verpleegkundigen kunnen toepassen bij de zorg en begeleiding van patiënten en hun omgeving. Ook thema’s als gedeelde besluitvorming, eHealth en ethische dilemma’s komen aan de orde.

De vele voorbeelden uit de verpleegkundige praktijk helpen om nieuwe competenties te ontwikkelen en ermee te oefenen. Op de bijbehorende website staan video’s van levensechte ontmoetingen tussen verpleegkundigen en patiënten, verhalen en afwisselende (stage)opdrachten.

AnneLoes van Staa is verpleegkundige, onderzoeker en lector Transities in Zorg bij Kenniscentrum Zorginnovatie van Hogeschool Rotterdam. Lausanne Mies studeerde ergotherapie en gerontologie, en werkt als trainer, projectleider en auteur vanuit haar bureau Remise voor mens en organisatie. Ada ter Maten-Speksnijder is verpleegkundige, onderzoeker en docent hbo-V bij Hogeschool Rotterdam.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Zelfmanagementondersteuning: de basis

Voorwerk

1. Ondersteunen van zelfmanagement; wat houdt dat in?

Samenvatting
In dit hoofdstuk werken we uit waar het om draait bij zelfmanagement(ondersteuning). Het opent met de vraag waarom zelfmanagementondersteuning behoort tot de kern van het verpleegkundig beroep en waarom de term zelfmanagement past bij de zorg voor mensen met chronische aandoeningen (par. 1.1). Paragraaf 1.2 legt uit wat wij verstaan onder de begrippen zelfmanagement en zelfmanagementondersteuning. In par. 1.3 bespreken we de verschillende visies van verpleegkundigen en patiënten op zelfmanagement en gaan we in op de patiëntvaardigheden die nodig zijn voor effectief zelfmanagement. Vervolgens werken wij de centrale elementen van zelfmanagement verder uit in par. 1.4. Adaptieve opgaven en zelfmanagementprocessen van patiënten worden toegelicht in par. 1.5. Dan volgt een korte bespreking van een aantal veelgehoorde bedenkingen bij zelfmanagement (par. 1.6). We besluiten het hoofdstuk in par. 1.7 met een korte beschouwing over de vraag: is zelfmanagement het wondermiddel?
AnneLoes van Staa, Ada ter Maten-Speksnijder, Lausanne Mies

2. Verpleegkundige competenties voor zelfmanagementondersteuning

Samenvatting
Dit hoofdstuk opent met een bespreking van de kern van zelfmanagementondersteuning, namelijk de professionele relatie tussen verpleegkundigen en patiënten (par. 2.1). De competenties die verpleegkundigen nodig hebben om patiënten bij hun zelfmanagement te ondersteunen, beschrijven we aan de hand van het 5A-model. Het 5A-model beschrijft zelfmanagementondersteuning in een cyclisch proces van vijf stappen (par. 2.22.7). Bij elke stap behandelen we specifieke interventies die je kunt gebruiken. De basishouding van de verpleegkundige bij zelfmanagementondersteuning komt aan de orde in par. 2.8. Daarna worden de uiteenlopende opvattingen verkend die verpleegkundigen over zelfmanagement hebben en wordt beschreven hoe ze zelfmanagementondersteuning beïnvloeden (par. 2.9).
Yvonne Becqué, Susanne van Hooft, Jolanda Dwarswaard

3. Communicatie: de basis van zelfmanagementondersteuning

Samenvatting
In dit hoofdstuk verduidelijken we het belang van goede communicatie voor zelfmanagementondersteuning. De inhoud van een boodschap, maar zeker ook de wijze waarop een boodschap gebracht of gehoord wordt, bepaalt immers de uitkomst van een gesprek. We beschrijven de essentie van de presentiebenadering (par. 3.1) en van verbindend communiceren (par. 3.2). Daarna gaan we specifieker in op twee methodieken om de communicatie bij zelfmanagementondersteuning vorm te geven: behoefte-ondersteunende communicatie (par. 3.3) en motiverende gespreksvoering (par. 3.4). Deze methodieken hebben overeenkomsten, maar ook onderlinge verschillen (par. 3.5). Daarna presenteren we een tabel waarin de communicatieprincipes worden samengevat die in dit hoofdstuk zijn besproken.
Veerle Duprez, Susan Jedeloo, Ann Van Hecke

Uitdagingen voor zelfmanagement bij vier ziektebeelden

Voorwerk

4. Zelfmanagementondersteuning bij dementie

Samenvatting
Dit hoofdstuk geeft inzicht in de betekenis van de ziekte dementie in het leven van mensen. De rol die verpleegkundigen voor mensen met dementie en hun naasten kunnen vervullen bij zelfmanagement komt aan bod in par. 4.1. Vervolgens worden kort het ziektebeeld dementie en de bestaande zorg en behandelmogelijkheden beschreven (par. 4.2). De zelfmanagementopgaven van mensen met dementie en hun naasten staan weergegeven in par. 4.3. Hierin komt de behoefte aan zelfmanagementondersteuning van zowel degene met dementie als van de mantelzorgers aan bod. Daarna worden de manieren waarop verpleegkundigen daaraan kunnen bijdragen beschreven (par. 4.4).
Jacomine de Lange, Carolien Smits

5. Zelfmanagementondersteuning bij diabetes mellitus

Samenvatting
Diabetes mellitus is een veelvoorkomende, chronische aandoening met een veeleisende behandeling. De impact op het dagelijks leven is vaak groot. In dit hoofdstuk behandelen we globaal de ziektebeelden diabetes mellitus type 1 en 2 en de behandeling daarvan (par. 5.1), waarna we de specifieke uitdagingen voor zelfmanagement door mensen met diabetes bespreken (par. 5.2). In par. 5.3 besteden we aandacht aan de relatie tussen diabetes, depressie en eetstoornissen. Aan de hand van casuïstiek werken we de verpleegkundige activiteiten uit en beschrijven we passende interventies voor het ondersteunen bij zelfmanagementopgaven van mensen met diabetes (par. 5.4).
AnneLoes van Staa, Jane Sattoe, Mirja de Lange-Ranzijn

6. Zelfmanagementondersteuning bij bipolaire stoornis

Samenvatting
Dit hoofdstuk begint met het bespreken van de betekenis van een bipolaire stoornis in het leven van mensen met deze aandoening en hun naasten en de kerntaak van verpleegkundigen in de geestelijke gezondheidszorg (par. 6.1). Na een korte verkenning van het ziektebeeld (par. 6.2), de prevalentie (par. 6.3) en de behandelsetting van de bipolaire stoornis (par. 6.4), bespreken we de zelfmanagementopgaven waarvoor patiënten met een bipolaire stoornis en hun naasten zich gesteld zien, aan de hand van wetenschappelijke bronnen en patiëntervaringen (par. 6.5). Daarna werken we in par. 6.6 en 6.7 de verpleegkundige interventies voor het ondersteunen bij zelfmanagementopgaven uit met behulp van casuïstiek.
Ada ter Maten-Speksnijder, Peter Goossens

7. Zelfmanagementondersteuning bij borstkanker

Samenvatting
Borstkanker ontregelt het hele leven; niet alleen in de periode van de diagnose maar ook daarna. In dit hoofdstuk beschrijven we wat borstkanker is, hoe vaak het voorkomt en wat de oorzaken en symptomen van de ziekte zijn. Vervolgens bespreken we de erfelijke belasting voor borstkanker en de mogelijkheden voor vroege opsporing (par. 7.1). Wat borstkanker doet met vrouwen en hun omgeving staat in par. 7.2. In par. 7.3 bespreken we de diagnose, de behandelingen en de directe en late gevolgen. De uitdagingen voor zelfmanagement tijdens het continuüm van borstkankerzorg komen aan bod in par. 7.4. Tot slot behandelen we in par. 7.5 hoe je als verpleegkundige de patiënt kunt bijstaan tijdens diagnose, behandeling, herstel en nazorg, of bij uitgezaaide borstkanker hoe je het zelfmanagement en de eigen regie effectief kunt versterken.
AnneLoes van Staa, Jannie Oskam

Uitgelicht: specifieke thema's bij zelfmanagementondersteuning

Voorwerk

8. Ethische dilemma’s bij zelfmanagementondersteuning

Samenvatting
De toegenomen nadruk op zelfmanagement kan leiden tot ethische dilemma’s in de verpleegkundige praktijk. Een ethisch dilemma is een situatie waarin meerdere waarden tegelijkertijd in het spel zijn die tegengestelde acties voorschrijven (par. 8.1). In par. 8.2 geven we je aan de hand van casussen inzicht in drie dilemma’s die in de praktijk vaak voorkomen bij het ondersteunen van zelfmanagement. Discussie over deze dilemma’s is niet alleen van belang voor de kwaliteit van zorg, maar ook voor je eigen welbevinden. We sluiten dit hoofdstuk daarom af met een handreiking met vragen die gebruikt kunnen worden om de discussie met medestudenten en/of collega’s te voeren over ethische dilemma’s bij zelfmanagementondersteuning (par. 8.3).
Jolanda Dwarswaard, Hester van de Bovenkamp

9. Samen beslissen

Samenvatting
Gedeelde besluitvorming is een belangrijke opgave voor elke verpleegkundige: samen beslissen is een centraal element van zelfmanagementondersteuning. Dit wordt besproken in par. 9.1. In par. 9.2 wordt een model toegelicht van vier stappen in het proces van gedeelde besluitvorming. Dit aan de hand van passende interventies. In par. 9.3 bespreken we wat nodig is om samen te beslissen in uitdagende situaties en bij diverse doelgroepen te realiseren. Specifieke belemmeringen die zorgverleners ervaren komen aan bod in par. 9.4, gevolgd door de opvattingen en ervaringen van patiënten (par. 9.5).
Haske van Veenendaal, Helene Voogdt

10. Zelfmanagementondersteuning bij mensen met lage gezondheidsvaardigheden

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat in op de vraag hoe verpleegkundigen patiënten en naasten die minder gezondheidsvaardig zijn, kunnen ondersteunen opdat ook zij succesvol zelfmanagement kunnen realiseren (par. 10.1). In par. 10.2 wordt de definitie van gezondheidsvaardigheden uiteengezet, gevolgd door een bespreking van de relatie tussen lage gezondheidsvaardigheden en gezondheidsuitkomsten (par. 10.3). Vervolgens gaan we in op de vraag hoe er in gezondheidsinformatie rekening gehouden kan worden met lage gezondheidsvaardigheden (par. 10.4). In par. 10.5 komt aan de orde hoe je mensen met lage gezondheidsvaardigheden kunt herkennen en erkennen en hoe een persoonlijke benadering eruitziet. Het hoofdstuk sluit af met hulpmiddelen voor betere communicatie en geschikte leefstijlinterventies ter bevordering van zelfmanagement bij mensen met lage gezondheidsvaardigheden (par. 10.6).
Jeanny Engels

11. Patiëntenparticipatie en zelfmanagementondersteuning

Samenvatting
Samenwerken met patiënten is de essentie van zelfmanagementondersteuning. Van verpleegkundigen vraagt dit om telkens op zoek te gaan naar het unieke van de patiënt, en steeds te vragen hoe de patiënt en zijn familie betrokken willen zijn bij de zorg. Dit heet individuele patiëntenparticipatie. Daarnaast kunnen patiënten meedenken bij nieuwe ontwikkelingen en nieuw beleid in de zorg(organisatie) of in onderzoek. Dat wordt collectieve patiëntenparticipatie genoemd. In par. 11.1 gaan we dieper in op de relatie tussen zelfmanagement en patiëntenparticipatie. Daarna leggen we uit wat we onder patiëntenparticipatie verstaan, welke niveaus daarin worden onderscheiden en op welke wetgeving dit is gebaseerd (par. 11.2). De doelen en de mogelijke voordelen van patiëntenparticipatie worden besproken in par. 11.3, waarna een nuancering volgt in par. 11.4, waar de mogelijke nadelen en risico’s worden benoemd. Dit hoofdstuk eindigt met tips en methodieken om de participatie van patiënten te bevorderen (par. 11.5).
Jeanny Engels

12. eHealth en zelfmanagementondersteuning

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt het concept eHealth ter ondersteuning van zelfmanagement geïntroduceerd (par. 12.1). Vervolgens geven we een overzicht van verschillende eHealthtechnologieën die relevant zijn voor zelfmanagementondersteuning in de verpleegkundige praktijk (par. 12.2). In par. 12.3 worden voorbeelden van deze eHealthtechnologieën gepresenteerd. Daarna bespreken we factoren die het gebruik van eHealth bevorderen of belemmeren (par. 12.4) en we sluiten het hoofdstuk af met aanbevelingen voor verpleegkundigen om zelf het terrein van de eHealth te verkennen (par. 12.5).
Olivier Blanson Henkemans, Wilma Otten

13. Zelfmanagementinterventies: ontwikkeling, evaluatie en implementatie

Samenvatting
Dit hoofdstuk behandelt het wetenschappelijk onderzoek naar verpleegkundige interventies ter ondersteuning van zelfmanagement. Twee hoofdvormen van onderzoek staan daarbij centraal: het interventieonderzoek (over de ontwikkeling van de interventies) en het evaluatieonderzoek (over de evaluatie van de effecten en het proces van invoering). Eerst bespreken we wat zelfmanagementinterventies zijn en waarom ze als complexe interventies worden beschouwd (par. 13.1). Daarna geven we eerst voorbeelden van theorieën waarop zelfmanagementinterventies kunnen zijn gebaseerd. Vervolgens laten we zien welke mechanismen de effectiviteit van zelfmanagementinterventies bepalen (par. 13.2). In de volgende paragraaf werken we twee modellen uit voor de systematische ontwikkeling van interventies: het MRC-Raamwerk en het Intervention Mappingmodel (par. 13.3). In par. 13.4 komt het evaluatieonderzoek aan bod. We bespreken verschillende designs om de effecten van de interventies te kunnen vaststellen, de uitkomstmaten die daarbij kunnen worden gebruikt en we bespreken het belang van een procesevaluatie met mixed methods-aanpak. Tot slot wordt het proces van implementatie in de praktijk besproken in par. 13.5.
Janet Been-Dahmen, Erwin Ista, AnneLoes van Staa

14. Zelfmanagement en eigen regie aan het einde van het leven

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over zelfmanagement en eigen regie van patiënten en hun naasten in de palliatieve fase van de ziekte, aan het einde van het leven. Eerst leggen we uit wat wordt verstaan onder de palliatieve fase (par. 14.1) en wat palliatieve zorg inhoudt (par. 14.2). Daarna wordt beschreven voor welke uitdagingen mensen in de palliatieve fase staan (par. 14.3) en wat het belang van eigen regie en waardigheid in deze fase is (par. 14.4). In par. 14.5 bespreken we wat passende zorg in de laatste levensfase betekent. Aan de hand van vier voorbeelden laten we vervolgens in par. 14.6 zien wat zelfmanagementondersteuning in de palliatieve fase in de praktijk inhoudt en wat dit betekent voor de verpleegkundige.
Erica Witkamp, Judith Rietjens

15. Familiegerichte zelfmanagementondersteuning

Samenvatting
Dit hoofdstuk opent met een bespreking van het belang van familiegerichte zelfmanagementondersteuning, legt uit wat hieronder wordt verstaan en waarom dit thema actueel is (par. 15.1). In par. 15.2 komen feiten over mantelzorg en ervaringen van mantelzorgers aan bod. In par. 15.3 worden de verschillende rollen van de familie bij zorg en zelfmanagement uitgediept en worden de taken die verpleegkundigen hierbij hebben besproken. Het model voor familiegerichte zelfmanagementondersteuning staat beschreven in par. 15.4. De visie en ervaringen van patiënten, hun familie en de professionals rond familieparticipatie lees je in par. 15.5. Vervolgens komen in par. 15.6 de positieve en negatieve effecten van familieparticipatie aan bod. Ten slotte worden enkele interventies beschreven die je kunt inzetten voor familiegerichte zelfmanagementondersteuning (par. 15.7).
Friede Simmes, Lisbeth Verharen, Lilian Vloet

16. Zelfmanagementondersteuning en het multidisciplinaire team

Samenvatting
In dit hoofdstuk gaan we in op de rol en de betekenis van het multidisciplinaire team van zorgverleners bij zelfmanagementondersteuning. Het belang van teamwerk en integrale samenwerking hierbij wordt besproken in par. 16.1. Hierna wordt het 10-stappenplan voor het vormgeven van zelfmanagementondersteuning binnen teams geïntroduceerd (par. 16.2). In par. 16.3 komt het 3-fasenmodel aan bod. Dit model geeft suggesties over wat professionals voor, tijdens en na het contact met de patiënt kunnen doen om zelfmanagement te ondersteunen. Enkele valkuilen voor het team bij het ontwikkelen van verbeteracties, en de wijze waarop deze kunnen worden vermeden, staan beschreven in par. 16.4.
Jeroen Havers, Matthijs Zwier

Nawerk

Meer informatie