Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek helpt huisartsen bij de diagnostiek en behandeling van 35 veelvoorkomende urologische en gynaecologisch klachten. Het is het eerste leerboek over dit onderwerp dat zich specifiek richt op professionals in de eerstelijnszorg. Tevens is het geschikt voor andere zorgprofessionals.
Urogynaecologie verbreedt en verdiept klachten en ziektebeelden, besteedt aandacht aan nieuwe thema’s en ontwikkelingen, en biedt praktische handvatten. Het richt zich op zorg in de eerste lijn. Ook vervolgbehandelingen in de tweede lijn komen in diverse hoofdstukken aan bod.
In het eerste deel van het boek leest u over algemene urogynaecologische thema’s als embryologie, anatomie, hormonale (patho)fysiologie bij man en vrouw, seksuele problemen, en aanvullend echo-onderzoek. Het tweede deel richt zich op specifieke klachten en ziektebeelden, zoals menstruatieklachten, subfertiliteit, preconceptiezorg, LUTS, en klachten over de uitwendige genitalia van vrouwen én mannen. In het derde deel komen aandachtsgebieden als genderincongruentie, vrouwenbesnijdenis, seksueel misbruik en urogenitale traumata aan bod.
Ongeveer twintig auteurs schreven mee aan Urogynaecologie. De redactie was in handen van Toine Lagro-Janssen, hoogleraar Vrouwenstudies Medische Wetenschappen en kaderhuisarts urogynaecologie np, en Doreth Teunissen, huisarts en kaderhuisarts urogynaecologie.
Urogynaecologie verschijnt in de reeks Praktische huisartsgeneeskunde. In deze reeks verschijnen uitgaven met praktische en klachtgerichte informatie over de verschillende deelgebieden in de huisartsgeneeskunde.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Algemeen deel

Voorwerk

1. Epidemiologie van urogynaecologie

Samenvatting
Wist u dat menstruatiepijn typisch een klacht is voor jonge vrouwen van 15–24 jaar? En dat een derde van de vrouwen niet normaal kan functioneren tijdens de menstruatie? Dit hoofdstuk laat ook trends in de laatste vijf jaar zien: de prevalentie van urine-incontinentie gepresenteerd aan de huisarts neemt af bij vrouwen, seksueel overdraagbare aandoeningen laten grote man-vrouwverschillen zien en syfilis komt bij vrouwen weinig voor en wordt vooral overgedragen door MSM-contacten, terwijl herpes genitalis juist meer voorkomt bij vrouwen dan bij mannen. En wist u dat blaas- en niercarcinoom bij mannen veel meer voorkomen dan bij vrouwen en dat blaascarcinoom bij mannen een toenemende trend laat zien? Het gebruik van anticonceptie is de laatste vijf jaar weinig veranderd: nieuwe methoden maken geen opmars en de tweedegeneratiepil blijft het populairste middel. Het lijkt vooral een vrouwenzaak, maar mannen laten zich wel vier keer zo vaak steriliseren als vrouwen.
G. A. Donker

2. Embryologie en anatomie

Samenvatting
Als huisarts, gynaecoloog of uroloog is basiskennis over de ontwikkeling en anatomie van de geslachtsorganen belangrijk voor het interpreteren van urogynaecologische klachten. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe drie embryonale structuren zich tot een mannelijke of vrouwelijke ‘vorm’ van de inwendige en uitwendige geslachtsorganen ontwikkelen. Hierbij vormen de primitieve gonaden zich tot testes of ovaria en vormen de buizen van Wolff (man) of buizen van Müller (vrouw) zich tot de overige inwendige geslachtsorganen, terwijl de sinus urogenitalis de uitwendige geslachtsorganen vormt. De expressie van genen en de aanmaak en werking van hormonen spelen hierbij een cruciale rol. Verder worden de normale anatomie van de vrouwelijke en mannelijke geslachtsorganen, het benige bekken en de bekkenbodem beschreven en wordt er ingegaan op een aantal aangeboren afwijkingen, zoals uterusafwijkingen, cryptorchidisme en hypospadie.
A. N. Schepens-Franke

3. Aangeboren variaties in de geslachtelijke ontwikkeling

Samenvatting
Variaties in de geslachtelijke ontwikkeling worden in de internationale literatuur aangeduid met de term disorders/differences in sex development (DSD). Deze afkorting is ook in Nederland een gebruikelijke afkorting geworden. DSD wordt vaak als synoniem gezien voor een onduidelijk geslacht, in de medische terminologie ook wel aangeduid als intersekse condities. De term bevat echter alle condities die gepaard gaan met een geslachtelijke, chromosomale en gonadale ontwikkelingsstoornis. Het gaat hierbij dus om een parapluterm voor een aantal zeldzame tot zeer zeldzame aandoeningen. DSD-condities worden ingedeeld in geslachtschromosomaal DSD (waaronder Turner- en Klinefelter-syndroom), 46XX DSD, gekenmerkt door een overproductie van androgenen, en 46XY DSD, veroorzaakt door een verminderde productie of werking van androgenen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste condities beschreven.
H. L. Claahsen-van der Grinten

4. Voortplantings(patho)-fysiologie van de man en de vrouw

Samenvatting
Het doel van dit hoofdstuk is het verwerven van kennis over de fysiologie van de voortplanting bij de man en de vrouw in de verschillende levensfasen. Ook wordt er ingegaan op enkele pathofysiologische mechanismen die belangrijk zijn in het begrijpen van cyclusstoornissen, onvruchtbaarheid, veroudering en voortplanting. Omdat er momenteel veel aandacht is voor een tekort aan testosteron bij mannen besteden we hier in dit hoofdstuk extra aandacht aan, waarbij we ook ingaan op de behandeling.
K. J. B. Notten, E. J. M. Lensen

5. Gendersensitieve geneeskunde

Samenvatting
Sekse en gender spelen een rol bij het ontstaan van klachten, bij de symptoomperceptie, klachtpresentatie en communicatie. Mannelijke en vrouwelijke patiënten verschillen ook van elkaar als het gaat om de betekenisgeving van een klacht en in het omgaan ermee. Het arts-patiëntcontact verloopt dus vaak verschillend bij een mannelijke of vrouwelijke patiënt. Bovendien beïnvloedt de sekse van de hulpverlener de benadering en behandeling van de patiënt en zijn/haar klacht. De arts moet zich dan ook voortdurend afvragen of het in déze fase van het consult, bij déze klacht en bij déze persoon uitmaakt of de patiënt een vrouw of een man is.
A. L. M. Lagro-Janssen, T. A. M. Teunissen

6. Seksuologie

Samenvatting
Urogynaecologische aandoeningen, zowel de benigne als maligne, kunnen invloed hebben op seksualiteit. In dit hoofdstuk zullen vanuit een biopsychosociaal kader de factoren worden besproken waarmee de huisarts geconfronteerd kan worden. Dit zijn bijvoorbeeld hormonale en fysieke veranderingen ten gevolge van de aandoening zelf of de behandeling daarvoor. Ook psychische veranderingen ten gevolge van een veranderd lichaamsbeeld of seksuele beleving of veranderingen in de intieme relatie kunnen een rol spelen. Voor de huisarts is het van belang deze problemen te signaleren en bespreekbaar te maken en waar mogelijk eenvoudige interventies te bieden. Indien nodig zal de huisarts de patiënt adequaat verwijzen. Handvatten hiervoor worden gegeven.
P. Leusink

7. Het gynaecologisch, andrologisch en bekkenbodemonderzoek

Samenvatting
Bij een urogynaecologische klacht kan in vele gevallen door middel van een uitgebreide anamnese en goed lichamelijk onderzoek een diagnose worden gesteld. In dit hoofdstuk wordt ingaan op het gynaecologisch onderzoek bij de vrouw en het andrologisch onderzoek bij de man. Het onderzoek van de bekkenbodem en van het rectaal toucher wordt apart beschreven.
T. A. M. Teunissen, A. L. M. Lagro-Janssen

8. Echografisch onderzoek in de urogynaecologie

Samenvatting
Binnen de urogynaecologie zijn anamnese en lichamelijk onderzoek van het grootste belang. Om tot een correcte diagnose en daarmee behandeling van de klacht te kunnen komen is het essentieel om hier ruim aandacht aan te besteden. Daarmee is dan ook een groot deel van de problematiek op te lossen. Soms blijkt dit echter niet voldoende en is er behoefte aan aanvullende diagnostiek. Echografie heeft hierin een belangrijke plaats ingenomen, niet alleen in de tweede lijn, maar zeker ook binnen de eerste lijn. In veel Nederlandse gebieden, maar helaas nog niet overal, is eerstelijns gynaecologische echografie beschikbaar voor de huisarts. Dit kan worden uitgevoerd in een eerstelijns diagnostisch centrum of in een ziekenhuis, maar het kan ook worden gedaan door de huisarts zelf. Hiervoor is wel specifieke expertise noodzakelijk en dit vergt investering in apparatuur, opleiding, oefening en nascholing. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de (on)mogelijkheden van (transvaginale) gynaecologische echografie. Voor de geïnteresseerde huisarts wordt duidelijk gemaakt voor welke indicaties en op welke momenten deze vorm van echografie kan worden ingezet. Dit hoofdstuk pretendeert geen schriftelijke echo-cursus te zijn. Hiervoor zijn een gedegen opleiding en uitgebreide oefening noodzakelijk [2, 7].
M. A. Neeteson

Specifieke klachten

Voorwerk

9. Amenorroe en oligomenorroe in de adolescentie

Samenvatting
Dit hoofdstuk heeft ten doel de huisartsen handvatten te geven hoe om te gaan met de vraag van een adolescent die nog niet heeft gemenstrueerd, of bij wie nauwelijks menstruatie is opgetreden na de menarche. Het maakt duidelijk waar de criteria liggen om snel te verwijzen, zodat een adequate behandeling in de tweede lijn op tijd kan worden ingezet. Tegelijkertijd is er soms ongerustheid waar dit niet nodig is. De huisarts moet daarom goed op de hoogte zijn van de fysiologie van de menstruatie ten tijde van de menarche en kort daarna. Ook wordt aandacht besteed aan de facetten die spelen rond menstruatie, zoals seksualiteit, vruchtbaarheid en bijvoorbeeld opvattingen over reinheid. Omdat dit soms een moeilijk bespreekbaar onderwerp is, ook nog vandaag de dag, kan de huisarts verwijzen naar websites die dit onderwerp verder toelichten.
A. D. de Vries

10. Hevig menstrueel bloedverlies en myomen

Samenvatting
Hevig menstrueel bloedverlies komt regelmatig voor als reden van komst in de huisartsenpraktijk. Het meest waarschijnlijke onderliggende probleem is afhankelijk van de leeftijd van de vrouw. Bij bijna de helft van de vrouwen kan een oorzaak gevonden worden, waaronder een myoom. We richten ons op het myoom omdat de achtergrond en behandelmogelijkheden van een myoom als oorzaak van heftig menstrueel bloedverlies minder bekend zijn bij de huisarts. Omdat de vrouw niet met de klacht myoom op het spreekuur zal komen maar met hevig vaginaal bloedverlies, worden ook de diagnostiek, oorzaken en behandelingen van hevig vaginaal bloedverlies zonder een specifieke oorzaak beschreven.
M. A. Folkeringa-de Wijs

11. Primaire ovariële insufficiëntie

Samenvatting
Wanneer de overgang intreedt voor het 40e jaar spreken we van een Primaire Ovariële Insufficiëntie (POI). Het merendeel van POI, ongeveer 90 %, ontstaat spontaan, hetzij door een in aanleg te kleine voorraad follikels of voortijdige uitputting van de follikels, hetzij door een te snelle afbraak van de ovariële reserve. Er zijn ook chromosomale afwijkingen bekend waarbij POI optreedt, en ook auto-immuunantistoffen kunnen een rol spelen in de etiologie van POI. De te vroege menopauze is een risicofactor voor het optreden van cardiovasculaire ziekten, versnelde afname van de botdichtheid, cognitieve disfunctie, diabetes type 2, psychische klachten, ongewenste kinderloosheid en seksuele problemen. Er is geen behandeling van een POI mogelijk, maar hormonale substitutietherapie kan vervroegd optreden van diverse aandoeningen die geassocieerd zijn met oestrogeendeficiëntie, verminderen. Het wordt aanbevolen deze HST te gebruiken tot aan de gemiddelde leeftijd van de natuurlijke menopauze van 50 jaar.
M. H. E. Salwegter

12. Endometriose

Samenvatting
Dysmenorroe is een veelvoorkomende gynaecologische klacht bij vrouwen in de fertiele levensfase in de huisartsenpraktijk en een frequente bron van werk- en schoolverzuim. Een van de meest voorkomende aantoonbare oorzaken van dysmenorroe is endometriose. Dit ziektebeeld wordt gedefinieerd als het voorkomen van endometriumachtig weefsel buiten de uterus. Het is geassocieerd met pijn in het kleine bekken en subfertiliteit. De klinische presentatie is zeer heterogeen, wat vaak leidt tot een lange vertraging in het stellen van de diagnose. Diagnostiek bestaat naast een zorgvuldige anamnese en gynaecologisch onderzoek uit vaginale echografie en eventueel MRI, met als gouden standaard laparoscopische visualisatie. Endometriose is een chronische aandoening die de kwaliteit van leven nadelig kan beïnvloeden. Behandeling kan bestaan uit pijnstilling, hormonale therapie en chirurgie, zo nodig aangevuld met geassisteerde voortplanting. Ernstige diepe endometriose is een uitermate complex ziektebeeld en behoeft multidisciplinaire behandeling in gespecialiseerde centra. Een curatieve behandeling voor endometriose is vooralsnog niet voorhanden. Dit maakt een individuele benadering essentieel voor het optimaliseren van de kwaliteit van leven van de vrouw.
M. van der Zanden

13. Het polycysteus-ovariumsyndroom

Samenvatting
Centraal in dit hoofdstuk staan de ontstaanswijze van het polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS), de diagnostiek, behandeling en preventieve maatregelen voor de lange termijn. Het PCOS is een interessant syndroom omdat het in meerdere fasen van het leven van de patiënte de aandacht eist van de hulpverlener. Dit hoofdstuk is bedoeld om de (huis)arts te voorzien van praktische informatie. Het dient ook als naslagwerk teneinde meer handvatten te hebben voor de behandeling van de vrouw met PCOS in de spreekkamer.
I. J. G. Ketel

14. Premenstrueel syndroom

Samenvatting
In dit hoofdstuk vindt u de kenmerken van het premenstrueel syndroom. Het zijn de cyclisch, premenstrueel optredende symptomen die u op het spoor zetten. Met hulpmiddelen als dagboek of vragenlijst zijn zowel de periodiek optredende lichamelijke als psychische symptomen vast te stellen. Aspecten die belangrijk zijn om het beeld te herkennen en om de diagnose aannemelijk te maken zullen worden besproken. Daarbij vindt u een stappenplan voor de behandeling wanneer u een premenstrueel syndroom vermoedt. Ook de aanbevolen medicamenteuze behandeling en het te verwachten effect komen aan bod. Van groot belang is de herkenning van het beeld en de erkenning van de gevolgen voor vrouwen die lijden aan premenstruele klachten.
S. M. Labots-Vogelesang

15. Onvervulde kinderwens

Samenvatting
Onvervulde kinderwens is een veelvoorkomend probleem met grote impact op het welbevinden van mensen. In dit hoofdstuk wordt toegelicht wat mogelijke oorzaken kunnen zijn en wat de huisarts zelf kan doen aan begeleiding en (aanvullend) onderzoek. Er is uitgebreide aandacht voor nieuwe fertiliteitsbevorderende behandelingen en welke mogelijkheden er zijn, ook voor paren van hetzelfde geslacht, om een kinderwens te vervullen. Tevens worden de psychosociale gevolgen van een (onvervulde) zwangerschapswens besproken.
H. C. Oosterlee

16. Preconceptiezorg in de dagelijkse huisartsenpraktijk

Samenvatting
Preconceptiezorg geeft aanstaande ouders de kans om vóór de conceptie hun gezondheid te verbeteren en optimaal aan een zwangerschap te beginnen. Preconceptiezorg vergroot tevens de handelingsopties van toekomstige ouders, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een verhoogde kans op een kind met een erfelijke aandoening. De verwachting is dat de uitkomsten van de zwangerschap, zoals de kans op een gezond kind en een gezonde moeder, zullen verbeteren. Door de langdurige vertrouwensrelatie met hun patiënten zijn huisartsen in een uitstekende positie om preconceptiezorg te geven. Een belangrijk onderdeel is het vaststellen van risicofactoren. Op basis hiervan voert u lichamelijk en aanvullend onderzoek uit. Het verwijsbeleid is gebaseerd op de Preconceptie Indicatielijst (PIL) waarin de samenwerking van zorgverleners rondom preconceptiezorg is vastgelegd. De aanbeveling is om aan te sluiten bij regionale initiatieven om preconceptiezorg in uw regio te verbeteren.
S. M. P. J. Jans, L. C. de Jong-Potjer

17. Zwangerschap en buikklachten

Samenvatting
Buikklachten in de zwangerschap zijn soms moeilijk te duiden door een verscheidenheid aan etiologie en presentatie. Het kan gaan om klachten die veroorzaakt worden door aandoeningen die alleen tijdens een zwangerschap voorkomen. Het kan ook gaan om klachten die veroorzaakt worden door niet-zwangerschapgerelateerde aandoeningen die zich in de zwangerschap kenmerken door een afwijkende presentatie, ander beloop of een andere behandeling. Kennis over de meest voorkomende aandoeningen en hun symptomen stelt de huisarts in staat een adequate differentiële diagnose te maken van boven- en onderbuikklachten in de zwangerschap, gerelateerd aan de zwangerschapsduur. Zo kan op tijd ingegrepen worden om ernstige complicaties te voorkomen.
K. Damen

18. Anticonceptie, zorg op maat

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over de verschillende methodes van anticonceptie. Inzicht in wensen en verwachtingen van de patiënt wordt als belangrijk benadrukt om de betrouwbaarheid en therapietrouw te bevorderen. Shared decision making in de keuze van een middel is onmisbaar. De hormonale combinatiepreparaten en verschillende mogelijke hormoonsamenstellingen worden besproken. Er wordt ingegaan op de long acting reversible contraceptives (LARC) en de voordelen die deze kunnen bieden, vooral aan kwetsbare vrouwen met een verhoogd risico op ongewenste zwangerschap. Ook voor- en nadelen en de mogelijk ernstiger bijwerkingen van de combinatiepreparaten en LARC’s komen aan bod, naast de noodzaak van zorgvuldige counseling om voortijdig staken van met name de LARC’s te voorkomen.
S. M. de Swart

19. Medicamenteuze overtijdbehandeling en zwangerschapsafbreking

Samenvatting
Huisartsen krijgen gemiddeld 2–3 maal per jaar te maken met een vrouw met een onbedoelde zwangerschap. Een belangrijke taak voor de huisarts is het begeleiden bij het besluit tot zwangerschapsafbreking, indien deze begeleiding door de vrouw gewenst wordt. Bij een vaststaand besluit tot het afbreken van de zwangerschap zal deze begeleiding zich toespitsen op het bespreken van toekomstige anticonceptie, het op maat verstrekken van informatie over de procedure en het juist verwijzen, en nazorg indien door de vrouw gewenst. Het ontkrachten van mythes over vermeende nadelige effecten van een abortus is in al deze fasen van groot belang. De medicamenteuze overtijdbehandeling kan door huisartsen veilig worden verstrekt. Door onzekerheid over juridische implicaties gebeurde dit niet tot in 2019. In dat jaar maakte een uitspraak in hoger beroep de weg vrij voor huisartsen om hiermee in een pilot te starten.
G. Kleiverda

20. Seksueel overdraagbare aandoeningen

Samenvatting
Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) zijn infecties die nog altijd veel voorkomen. Onbehandeld kunnen ze veel individuele en maatschappelijke gezondheidsproblemen veroorzaken. Twee derde van de seksueel overdraagbare aandoeningen in Nederland wordt gediagnosticeerd en behandeld door huisartsen. In dit hoofdstuk lichten we een aantal specifieke onderwerpen toe en geven we handvatten voor het handelen in de huisartsenpraktijk (denkkaders). We gaan in op de organisatie van het soa-spreekuur, de genitale en extragenitale manifestaties van chlamydia, het handelen bij urethritis bij de man en het genitale ulcus door syfilis. Tot slot wordt de medicamenteuze preventie van hiv-besmetting beschreven.
P. W. Dielissen, E. AB

21. Fluorklachten

Samenvatting
Fluorklachten komen veel voor. Oorzaken zijn vaginale infecties, zoals candida of trichomonas, of een verandering van het vaginale microbioom: bacteriële vaginose. In een derde van de gevallen wordt geen microbiologische oorzaak gevonden. Zeldzaam zijn aerobe vaginitis en lactobacillose. In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan het vóórkomen en de etiologie van de fluorklachten, met speciale aandacht voor nieuwe inzichten in het syndroom bacteriële vaginose. Anamnese en onderzoek in de huisartsenpraktijk, met en zonder microscoop, komen aan bod evenals de indicaties voor aanvullend microbiologisch onderzoek. Candida en bacteriële vaginose hoeven alleen behandeld te worden bij hinderlijke klachten; spontaan herstel is mogelijk. Bij deze aandoeningen is echter het recidiveren nogal eens een probleem. Trichomonas is een soa, dus behandeling, inclusief die van de partner, is altijd geïndiceerd, net als bij andere soa’s. Als er geen microbiologische oorzaak wordt gevonden, zijn voorlichting en doorvragen belangrijk.
J. H. Dekker, A. J. P. Boeke

22. Urine-incontinentie bij ouderen

Samenvatting
Urine-incontinentie is een veelvoorkomend probleem bij ouderen. Er zijn grofweg vijf vormen van urine-incontinentie: stressincontinentie, urgency-incontinentie, gemengde incontinentie, overloopincontinentie en functionele incontinentie. Door het afnemen van een goede anamnese, het in kaart brengen van de incontinentiebevorderende factoren, een vaardig lichamelijk onderzoek en een mictiedagboek kan in de meeste gevallen het type incontinentie bepaald worden en een behandeling worden ingesteld. Aanpak van de incontinentiebevorderende factoren is de eerste stap in de behandeling. Bij onvoldoende effect heeft het toevoegen van oefentherapie de voorkeur. Bij stressincontinentie vaker dan twee keer per week is te overwegen om met de vrouw te overleggen of een verwijzing voor een mid-urethraal bandje de voorkeur heeft boven oefentherapie.
T. A. M. Teunissen, A. L. M. Lagro-Janssen

23. Vaginale prolaps

Samenvatting
Een prolaps is een veelvoorkomende aandoening, met name bij vrouwen ouder dan 50 jaar die een of meerdere kinderen hebben gebaard. Diagnostiek en behandeling zijn primair een taak van de huisarts. Het grootste deel van de vrouwen met een symptomatische prolaps kan in de eerste lijn behandeld worden. Behandelopties in de eerste lijn omvatten leefstijladviezen, bekkenfysiotherapie en een pessarium. Dit hoofdstuk beschrijft de etiologie en epidemiologie van prolaps en aandachtspunten voor de huisarts tijdens anamnese en lichamelijk onderzoek. Vervolgens worden de indicaties voor en het effect van de verschillende behandelingen (leefstijladviezen, bekkenfysiotherapie, pessarium) beschreven. Als laatste wordt kort ingegaan op de operatieve mogelijkheden voor het verhelpen van prolapsklachten.
C. M. C. R. Everts-Panman, M. Wiegersma

24. Chronische bekkenpijn

Samenvatting
Chronische bekkenpijn omvat klachten in de bekkenregio en is een veelvoorkomend probleem bij mannen en vrouwen. De klachten kunnen van gynaecologische, urologische, gastro-intestinale of myogene aard zijn. Regelmatig spelen behalve bekkenpijn ook algemene klachten mee, zoals moeheid, pijnlijke spieren, geïrriteerdheid of slapeloosheid. De klachten hebben impact op de kwaliteit van leven. Het is belangrijk met een goede anamnese en lichamelijk onderzoek alarmsignalen te onderkennen en een specifieke aandoening uit te sluiten. Vaak wordt er geen duidelijke oorzaak voor de klachten gevonden en spreekt men van een chronisch bekkenpijnsyndroom. De behandeling hiervan is complex. De huisarts is de aangewezen persoon om de samenhang van verschillende klachten in kaart te brengen. Aandacht voor de gevolgen van de klacht is cruciaal. Het exploreren van cognities en gedachten van patiënten over de pijn is onmisbaar. Meestal kan de patiënt in de huisartsenpraktijk begeleid worden. Als de diagnose onduidelijk is of ter geruststelling van arts of patiënt kan een verwijzing naar een multidisciplinair centrum aangewezen zijn.
R. J. Hammers-Cupido

25. Plasproblemen bij kinderen

Samenvatting
Normaal gesproken zijn kinderen in Nederland gemiddeld vanaf de leeftijd van 2 jaar en 8 maanden zindelijk. Vóór deze leeftijd lopen de mictie en defecatie reflexmatig. Als het kind op een leeftijd van 5 jaar nog ongewild urineverlies heeft, spreekt men van incontinentie, en als dit alleen ’s nachts optreedt van enuresis nocturna. In dit hoofdstuk krijgt u een aantal handreikingen waarmee u in uw eigen praktijk kinderen met onvrijwillig urineverlies en hun ouders kunt helpen. Wat voor diagnostiek kunt u inzetten, welke behandeling kunt starten en wat zijn redenen om te verwijzen naar de tweede lijn?
S. M. M. C. Steffens

26. Vulvaire jeuk

Samenvatting
Vulvaire aandoeningen komen vaak voor, hoewel praten over vulvaire klachten niet vanzelfsprekend is voor zowel patiënt als dokter. In dit hoofdstuk worden de meest voorkomende oorzaken van vulvaire jeuk beschreven: lichen sclerosus, lichen simplex, genitale psoriasis, vulvair eczeem en candida vulvitis. Op basis van de anamnese en het lichamelijk onderzoek is de diagnose vaak al te stellen. Belangrijk is het om aandacht te hebben voor de voorgeschiedenis, risicofactoren, vaginale hygiëne, anatomieveranderingen en lokalisatie van klachten. Er wordt besproken welk aanvullend onderzoek in welke situatie bijdragend kan zijn. Tevens komen de behandeling in de eerste lijn en de behandelopties in de tweede lijn per aandoening aan de orde. Ten slotte is er aandacht voor complicaties van een vulvaire huidaandoening, zoals seksuele disfunctie en (pre)maligniteiten.
L. C. G. van den Einden, K. A. P. Meeuwis

27. Aandoeningen van de mannelijke uitwendige genitaliën

Samenvatting
Afwijkingen van de huid en het slijmvlies van de penis zijn onder te verdelen in aandoeningen ten gevolge van een infectie, dermatose of een maligniteit. De prevalentie van infectieuze balanoposthitis (ontsteking van de glans en de voorhuid) is in de huisartsenpraktijk het hoogste. Een infectieuze balanoposthitis wordt afhankelijk van de verwekker lokaal behandeld door eerst te spoelen met water of NaCl 0,9 %, bij onvoldoende effect gevolgd door lokaal een antimycoticum of antibioticum. Bij recidieven, ernstige klachten of verminderde afweer kan systemische behandeling worden toegepast. Een balanitis ten gevolge van een dermatose, zoals eczeem, psoriasis, lichen sclerosus of lichen planus, of een balanitis van Zoon wordt behandeld met een dermatocorticosteroïd klasse III of IV. Belangrijk is mannen met lichen sclerosus te vervolgen en alert te zijn op maligne ontaarding. Als er geen verbetering optreedt op de ingestelde therapie moet men bedacht zijn op (pre)maligne afwijkingen, zoals erytroplasie van Queyrat of een plaveiselcelcarcinoom.
C. M. Robertson-Konings

28. Urineweginfecties

Samenvatting
Urineweginfecties komen veel voor in de huisartspraktijk en zijn meestal onschuldig. Daardoor krijgt dit ziektebeeld in de praktijk vaak weinig aandacht en kunnen er fouten gemaakt worden. Zowel tijdens de diagnostiek en behandeling als bij preventie moet rekening worden gehouden met de verschillende patiëntengroepen, zoals gezonde vrouwen, kinderen en risicogroepen. Het probleem van antibioticaresistentie dwingt ons tot een nog zinniger en zuiniger antibioticagebruik. Momenteel wordt wereldwijd uitgebreid onderzoek gedaan naar nieuwe behandelingen voor urineweginfecties en de preventie ervan. Dit zorgt ervoor dat inzichten en daarmee richtlijnen continu in ontwikkeling zijn, waardoor informatie snel kan verouderen.
S. Klinkhamer, J. M. Versteeg

29. Bemoeilijkte mictie bij mannen

Samenvatting
Veel van de klachten over bemoeilijkte mictie kunnen in de huisartsenpraktijk worden behandeld door het verrichten van een goede anamnese en lichamelijk onderzoek. Een IPSS-vragenlijst en een mictiedagboek zijn hierbij ondersteunend. Belangrijk is een goede uitleg aan de patiënt, met nadruk op het goedaardige, veelal wisselende beloop en de beperkte rol van medicatie bij de aanpak van het probleem. Een aparte rol in de benadering van de patiënt met LUTS speelt de PSA-bepaling. Deze eenvoudig aan te vragen en uit te voeren bepaling speelt vaak een rol in het gesprek over mictieklachten. Zolang er geen eensluidend advies is over screening op prostaatkanker, vergt het de juiste counselingsvaardigheden van huisarts en uroloog om samen met de patiënt tot een goede beslissing te komen.
H. A. Lammers, H. H. E. van Melick

Capita selecta

Voorwerk

30. Preventie van HPV-infectie

Samenvatting
Er zijn meer dan honderd subtypes bekend van het humaan papillomavirus (HPV). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de low risk HPV ( = lrHPV) en de high risk HPV ( = hrHPV). hrHPV wordt in verband gebracht met verschillende premaligne en maligne laesies, waarvan de sterkste correlatie is gevonden tussen een HPV-infectie en het ontstaan van een cervix- en anuscarcinoom. Een behandeling voor HPV is er niet. Vroegtijdige opsporing van het cervixcarcinoom vindt plaats via het bevolkingsonderzoek; een bevolkingsonderzoek is er nog niet voor anuscarcinoom. Preventie is mogelijk via de HPV-vaccinatie. Deze wordt in Nederland binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) aangeboden aan 12-jarige meisjes. De HPV-vaccinatie is veilig, effectief en geeft een betere antistoftiter dan natuurlijke klaring. Blijvende immuniteit wordt in een onderzoek na 8–9 jaar nog steeds gezien. Tevens is er sprake van kruisbescherming tegen andere subtypes, zoals 31, 33 en 45. Bij een hoge vaccinatiegraad is er sprake van collectieve immuniteit/kudde-immuniteit voor de verschillende subtypes van HPV. De vaccinatie is kosteneffectiever als iemand nog niet seksueel actief is geweest.
J. Nouwens

31. Seksueel misbruik

Samenvatting
Veel slachtoffers van seksueel misbruik komen uit schaamte, schuldgevoel en soms angst voor de dader niet zelf met hun verhaal. Een patiënt die frequent het spreekuur bezoekt met een veelvoud aan fysieke en psychische klachten waar geen duidelijke oorzaak voor wordt gevonden, draagt nogal eens een geheim van seksueel misbruik met zich mee. Het herkennen van signalen van seksueel misbruik is daarom van groot belang. In dit hoofdstuk komt aan bod hoe dat kan. Door deze signalen vervolgens op een goede manier onderwerp van gesprek te maken kan sneller adequaat hulp geboden worden. Snelle en adequate hulp vermindert het risico op gevolgen op de langere termijn en verkleint het risico op herhaling. Dit hoofdstuk besteedt ook aandacht aan bijzondere groepen en omstandigheden, zoals verstandelijk beperkten, mannen en verkrachtingen onder invloed, en geeft richtlijnen voor behandeling.
A. L. M. Lagro-Janssen, T. A. M. Teunissen

32. Genderincongruentie

Samenvatting
Genderincongruentie is voor elk individu anders, waarbij er ook verschillende behandelwensen kunnen zijn, zoals erkenning, begeleiding, hormonale behandeling of chirurgie. Hoe dan ook heeft de ervaren genderincongruentie veel impact op de persoon en diens omgeving. Een gendersensitieve benadering en kennis van behandelopties kan de arts-patiëntrelatie alleen maar ten goede komen. Ook na een succesvol afgerond traject kan er nog sprake zijn van genderdysfore gevoelens en nazorg nodig zijn.
M. Özer

33. Vrouwelijke genitale verminking

Samenvatting
Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV) is een traditionele praktijk die wereldwijd nog altijd uitgeoefend wordt. VGV is een strafbare schending van mensenrechten. In Nederland wonen ongeveer 41.000 vrouwen met een status na VGV, waardoor slechts weinig zorgverleners hier ruime ervaring mee op kunnen bouwen. In dit hoofdstuk worden de mogelijke gevolgen van VGV op lichamelijk en psychosociaal gebied beschreven. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de gevolgen op het gebied van seksualiteit en in de verloskunde. Communicatie over VGV vraagt bij uitstek een cultureel-sensitieve benadering. Aspecten hiervan en van het effect op de zorgverlener wat betreft de begeleiding van vrouwen na VGV komen ook aan bod.
M. C. Vos

34. Genitale traumata

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden verschillende oorzaken van genitale traumata besproken. In het eerste deel gaan we in op de penisfractuur, al dan niet met schade aan de omliggende weefsels. Dit letsel wordt meestal veroorzaakt door seksuele activiteit. De behandeling is operatief, behalve als het corpus cavernosum niet betrokken is (‘valse’ penisfractuur); in dat geval kan men conservatief blijven. Als tweede wordt ingegaan op paalletsels bij meisjes en jongens. Milde letsels kunnen door de huisarts behandeld worden. Ernstiger vormen moeten in het ziekenhuis beoordeeld worden door uroloog, gynaecoloog of chirurg. Het derde deel gaat over priapisme; een langdurige, ongewenste en pijnlijke erectie. Het priapisme is ischemisch indien vaso-occlusie de oorzaak is (low-flow priapisme) en non-ischemisch als er een continue bloeddoorstroming blijft bestaan (high-flow priapisme). Ischemisch priapisme dient met spoed naar de uroloog verwezen te worden. Als laatste wordt een corpus alienum in het genitaal beschreven.
K. W. M. D’Hauwers

35. De farmaceutische industrie

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe list, leugen en bedrog de kenmerken van de farmaceutische industrie zijn in hun zucht naar meer winst. Deze praktijken zouden ertoe moeten leiden dat artsen geen contacten hebben met deze bedrijven. Dit patroon zien we in het gehele traject van ontwikkeling van nieuwe medicamenten tot aan het moment dat het middel op de markt gebracht wordt. Zelfs jaren na introductie van een medicament worden met vergelijkbare trucs nieuwe winstopties aangeboord. In de laatste vijftig jaar zijn er geen principiële veranderingen in dit proces opgetreden. Bedrijven in de zorg zijn niet anders dan in andere bedrijfstakken en zijn nietsontziend op zoek naar meer winst.
C. P. M. Verhoeff

Nawerk

Meer informatie