Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Artsen in de eerste lijn krijgen in hun werk steeds vaker te maken met patiënten met urologische klachten. Nederland vergrijst en veel urologische problemen komen vooral voor bij ouderen, maar ook therapeutische mogelijkheden bij seksuele disfunctie geven vaak aanleiding tot consultatie in de eerste lijn. Dit vooral voor huisartsen en verpleeghuisartsen geschreven boek heeft onder andere als doel informatie te geven over urologische zorg en technieken om patienten zo goed mogelijk te behandelen en te informeren. Het boek is zeer praktisch van opzet met veel praktijkvoorbeelden en illustraties. Urologie is opgebouwd uit vier delen; een algemeen deel, een deel over diagnostische methoden, een klachtgericht deel en een deel over behandeltechnieken. Urologie is een kwaliteitshandboek dat tot stand is gekomen door nauwe samenwerking tussen huisartsen en urologen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Algemeen

Voorwerk

1. Nieren en pyelum-ureter: anatomie en fysiologie

De nieren liggen min of meer goed beschermd in de retroperitoneale ruimte en zij worden samen met de bijnieren omgeven door de fascia van Gerota.
Th. de Reijke, F.J. Bemelman

2. Het continentiemechanisme: functionele anatomie van blaas en urethra

De kennis over de functionele anatomie van de lage urinewegen is gedurende de laatste decennia enorm toegenomen. Diagnostiek en behandeling van incontinentie en blaasontledigingsstoornissen zijn daardoor aanmerkelijk verbeterd.
J.L.H.R. Bosch, B.L.H. Bemelmans

3. Neurofysiologie van de lage urinewegen

Voor de besturing van mictie en afsluitmechanisme is de rol van het centrale en perifere zenuwstelsel van eminent belang.
B.L.H. Bemelmans, J.L.H.R. Bosch

4. De prostaat

De prostaat, ofwel de voorstanderklier, is een typisch orgaan van het genitale systeem en is aanwezig bij alle mannelijke zoogdieren.
B.W. Lagerveld

5. Scrotum, testikel, epididymis en ductus deferens

De naam scrotum is een middeleeuwse afleiding van scortum, vel of huid.
M.F. van Driel, H.J.A. Mensink

6. De penis

Al in de Griekse en Latijnse taal bestond er een grote verscheidenheid aan benamingen voor het mannelijk geslachtsorgaan.
M.F. van Driel, H.J.A. Mensink

7. Aangeboren afwijkingen van de tractus urogenitalis

Obstructie kan op verschillende plaatsen in de urinewegen voorkomen: op de overgang van het pyelum naar de ureter, van de ureter naar de blaas en infravesicaal.
J.M. Nijman

Diagnostische methoden

Voorwerk

8. Diagnostische methoden bij urologische problemen

Van oudsher vormen anamnese en lichamelijk onderzoek de belangrijkste pijlers in het diagnostische proces van de huisarts.
R.A.G. Winkens, C. van de Beek

9. Het nut van vragenlijsten en het plasdagboek

Wanneer de huisarts gegevens van een patiënt verzamelt, kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende soorten gegevens.
M.H. Blanker, J. Prins, J.C. van der Wouden

10. Bloedonderzoek bij urologische problemen in de huisartspraktijk

Van alle vormen van aanvullende diagnostiek naast de anamnese en het lichamelijk onderzoek zijn het urineonderzoek en het bloedonderzoek veelal het snelst toegankelijk.
C.H. Bangma

11. Renografie

Functioneel onderzoek van de nieren kan op verschillende manieren plaatsvinden. In alle gevallen wordt er een radioactief gelabelde stof intraveneus toegediend die door de nieren selectief uit het bloed wordt weggevangen.
J.M. Nijman

12. Echografie en röntgenonderzoek

Echografie is bij uitstek een diagnostische methode die door urologen wordt gebruikt.
J.A. Witjes

13. Computertomografie en magnetic resonance imaging

Dit zijn onderzoeksmodaliteiten toegepast in de tweedelijnsgeneeskunde.
G.P. Krestin, N.S. Renken

14. Urodynamisch onderzoek

De urineblaas heeft twee belangrijke functies: een reservoirfunctie tijdens vulling en een ledigingsfunctie bij mictie.
A.A.B. Lycklama à Nijeholt

15. Cystoscopie

Een cystoscopie is een procedure waarbij de arts de lage urinewegen bij man of vrouw kan inspecteren.
J.A. Witjes

16. Prostaatbiopsie

Voor het stellen van de diagnose prostaatkanker is histologie de gouden standaard.
C.H. Bangma

Klachtgericht deel

Voorwerk

17. Kunt u mijn PSA bepalen?

Steeds vaker worden huisartsen de laatste jaren geconfronteerd met vragen van patiënten over screening en preventie.
M.L.F. Klomp, W.J. Kirkels

18. Pijn in de buik

In dit hoofdstuk behandelen we aan de hand van enkele praktijkgevallen buikklachten met een urologische oorzaak.
E.R. Boevé, J.A.M. Galesloot

19. Buikpijn bij kinderen door urologische oorzaken

In dit onderdeel zullen we functiestoornissen en enkele anatomische afwijkingen bespreken die bij kinderen leiden tot buikklachten en urineweginfecties.
J.A.M. Galesloot, E.R. Boevé

20. Bloed in de urine; blaaskanker, nierkanker

Bloed in de urine verontrust patiënten hevig en is terecht frequent een reden tot bezoek aan de huisarts.
A. Prins, J.L.H.R. Bosch, F.P.A. Mulders

21. Bemoeilijkte mictie bij oudere mannen

Mictieklachten, zoals problemen met het ophouden van de plas of met het volledig ledigen van de blaas, vormen een groot probleem voor de oudere mannelijke bevolking.
M.G. Spigt, J.H. Hobbelen, M.G.M. Kertzman, C. van de Beek

22. Pijn bij het plassen (bij volwassenen)

Pijn bij het plassen is een klacht waarmee de huisarts regelmatig te maken krijgt.
A. Knuistingh Neven, J. Zwartendijk

23. Frequente mictie (al dan niet pijnlijk) en blaaspijnsyndroom/interstitiële cystitis (BPS/IC)

Dit hoofdstuk behandelt frequente mictie zonder directe aanwijzingen voor een organische oorzaak en zonder incontinentie.
J.J. Bade, A. Prins

24. Onwillekeurig urineverlies

Er zijn verschillende definities voor urine-incontinentie in omloop. De meest gangbare definitie is die van de International Continence Society, ‘urine-incontinentie is de klacht van ongewild urineverlies’. Deze definitie is in de meest recente NHG-Standaard overgenomen. De toevoeging ‘twee of meer keren per maand’ is daarmee uit de Standaard gehaald.
A.L.M. Lagro-Janssen, E.J. Messelink

25. Enuresis nocturna in de praktijk van de huisarts

Zomaar vier vragen die op de website van het Kennis Centrum Bedplassen (www.bedplassen.org) zijn gesteld. De meeste huisartsen, schoolartsen, kinderartsen en urologen zullen regelmatig met dit soort vragen geconfronteerd worden.
F.J.M. van Leerdam, P. Dik, R.A. HiraSing

26. Acute scrotale pijn

De huisarts heeft in zijn praktijk gelukkig niet vaak te maken met acute scrotale pijn of ‘het acute scrotum’.
C.L. van Dalsen, N. Sassen, J.L.H.R. Bosch

27. Scrotale zwellingen

In dit hoofdstuk wordt het probleem van de patiënt besproken die zich met een scrotale zwelling voor het eerst presenteert bij de huisarts.
K. Reenders, J.L.H.R. Bosch

28. Erectiele disfunctie

Erectiele disfunctie wordt gedefinieerd als het onvermogen een erectie te krijgen en te behouden, voldoende voor bevredigende seksuele activiteit.
M.H. Blanker, E.J.H. Meuleman

29. Orgasmestoornissen en ejaculatiestoornissen

Van alle seksuele responsen is het orgasme het minst goed in kaart gebracht.
P.M. Leusink, E.J.H. Meuleman

30. Onvruchtbaarheid: de mannelijke factor

‘Infertility is the inability of a sexually active, non-contracepting couple to achieve pregnancy in one year.’
B.P. Ponsioen, G.R. Dohle

31. Cystenieren

Cystenieren komen voor op alle leeftijden en kunnen leiden tot aanzienlijke morbiditeit.
J. Nauta, A. Prins

32. Nierinsufficiëntie

De acute nierinsufficiëntie is een snelle of abrupte achteruitgang van de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR), gekenmerkt door een snelle stijging van endogene en exogene metabolieten zoals het creatinine-ureum, kalium enfosfaat.
G.A.H.J. Smits, J.C. Bakx

Technologie

Voorwerk

33. TURB, TURP, laser en blaassteenlithotripsie

TURB is een acroniem van transurethrale resectie van een blaastumor, ofwel het via de urethra wegsnijden van blaastumoren.
T.A. Boon

34. Transurethrale microgolfthermotherapie (TUMT)

Mictieklachten ten gevolge van benigne prostaathyperplasie (BPH) is het meest voorkomende urologische probleem bij de mannen van 50 jaar en ouder: 40 tot 70% van de mannen tussen de 60 en 70 jaar heeft klachten door een subvesicale obstructie bij BPH.
D. Roos

35. Ureterorenoscopie (URS)

Ureterorenoscopie (URS) is het optische onderzoek van de binnenkant van de hoge urinewegen, te weten de urineleiders, het nierbekken en de kelken.
E.R. Boevé

36. Percutane nefrolitholapaxie (PNL)

Percutane nefrolitholapaxie betekent het grijpen en verwijderen van een niersteen door een klein gaatje in de huid en de nier.
A.J.M. Hendrikx

37. Extracorporal shockwave lithotripsy (ESWL)

ESWL is de afkorting van extracorporal shockwave lithotripsy, thans standaardbehandeling voor de meeste stenen in de urinewegen.
H. Vergunst

38. Neuromodulatietechnieken bij de behandeling van patiënten met een overactieve blaas

Symptomen van een overactieve blaas, zoals frequente plasdrang, frequente mictie en urge-incontinentie (aandrangincontinentie) zijn vaak moeilijk te behandelen.
J.L.H.R. Bosch

39. Blaasvervanging en continent urostoma

De urineblaas als reservoir en mictieorgaan lijkt haast onvervangbaar.
P.C. Weijerman

Nawerk

Meer informatie