Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Grondige kennis van de algemene farmacologische principes is van groot belang om op een juiste manier om te gaan met geneesmiddelen. Hoe is de weg van het geneesmiddel door het lichaam en wat doet het geneesmiddel met het lichaam? Wat zijn de bijwerkingen en de interacties met andere geneesmiddelen? Bij welke groepen patiënten is speciale aandacht vereist?

Voor gezondheidsmedewerkers aan wie het voorschrijven of het toedienen van medicijnen is toevertrouwd is die kennis onmisbaar. Ook wie geen geneesmiddelen voorschrijft of toedient moet kunnen beoordelen wat de gevolgen zijn van medicatie voor zijn patiënt, en moet in staat zijn de patiënt voor te lichten over de werking en mogelijke bijwerkingen.

Toegepaste geneesmiddelenkennis biedt essentiële kennis en inzichten over algemene farmacologie. In het boek wordt onder meer diep ingegaan op de werking, bijwerkingen, interacties en toepassing van de geneesmiddelen. Ieder hoofdstuk wordt voorafgegaan door een samenvatting van de relevante fysiologie. Voorbeelden en casuïstiek uit verschillende beroepsvelden brengen de theorie tot leven.

Toegepaste geneesmiddelenkennis is een onmisbaar studieboek voor verpleegkundige en paramedische opleidingen, waarin farmacologie en farmacotherapie steeds belangrijker worden. Daarnaast is het bij uitstek geschikt als naslagwerk voor verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten en een aanrader voor afgestudeerden van (para-)medische opleidingen om hun kennis van de fysiologie, farmacologie en –therapie te verrijken.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Samenvatting
Al in de oudheid ontdekte de mens de geneeskrachtige werking van planten. Nog steeds zijn de meeste medicijnen afgeleid van in de natuur voorkomende stoffen. Voordat een nieuw geneesmiddel geregistreerd wordt door het Zorginstituut Nederland moet het vier ontwikkelingsstadia doorlopen. Het zorginstituut bewaakt ook de kosten via het geneesmiddelvergoedingssysteem (GVS). Alleen artsen, tandartsen en verloskundigen zijn bevoegd om geneesmiddelen voor te schrijven. Zij mogen binnen hun deskundigheidsgebied en voor zover zij bekwaam zijn voorschrijven. Tegenwoordig mogen ook sommige verpleegkundig specialisten en physician assistants geneesmiddelen voorschrijven op hun specialisme. Aan het elektronische recept worden strenge eisen gesteld. Grondige kennis van de algemene farmacologische principes is van groot belang om op een juiste manier te kunnen omgaan met geneesmiddelen. Hoe is de weg van het geneesmiddel door het lichaam en wat doet het geneesmiddel met het lichaam? Wat zijn de bijwerkingen en de interacties met andere geneesmiddelen? Bij welke groepen patiënten is speciale aandacht vereist? Verpleegkundigen en soms andere gezondheidsmedewerkers delen medicijnen uit en observeren de effecten van de medicatie bij de patiënt. Daarnaast zijn zij vaak degenen die de patiënt voorlichten over de werking en mogelijke bijwerkingen. Zij moeten deze dus kunnen analyseren en interpreteren.
IJ. D. Jüngen, M. J. Tervoort

2. Het geneesmiddel

Samenvatting
Er bestaan verschillende manieren waarop geneesmiddelen kunnen worden ingedeeld, bijvoorbeeld naar werking en naar toepassingsgebied. Een medicijn kan aangeduid worden met zijn chemische formule of met de werkzame stof (de generieke naam). Elke fabrikant geeft een eigen fabrieksnaam aan dezelfde werkzame stof. Bij systemische toediening komt een middel (in tegenstelling tot lokale toediening) in de bloedbaan. Enteraal gaat dit bijvoorbeeld als tablet, drank of zetpil via het maag-darmkanaal. Een injectie is een voorbeeld van een parenterale toediening. De hoeveelheid van een middel dat uiteindelijk de bloedbaan bereikt, wordt de biologische beschikbaarheid genoemd. De mate waarin deze wordt bepaald door resorptie, distributie en biotransformatie is het vakgebied van de farmacokinetiek. De farmacodynamiek beschrijft hoe het lichaam op het geneesmiddel reageert en hoe bijwerkingen en interacties ontstaan.
IJ. D. Jüngen, M. J. Tervoort

3. Middelen die het autonome zenuwstelsel beïnvloeden

Samenvatting
Vegetatieve farmaca beïnvloeden het autonome (vegetatieve) zenuwstelsel door remming of juist stimulatie van de overdracht van prikkels naar de verschillende organen. Sympathicomimetica worden vooral toegepast bij astma/COPD en als weeënremmer. Sympathicolytica zijn o.a. in gebruik bij cardiovasculaire aandoeningen. Parasympathicomimetica vinden toepassing bij het herstellen van de spierfuncties en parasympathicolytica bij de behandeling van astma/COPD. Alvorens deze groepen te bespreken wordt stilgestaan bij de impulsvorming, impulsgeleiding en prikkeloverdracht in het zenuwstelsel. Ook worden in dit hoofdstuk de fysiologische aspecten van het autonome zenuwstelsel besproken.
IJ. D. Jüngen, M. J. Tervoort

4. Analgetica en anesthetica

Samenvatting
Pijn ontstaat meestal door schade aan oppervlakkige of dieper gelegen weefsels. Bij niet-nociceptieve pijn is de oorzaak gelegen in een beschadiging van het zenuwstelsel. Geneesmiddelen die de pijn onderdrukken, worden analgetica genoemd, anesthetica hebben invloed op alle sensibele prikkels (o. a warmte, koude en tast). De pijnstillers van eerste keus zijn paracetamol en NSAID’s. De laatste hebben naast hun pijnstillende werking onder andere ook effect op de bloedstolling. Wanneer deze middelen tekortschieten worden opioïden (oraal of parenteraal, al dan niet in combinatie met niet-opioïde middelen) gebruikt. Lokale anesthetica als lidocaïne worden gebruikt bij kleine chirurgische ingrepen. Grote operaties wordt vaak onder narcose uitgevoerd. De middelen, die bij reumatoïde aandoeningen en bij jicht worden gebruikt, worden afzonderlijk beschreven.
IJ. D. Jüngen, M. J. Tervoort

5. Psychofarmaca en middelen bij aandoeningen van het zenuwstelsel

Samenvatting
Depressies genezen in 80 % van de gevallen spontaan. De medicamenteuze behandeling berust op herstel van de neurotransmitterbalans in de hersenen. Men onderscheidt tricyclische en niet-tricyclische antidepressiva. Deze medicijnen hebben veel vegetatieve bijwerkingen. MAO-remmers worden alleen gebruikt wanneer andere antidepressiva niet werkzaam blijken. Bij manisch depressieve en bipolaire stoornissen is lithium het geneesmiddel van de eerste keus. Hierbij moet de plasmaconcentratie regelmatig worden gecontroleerd. Antipsychotica oefenen hun effect uit door binding aan dopaminereceptoren in het limbisch systeem. Ook bij deze medicijnen komen veel extrapiramidale en centrale bijwerkingen voor. Het gebruik van benzodiazepinen in Nederland is de laatste jaren sterk gedaald. Deze middelen kennen relatief weinig bijwerkingen. Zij worden onder andere gebruikt als slaapmiddel en als anxiolyticum en bij anesthesie. Zij worden – naast andere middelen – ook gebruikt bij epileptische aanvallen, wanneer deze langer duren dan 5 minuten. De zwaardere middelen hebben interacties met veel andere geneesmiddelen. Voor de behandeling van een van de twee vormen van multiple sclerose is een aantal nieuwe geneesmiddelen ontwikkeld, die het immuunsysteem selectief remmen. Het doel van de medicamenteuze behandeling van de ziekte van Parkinson is voornamelijk bereiken dat de patiënt optimaal functioneert.
IJ. D. Jüngen, M. J. Tervoort

6. Middelen bij afwijkingen aan het bloed

Samenvatting
De functies van bloedplasma zijn aanvoer van voedingsstoffen, afvoer van afvalstoffen en een gelijkmatige verdeling van de warmte over het lichaam. De bloedcellen zorgen voor het transport van bloedgassen, de immuniteit en de stolling. Een deel van deze onderwerpen komt terug in andere hoofdstukken. Dit hoofdstuk richt zich op de behandeling van stoornissen in het rode bloedbeeld (middelen bij anemie), middelen bij afwijkingen in de lipidensamenstelling van het bloed (waaronder een verhoogd cholesterol) en de geneesmiddelen, die worden gebruikt bij verhoogde stollingsneiging van het bloed (vaak ten onrechte bloedverdunners genoemd).
IJ. D. Jüngen, M. J. Tervoort

7. Middelen bij aandoeningen aan het hart en bij hypertensie

Samenvatting
Instroom van natrium- en calciumionen en uitstroom van kaliumionen in de cellen van de sinusknoop zijn verantwoordelijk voor de regelmatige contracties van het hart. Op basis van de invloed die zij op deze verschillende ionenstromen uitoefenen worden de antiaritmica ingedeeld in vier klassen. De werking van de belangrijkste medicijnen, die bij hartfalen worden voorgeschreven, berust op veneuze en/of arteriële vasodilatatie en vermindering van het circulerend volume. Deze middelen worden – naast bètablokkers – ook gebruikt bij de behandeling van hypertensie.
IJ. D. Jüngen, M. J. Tervoort

8. Middelen bij aandoeningen aan de longen en luchtwegen

Samenvatting
Zowel astma bronchiale als COPD wordt gekenmerkt door een chronische vernauwing van de luchtwegen. Bij astma wordt dit veroorzaakt door een overmatige prikkeling van irritantiareceptoren, COPD is vrijwel altijd het gevolg van roken. Bij beide aandoeningen worden medicijnen gebruikt, die de luchtwegen verwijden door stimulatie van het sympathisch en/of remming van het parasympathisch zenuwstelsel. Deze medicijnen worden vaak gecombineerd met ontstekingsremmers. De keuze van het juiste middel hangt af van de ziektelast. Deze wordt ingeschat op basis van de GOLD-classificatie. Hoest kan worden bestreden door de prikkel te onderdrukken, door het slijmvlies te verzachten of door het ophoesten te vergemakkelijken. Surfactant is een middel om de ontplooiing van de longen bij prematuren te stimuleren.
IJ. D. Jüngen, M. J. Tervoort

9. Middelen bij aandoeningen aan het spijsverteringsstelsel

Samenvatting
Anti-emetica (antibraakmiddelen) worden gebruikt bij misselijkheid als gevolg van reisziekte, het gebruik van geneesmiddelen als cytostatica en postoperatief. Het effect wordt bereikt door vermindering van de invloed van de nervus vagus op de maag, blokkade van de histamine- of serotoninereceptoren of verslapping van de pylorus. Maagpijn is vaak het gevolg van een overproductie van maagzuur. Antacida kunnen dit neutraliseren. De secretie van maagzuur kan worden geremd door histamineantagonisten of protonpompremmers. Als de maagpijn het gevolg is van een infectie met Helicobacter Pylori is een antibioticakuur effectief. Een afwijkend defecatiepatroon wordt behandeld met laxantia, dan wel middelen, die diarree remmen. Spasmolytica ontspannen de spieren in de darmwand en worden gebruikt bij het spastisch colon. De ziekte van Crohn is een chronische ontsteking van de darm, die met ontstekingsremmers kan worden behandeld. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een bespreking van de middelen, die worden gebruikt bij galstenen en bij pancreasinsufficiëntie.
IJ. D. Jüngen, M. J. Tervoort

10. Diuretica en middelen bij aandoeningen aan de nieren en urinewegen

Samenvatting
Diuretica verkleinen het circulerend bloedvolume doordat zij de uitscheiding van urine stimuleren. Dit wordt bereikt door een afname van de resorptie van natrium (en daarmee water) uit de voorurine. Als gevolg daarvan kunnen ook andere ionen (in het bijzonder kalium) verloren gaan. Dat risico bestaat niet bij aldosteronantagonisten; deze worden daarom kaliumsparend genoemd. Spasmolytica ontspannen de spieren van blaas en urinewegen en worden gebruikt bij urge-incontinentie. Wanneer blaastraining onvoldoende effect heeft bij kinderen, die bedplassen, wordt soms een synthetische analoog van antidiuretisch hormoon voorgeschreven. Prostaathyperplasie is een frequent voorkomende aandoening bij oudere mannen, met een bemoeilijkte mictie als gevolg. De behandeling is gebaseerd op remming van de invloed van testosteron op de prostaat. Dit geldt ook voor de medicijnen, die bij prostaatcarcinomen worden gebruikt. De werking van erectiebevorderende middelen is gebaseerd op vergroting van de aanvoer van bloed naar de penis.
IJ. D. Jüngen, M. J. Tervoort

11. Middelen bij aandoeningen aan de huid

Samenvatting
Aandoeningen aan de huid worden vaak met fysische technieken als licht- en cryotherapie of chirurgisch behandeld. Bij medicamenteuze behandeling verdienen lokale toedieningsvormen de voorkeur. Hierbij is de keuze van de toedieningsvorm belangrijk. De behandeling bij eczeem en dermatitis berust op ontstekingsremming door glucocorticosteroïden of immunosuppressiva. Acne vulgaris is een ontsteking van de talgklieren, veroorzaakt door Propionibacterium acnes. De blokkade van de talgafvoer kan worden opgeheven door keratolytica. Analogen van vitamine A stimuleren de celdeling in de huid, maar hebben veel ernstige bijwerkingen. Bij psoriasis worden middelen gebruikt, die de deling juist remmen. Het is daarnaast vaak nodig ontstekingsremmers toe te passen.
IJ. D. Jüngen, M. J. Tervoort

12. Middelen bij aandoeningen aan oog, neus, keel en oor

Samenvatting
Glaucoom is een oogaandoening, die wordt veroorzaakt door een verhoogde druk in de oogkamers, die kan leiden tot beschadiging van de oogzenuw. De medicamenteuze behandeling is gebaseerd op vermindering van de productie en stimulatie van de afvoer van het oogkamervocht, onder andere door remming van het sympathisch of stimulatie van het parasympathisch zenuwstelsel. Infecties aan het oog als conjunctivitis en blefaritis worden behandeld met oogdruppels of -zalven, die een bacteriostatische of bactericide werking hebben. Bij maculadegeneratie kan de afname van het gezichtsvermogen worden tegengegaan door medicijnen, die de angiogenese in het netvlies remmen. Sympathicomimetica verminderen de slijmvlieszwelling in de neus en kunnen worden gebruikt bij rinorroe. Als er ook een allergische component aanwezig is, kunnen antihistaminica worden gebruikt. Medicamenteuze behandeling van otitis media bij kinderen heeft meestal geen effect op de genezing. Hetzelfde geldt voor medicijnen, die worden gebruikt bij de ziekte van Menière.
IJ. D. Jüngen, M. J. Tervoort

13. Middelen bij stoornissen in de stofwisseling en hormonen

Samenvatting
Bij IVF kan de rijping van eicellen worden gestimuleerd met agonisten van het hypothalamushormoon GnRH. De antagonist wordt ingezet bij prostaatcarcinomen en om een voortijdige ovulatie te voorkomen. Baringen kunnen worden ingeleid met oxytocine en verwante medicijnen, die ook bij het opwekken van een abortus worden toegepast. Een dreigende voortijdige bevalling kan worden voorkomen met calciumantagonisten. Somatostatine remt de groei bij acromegalie en wordt voorgeschreven bij bloedingen en tumoren aan het maag-darmkanaal. Bij groeiachterstand wordt groeihormoon gebruikt. Desmopressine is een analoog van antidiuretisch hormoon en wordt gebruikt bij diabetes insipidus. Een overmatige of juist zwakke werking van de schildklier wordt behandeld met thyreostatica respectievelijk levothyroxine. Bij osteoporose zijn bisfosfonaten de eerste keus. De vele orale anticonceptiva verschillen onderling in de hormoonsamenstelling en verdeling daarvan over de cyclus. Eerstegeneratiepillen bevatten hogere concentraties dan tweede- en derdegeneratiepillen. Bij type 2-diabetes kan in eerste instantie worden volstaan met orale antidiabetica, bij type 1 worden insulinepreparaten gebruikt. Deze kunnen onderling sterk in werkingsduur verschillen. Glucocorticosteroïden kennen een breed toepassingsgebied.
IJ. D. Jüngen, M. J. Tervoort

14. Middelen bij infecties en cytostatica

Samenvatting
Antibiotica kunnen worden ingedeeld in bacteriostatisch (remmen de deling) en bactericide (bacteriedodend). Zij kunnen de celwand van bacteriën beschadigen of in de cel de replicatie van het DNA of de eiwitsynthese blokkeren. Veelvoorkomende bijwerkingen zijn maag-darmproblemen en schimmelinfecties. De werking van antimycotica berust ook op het beschadigen van de celwand. Door het veelvuldige gebruik van antibiotica, ook in de veeteelt, hebben zich veel multiresistente bacteriestammen ontwikkeld, met als gevolg moeilijk te bestrijden infecties. Uitbreiding van het vaccinatieprogramma is een van de oplossingen voor de toename van de resistenties. Een virus is voor zijn vermenigvuldiging afhankelijk van een gastheercel. Antivirale middelen, die bijvoorbeeld worden gebruikt bij hiv-infecties, kunnen het binnendringen voorkomen of verhinderen processen die nodig zijn voor de DNA- of RNA-synthese. Zij vertonen bijvoorbeeld overeenkomst met de natuurlijke bouwstenen van DNA, waardoor zij wel worden ingebouwd, maar niet verder worden herkend. Dit geldt ook voor veel cytostatica. Deze geneesmiddelen hebben daarom veel bijwerkingen.
IJ. D. Jüngen, M. J. Tervoort

15. Geneesmiddelen tijdens zwangerschap, lactatie, bij kinderen en ouderen

Samenvatting
Het gebruik van geneesmiddelen en alcohol tijdens de zwangerschap dient om begrijpelijke redenen te worden beperkt, vooral tijdens het eerste trimester. Er worden vijf categorieën onderscheiden, waarbij een middel uit categorie A als veilig wordt verondersteld en categorie X in het geheel niet door zwangeren mag worden gebruikt. Bij de dosering van medicijnen moet rekening worden gehouden met de grote veranderingen in orgaanfunctie, die optreden tijdens de zwangerschap. Van de antibiotica zijn de penicillines het veiligst. Hartglycosiden passeren de placenta en verminderen de hartactie van de foetus. Er zijn echter geen nadelige effecten op de ontwikkeling vastgesteld. De meeste andere middelen bij hypertensie zijn gecontra-indiceerd tijdens de zwangerschap. Heparine mag tot 12 weken voor de bevalling worden gebruikt. De farmacokinetiek en -dynamiek bij kinderen verschilt sterk van die bij volwassenen, onder andere door het verdelingsvolume, de leverfunctie en de eiwitbinding. Deze factoren zijn, naast problemen met bijvoorbeeld de inname en therapietrouw, ook van belang bij de dosering bij ouderen.
IJ. D. Jüngen, M. J. Tervoort

Erratum behorend bij: Analgetica en anesthetica

IJ. D. Jüngen, M. J. Tervoort

Nawerk

Meer informatie

Extras