Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Toetsing in het hoger onderwijs staat meer dan ooit volop in de belangstelling. Sinds de verschijning van de eerste druk van Toetsen in het hoger onderwijs in 2002 is er veel veranderd op toetsgebied. Door nieuwe inzichten in hoe toetsen het leergedrag van studenten sturen en door veel strengere accreditatie-eisen zijn opleidingen en docenten er van doordrongen dat toetsbeleid en goed toetsen onontkoombaar zijn. Van elke opleiding wordt vereist dat deze én beschikt over een adequaat systeem van toetsing en kan aantonen dat de beoogde eindkwalificaties worden gerealiseerd. Daarom besteden opleidingen en docenten steeds meer aandacht aan de wijze waarop studenten worden getoetst. Nadat in de tweede herziene druk in 2006 onderwerpen als digitaal toetsen, het opsporen van plagiaat, en EVC (Erkenning Verworven Competenties) zijn toegevoegd is de derde druk verder geactualiseerd.

In deze derde druk zijn nieuwe onderwerpen opgenomen die de kwaliteit van toetsing beïnvloeden, zoals: toetsbeleid, toetsprogramma's, formatief toetsen, rubrics, toetsen van onderzoeksvaardigheden, performance assessment, competentietoetsing en landelijke kennistoetsen. Bestaande hoofdstukken en literatuurlijst zijn geactualiseerd.

Toetsen in het hoger onderwijs bevat veel praktische hulpmiddelen en voorbeelden. Het is een bron van inspiratie voor individuele docenten en opleidingen in het hoger onderwijs, voor examencommissies en toetscommissies.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Het toetsproces ontleed

Inleiding
Uit welke fasen en stappen bestaat het toetsproces?
Wat zijn de doelen van toetsen?
Wat zijn doelstellingen?
Hoe kunnen doelstellingen nader worden geconcretiseerd?
Wat is een specificatietabel?
Welke toetsvormen zijn er?
Wat zijn inspiratiebronnen voor het construeren van toetsvragen?
Henk van Berkel, Anneke Bax, Desirée Joosten-ten Brinke

2. Toetsen: toetssteen of dobbelsteen

Inleiding
Hoe kunnen docenten rechtvaardig toetsen?
Hoe is onderscheid te maken tussen studenten die de stof wel en niet beheersen?
Hoe kan een toets representatief worden samengesteld?
Wat betekenen de begrippen validiteit, betrouwbaarheid, objectiviteit en transparantie?
Wat is een psychometrische analyse?
Hoe is de betrouwbaarheid van de toets te berekenen? En hoe hoog moet deze zijn?
Hoe is een toets na afname nog te verbeteren?
Henk van Berkel, Anneke Bax

3. Ontwikkelen van toetsbeleid

Inleiding
Wat is toetsbeleid en wat is de rol ervan bij de kwaliteit van toetsing?
Wat is de relatie met accreditatie?
Wat is de samenhang tussen toetskaders, toetsbeleidsplannen en toetsplannen?
Wat is de rol van examencommissies?
Welke rollen kun je als docent hebben bij het bevorderen, bewaken en borgen van toetskwaliteit?
Riet Martens, George Moerkerke

4. Toetsen met landelijke kennistoetsen

Inleiding
Waarom een landelijke kennistoets?
Wat is de rol van de docent?
Wat is te bereiken met een landelijke kennistoets?
Wat zijn de voor- en nadelen?
Welke voorwaarden gelden voor succesvolle toepassing?
Arnoud van Leuven, Wim Lansu

5. Kwaliteit van toetsprogramma’s

Inleiding
Wat is een toetsprogramma?
Waar komt het idee van toetsprogramma’s vandaan?
Wat zijn de achterliggende gedachten van een toetsprogramma?
Welke probleem lost het op?
Hoe werkt het in praktijk?
Hoe bepaal je de kwaliteit van een toetsprogramma?
Liesbeth Baartman, Raymond Kloppenburg, Frans Prins

6. Toetsen zonder plagiëren

Twee detectiemethoden nader uitgewerkt
Inleiding
Wat is plagiaat?
Hoe kun je plagiaat voorkomen?
Welke methoden zijn er om plagiaat op te sporen?
Welke softwareprogramma’s kun je hanteren?
Wanneer besluit je dat er sprake is van plagiaat?
Henk van Berkel

7. Normeren en cijfergeven

Inleiding
Wat is het grote probleem bij normeren?
Welke twee conceptueel verschillende benaderingen zijn te onderscheiden?
Wat zijn compromisbenaderingen?
Welke compromismethoden zijn er?
Wat moeten docenten in de praktijk doen?
Wat zijn de eisen aan normeren?
Henk van Berkel, Wynand Wijnen

8. Formatief toetsen

Inleiding
Wat is formatief toetsen?
Wat is de theoretische onderbouwing?
Hoe verhoudt formatief toetsen zich ten opzichte van summatief toetsen?
Welke methoden voor formatief toetsen zijn er?
Wat vereist formatief toetsen van docenten?
Hoe borg en evalueer je de kwaliteit van formatief toetsen?
Desirée Joosten-ten Brinke, Dominique Sluijsmans

9. Digitaal toetsen

Inleiding
Wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van digitaal toetsen?
Wat zijn de mogelijkheden van een itembank?
Kunnen computers open vragen nakijken?
Wat zijn de ontwikkelingen in de toekomst?
Silvester Draaijer, Patris Boxel, Marcel Brunschot

10. Creatieve toetsvormen

Inleiding
Waarom creatief toetsen?
Wat zijn creatieve toetsvormen?
Welke creatieve toetsvormen zijn creëeropdrachten?
Welke creatieve toetsvormen vallen onder presentatieopdrachten?
Welke creatieve toetsvormen zijn rollenspelen?
Welke creatieve toetsvormen zijn studieopdrachten?
Welke creatieve variaties zijn er op de schriftelijke toetsen?
Titus Geerligs, Henk Schmidt, Irma Kokx, Erik de Graaf, Henk van Berkel

11. Toetsen met gesloten vragen

Inleiding
Wat zijn de meest gebruikte vormen van gesloten toetsvragen?
Welke varianten zijn er?
Wanneer zijn gesloten toetsvragen te gebruiken?
Hoe is naast reproductiekennis, ook inzicht en toepassing te bevragen met gesloten vragen?
Wat zijn de constructieregels?
Uit hoeveel toetsvragen moet een toets met gesloten vragen bestaan?
Hoelang doen studenten over het beantwoorden van gesloten toetsvragen?
Henk van Berkel, Anneke Bax

12. Toetsen met open vragen

Inleiding
Welke vormen van open vragen zijn er?
Wat zijn de voor- en nadelen?
Welke regels moeten bij de constructie in acht worden genomen?
Wat zijn veelvoorkomende beoordelaarverschillen en hoe kunnen die worden beperkt?
Aan welke eisen moet een correctievoorschrift voldoen?
Tom Erkens

13. Toetsen met korte casussen

Inleiding
Wat is het doel van toetsen met korte casussen?
Waarom geen lange casussen?
Wat maakt een korte casus geschikt?
Welke vragen passen goed bij casusgerichte toetsing?
Wat zijn de constructieregels?
Lambert Schuwirth

14. Toetsen met een mondelinge toets

Inleiding
Wanneer valt de keuze op een mondelinge toets?
Waaraan moet een mondeling toets minimaal voldoen?
Welke functies vervult een mondelinge toets?
Wat kan er wel en wat kan er niet mee worden getoetst?
Hoe kan een mondelinge toets betrouwbaar en valide zijn?
Wat zijn de voor- en nadelen van een mondelinge toets?
Hoeveel docenten moeten aanwezig zijn?
Henk van Berkel, Anneke Bax

15. Toetsen met voortgangstoetsen

Inleiding
Waarom voortgangstoetsing?
Wat is de rol van de vakdocent?
Wat is te bereiken met voortgangstoetsing?
Wat zijn de voor- en nadelen?
Welke voorwaarden gelden voor succesvolle toepassing?
Arno Muijtjens, Wynand Wijnen

16. Toetsen met performance assessment methodieken

Inleiding
Performance assessment: waar gaat dat over?
Waarom geniet performance assessment ineens de belangstelling van opleiders?
Wat is het belangrijkste kwaliteitsaspect van een performance assessment?
Waarom staan betrouwbaarheid en validiteit op gespannen voet bij performance assessments?
Wat is een assessmentdomein en waarin verschilt het van een criteriumdomein?
Hoeveel prestaties zijn er nodig om beheersing van een leerdoel vast te stellen?
Wat zijn de vier belangrijkste vormen?
Waarom is het verstandig om assessoren te trainen?
Gerard Straetmans

17. Toetsen met rubrics

Inleiding
Wat is een rubric?
Waarin onderscheidt een rubric zich van beoordelingscriteria?
Welke verschillende typen zijn er?
Wanneer gebruik je welk type?
Hoe gebruik je een rubric formatief?
Hoe gebruik je een rubric summatief?
Hoe construeer je een rubric?
Paul van den Bos, Carel Burghout, Desirée Joosten-ten Brinke

18. Toetsen met EVC

Inleiding
Wat is EVC?
Wat is de rol van assessor bij EVC?
Wat is het verschil tussen EVC voor het onderwijs en EVC voor de arbeidsmarkt?
Welke beoordelingsinstrumenten worden gebruikt bij EVC?
Waarom is EVC ooit ontstaan?
Hoe ontwikkel je EVC-procedures?
Ruud Klarus, Desirée Joosten-ten Brinke

19. Toetsen van competenties

Inleiding
Wat is competentietoetsing?
Waarom zou ik het moeten toepassen?
Waar komt het vandaan?
Hoe moet ik het toepassen?
Wat zijn de valkuilen?
Judith Gulikers, Niek van Benthum

20. Toetsen van werkplekleren

Inleiding
Hoe kun je leren op de werkplek toetsen?
Wat is het verschil tussen een stage en werkplekleren?
Welke eisen stelt het toetsen van werkplekleren aan de werkplek?
Hoe verhouden begeleiding en beoordeling zich bij het toetsen op de werkplek?
Welke beoordelingsinstrumenten zijn geschikt?
In hoeverre sluit werkplektoetsing aan bij de professionele ontwikkeling van de student?
Marcel van der Klink, Jo Boon

21. Toetsen van onderzoekvaardigheden

Inleiding
Wat is onderzoekvaardigheid?
Welke kaders bepalen de kwaliteit van onderzoek?
Wat is de praktische relevantie voor het werkveld?
Welke instrumenten kunnen worden gebruikt?
Wat is de rol van rubrics?
In hoeverre speelt feedback een belangrijke rol?
Quinta Kools, Ilona Mathijsen

22. Toetsen van academische vaardigheden

Inleiding
Wat zijn academische vaardigheden?
Welke academische vaardigheden worden onderscheiden in het hbo en wo?
Met welke toetsvormen zijn academische vaardigheden te toetsen?
Welke toets past het best bij het beoordelen van welke academische vaardigheden?
Langs welke stappen kan de keuze voor een bepaalde toets het beste plaatsvinden?
Welke informatie is nodig om die stappen te doorlopen?
Albert Pilot

23. Toetsen van schriftelijke werkstukken

Inleiding
Wat is het belang van beoordelingscriteria in het toetsen van schriftelijke werkstukken?
Wat zijn goede criteria?
Wie dient werkstukken te beoordelen?
Is de beoordelingsprocedure afhankelijk van het soort werkstuk?
Wanneer en hoe moeten externe deskundigen deelnemen in de beoordeling?
Wat zijn de voor- en nadelen van het betrekken van medestudenten in het beoordelen?
Wat is een afstudeerkring?
Sjoerd Romme

24. Toetsen van groepswerk

Inleiding
Waarom is samenwerken belangrijk?
Waarom kiezen voor groepsproducten?
Hoe groepsproducten beoordelen?
Kunnen groepsoordelen ook een oordeel zijn over individuele bijdragen?
Hoe is ‘meeliftgedrag’ te ontdekken?
Hoe zijn een hoge validiteit en betrouwbaarheid te bereiken?
Anneke Bax, Jacob Perrenet, Henk Berkel

Nawerk

Meer informatie