Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het Handboek Stem-Spraak-Taalpathologie verscheen tussen 1997 en 2007 gefaseerd in losse afleveringen. Daarin werd alle kennis op het gebied van de stem-, spraak- en taalpathologie vanuit verschillende disciplines samengebracht. Het Handboek is bestemd voor iedereen die klinisch-praktisch of meer theoretisch is geïnteresseerd, of vanuit een ander vakgebied hiermee in aanraking komt. Voor logopedisten, artsen, linguïsten, spraak- en taalpathologen, audiologen, pedagogen en psychologen in Nederland en België is het Handboek een onmisbare vraagbaak.

Deel 18 is geheel gewijd aan taalontwikkelingsstoornissen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Specifieke taalontwikkelingsstoornissen: linguïstische aspecten

september 1997
Taalachterstand heeft bij kinderen niet altijd een eenvoudig te identificeren oorzaak. In dit hoofdstuk gaat het om kinderen die een taalachterstand hebben die niet gemakkelijk wordt ingelopen en die bestaat zonder duidelijk aanwijsbare etiologie.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, K. Jansonius-Schultheiss, P.H.O. Dejonckere, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Pragmatische taalstoornissen bij kinderen

december 2006
Het gebied waarbinnen pragmatische taalstoornissen wordt bestudeerd, wordt wel aangeduid met de Engelse term clinical pragmatics (Crystal, 1987; Smith & Leinonen, 1992; McTear & Conti-Ramsden, 1992).
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, K. Jansonius-Schultheiss, P.H.O. Dejonckere, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Psychologische aspecten bij taalontwikkelingsstoornissen

december 2006
Psychologie is de wetenschap die menselijk gedrag in zijn alledaagse omgeving en in bijzondere omstandigheden bestudeert. Psychologen willen dit gedrag onderzoeken, beschrijven, begrijpen, maar vooral kunnen voorspellen. Kinderen met taalontwikkelingsstoornissen worden vaak onderzocht door ontwikkelingspsychologen, maar steeds vaker ook door neuropsychologen. In dit katern wordt vooral ingegaan op neuropsychologisch onderzoek bij kinderen met taalontwikkelingsstoornissen.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, K. Jansonius-Schultheiss, P.H.O. Dejonckere, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Pedagogische aspecten van taalontwikkelingsstoornissen

maart 1999
Taalgebruik en opvoeding hebben veel met elkaar te maken. In de literatuur over de theoretische pedagogiek, wat in de huidige tijd ‘oude’ literatuur wordt genoemd, wordt er vrij algemeen van uitgegaan dat het gesprek tussen opvoeder en opvoedeling in de opvoeding een belangrijke rol speelt. Dit gesprek bewerkstelligt de pedagogische ontmoeting tussen opvoeder en opvoedeling, waardoor opvoeding mogelijk wordt.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, K. Jansonius-Schultheiss, P.H.O. Dejonckere, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Secundaire taalstoornissen: de taal van kinderen en (jong)volwassenen met het syndroom van Down

april 2004
Als er een oorzaak te vinden is voor de problemen die kinderen ondervinden bij de verwerving van hun moedertaal spreekt men wel van een secundaire taalstoornis. De taalstoornis is dan een duidelijk gevolg van een stoornis in de ontwikkeling van het kind die niet-talig is. Secundaire taalstoornissen bestrijken een veel breder terrein dan primaire taalstoornissen, omdat het scala aan oorzaken zo divers is.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, K. Jansonius-Schultheiss, P.H.O. Dejonckere, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Taalontwikkeling bij individuen met mentale retardatie – theoretische implicaties

juli 2006
Zelfs in geval van ernstige intellectuele beperking lijkt een nagenoeg normale taalverwerving haalbaar te zijn. Het argument hiervoor is grotendeels afkomstig uit het onderzoek naar een klein aantal gevallen van uitzonderlijke taalontwikkeling bij mentale retardatie (mr) in de recente literatuur.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, K. Jansonius-Schultheiss, P.H.O. Dejonckere, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Taalontwikkelingsstoornissen ten gevolge van doofheid

november 2001
Vroeg in het leven optredende doofheid leidt ertoe dat kinderen weinig tot geen auditieve toegang hebben tot gesproken taal. Dit heeft grote gevolgen voor het verwervingsverloop. De ontwikkeling van de gesproken taal komt bij de meeste dove kinderen laat op gang en verloopt sterk vertraagd. Doofheid leidt dus tot een stoornis in de gesproken taalontwikkeling.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, K. Jansonius-Schultheiss, P.H.O. Dejonckere, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Taalontwikkeling bij slechthorendheid

november 2005
Dit hoofdstuk gaat over de taalontwikkeling van slechthorende kinderen. Vaak wordt gedacht dat de taalverwerving bij slechthorendheid goed te beheersen valt met geluidsversterkende apparatuur en passende begeleiding van het kind. Slechthorende kinderen presteren echter minder goed op taaltests dan horende kinderen van dezelfde leeftijd. Daarnaast wordt een grote variabiliteit in taalprestaties gevonden binnen de groep slechthorende kinderen.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, K. Jansonius-Schultheiss, P.H.O. Dejonckere, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Taalontwikkelingsstoornissen ten gevolge van visusproblemen

juli 2006
Definities van visusproblemen zijn overal verschillend, maar volgens de richt­lijnen van de Wereld Gezondheidsorganisatie heeft iemand een visusprobleem als de gezichtsscherpte minder dan 3/109 is of als het gezichtsveld minder dan 30 graden is.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, K. Jansonius-Schultheiss, P.H.O. Dejonckere, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Spraak- en taalstoornissen bij kinderen met een organische afwijking aan het spreekapparaat

augustus 2005
Deze bijdrage gaat zowel over de spraak- en taalproblemen van kinderen met bij de geboorte een organische afwijking aan het gezicht als over kinderen die in de babytijd een tracheostoma, een kunstmatige opening in de larynx hadden. Kinderen met een organische afwijking bij de geboorte zijn kinderen met:
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, K. Jansonius-Schultheiss, P.H.O. Dejonckere, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Taalontwikkelingsstoornissen ten gevolge van prematuriteit

maart 2002
‘Prematuur’ betekent ‘te vroeg geboren’, dat wil zeggen na een zwangerschapsduur < 37 weken. Een voldragen zwangerschap eindigt na 37-42 weken; er wordt dan gesproken van een ‘à terme’ geboorte. Bij prematuren wordt nog een aparte categorie onderscheiden: de ernstige prematuren, geboren na een zwangerschapsduur < 32 weken.
M.B. de Koning

Kinderen met een psychiatrische stoornis en hun taalontwikkeling

oktober 2006
Taalstoornissen en psychiatrische stoornissen komen vaak samen voor bij één kind. Taalgestoorde kinderen hebben een verhoogde kans op een psychiatrische stoornis. Het omgekeerde geldt ook: kinderen die in behandeling zijn voor een psychiatrische stoornis hebben vaak een taalstoornis. Wanneer twee stoornissen bij één kind tegelijkertijd voorkomen, noemen we deze stoornissen comorbide.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, K. Jansonius-Schultheiss, P.H.O. Dejonckere, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Taalstoornissen bij meertalige kinderen

december 2004
Meertaligheid lijkt, anders dan de meeste andere onderwerpen in de spraak-taalpathologie, geen waardevrij onderwerp. Bijna iedereen in Nederland heeft een mening over de toename van het aantal meer- en anderstaligen in Nederland.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, K. Jansonius-Schultheiss, P.H.O. Dejonckere, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Diagnostiek bij specifieke taalontwikkelingsstoornissen

december 2006
Dit katern handelt over diagnostiek bij kinderen met taalontwikkelingsstoornissen. Doel van de diagnostiek is onder meer te komen tot een onderscheid tussen kinderen met specifieke taalproblemen en kinderen met secundaire taalproblemen. Primaire taalproblemen zijn problemen die niet aantoonbaar het gevolg zijn van een andere stoornis, bijvoorbeeld in de intelligentie, in het gehoor of in het neurologisch functioneren (definitie De Jong, zie katern B8.1.1 van dit handboek).
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, K. Jansonius-Schultheiss, P.H.O. Dejonckere, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers

Taaltherapie bij kinderen met taalontwikkelingsproblemen

december 2006
Taaltherapie is de therapie waarbij de communicatieve en talige ontwikkeling (die van de taalinhoud, de taalvorm en het taalgebruik) centraal staat (Schaerlaekens, 2002). De therapie wordt door deskundigen uitgevoerd, maar de omgeving van het kind, de ouder(s), gezinsleden, familie, de leerkrachten en idealiter ook de leeftijdgenoten moeten er steeds bij betrokken worden. Gezien de zeer diverse oorzaken die aan een taalprobleem ten grondslag liggen en gezien de diverse gebieden van taal die aangetast kunnen zijn, is taaltherapie allerminst een monolithisch gegeven.
H.F.M. Peters, R. Bastiaanse, J. Van Borsel, K. Jansonius-Schultheiss, P.H.O. Dejonckere, Sj. Van der Meulen, B.J.E. Mondelaers
Meer informatie