Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

In 'Theoretisch kader voor de verpleegkundige beroepsuitoefening' wordt in tien hoofdstukken een theoretisch kader voor de verpleegkundige beroepsuitoefening beschreven. Het gaat hierbij onder meer om de methodiek en systematiek van de beroepsuitoefening, wetenschappelijke profilering van het beroep, GVO, verpleegkundig management en kwaliteit van zorg. Het aangereikte denkkader zal de verpleegkundige helpen het dagelijks verpleegkundig handelen te professionaliseren en te ontwikkelen naar practice based en evidence based handelen. Dit boek is bestemd voor de HBO-verpleegkundige (propedeuse en hoofdfase) in opleiding. Ook voor afgestudeerde verpleegkundigen biedt het een denkkader voor een verdere ontwikkeling van de eigen professionaliteit. De beschreven thema’s, literatuur en websites zullen de verpleegkundige stimuleren te reflecteren op de eigen beroepspraktijk.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Deel I Vakinhoudelijk handelen (de verpleegkundige als zorgverlener)

Voorwerk

1. De verpleegsituatie

Samenvatting
In dit hoofdstuk geven we een beeld van waar de verpleegkundige zich beroepshalve mee bezighoudt en welke positie zij inneemt in de maatschappij en in de gezondheidszorg. In deze oriëntatie willen we de eerste fundamenten leggen voor een goed begrip van de verpleegkunde en de verpleegkundige beroepsuitoefening.
In dit hoofdstuk komen veel begrippen aan de orde die te maken hebben met het verpleegkundige beroep. Al studerend zul je ontdekken dat het beroep van verpleegkundige niet iets statisch is; het is voortdurend in ontwikkeling, net als het totale systeem van gezondheidszorg.
H.I.H.T. de Graaf-WaarSpeksnijder

2. Methodiek en systematiek voor de verpleegkundige beroepsuitoefening

Samenvatting
Dit hoofdstuk behandelt de diverse aspecten van de methodiek en systematiek van de verpleegkundige beroepsuitoefening. Allereerst wordt in paragraaf 1 het verpleegkundig proces als handelingskader van de verpleegkundige neergezet. Er wordt ingegaan op het procesmatig werken en de ontwikkeling in het methodisch handelen. In paragraaf 2 worden de fases van het verpleegkundig proces behandeld. In paragraaf 3 worden de diverse aspecten van de verpleegkundige observatie beschreven. Paragraaf 4 besteedt aandacht aan de besluitvorming in het verpleegkundig proces en het verpleegkundig redeneren. Paragraaf 5 gaat nader in op standaardisatie van de verpleegkundige beroepspraktijk, waarbij uitgebreid wordt stilgestaan bij het gebruik van classificatiesystemen binnen de verpleegkunde. In paragraaf 6 worden diverse aspecten van de verpleegkundige observatie behandeld. Ook worden vormen en systemen van rapportage beschreven. Ten slotte wordt in paragraaf 7 de wetenschappelijke basis voor de verpleegkundige zorg belicht. In dat kader worden de begrippen evidence-based handelen en best practice behandeld.
H.I.deH.T. Graaf-WaarSpeksnijder

Deel II Communicatie en samenwerken (de verpleegkundige als communicator en samenwerkingspartner)

Voorwerk

3. Coördineren van zorg

Samenvatting
Hbo-verpleegkundigen coördineren zowel de zorg rondom de patiënt als de zorg op hun afdeling of in hun werkgebied. Om de zorg goed te kunnen coördineren wordt er op afdelingen of binnen teams gewerkt met een verpleegsysteem. Er bestaan diverse verpleegsystemen die evolueren gedurende de tijd. De meest bekende zijn het taakgericht verplegen, teamverpleging, patiëntgericht verplegen en het vraaggerichte verpleegsysteem. Zorg coördineren rondom een patiënt heeft te maken met de samenwerking tussen de patiënt en verpleegkundige, maar gaat ook over samenwerking met de naasten van de patiënt en met andere disciplines.
A. Brekelmans, S.M. Maassen

Deel III Kennis en wetenschap (de verpleegkundige als reflectieve EBP-professional

Voorwerk

4. Wetenschappelijke profilering van het beroep

Samenvatting
Veel interventies binnen de verpleegkunde worden routinematig verricht zonder dat er wetenschappelijk bewijs aan ten grondslag ligt. Om de kwaliteit van zorg te verbeteren en schade te voorkomen, is het van belang verpleegkundige zorg te baseren op wetenschappelijke kennis. In dit hoofdstuk worden handvatten aangereikt voor de toepassing van wetenschappelijk bewijs binnen de verpleegkunde. Dit hoofdstuk beschrijft diverse verpleegkundige modellen op basis waarvan de verpleegkundige haar zorg verleent, de opbouw en indeling van wetenschappelijk onderzoek met kernbegrippen, de toepassing van wetenschap in de verpleegkundige praktijk door middel van evidence-based practice en de ontwikkeling en toepassing van verpleegkundige meetinstrumenten.
H.T. Speksnijder

5. Professionalisering en ethische en juridische aspecten van de verpleegkundige beroepsuitoefening

Samenvatting
Dit citaat komt uit een interview in het artikel ‘Mens en sociale kapitaal als facilitator van een leven lang leren in de verpleegkunde’ (Gopee, 2002). Het suggereert dat continue professionele ontwikkeling (CPO) en leren beschouwd worden als iets dat buiten het werk plaatsvindt en niet geïntegreerd is in het dagelijkse professionele werk. Leren is iets exclusiefs en je moet de tijd vinden om het te doen. Tijd rechtvaardigt leren.
G.A. Brekelmans, E.J.O. Kompanje, A.M. Buijse

Deel IV Maatschappelijk handelen (de verpleegkundige als gezondheidsbevorderaar

Voorwerk

6. Preventie en gezondheidsvoorlichting (GVO)

Samenvatting
De eerste paragraaf gaat over het belang en het doel van preventie voor de gezondheid van mensen en de betekenis van de begrippen gezondheidsbescherming en -bevordering. De deelgebieden primaire, secundaire en tertiaire preventie worden vervolgens uitgelegd. De begrippen gezondheidsvoorlichting en GVO worden toegelicht. Aandacht is er voor specifieke doelgroepen met gezondheidsrisico’s, zoals jeugd, ouderen, allochtonen en mensen in een lage sociaal-economische situatie (ses). Aansluitend volgt een toelichting op mensen met weinig gezondheidsvaardigheden. Vervolgens wordt een overzicht beschreven van preventie wereldwijd (de WHO), landelijk (ministerie VWS) en preventie op lokaal gemeentelijk niveau. Hierna is er aandacht voor preventie en voorlichting door de verpleegkundige, met name in relatie met primaire, secundaire en tertiaire preventie en het belang van preventie van zorggerelateerde schade voor patiënten.
De tweede paragraaf gaat over analyse van gezondheid en ziekte, met statistisch en epidemiologisch onderzoek. Risicofactoren voor de gezondheid en gedragsdeterminanten voor een ongezonde leefstijl en gedragsmodellen, zoals het Health Believe Model worden toegelicht.
De derde paragraaf staat in het teken van preventieve interventiemethoden. Aan de hand van een model voor een planmatige opzet van interventies bestaande uit zes stappen kunnen preventieve interventies vorm krijgen.
Paragraaf 4 staat geheel in het teken van patiëntenvoorlichting (tertiaire preventie) met een beschrijving van verschillende specifieke doelen, zoals zelfmanagement, therapietrouw en coping. Tevens komen voorlichtingsmethoden aan bod, zoals motiverende gespreksvoering en psycho- educatie. Het hoofdstuk sluit af met hulpmiddelen voor patiëntenvoorlichting.
E.M. Sesink

Deel V Organisatie (de verpleegkundige als organisator

Voorwerk

7. Zorgpaden

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt beschreven wat zorgpaden zijn en waarvoor zij dienen. Allereerst worden de termen protocol, richtlijn, zorgstandaard, zorgpad en zorgprogramma’s uiteengezet en geïllustreerd aan de hand van voorbeelden. Vervolgens wordt nader ingegaan op het ontwikkelingsproces van een zorgpad volgens een 30-stappenplan.
M.E. Magni-Eekhoudt

8. Beleidsmatig werken

Samenvatting
Verpleegkundigen werken binnen organisaties. Organisaties kenmerken zich door het op systematische wijze werken aan het bereiken van resultaten. Systematisch wil zeggen dat zij werken met een strategie en hier beleid uit afleiden. Een gezondheidszorgorganisatie heeft doorgaans in meerdere of mindere mate een hiërarchische structuur met aan de top een bestuur. Organisaties hebben gemeenschappelijke kenmerken, maar de doelen en werkwijzen verschillen. Tevens is de organisatiecultuur nergens hetzelfde. Verpleegkundigen zijn niet alleen onderdeel van een organisatie, maar ook van een team. Het werken in een team vraagt samenwerkingscompetenties, maar ook leiderschap. Het is van belang dat verpleegkundigen zowel binnen hun team goed samenwerken als ook op organisatieniveau hun stem laten horen. Dit kan bijvoorbeeld binnen een verpleegkundige adviesraad.
S.M. Maassen

Deel VI Professionaliteit en kwaliteit (de verpleegkundige als professional en kwaliteitsbevorderaar

Voorwerk

9. Kwaliteit van zorg binnen de verpleegkundige professie

Samenvatting
In dit hoofdstuk staat kwaliteit van zorg centraal. Kwaliteit van zorg is volgens de wet doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht; kwaliteit van zorg is ook veilige zorg. Binnen zorgorganisaties is men dagelijks op alle niveaus bezig met het waarborgen van kwaliteit van zorg. Eerst wordt een algemeen beeld geschetst van kwaliteit van zorg en de ontwikkelingen in het kwaliteitsdenken van de afgelopen decennia. Een verpleegkundige is doorgaans onderdeel van een organisatie. Het is van belang voor de organisatie, de verpleegkundige en de patiënt dat de verpleegkundige kennis heeft van het kwaliteitsbeleid van een organisatie. Op deze manier is zij beter in staat actief bij te dragen aan het leveren van kwaliteit op micro- en mesoniveau. Een verpleegkundige kan vele activiteiten ondernemen om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Deze worden in dit hoofdstuk toegelicht. Tot slot komen de stappen voor een geslaagde implementatie van kwaliteitsverbeteringen aan bod.
S.M. Maassen, H.T. Speksnijder

10. Begeleiden van collega’s en stagiaires

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden de verschillende aspecten van het begeleiden van nieuwe of lerende collega’s en stagiaires besproken. Er wordt informatie gegeven over de methodiek van begeleiding, coaching en het werken met inwerkprogramma’s of checklists. Kort wordt ingegaan op de structuur van de huidige beroepsopleidingen. Het hoofdstuk eindigt met een beschrijving van vaardigheden en eigenschappen van de begeleider.
S. van der Meijden

Nawerk

Meer informatie