Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Migraine is een chronische neurovasculaire polygenetische hersenziekte. Het is niet iets wat je krijgt, maar wat je hebt. Migraine is helaas nog steeds een ondergediagnosticeerde en dus ook onderbehandelde aandoening. Dit boek kan helpen bij het zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin optimalisteren van de behandeling van patiënten met migraine.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Hoofdstuk 1. Verschillende soorten hoofdpijn

Heel veel patiënten bezoeken de huisarts met de klacht: “Ik heb iedere dag hoofdpijn”. Het is belangrijk ten eerste onderscheid te maken tussen de gewone dagelijkse hoofdpijn (tension type headache) en medicatieafhankelijke hoofdpijn. Verder moet u vragen of de hoofdpijn altijd ongeveer hetzelfde is of dat er dagen zijn dat de patiënt echt ziek is van de hoofdpijn, zoals past bij migraine. Spanningshoofdpijn en medicatieafhankelijke hoofdpijn komen vaak voor bij patiënten die ook lijden aan migraine. Er bestaat een groot risico dat de migraineaanvallen, die zijn ingebed in de chronische, dagelijkse hoofdpijn, worden gemist. Bij medicatieafhankelijke hoofdpijn is nogal eens sprake van een transformatie van typische migraine in aanvallen tot een dagelijkse hoofdpijn (‘chronische migraine’). Wanneer het overmatig gebruik van migrainemedicatie wordt opgeheven, keert vaak de oorspronkelijk aanvalsgewijze migraine weer terug. Indien spanningshoofdpijn is vermengd met migraine, loont het vaak zeer de moeite om de migraine gewoon als zodanig te behandelen, aangezien dit de meest invaliderende vorm van hoofdpijn is voor de patiënt.
E. G. M. Couturier, J. A. Carpay

Hoofdstuk 2. Epidemiologie

Ongeveer 10–20% van de bevolking heeft last van migraine. Slechts een zeer klein deel van de patiënten zoekt daadwerkelijk hulp voor de migraine. In Nederland zijn naar schatting 2,5 miljoen migrainepatiënten. Een derde van hen heeft drie of meer aanvallen per maand. Ongeveer 55% van de patiënten is tijdens een aanval ernstig beperkt of moet bedrust houden. Dagelijks vinden er in Nederland 70.000 migraineaanvallen plaats. In figuur 1 is te zien dat het zeer ongebruikelijk is dat mensen boven 65 jaar voor het eerst aan migraine gaan lijden. De klacht van hevige hoofdpijn bij ouderen is over het algemeen een indicatie voor het verrichten van verder onderzoek.
E. G. M. Couturier, J. A. Carpay

Hoofdstuk 3. Pathofysiologie en diagnostiek van migraine

Migraine is – net zoals bijvoorbeeld epilepsie – een ziekte van de hersenen, die zich uit in aanvalsgewijs optredende symptomen. Hoogstwaarschijnlijk spelen genetische factoren een grote rol. In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw is veel ontdekt over het pathofysiologische mechanisme achter de migraineaanval (zie figuur 4 op pagina 24). In feite spelen er twee belangrijke processen een rol, die gelokaliseerd zijn rond de meningeale bloedvaten. Als gevolg van een ontregeling in de hersenen (uit de ‘migrainegenerator’) gaat er een prikkel via de nervus trigeminus naar de meningeale bloedvaten, die aan leiding geeft tot het ontstaan van vasodilatatie. Dezelfde nervus trige - minus bespeurt deze verandering en geeft pijnsignalen naar de hersenen. Daarnaast wordt in de perivasculaire uiteinden van de nervus trigeminus rondom het meningeale arteriële bloedvat een neurogene ontstekingsreactie op gang gebracht. Deze theorie berust onder andere op objectiveerbare be - vindingen bij verschillend wetenschappelijk onderzoek. Voor een deel van dit werkings mechanisme is een diermodel ontwikkeld, waarin de effectiviteit van trip tanen en ergotamine in het remmen van de perivasculaire ont ste - kings reactie wordt bevestigd. Er zijn veranderingen in de hersenen in beeld gebracht door middel van magnetic resonance imaging (MRI) en positrone - missie to mo grafie(PET-) onderzoek, die zichtbaar maken dat er bij migraine een ontregeling in de hersenen optreedt. Migraine is dus niet ‘psychisch’.
E. G. M. Couturier, J. A. Carpay

Hoofdstuk 4. Behandeling

In feite valt behandeling van migraine uiteen in twee verschillende benaderingen.
E. G. M. Couturier, J. A. Carpay

Hoofdstuk 5. Migraine bij kinderen

Migraine bij kinderen kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan klinische symptomen en verschijnselen. Er zijn bij kinderen onder meer verscheidene bijzondere vormen van migraine (varianten), verschillende migraineaanvallen zonder hoofdpijn (equivalenten) en aan migraine gerelateerde aanvallen. In de klinische presentatie van kinderen met migraine zijn naast de aanvalsgewijze hoofdpijn in wisselende mate andere symptomen en/of verschijnselen aanwezig. De kloppende hoofdpijn is bij kinderen meestal bifrontaal (65%) gelokaliseerd en slechts bij 31% unilateraal. De hoofdpijn ontstaat zonder aantoonbare aanleiding (54%), is van korte duur (64% tot 5 uur) en meestal niet ernstig. Kinderen hebben vrijwel altijd (98%) vegatieve symptomen bij een aanval. Het meest frequent zijn misselijkheid (88%), braken (90%) en transpireren (50%). Naast voornamelijk visuele aura’s (9–32%) zijn er veelvuldig focale neurologische stoornissen (48%). De hoofdpijnaanval debuteert meestal tussen 6–8 jaar en neemt in de daaropvolgende jaren in frequentie toe. Hoewel er bij veel kinderen binnen zes maanden een aanzienlijke afname optreedt van de aanvalsfrequentie, blijft bij ongeveer de helft op volwassen leeftijd migraine bestaan.
E. G. M. Couturier, J. A. Carpay

Hoofdstuk 6. Migraine bij vrouwen

Dat hormonen een belangrijke rol spelen in het ontstaan of uitlokken van migraine is duidelijk. Vóór de puberteit komt migraine vrijwel even vaak voor bij jongens als bij meisjes. Na de puberteit neemt de frequentie bij vrouwen echter sterk toe, om uiteindelijk een bijna driemaal zo hoge frequentie te bereiken rond het 40e levensjaar. Vervolgens kan in het climacterium het patroon van de migraine weer sterk veranderen. De aanvalsfrequentie wordt onregelmatig en de aanvallen worden ‘rommelig’. Na de menopauze neemt de migraine vaak sterk af, om bij een groot deel van de vrouwen totaal te verdwijnen. Tijdens de zwangerschap, waarin de oestrogeenconcentratie geleidelijk stijgt, met name in de laatste zes maanden, zijn vrouwen vaak totaal aanvalsvrij. Heel soms treden echter juist alleen in de zwangerschap aanvallen op.
E. G. M. Couturier, J. A. Carpay

Nawerk

Meer informatie