Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

18-01-2018 | Uitgave 3/2018

Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie 3/2018

Toepassing van stemmingsvragenlijsten bij ouderen met alzheimerdementie (met of zonder taalstoornis) en hun informanten

Tijdschrift:
Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie > Uitgave 3/2018
Auteurs:
Margina Yildirim-Gorter, Djahill Groot, Linda Hermens, Han Diesfeldt, Erik Scherder

Samenvatting

Inleiding

Alzheimerdementie (AD) kan gepaard gaan met symptomen van depressie. Bij AD ontstaan er vroeg of laat problemen met taalexpressie of -begrip (afasie). In deze studie onderzochten we of ouderen met alzheimerdementie, al dan niet gecompliceerd door een taalstoornis, moeilijkheden ondervonden in het begrijpen en beantwoorden van stemmingsvragen. Daarnaast onderzochten we of de antwoorden van verzorgenden als informanten voldoende validiteit hadden voor inzicht in de stemming van een oudere.

Methoden

53 ouderen, bewoners van zorginstellingen, namen tezamen met hun eerstverantwoordelijke verzorgenden deel aan het onderzoek; 25 deelnemers hadden de diagnose alzheimerdementie, 28 deelnemers hadden geen cognitieve stoornis. Taalvaardigheid werd onderzocht met de SAN-test (Stichting Afasie Nederland) en onderdelen van de Akense Afasietest (AAT). De depressievragenlijsten in dit onderzoek waren de Beck Depression Inventory-second edition (BDI-II-NL) en de Geriatric Depression Scale (GDS-30).

Resultaten

Er waren geen significante verschillen in somscores op de twee stemmingsvragenlijsten tussen deelnemers zonder cognitieve stoornis en deelnemers met alzheimerdementie, met of zonder taalstoornis. Zowel ouderen zonder cognitieve stoornis, als ouderen met alzheimerdementie gaven overeenkomstige antwoorden op de BDI en GDS. De overeenstemming tussen zelfbeoordeling en informantoordeel was echter zeer gering. Verzorgenden oordeelden doorgaans negatiever over de stemming dan de oudere deelnemers zelf. Overschatting van ‘depressie’ gebeurde vooral bij deelnemers die zichzelf niet of nauwelijks depressief vonden, onderschatting vond plaats bij deelnemers met relatief hoge scores op de stemmingsvragenlijsten.

Conclusie

Alzheimerdementie, al dan niet gecompliceerd door een taalstoornis, leidt niet tot een vertekening in somscores op beide vragenlijsten (BDI en GDS). Ouderen met alzheimerdementie zijn in staat vragen over hun stemming adequaat te beantwoorden. We vonden echter aanzienlijke discrepanties tussen het eigen oordeel over de stemming en dat van verzorgenden als informanten. Het is dan ook van belang niet alleen af te gaan op het oordeel van een informant bij onderzoek naar de stemming van ouderen met alzheimerdementie, maar ook het oordeel van de oudere zelf mee te wegen.

Log in om toegang te krijgen

Met onderstaand(e) abonnement(en) heeft u direct toegang:

Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie

Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie bestrijkt het brede wetenschapsgebied van de gerontologie en geriatrie in al zijn facetten, met bijdragen uit de biologische, medische, psychologische en sociale wetenschappen. Bovendien wordt aandacht besteed aan de noodzakelijke wisselwerking tussen gerontologie en geriatrie.

Literatuur
Over dit artikel