Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2013 | OriginalPaper | Hoofdstuk

3. uitgangspunten en behandeling

Auteurs: Rosanne de Bruin, Agaath Koudstaal, Nicole Muller

Gepubliceerd in: Dialectische gedragstherapie voor jongeren met een borderlinestoornis

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Abstract

De dialectische gedragstherapie is ontwikkeld door Marsha Linehan (1996, 2002). Zij startte in de jaren zeventig van de vorige eeuw met een toepassing van standaard cognitieve gedragstherapie om chronisch suïcidale, zichzelf beschadigende volwassenen met een borderline persoonlijkheidsstoornis te behandelen. De basisaanname was dat deze mensen niet dood wilden, maar dat het hun aan vaardigheden ontbrak om een waardevol leven op te bouwen. De therapieën verliepen moeizaam. Het bleek dat de cliënten in de therapie de boodschap bevestigd zagen die ze vaak al hun hele leven van hun omgeving te horen kregen: je doet het fout! De ene keer leidde dit tot boosheid om zo veel onbegrip, de andere keer versterkte het bij de cliënten vooral hun zelfkritiek. Linksom of rechtsom: het resultaat was hoog oplopende spanningen, waardoor de therapie weinig effectief was: geringe therapietrouw en door de torenhoge spanning werd nieuwe informatie moeilijk verwerkt (Robins, Schmidt, & Linehan, 2004). Juist bij deze populatie bleek het kenbaar maken van acceptatie een noodzaak: acceptatie van de cliënt, haar gevoelens, gedachten en gedrag. Enkel acceptatie zou echter voorbijgaan aan het gebrek aan vaardigheden bij de cliënt om een waardevol eigen leven op te bouwen. Naast acceptatie en erkenning bleven daarom interventies gericht op verandering noodzakelijk.
Metagegevens
Titel
uitgangspunten en behandeling
Auteurs
Rosanne de Bruin
Agaath Koudstaal
Nicole Muller
Copyright
2013
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-7612-4_4