Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit basisboek helpt verpleegkundigen en studenten hbo-v hun verpleegkundig handelen te professionaliseren. Aan de hand van de CanMEDS-rollen biedt het boek een denkkader dat de zorgprofessionals stimuleert in hun ontwikkeling naar evidence-based handelen.

De tweede druk van Theoretisch kader voor de verpleegkundige beroepsuitoefening is opgebouwd uit acht hoofdstukken: een inleidend hoofdstuk en zeven hoofdstukken, één voor elke CanMEDS-rol. De onderwerpen die hierbij aan bod komen zijn klinisch redeneren, communicatie, samenwerking, wetenschappelijke onderbouwing van de beroepsuitoefening, professionaliteit, gezondheidsbevordering, leiderschap en kwaliteit van zorg.

Veel meer dan in de vorige editie zijn de termen uit de Body of Knowledge and Skills het uitgangspunt geweest. Hierdoor sluit het nog beter aan bij het nieuwe opleidingsprofiel Bachelor of Nursing 2020 en is het uitermate geschikt als basisboek voor de opleiding hbo-verpleegkunde. De beschreven onderwerpen, literatuur en websites stimuleren om te reflecteren op de eigen beroeps- of opleidingspraktijk.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Het verpleegkundig beroep

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt een beeld gegeven van waar de verpleegkundige zich beroepshalve mee bezighoudt en welke positie zij inneemt in de maatschappij en in de gezondheidszorg. In deze oriëntatie worden de eerste fundamenten gelegd voor een goed begrip van de verpleegkunde en de verpleegkundige beroepsuitoefening. Na een korte geschiedenis van de verpleegkunde komen het beroepsprofiel, de verschillende velden in de gezondheidszorg en de indeling van de zorg aan bod. Het verpleegkundig beroep is niet statisch; het is voortdurend in ontwikkeling, net als het totale systeem van gezondheidszorg.
H. I. de Graaf-Waar, H. T. Speksnijder

2. De zorgverlener

Samenvatting
Dit hoofdstuk behandelt de diverse aspecten van de CanMEDS-rol van de zorgverlener en is opgebouwd aan de hand van de competenties die bij deze rol horen. In par. 2.1 worden in het kader van de competentie klinisch redeneren onder andere de methodiek en systematiek van de verpleegkundige beroepsuitoefening neergezet (het verpleegkundig proces als handelingskader van de verpleegkundige). Er wordt ingegaan op het procesmatig handelen van verpleegkundigen en de verschillende kennisdomeinen waarover zij dienen te beschikken om in het klinisch redeneren volledig te zijn. De besluitvorming in het verpleegkundig proces, de standaardisatie van de verpleegkundige beroepspraktijk en het gebruik van classificatiesystemen binnen de verpleegkunde worden toegelicht. Paragraaf 2.2 behandelt de diverse aspecten van het indiceren en uitvoeren van zorg. Het normenkader voor de wijkverpleegkundige, indicatiestelling in andere sectoren, principes van triage en complexiteit van zorg komen aan de orde. Tot slot wordt in par. 2.3 ingegaan op het versterken van zelfmanagement. We beschrijven de definitie van zelfmanagement en maken duidelijk wat het betekent voor patiënten en hun naasten om de regie te houden over het dagelijks leven met een ziekte. Vervolgens wordt een relatie gelegd met het verpleegkundig proces, waarmee zelfmanagementondersteuning door verpleegkundigen concrete invulling krijgt.
H. I. de Graaf-Waar, H. T. Speksnijder, A. J. ter Maten-Speksnijder

3. De communicator

Samenvatting
In dit hoofdstuk komt de verpleegkundige als communicator aan bod. We behandelen de verschillende facetten van de communicatie tussen verpleegkundige en patiënt. Het hoofdstuk start met een tweetal theoretische uitgangspunten (par. 3.2) en gaat daarna in op de kenmerken van en de valkuilen bij professionele communicatie (par. 3.3). Paragraaf 3.6 behandelt de niveaus van communiceren, zoals inhouds- en procesniveau. De daaropvolgende par. (3.7, 3.8, 3.10) gaan in op de technieken die de verpleegkundige moet beheersen om professioneel te kunnen communiceren met de patiënt. Paragraaf 3.11 behandelt de rol van internet. Patiënten halen steeds meer informatie van internet en het gebruik daarvan als bron van informatie is een uitdaging voor de verpleegkundige. Paragraaf 3.14 ten slotte gaat in op interculturele communicatie aan de hand van theoretische modellen die de verpleegkundige kunnen helpen in de gespreksvoering met patiënten met een migrantenachtergrond.
E. C. M. ten Have

4. De samenwerkingspartner

Samenvatting
De nadruk is de afgelopen jaren komen te liggen op gezondheidszorg waarin de patiënt centraal staat en zijn behoeften het uitgangspunt zijn. Zorgvuldig (ethisch) handelen in de samenwerking met andere disciplines en het zorgen voor continuïteit in de zorgverlening zijn van groot belang, want patiënten ontvangen dikwijls meerdere diensten of vormen van zorg van verschillende zorgprofessionals uit verschillende organisaties. Die diensten en zorg moeten goed op elkaar aansluiten. Ketenzorg is een manier om dat te bereiken. In dit hoofdstuk komt de rol van verpleegkundige als samenwerkingspartner aan de orde. In zorgpaden, klinische paden, zorgprogramma’s, protocollen, richtlijnen en zorgstandaarden hebben we met elkaar afgesproken hoe we de zorg aan een patiënt of patiëntengroep precies regelen, hoe we de patiënt behandelen en op welk moment we dat doen: klinisch redeneren op hoog niveau.
B. Buijck

5. Reflectieve EBP-professional

Samenvatting
Het onderzoekend vermogen is de basis van de rol reflectieve EBP-professional. Dit vermogen is cruciaal om evidence-based te kunnen werken (par. 5.1 en 5.2). Ook persoonlijke reflectie en deskundigheidsbevordering (par. 5.3 en 5.4) beginnen bij een opmerkzame houding en de wil tot weten en zijn van groot belang om kwalitatief goede zorg te bieden en problemen te kunnen oplossen, juist wanneer de routines tekortschieten. In par. 5.5 komt de ethische oordeelsvorming ter sprake. In de gezondheidszorg worden namelijk veel ethische keuzes of keuzes met ethische consequenties gemaakt. Artsen en verpleegkundigen ontkomen in hun werk niet aan het maken van dergelijke keuzes.
H. T. Speksnijder, A. J. ter Maten-Speksnijder, E. J. O. Kompanje

6. De gezondheidsbevorderaar

Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft hoe verpleegkundigen werken aan preventie en het bevorderen van gezondheid: de verpleegkundige als gezondheidsbevorderaar. Als eerste komen de begrippen gezondheid, preventie en gezondheidsbevordering aan bod. Na de klassieke indeling van preventie in primaire, secundaire en tertiaire preventie volgt uitleg over een recentere indeling in doelgroepgerichte preventie: zorggebonden preventie, geïndiceerde preventie, selectieve preventie en universele preventie. Vervolgens gaan we in op preventiegerichte analyse en methodieken voor het bevorderen van gezond gedrag met behulp van modellen van gedrag en gedragsverandering. In de laatste paragrafen staan preventie en gezondheidsbevordering door verpleegkundigen centraal: preventie in de verpleegkundige patiëntenzorg en gericht op risicogroepen en op de algemene bevolking. Daarbij wordt aandacht besteed aan preventiegerichte analyse en bevorderen van gezond gedrag.
M. C. A. van der Burgt

7. De organisator

Samenvatting
De rol van verpleegkundige als organisator komt in dit hoofdstuk aan de orde. Deze rol kent vele aspecten. We bespreken eerst het coördineren van de zorg (par. 7.1), zowel vanuit organisatorisch als vanuit patiëntenperspectief. Dan komt het bevorderen van de veiligheid aan de orde (par. 7.2). De veiligheid rondom patiënten dient gericht te zijn op het voorkomen van onbedoelde lichamelijke en/of psychische schade door fouten van hulpverleners of het falen van het zorgsysteem. Hierna bespreken we verpleegkundige leiderschap (par. 7.3) en ondernemerschap (par. 7.4), die horen bij het moderne verpleegkundig vak. De verpleegkundige oefent invloed uit op zowel de zorg dicht bij de patiënt als op de strategische richting van de zorgorganisatie en overziet de financieel-economische en organisatiebelangen en handelt hiernaar.
M. E. Eekhoudt, E. W. van Heeringen, H. I. de Graaf-Waar

8. De professional en kwaliteitsbevorderaar

Samenvatting
De verpleegkundige heeft een belangrijke rol als professional en kwaliteitsbevorderaar. In dit hoofdstuk gaan we in op de kwaliteit van zorg (par. 8.1), de manieren waarop je kunt participeren in kwaliteitszorg (par. 8.2) en professionalisering en professioneel gedrag (par. 8.3): continue ontwikkeling, beroepscode, beroepsprofiel en beroepsvereniging, kwaliteitsregistratie en medezeggenschap.
M. E. Eekhoudt, G. A. Brekelmans

Nawerk

Meer informatie