Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek biedt een overzicht van de verschillende verwerkingstechnieken bij de behandeling van psychotrauma in de ggz.

Trauma en verwerkingstechnieken - Indicatiestelling bij traumabehandeling in de ggz bespreekt de indicatiegebieden van de verschillende technieken en hun voor- en nadelen, zodat een behandelaar een meer beredeneerde keuze voor een techniek kan maken. Het uitgangspunt van de indicatiestelling is dat geen enkele verwerkingstechniek op alle punten beter is dan de andere verwerkingstechnieken.

De inleidende hoofdstukken van Trauma en verwerkingstechnieken beschrijven hoe een goede traumabehandeling kan worden opgezet. Alle bekende evidence based en practice based behandeltechnieken worden kort benoemd. Vervolgens worden in drie afzonderlijke hoofdstukken de ‘grote drie’ verwerkingstechnieken uitgebreid besproken: Imaginaire Exposure, EMDR en Imaginaire Rescripting. Met behulp van casuïstiek worden de specifieke toepassingen van de genoemde verwerkingstechnieken geïllustreerd.

Dit boek is bedoeld voor psychologen, psychiaters en andere professionals in de ggz, die mensen met traumaproblematiek behandelen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Samenvatting
Veel behandelaren zijn goed opgeleid in de verschillende traumatechnieken en ʻeagerʼ om de traumaʼs van hun cliënten te behandelen, maar weten niet goed wanneer ze nu welke techniek moeten gebruiken. De richtlijnen geven daar alleen globale informatie over. Dit boek beoogt een aanzet te geven tot het beantwoorden van de vraag wanneer welke techniek geïndiceerd is.
Martijn Stöfsel

2. Classificatie van traumagerelateerde stoornissen

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden traumastoornissen beschreven: de posttraumatische stressstoornis, de acute stressstoornis en de aanpassingsstoornis, die in de DSM-5 zijn opgenomen in het hoofdstuk ʻTrauma- en stressorgerelateerde stoornissenʼ. Daarnaast komen op een aantal andere plekken in de DSM-5 stoornissen voor die traumagerelateerd zijn, namelijk de dissociatieve identiteitsstoornis en de persoonlijkheidsstoornis. Beide stoornissen zijn, zo blijkt uit onderzoek, in hoge mate gecorreleerd met vroegkinderlijke traumatisering. Tot slot wordt complex trauma of complexe PTSS beschreven: geen officiële DSM-5-classificatie, maar in de klinische praktijk wel veel gebruikt.
Martijn Stöfsel

3. Aspecten van trauma

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden verschillende aspecten beschreven van een traumatische reactie.
Martijn Stöfsel

4. Werkingsmechanismen bij traumaverwerking

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden verschillende verklaringsmodellen en werkingsmechanismen beschreven die een rol spelen bij de verwerking van schokkende gebeurtenissen. Sommige van deze modellen worden specifiek genoemd bij bepaalde technieken, zoals de werkgeheugenhypothese bij EMDR, falsificeren van de angstige verwachting bij IE en inpassen van nieuwe ‘Gezonde-Volwassene’-informatie bij ImRs. Een groot deel van de hier besproken werkingsmechanismen speelt in meer of mindere mate een rol bij veel verwerkingstechnieken. In H. 710 worden de verwerkingstechnieken beschreven, waarbij gerefereerd wordt aan de in dit hoofdstuk beschreven werkingsmechanismen.
Martijn Stöfsel

5. Opzetten traumabehandeling

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden aspecten beschreven die relevant zijn bij het opzetten van een traumabehandeling, zoals te gebruiken vragenlijsten, psycho-educatie, indicatie en contra-indicatie voor het starten van een verwerkingstechniek, opstellen van een traumalijst, beïnvloeding van te hoge of te lage spanning tijdens de traumaverwerking, omgang met traumagerelateerde triggers in het nu na traumaverwerking, afsluiting van de traumabehandeling, duur van behandeling en behandelsessies, intensieve traumabehandeling en nieuwe technologieën.
Martijn Stöfsel

6. Ordening en overzicht van technieken voor traumaverwerkingstechnieken

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de wereldwijd gebruikte verwerkingstechnieken, geordend aan de hand van een aantal criteria.
Martijn Stöfsel

7. Imaginaire Exposure

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt de verwerkingstechniek Imaginaire Exposure uitgebreid beschreven: in de eerste plaats het protocol en in de tweede plaats bijzonderheden zoals de geografie van de schokkende gebeurtenis, wat te doen bij te veel of te weinig spanning, Tekenexposure, microverwerking en in-vivo-exposure na afsluiting van de in-vitro-exposure. Ook lastigheden kwamen aan de orde. Daarnaast zijn de historie, wetenschappelijke publicaties en de werkingsmechanismen benoemd.
Martijn Stöfsel

8. Eye Movement Desensitization and Reprocessing

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt de verwerkingstechniek Eye Movement Desensitization and Reprocessing Exposure beschreven. Het protocol en allerlei andere aspecten van EMDR worden beschreven, zoals wat te doen bij te veel of te weinig spanning, de Flash, de EMD-knaller, flash-forward, future-template, RDI, woede- en wraak-protocol, Cognitive Interweave, rescripting binnen EMDR, EMDR-rechtsom, butterfly hug, auditieve en kinesthetische belasting, EMDR 2.0, blind-tot-the-therapist en Mental Video Check. Daarnaast komen de historie, wetenschappelijke publicaties en de werkingsmechanismen aan de orde.
Martijn Stöfsel

9. Imaginaire Rescripting

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt de verwerkingstechniek Imaginaire Rescripting beschreven. Het protocol en allerlei andere aspecten van ImRs worden beschreven, zoals wat te doen bij te veel of te weinig spanning en belemmerende loyaliteiten naar de ouders, incestsituaties, woede uitageren en in-vivo-contact met ouders en schuldgevoel. Daarnaast komen de historie, wetenschappelijke publicaties en werkingsmechanismen aan de orde.
Martijn Stöfsel

10. Andere verwerkingstechnieken bij trauma

Samenvatting
In de vorige drie hoofdstukken zijn de drie grote verwerkingstechnieken beschreven: EMDR, IE en ImRs. In dit hoofdstuk worden tientallen andere verwerkingstechnieken besproken die genoemd worden in de Guidelines (2018) van de ISTSS. We bespreken alleen trauma focused technieken, gericht op individuele, voornamelijk volwassen cliënten (dus niet op paren of groepen) en geen zogenoemde ‘early interventions’. Bij elke verwerkingstechniek komen een korte beschrijving van de methode, het gebruik ervan in Nederland, recente wetenschappelijke publicaties en onderzoek aan de orde. Ook wordt besproken of de techniek is aanbevolen in de Nederlandse richtlijnen of de Guidelines van de ISTSS en worden de voornaamste werkingsmechanismen behandeld. De verwerkingstechnieken zijn geordend in een aantal categorieën: globale verwerkingstechnieken, cognitieve gedragstherapie, werkgeheugen belastende technieken, rescriptingachtige technieken, schrijfverwerkingstechnieken, combinatietechnieken, lichamelijk gerichte verwerkingstechnieken en een restcategorie.
Martijn Stöfsel

11. Indicatiestelling bij traumaverwerkingstechnieken

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden de indicatieverschillen tussen de eerder besproken verwerkingstechnieken beschreven op basis van kennis van de werkingsmechanismen, de interviews met experts op het gebied van traumaverwerking, de klinische ervaring van de auteur en de literatuur over traumaverwerkingstechnieken. Uitgangspunt zijn de omstandigheden die een behandelaar in een traumagerichte behandeling kan tegenkomen en die de keuze voor een verwerkingstechniek kunnen beïnvloeden, zoals emoties, gedrag, cognities, aard van de traumatisering en moment in de levensloop.
Martijn Stöfsel

12. Tot slot

Martijn Stöfsel

Nawerk

Meer informatie