Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek helpt zorgprofessionals bij het toepassen van schematherapie in de behandeling van kinderen, adolescenten, en hun ouders of (gezins)systeem. Het is bedoeld voor (klinisch) psychologen, psychotherapeuten en andere hulpverleners, en voor wie daarvoor een opleiding volgt.

Toegepaste schematherapie bij kinderen en adolescenten biedt een breed overzicht van de toepassingsgebieden van schematherapie voor jeugdigen en hun gezins(systeem). Het laat eerst zien hoe de therapie inzicht geeft in de verschillende kanten (modi) en niet-adaptieve patronen die gedurende iemands leven zijn ontstaan. Vervolgens beschrijft het hoe schematherapie er in de praktijk uitziet voor verschillende doelgroepen, zoals jongeren met LVB of in de gesloten jeugdzorg. Telkens komen de technieken aan bod waarmee jongeren en hun omgeving geholpen kunnen worden om patronen te doorbreken en rekening te houden met de eigen behoeften en die van de omgeving.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Algemeen

Voorwerk

1. Het schematherapie model in de praktijk en onderzoek

Samenvatting
In hoofdstuk 1 wordt de theoretische achtergrond van de schematherapie beschreven. Meer specifiek wordt ingegaan op een aantal centrale concepten uit de schematherapie, te weten basisbehoeften, vroegkinderlijke onaangepaste schema’s, modi, en coping. Ook wordt aandacht besteed aan de basishouding van de therapeut: limited reparenting, empathische confrontatie en limit setting. Het schematheoretisch model wordt onderbouwd met een bondige samenvatting van onderzoeksbevindingen en van de effectiviteit van schematherapie.
Jeffrey Roelofs, Marjolein van Wijk-Herbrink, Mieke Boots

2. Indicatiestelling en diagnostiek bij schematherapie voor jeugdigen

Samenvatting
In het tweede hoofdstuk wordt ingegaan op de indicatiestelling en de diagnostiekfase binnen een schematherapeutische behandeling. In deze fase wordt de relatie gelegd tussen de huidige klachten, de gemiste basisbehoeften, schema’s, modi en coping. Diverse instrumenten voor de indicatiestelling worden beschreven evenals diverse diagnostische technieken en instrumenten om binnen de diagnostiekfase tot een schemagerichte casusconceptualisatie te komen. De beschreven technieken worden geïllustreerd met diverse voorbeelden.
Tineke van der Linden, Jeffrey Roelofs, Marjolein Wijk-Herbrink

Specifieke toepassingen

Voorwerk

3. Schematherapie met kinderen

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden technieken beschreven om schematherapeutisch met deze leeftijdsgroep (met name in de latentieleeftijd) aan de hand van spel en materialen te werken. Een aantal hiervan zijn zeker ook bruikbaar bij kleuters. Het werken met ouders is hierbij onontbeerlijk. Met kinderen wordt vooral gewerkt met het modusmodel. In het hoofdstuk wordt ingegaan hoe het werken met het modusmodel ingezet kan worden in de speltherapie met kinderen (modusgerichte speltherapie). In het spel komen de verschillende modi van het kind naar voor en via spel wordt er gewerkt met deze modi. Ook andere technieken (verhalen en tekeningen) komen aan bod, waarbij het werken met de modi centraal staat. Het beeldend werken met kinderen biedt de mogelijkheden om tijdens de sessie nieuwe ervaringen op te doen en deze ervaringen mee te nemen in het leven van alledag. Ten slotte wordt het schematherapiespel beschreven, waarbij op een speelse manier met de verschillende modi gewerkt kan worden om op pad te gaan naar een meer gezonde kant van het kind.
Mieke Boots, Marja Nijhoff-Huysse, Christof Loose

4. Individuele schematherapie voor adolescenten

Samenvatting
Door de bewezen effectiviteit van schematherapie bij volwassenen met persoonlijkheidsstoornissen werd het toepassingsgebied steeds verder uitgebreid naar andere doelgroepen en problematieken, waaronder kinderen en jongeren. In dit hoofdstuk wordt de individuele schematherapie met adolescenten beschreven. We onderscheiden daarbij verschillende fases: de motivatiefase, diagnostische fase, fase van verandering en de fase van generalisatie, en illustreren deze met casuïstiek. Kort wordt aangestipt hoe ouders betrokken kunnen worden bij de individuele therapie. Schematherapie bij adolescenten is niet heel verschillend van schematherapie bij volwassenen, maar er zijn wel een aantal aandachtspunten die we in dit hoofdstuk verder toelichten.
Marjolein van Wijk-Herbrink, Jeffrey Roelofs

5. Groepsschematherapie bij adolescenten

Samenvatting
Hoofdstuk 5 beschrijft de groepsschematherapie (GST)bij adolescenten. Na een beschrijving van het theoretische model wordt ingegaan op de indicatiestelling. Vervolgens worden de fasen van de GST besproken: in fase 1 staat verbinding, veiligheid, psychoeducatie en emotieregulatie centraal, fase 2 staat in het teken van het werken met modi, en fase 3 is gericht op het werken met de Gezonde modus en de Blije kind modus. Tenslotte wordt ingegaan op de effectiviteit van GST.
Jeffrey Roelofs, Marian Blokland, Mady de Jongh, Odette Brand-de Wilde, Ida Shaw

6. Schematherapie in de klinische setting

Samenvatting
Sommige adolescenten kampen met dusdanige persoonlijkheidsproblematiek dat hun functioneren op alle belangrijke levensdomeinen verstoord is. Een opname in een klinische setting kan noodzakelijk zijn om te kunnen profiteren van een behandelmodel geënt op schematherapie, waarbij het therapeutisch milieu als aparte interventievorm een centrale rol speelt. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe een schematherapeutisch milieu vormgegeven kan worden binnen verschillende fases van de behandeling: opname, observatie en diagnostiek, bewustwording, verandering, en zelfstandigheid en de toekomst. Ook wordt beschreven hoe in het klinisch therapeutisch milieu verschillende behandelvormen geïntegreerd kunnen worden en hoe de multidisciplinaire samenwerking wordt vormgegeven.
Peter Thijssen, Marjolein van Wijk-Herbrink

7. Schematherapie in een gedwongen kader: Gesloten jeugdzorg

Samenvatting
Theoretische principes en technieken uit de schematherapie kunnen worden geïntegreerd in het behandelklimaat van de gesloten jeugdzorg. In dit hoofdstuk worden aandachtspunten in het theoretisch model voor deze toepassing besproken, in het bijzonder de theorie over verschillende vormen van boosheid. Het verloop van behandeling wordt beschreven, met daarin een fase gericht op het motiveren van deze –doorgaans onwillige- doelgroep. Ook is er aandacht voor opleiding en coaching van medewerkers in het schematherapeutisch werken. Bij een zorgvuldige implementatie kan het schematherapeutisch werken bijdragen aan een positief behandelklimaat en vermindering van repressief handelen.
Marjolein van Wijk-Herbrink, Peter van der Sanden

8. Schematherapie bij jeugdigen met een LVB

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden een aantal technieken geïllustreerd in het schematherapeutisch werken met kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking. Hierbij dient er rekening gehouden te worden met de (beperktere) mogelijkheden van deze jongeren. Deze worden in het hoofdstuk beschreven en welke aanpassingen er nodig zijn voor het gebruik van de schematherapeutische begrippen binnen de diagnostiek, de therapeutische relatie, de indicatiestelling, doelen en de behandeling zelf. Het gebruik van aangepast (visueel) materiaal is hierbij belangrijk. Dit materiaal wordt in het hoofdstuk geïllustreerd. De groepstherapie ‘Helpers en Helden’ voor deze doelgroep met het aangepaste materiaal, wordt verder uitgewerkt in dit hoofdstuk.
Peter van der Sanden, Marije Keulen-deVos, Karin Frijters

9. Schematherapeutische dramatherapie

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt uitleg gegeven over vaktherapie in het algemeen, waarna specifiek wordt ingegaan op de toepassing van het modusmodel in dramatherapie bij kinderen en adolescenten. Het verloop van de behandeling met schematherapeutische dramatherapie wordt beschreven, waarna aandacht wordt besteed aan de overeenkomsten en verschillen in het werken met adolescenten ten opzichte van het werken met kinderen en hoe ouders een rol kunnen krijgen in de behandeling. Wetenschappelijk onderzoek naar deze specifieke toepassing wordt is nog schaars, maar schematherapie en vaktherapie zouden gezamenlijk kunnen bijdragen aan preventie van zich ontwikkelende persoonlijkheidsproblematiek van kwetsbare kinderen en adolescenten.
Emilia de Gruijter

Jeugdige en het systeem

Voorwerk

10. Groepsschemacoaching voor opvoeders

Samenvatting
In hoofdstuk 10 wordt de groep-schemacoaching voor ouders of verzorgers beschreven. De groep-schemacoaching is geprotocolleerd en bestaat uit acht sessies en twee modules. In de het theoretische model wordt schematherapie vanuit een intergenerationeel perspectief beschreven. Daar op volgend worden twee modules beschreven. De eerste module (eerste vier sessies) besteden aandacht aan psychoeducatie en de ‘schemataal’. De tweede module (tweede vier sessies) gaat over emotie coaching waarbij ouders geleerd wordt door middel van oefeningen en huiswerkopdrachten, zo goed mogelijk aan te sluiten bij de behoeften van hun kind. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de effectiviteit van groep-schemacoaching, de klinische indruk is echter positief.
Jeffrey Roelofs, Manon Vincken, Hermien Elgersma

11. Schematherapie met het gezin

Samenvatting
In de therapie met kinderen en jongeren hebben de ouders een belangrijke plaats. In het eerste gedeelte van dit hoofdstuk wordt de schematherapie met ouders beschreven. Schema’s en modi van ouders worden geactiveerd in de opvoedingsrelatie met hun kind, waardoor modi-clashes of collusie kunnen ontstaan. De modusinteractiecirkel tussen modi/schema’s van de ouder en het kind (waarbij materiaal kan gebruikt worden) maakt dit visueel en helder. Door respectvol de link te leggen naar hun eigen verleden (en de eigen (on)vervulde behoeften) kunnen ouders eigen schema’s, modi gemakkelijker herkennen en mee aan de slag gegaan met behulp van schematherapeutische technieken vanuit de opvoedingsrelatie. Het omgaan met de modi van het kind wordt beschreven, waarbij ouders uitgenodigd worden om meer gevoelig te reageren op de basisbehoeften van hun kind en de gezonde kant van hun kind te versterken. Het schematherapiespel met ouders, als een visuele en speelse manier om hiermee aan de slag te gaan wordt geïllustreerd. In de laatste paragraaf komt de toepassing van de schematherapie met het hele gezin aan bod. Psychoeducatie, de eigen anamnese van de ouders, het opstellen van het modimodel voor het hele gezin wordt beschreven. De verschillende schematherapeutische technieken kunnen gebruikt worden om schema-/modusverandering te bewerkstelligen en meer te voorzien in de behoeften van alle gezinsleden.
Mieke Boots, Sigrid Geertzema, Linda de Jong, Marja Nijhoff, Marian Blokland

12. Schemacoaching voor jongeren en hun netwerk

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt schemacoaching beschreven voor jongeren met probleemgedrag en hun netwerk, waarbij elementen van SafePath worden gecombineerd met elementen uit de positieve psychologie. SafePath (Bernstein et al. 2014) is een benadering die gebruik maakt van principes uit de schematherapie en uitgevoerd wordt door een multidisciplinair team in bijvoorbeeld een forensische of psychiatrische instelling voor volwassenen of jeugdigen. SafePath kan ook worden toegepast in de begeleiding van jongeren en hun netwerk in de vorm van schemacoaching. Het is geen vorm van psychotherapie. Het netwerk wordt versterkt door meer inzicht te geven in de problematiek van de jongeren aan de hand van de modi (hiervoor worden modikaartjes iModes gebruikt). De toevoeging van de aspecten van positieve psychologie legt de focus binnen de interventie op de eigen kracht van jongeren en het netwerk. Om de diverse oefeningen afkomstig uit de positieve psychologie te kaderen, wordt er gebruikgemaakt van de zeilbootmetafoor (Alberts 2018). De zeilbootmetafoor vergelijkt het menselijk functioneren met de reis van een zeilboot. Het gebruik van een gemeenschappelijke taal, zowel bij de jongere als het netwerk is een belangrijke factor. In dit hoofdstuk wordt het programma van de schemacoaching beschreven aan de hand van een casus.
David Bernstein, Kim van Oorsouw, Ingrid Candel, Maartje Clercx, Hugo Alberts

Nawerk

Meer informatie